De kanarie van uw gezondheid

Uw smartphone zal u binnenkort, net als de kanarie destijds in de steenkoolmijnen, wijzen op gezondheidsrisico’s. De slimme telefoons gooien daarmee ons hele gezondheidszorgsysteem overhoop.

Plots rinkelt uw smartphone en vraagt de dokter u om even langs te komen voor een gesprek omdat een en ander niet in orde is met uw gezondheid. Sciencefiction? Ja, maar voor hoe lang nog? De afgelopen week leerde dat het slechts een kwestie van tijd is vooraleer ‘de dokter in uw broekzak’ een realiteit is. Technologiereuzen Apple en Samsung schakelden immers een versnelling hoger in de strijd om uw gezondheid. En ook Google zit volop in de race om het gezondheidsplatform van de toekomst te worden.

Elke iPhone en iPad beschikt binnenkort over de app Health. De toepassing verzamelt gegevens over uw gezondheid die andere apps en toestellen, zoals fitnessarmbanden, registreren. Vervolgens wil Apple het ook mogelijk maken om via de app een arts te contacteren. Vorige week introduceerde Samsung dan weer de Simband, een prototype van een ‘slimme’ armband. Die moet uw hartslag, uw bloeddruk, uw lichaamstemperatuur en andere zaken die normaal enkel bij een doktersbezoek worden gemeten, registreren. Het horloge meet die continu en slaat die gegevens op in de cloud.

‘De digitalisering zorgt voor een ‘disruptive’ moment’, zegt gezondheidseconoom Lieven Annemans (UGent). ‘Heel het huidige zorgmodel wordt ontwricht, al is dat in deze vooral een positieve evolutie.’ Dat vindt ook Koen Kas, hoogleraar moleculaire oncologie aan de UGent en auteur van het boek ‘Nooit meer ziek’. ‘We richten ons vandaag te veel op wie ziek is’, vindt hij. ‘Dokters proberen patiënten waar ze nauwelijks iets van weten te genezen met medicijnen. Dankzij de digitalisering zal de vraag niet langer zijn hoe we zieken genezen, maar wel hoe we gezonde mensen gezond houden.’

Niet zelf doktertje spelen

Via slimme armbanden en apps krijgen dokters een schat aan informatie binnen, waardoor ze een betere en snellere diagnose kunnen stellen. Daardoor kunnen bijvoorbeeld chronische aandoeningen veel eerder worden opgespoord. ‘Als bij iemand kanker wordt gediagnosticeerd, dan sluimert de ziekte vaak al tussen de vijf en de

vijftien jaar in diens lijf. Maar we weten het niet, want we screenen die mensen niet, stelt Kas. ‘Als we dankzij de digitalisering de ziekte bijna automatisch in een vroeg stadium ontdekken, kunnen we mensen met een eenvoudigere én goedkopere ingreep helpen.’ Hij maakt de vergelijking met een kanariepietje in de steenkoolmijnen. ‘Als die van zijn stokje ging, wisten mijnwerkers dat ze moesten vluchten voor een koolstofmonoxidevergiftiging. Onze smartphone wordt die kanarie.’

Een ander voordeel is dat u voor eenvoudige zaken, zoals het meten van de bloeddruk, niet langer naar de dokter of het ziekenhuis hoeft te gaan’, zegt professor Huisartsengeneeskunde Jan De Maeseneer (UGent). ‘Iemand met een huidprobleem moet zich nu telkens naar een specialist verplaatsen om na te gaan hoe zijn aandoening evolueert. Dankzij de smartphone kan hij zelf foto’s maken van zijn aandoening en die via zijn telefoon doorsturen tot bij de deskundige.’ Maar het is niet de bedoeling dat u voortaan zelf doktertje speelt. ‘In het wilde weg gezondheidsapps op de burger loslaten heeft geen enkele zin’, vindt De Maeseneer. ‘Een overdosis aan informatie is immers even schadelijk als geen informatie. Het kan mensen nodeloos ongerust maken en tot onnodige bezoekjes aan de huisarts leiden.’

Andere experts zitten op dezelfde lijn, al zijn ze genuanceerder. ‘Het blijft de taak van een arts om op basis van de beschikbare gegevens een diagnose te stellen’, zegt Julien Penders van het Leuvense micro- en nano-elektronica-instituut Imec, dat onder meer meewerkte aan de Simband van Samsung. ‘Maar doordat mensen zelf hun gezondheid kunnen meten, komt er ook meer verantwoordelijkheid bij hen te liggen. Op basis van de data zullen ze zien of ze goed of slecht bezig zijn en ze kunnen zich ook vergelijken met anderen. Het besef zal groeien dat ze door hun levensstijl te veranderen zélf iets kunnen doen aan hun gezondheid.’

Lieven Annemans spreekt over ‘telecoaching’ en ‘telepreventie’. Dat eerste betekent dat patiënten via hun smartphone informatie krijgen over wat ze moeten doen. Zo kan een bejaarde patiënt er via zijn telefoon aan worden herinnerd dat hij nog een bepaald pilletje moet nemen. Bij telepreventie kunnen bijvoorbeeld voedingstips worden gegeven. Al zal dat op zich niet voldoende zijn. ‘Het gedrag van mensen verander je ook met de beste technologie van de wereld niet zo maar’, poneert Pender. ‘Op dat vlak hebben we nog heel wat te leren.’

Ook kunnen smartphones helpen om zorg beter te organiseren. ‘Als u een afspraak hebt bij de dokter, moet u vaak toch een uur zitten te wachten’, zegt Kas. ‘De dokter zou u via een automatisch berichtje kunnen informeren over de wachttijd, zodat u geen tijd zit te verdoen in de wachtzaal.’ Daarnaast kan heel wat rompslomp vermeden worden. Medische foto’s, ziektebriefjes of briefjes voor de apotheker zou u allemaal in uw telefoon kunnen opslaan.

De digitale evolutie in de gezondheidszorg is volgens Penders niet te stuiten. ‘Onze zorg is te duur en overheden kunnen dat niet blijven betalen’, meent hij. ‘Door de digitalisering slaan we drie vliegen in een klap. We leveren een kwaliteitsvollere en meer toegankelijke zorg tegen een lagere prijs.’ Al erkent hij dat zoiets enkel op de lange termijn te regelen is. ‘Op korte termijn vergt dit een investering, op de langere termijn plukken we er de vruchten van.’ Zo schat de Europese Unie dat we door de gezondheidsapps en de daarbij horende snellere diagnoses in de hele Unie 99 miljard euro kunnen besparen.

Een voorbeeld uit de praktijk is het Radboud Universitair Medisch Centrum van Nijmegen, de enige niet-Amerikaanse partner van het Health-project van Apple. ‘Wij hebben nu 1.000 bedden, maar dankzij de technologische evolutie hopen we hetzelfde werk te kunnen doen met slechts 500 bedden’, zegt Lucien Engelen, de directeur van het innovatiecentrum van de instelling. ‘De 500 vrijgekomen bedden kunnen we dan gebruiken om de vergrijzing op te vangen.’

Engelen geeft het voorbeeld van een zorgpatch, een soort pleister die onder meer de hartslag en enkele andere parameters meet en die gegevens doorstuurt naar een smartphone. ‘Als een patiënt hartklachten heeft, dan wordt die soms een nacht ter observatie in het ziekenhuis gehouden. Dankzij die patch kunnen we die patiënt binnenkort naar huis sturen en hem zo enkele dagen opvolgen. Het bespaart ons een bed uit, voor de patiënt is het veel comfortabeler en de gegevens zijn betrouwbaarder omdat ze in de gewone leefomgeving worden verzameld.’

Privacy

De grote vrees bij velen is dat al die informatie in verkeerde handen kan vallen of dat de appbeheerder ze zullen verkopen aan adverteerders. Zowel Kas, Penders als Engelen vinden die angst overdreven. ‘Zoals mensen er vertrouwen in hebben dat de bank over hun spaarcenten waakt, zo moeten ze ook vertrouwen hebben dat hun gegevens veilig zijn in onze databases’, zegt Penders. Engelen schat de kans overigens klein dat bedrijven als Samsung of Apple de gegevens zullen misbruiken. ‘Als zo’n bedrijf uw gegevens te grabbel gooit, is zijn hele reputatie naar de haaien.’

Veel meer dan voor de privacy vreest Kas voor charlatans. Zo zijn de gezondheidsapps booming business. Tegen 2017 zou de markt van ‘mHealth’ wereldwijd goed zijn voor 19,3 miljard euro, tegenover 4 miljard euro vandaag. ‘Dat trekt natuurlijk bedriegers aan. In een onderzoek werden ooit eens vier apps voor het screenen van vlekjes op de huid vergeleken’, zegt hij. ‘Een van die apps kon zelfs geen overduidelijke gevallen van huidkanker herkennen.’ Hij wijst erop dat in de appstore zo’n 60.000 gezondheids- of fitnessapps voor handen zijn, maar dat er slechts 116 officieel zijn goedgekeurd. ‘De overheid moet daar veel meer mee bezig zijn.’

Annemans besluit dat de overheid nog veel werk aan de winkel heeft. ‘Ons betalingssysteem is helemaal niet klaar voor de digitale invasie’, stelt hij. ‘Een dokter die het systeem omarmt, gaat daar geen euro meer door verdienen.’ De Gentse gezondheidseconoom pleit ervoor het financieringsmodel te hertekenen. ‘Nu worden huisartsen per prestatie betaald. In een nieuw model zou dat een vast bedrag per patiënt kunnen zijn, waarbij digitale zorg een van de voorwaarden is voor het verkrijgen van dat bedrag.’ Dokters zouden dan meer dan vandaag betaald worden omdat ze mensen gezond houden. Een beetje zoals in het verhaal van de lijfarts van de Japanse keizer, die enkel werd betaald per dag dat de keizer gezond was.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud