analyse

De prijs van de stilstand

©belga

Door de laksheid van de regering-Michel en de politieke impasse loopt het begrotingstekort op tot meer dan 10 miljard euro. Omdat belangrijke hervormingen uitblijven, is de kostprijs van de politieke crisis veel groter. ‘We betalen niet enkel de prijs van de stilstand, maar ook die van een cultuur van slecht beleid.’

Door de verschillende politieke crisissen waren de opeenvolgende federale regeringen in ons land sinds 2010 bijna een op de drie dagen in lopende zaken. De federale ploeg lette in die periodes op de boel en zorgde dat er geen wiel afdraaide, maar ook niet meer dan dat. Het is niet het enige trieste record. Door de crisis van 2010-2011 staan we in het Guinness World Records Book als land dat met een formatie van 541 dagen het meeste tijd nodig had om een regering te vormen.

Met de 167 dagen van politieke stilstand sinds de verkiezingen van 26 mei zijn we daar nog lang niet. Maar door de val van de regering-Michel over het migratiepact ging er anders dan in 2010 een lange periode van lopende zaken vooraf aan de verkiezingen. Daardoor zit ons land al 323 dagen zonder een volwaardige regering. Tot veel urgentie noopt het niet. Met de aanstelling van PS-voorzitter Paul Magnette tot informateur ging de formatie afgelopen week weer naar start. Het ziet ernaar uit dat een nieuwe federale regering nog weken, en gevreesd wordt zelfs maanden, op zich laat wachten.

Tijdens de impasse in 2010-2011 keek de hele wereld met grote ogen naar ons land. Zonder stuurman leek alles zijn gangetje te blijven gaan. De economie deed het beter dan gemiddeld in de eurozone en de regering-Leterme, die in lopende zaken was, nam deel aan de oorlog in Libië, voerde een sociaal akkoord door zonder de instemming van de sociale partners en loodste België door het Europees voorzitterschap. De regio’s hadden toen, net zoals vandaag, wel een regering waardoor op dat niveau wel werd bestuurd.

Intussen weten we beter. Onder de verlamde regering-Leterme en de daaropvolgende politieke crisis ontspoorden de sociale uitgaven. In enkele jaren stegen de socialezekerheidsuitgaven van 22 naar meer dan 25 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De uitgaven bleven in hetzelfde recordtempo stijgen als onder de paarse regering-Verhofstadt, maar door de economische crisis konden we ons dat niet meer permitteren.

Wereld draait door

Op de vraag of ook de huidige politieke crisis ons geld kost, is het antwoord ja. ‘In bedragen is dat moeilijk uit te drukken’, zegt Ivan Van de Cloot, een econoom verbonden aan de denktank Itinera. ‘Maar terwijl we met onszelf bezig zijn, draait de wereld door. Door de politieke crisis kunnen we bepaalde beslissingen niet nemen of hervormingen niet doorvoeren. De prijs daarvoor betalen we later.’

Aan onze groeiprestaties is het nongoverno niet af te leiden. Tussen 2007, het begin van de economische crisis, en vandaag is de Belgische economie iets trager gegroeid dan de Duitse, maar sneller dan de Nederlandse en de Franse. De crisis hakte in ons land minder diep in, waar we tot op vandaag van profiteren. Een belangrijk verschil met Nederland en Duitsland is dat ons economisch herstel er een op de poef was. Die twee landen boeken intussen begrotingsoverschotten en weten niet waar hun geld eerst aan uit te geven.

©Mediafin

Het verschil met ons land kan moeilijk groter. De laatste keer dat de Belgische begroting in evenwicht was, was in 2007. De regering-Michel beloofde de legislatuur in 2019 af te sluiten met een evenwicht. Dat werd uitgesteld naar 2020. De erfenis die de Zweedse coalitie achterlaat, is evenwel veel minder fraai. Het structurele tekort van de Belgische overheid, de beste graadmeter voor de budgettaire toestand, wordt voor volgend jaar op 2,1 procent van het bbp geraamd. Dat is 10 miljard euro, of het equivalent van al het geld dat Vlaanderen jaarlijks in het basis- en middelbaar onderwijs stopt. Tegen het einde van de volgende legislatuur in 2024 groeit het tekort tot 2,5 procent, meer dan 13 miljard euro.

Veel lucht

Op Italië na is er geen Europees land met zwartere vooruitzichten. Volgens ex-premier Charles Michel (MR) is de put het gevolg van het vertrek van de N-VA uit zijn regering. Michels partijgenoot en opvolgster Sophie Wilmès (MR) verwees naar de oplopende vergrijzingskosten. Bij gebrek aan een meerderheid in het parlement kan ze naar eigen zeggen niet ingrijpen.

Het zijn uitvluchten. In 2018 deed de regering-Michel nog alsof de begroting vanaf 2020 in evenwicht zou zijn. Voor de begroting van 2019 moest de regering daarvoor wel nog 2,6 miljard euro zoeken, en in 2020 nog eens bijkomend 4 miljard. Het monitoringcomité onderschreef dat officieel in een rapport, al bleek de begrotingswaakhond onder druk te zijn gezet door de regering om de cijfers rooskleurig voor te stellen. Een deel van de leden liet nadrukkelijk opnemen dat ze het niet eens waren met delen van de conclusies.

De opstandige experts van het monitoringcomité hebben gelijk gekregen: er zat veel lucht in de begrotingen van Michel. In plaats van een tekort van 6,6 miljard in 2020 zal het deficit oplopen naar 10 miljard. ‘Als de regering-Michel in het zadel was gebleven, was het misschien iets minder geweest’, zegt Bart Van Craeynest, de hoofdeconoom van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka. ‘Maar in het jaar van de verkiezingen had ze om electorale redenen nooit voor 4 miljard nieuwe maatregelen aangekondigd om de begroting van 2020 in evenwicht te brengen. Laat staan dat ze wat had gedaan om de verdere ontsporing op te vangen.’

Klotsen tegen de plinten

De 10 miljard euro is niet enkel de factuur van het federale non-governo, maar ook van het malgoverno door een regering die in de laatste twee jaar van haar legislatuur de budgettaire teugels vierde. De prijs dreigt op korte termijn nog op te lopen. Alsof het geld nog altijd tegen de plinten klotst, werd in het parlement een alternatieve meerderheid gevormd om jaarlijks 400 miljoen euro extra uit te trekken voor de zorg. Niemand betwist dat het geld nodig is, maar zonder financiering wordt het gat alleen maar groter.

‘De prijs die we betalen is niet enkel die van de politieke stilstand, het is de prijs van een cultuur van slecht bestuur’, vindt Van de Cloot. De vergrijzing, waar Wilmès naar verwees, is misschien wel het mooiste voorbeeld. In de jaren negentig waarschuwde toenmalig premier Jean-Luc Dehaene al voor de oplopende kosten van de verouderende bevolking. Onder de paarsgroene regering-Verhofstadt werd een Vergrijzingscommissie in het leven geroepen om die kosten te monitoren. Een Zilverfonds moest de put helpen vullen.

Volgens de Vergrijzingscommissie stijgen de sociale uitgaven tegen 2045 van meer dan 25 procent van het bbp naar 29,2 procent, een toename van 4,2 procentpunten. In geld van vandaag is dat een meeruitgave - die enkel en alleen dient om de vergrijzing te betalen, niet voor bijvoorbeeld het verhogen van de pensioenen - van 17 miljard euro. Dat doet het huidige begrotingstekort verbleken.

Het Zilverfonds bleek een lege doos en de ontsporende begroting plaatst ons in een bijzonder slechte uitgangspositie om de pensioenen betaalbaar te houden zonder gigantische eisen te stellen aan degenen die ze betalen: de mensen die werken. ‘Nederland en de Scandinavische landen hebben zich voorbereid op de vergrijzing zonder een sociaal bloedbad aan te richten’, zegt Van Craeynest. ‘Bij ons zijn onder de regering-Michel eindelijk een paar maatregelen genomen, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd. Maar er is veel meer nodig en iedereen weet dat.’

Koude kermis

De vergrijzing is bovendien maar een van de problemen die iedereen kent en die nauwelijks worden aangepakt. Ons fiscaal systeem is inefficiënt. Op het vlak van integratie werd jarenlang nauwelijks beleid gevoerd, waardoor zeker in de steden de samenlevingsproblemen groot zijn. De Belgische overheid investeert zeer weinig, waardoor de infrastructuur ondermaats is. Het openbaar vervoer wordt al jaren slecht beheerd, waardoor het bus- en treinverkeer te wensen overlaat. Een klimaatbeleid die naam waardig heeft België nog altijd niet uitgewerkt. Veel van die werven zullen de staat nog eens honderden miljoenen kosten, geld dat er niet is.

Zeer tastbaar is het slechte energiebeleid. Het gaat al een tijdje niet meer over black-outs in de winter, maar daarom zijn de problemen nog niet van de baan. Begin de jaren 2000 besliste de regering-Verhofstadt dat de kerncentrales tegen 2025 dicht moeten. 2025 is bij wijze van spreken morgen, maar nog steeds is amper een begin gemaakt met alternatieven. ‘Het is onvermijdelijk dat enkele kerncentrales langer openblijven. Het is een voorbeeld van hoe politici geen oplossingen uitwerken, waardoor we voor voldongen feiten worden gesteld’, zegt Van de Cloot.

In hun verkiezingscampagne focusten de partijen nauwelijks op de grote uitdagingen. In de meeste programma’s ging het vooral over cadeautjes aan de kiezers. De liberalen beloofden miljarden aan lastenverlagingen, de linkse partijen miljarden aan extra investeringen in de sociale zekerheid. Het deed voormalig sp.a-politicus en professor Frank Vandenbroucke opmerken dat in de campagne een zelden geziene graad van lichtzinnigheid was opgetreden.

Belastingdruk

Wie verwachtte dat de politiek na de verkiezingen zou terugkeren naar de orde van de dag, komt van een koude kermis thuis. Magnette benadrukte na de mislukte gesprekken met de N-VA nog eens dat hij een minimumpensioen van 1.500 euro wil en meer investeringen in de zorg. Uit de doorrekening van het PS-programma door het Planbureau blijkt dat die maatregelen 8 miljard euro kosten. Toen Magnette aan de onderhandelingstafel werd gevraagd hoe hij dat denkt te betalen, stelde hij dat de overheid te weinig inkomsten heeft. ‘Je moet het toch maar doen in een land met de tweede hoogste belastingdruk van Europa’, zegt Van Craeynest.

Paul Magnette vindt dat de overheid te weinig inkomsten heeft. Terwijl België toch al de tweede hoogste belastingdruk in Europa heeft.
Bart Van Craeynest
hoofdeconoom Voka

Volgens Van Craeynest en Van de Cloot moeten we zo snel mogelijk een goede regering krijgen. Als dat niet lukt, is een goede regering belangrijker dan de snelle vorming ervan. ‘Ik volg de mensen niet die zeggen dat er koste wat het kost snel een regering moet komen die de boel moet bestieren’, zegt Van Craeynest. ‘Er moet een regering komen die de juiste beslissingen neemt en ons land klaarmaakt voor de toekomst. Natuurlijk zou ik graag hebben dat die er snel is. Maar als het wat langer duurt, is dat maar zo. Een slechte regering zal ons meer kosten dan een politieke impasse die enkele maanden langer duurt.’

Met de huidige verkiezingsuitslag en de almaar grotere kloof tussen de Vlaamse en de Franstalige verkiezingsresultaten is een doortastende regering bijzonder moeilijk te vormen. Dat bewijst de aanslepende formatie. Een externe druk die de Belgische partijen in het verleden verplichtte om te hervormen is er niet. Dehaene kon destijds een zware saneringsoperatie doorvoeren omdat die nodig was om in de euro te geraken. De regering-Di Rupo werd gevormd nadat de financiële markten ons land het mes op de keel hadden gezet.

Bijten

Een soortgelijke druk is er niet. Door het beleid van de Europese Centrale Bank is de rente historisch laag en niemand gelooft dat de Europese Commissie ons durft te bijten omdat we onze budgettaire afspraken niet nakomen. Welke politicus is bereid om zonder druk zijn verantwoordelijk op te nemen en op zoek te gaan naar miljarden besparingen en/of belastingen? Want een ding is duidelijk: door de budgettaire toestand en de aanstormende vergrijzing kan de volgende regering enkel een besparings- of een belastingsregering zijn. Een regering die dat niet doet, maakt de problemen alleen maar groter.

Een evergreen is dat ons land zo niet kan voortdoen, al horen we dat riedeltje al meer dan tien jaar. De lage rente, waardoor België haast gratis leent, garandeert dat we het leven op de poef nog enige tijd kunnen volhouden. ‘Maar dat wreekt zich’, zegt Van Craeynest. ‘Een goed beleid garandeert dat je altijd enige marge hebt om zware tegenslagen zoals een nieuwe grote crisis op te vangen. Die marge is opgebruikt. De volgende dip kan echt pijn doen. Daarom is het nu meer dan ooit tijd voor actie. Hoe langer je wacht, hoe harder je de mensen moet treffen om de dingen recht te trekken.’

De huidige aanpak heeft veel weg van een Russische roulette met een gemanipuleerd pistool. De politici zijn gerust, de kogel volgt later. Verantwoordelijke beleidsmakers beseffen dat, maar de Belgische tanker is helemaal vastgelopen en vooralsnog weet niemand hoe hem los te trekken. Van de Cloot pleit voor ‘systeemoplossingen’. ‘Als geen regering kan worden gevormd, worden in elk normaal land nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Misschien moeten we wettelijk vastleggen dat als binnen een bepaalde periode geen regering kan worden gevormd we automatisch weer moeten stemmen.’

Misschien moeten we wettelijk vastleggen dat als binnen een bepaalde periode geen regering kan worden gevormd we automatisch weer moeten gaan stemmen.
Bart Van Craeynest
hoofdeconoom Voka

Dat vooral de extremen dreigen te winnen bij vervroegde verkiezingen, vindt Van de Cloot geen argument. ‘Het zal politici aanzetten eindelijk hun verantwoordelijkheid op te nemen’, zegt hij. Van Craeynest vreest dat de extremen sowieso winnen bij de huidige toestand. ‘De kiezer wil vooral een goed beleid. Nu zien we het tegenovergestelde. Als we zo voortdoen, zal de verkiezingsoverwinning van extreemrechts en extreemlinks in 2024 nog veel groter zijn dan die op 26 mei.’

De rekening is er al, in de vorm van de stijgende vergrijzingskosten en gemiste kansen. Zonder goed beleid zal ze enkel aandikken. Blijven aanmodderen is in die context een vorm van schuldig verzuim.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect