column

Deborah, de stille getuige van de taalgrens

Redacteur Politiek & Economie

Dat kassierster Deborah in Wallonië geen belletje doet rinkelen, toont aan dat ons land uit twee verschillende werelden bestaat, schrijft Wim Van de Velden, Wetstraatwatcher van De Tijd, aan zijn Franstalige evenknie.

Beste Alain,

Ik vermoed dat jij een fan bent van sciencefiction, nietwaar? Jouw suggestie om voortaan personenbelasting te betalen waar we werken en niet langer waar we wonen, lijkt me alvast pure politieke sciencefiction

'Un vieux serpent de mer', zo noem je het zelf. Dat is mooi gezegd. In Vlaanderen hebben we het niet over oude zeeslangen, maar over het monster van Loch Ness. Taalverschillen als markeerders voor de verschillende werelden waarin we leven.

Maar ter zake. Het voorstel voor het betalen van personenbelasting in Brussel is een ballonnetje dat wel eens vaker opgelaten wordt, vooral dan in Brussel zelf. Want Vlaanderen noch Wallonië ziet het zitten om die inkomstenbron naar Brussel te verleggen. Dus zal het er niet van komen. 'Mijn gedacht', zou Boma zeggen in 'F.C. De Kampioenen'. Maar bon, Boma en 'F.C. De Kampioenen' zeggen je weinig, zeker?

Ieder voor zich

Als het over de centen gaat, is het ieder voor zich, om het cru te zeggen. Dat lijkt me niet meteen een exclusief kenmerk van het Vlaamse nationalisme, waarvan wel eens wordt beweerd dat er kleingeestig egoïsme en een weinig verheffend eigenbelang achter schuilgaat.

Ook Wallonië laat zich het kaas niet van het brood eten, bleek onlangs nog, toen PS-voorzitter Paul Magnette de Brusselse stadstol doodverklaarde en begroef. Dat hij daarbij zijn Brusselse partijgenoot minister-president Rudi Vervoort voor de bus moest duwen, deerde hem blijkbaar niet al te veel. Ook Magnette zou het aan Deborah niet uitgelegd krijgen dat Waalse pendelaars bij het binnenrijden van Brussel belasting moeten betalen om te mogen werken.

PS-voorzitter Paul Magnette zou het niet uitgelegd krijgen aan Deborah dat Waalse pendelaars moeten be­talen om Brussel binnen te rijden.

Ken je eigenlijk Deborah, de kassierster van de supermarkt uit Nieuwpoort? Conner Rousseau introduceerde haar in het loondebat. Ik krijg aan Deborah niet uitgelegd, zei hij, dat bedrijven wel dividenden uitbetalen aan hun aandeelhouders, maar dat het personeel in coronatijden geen loonopslag zou krijgen.

Politieke marketeers zoals de jonge Vooruit-voorzitter weten als geen ander dat ze hun boodschap moeten personaliseren. Het was er boenk op. 'Krijgen we dat nog wel uitgelegd aan Deborah', was in een mum van tijd trending op sociale media. Plots dook de kassierster te pas en te onpas op.

Achter het succes van Deborah gaat dat vleugje surrealisme schuil dat blijkbaar in onze volksaard zit. Het deed me in ieder geval denken aan de poezen die plots op sociale media opdoken, toen in Brussel de klopjacht bezig was op de terrorist Salah Abdeslam en consorten en de bevolking werd opgeroepen geen informatie prijs te geven op sociale media.

Culturele breuklijn

En soms zit het echt mee, want als klap op de vuurpijl - benieuwd hoe dat vertaald wordt in het Frans - bleek de kassierster ook echt te bestaan. Ze beleefde haar 'five seconds of fame' en vond Conner een leuke jongen.

De Deborah-hype mag dan wel een zoveelste uiting zijn van het surrealisme dat het land van René Magritte kenmerkt, toch vermoed ik dat Deborah geen belletje doet rinkelen. We leven in België in twee werelden die elkaar niet kennen, nietwaar Alain?

De taalgrens is een veel reëlere grens dan een nationale landsgrens. Het is de culturele breuklijn tussen het noorden en het zuiden van Europa, die dwars door België loopt en die Vlamingen en Franstaligen vreemden voor elkaar maakt. Deborah is daar de stille getuige van.

Wim

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud