interview

‘Die 300.000 vaccins toedienen, dat lukt toch in één dag?'

©Diego Franssens

Een derde golf hangt als een donkere wolk boven ons hoofd. Hebben we wel iets geleerd uit de crisis? Een kritische econoom, een ongeduldige ondernemer en een nuchtere infectiologe blikken terug op 2020 en vooruit. Het kerstdebat van De Tijd met Ive Marx, Hans Bourlon en Erika Vlieghe.

Rond kwart voor zes komt Ive Marx het Cultuurplein van Mechelen opgestapt met een jonge perelaar onder de arm. De econoom en armoede-expert heeft goed nagedacht over zijn kerstgeschenk voor Hans Bourlon, de eigenaar van de entertainmentgroep Studio 100. ‘Het is een boompje waar verschillende perenbomen op geënt zijn en waar vijf soorten peren aan groeien. Ik vond het een mooi symbool voor de groei en diversificatie van Studio 100’, zegt hij.

Marx botst meteen op Erika Vlieghe, de infectiologe heeft haar bekende blauwe fleece met ijssterren aan. Vlieghe heeft net nog les gegeven aan studenten, zo blijkt. ‘Over soa’s’.

Ive Marx: ‘Dat zal toch vooral theorie geweest zijn.’

Erika Vlieghe: ‘Je zou verbaasd zijn. Af en toe komt er nog zo’n verborgen syfilis naar boven. Dan denk je: hoe is het mogelijk?’

Vlieghe is met haar heldere communicatie en eerlijke aanpak het gezicht geworden van de wetenschappers die de pandemie proberen plat te slaan - met maatregelen die soms dik tegen de goesting van politici en een eigenzinnige bevolking ingaan. En met wisselend succes: ondanks de strengste aanpak van Europa zit het aantal besmettingen weer in de lift en waarschuwen critici voor een derde golf.

Massa-events zoals festivals zijn nog niet voor de zomer van 2021, tenzij in een of andere gemodificeerde versie.
Erika Vlieghe
Infectiologe

Bourlon ziet met lede ogen aan hoe de musicals, pretparken en zelfs animatiestudio’s van het internationaal opererende Studio 100 tientallen miljoenen omzet bloeden door de lockdowns. En Marx fileert in zijn soms snoeiharde standpunten de covidaanpak van de overheid. Hij vindt die weinig transparant, en verstoken van een visie op hoe de economie en arbeidsmarkt er na de crisis moeten uitzien.

Kunst

©Diego Franssens

Bourlon heeft ons uitgenodigd in de Heilige Geestkapel, het oudste gebouw van Mechelen. Maanden weigerde hij elk interview omdat hij toch met iets positiefs naar buiten wilde komen. Zijn tentoonstelling ‘Het Kunstuur’ mocht begin deze maand weer open, een sprankeltje hoop. We krijgen een snelle rondleiding door de interactieve expositie van 32 topwerken uit de Belgische schilderkunst tussen 1887 en 1938. ‘Sinds de heropening is de belangstelling overweldigend’, zegt Bourlon. ‘Alle nocturnes zijn volgeboekt, mensen willen echt iets bezoeken. Je voelt dat de nood hoog is.’

Marx en Vlieghe beamen dat. De econoom is net in Gent naar een tentoonstelling van Gustave Van de Woestyne gaan kijken. Vlieghe is de dochter van een professor kunstgeschiedenis en Rubens-kenner. ‘Dit is voor mij echt thuiskomen. We zijn groot geworden met bezoeken aan musea en kerken en met de verhalen van mijn vader. Ik kan mij enorm opladen aan een beetje Klara in de wagen, of even wegdromen bij werken zoals deze hier. Zelfs in die mate dat het gevaarlijk wordt: je wil dan meer. En dat gaat op dit moment niet.’

Hoe hebben jullie 2020 beleefd?

Marx: ‘Ik geef grif toe dat ik de ernst en de omvang niet meteen doorhad. Een week voor de lockdown stond ik op een conferentie in Luxemburg te aperitieven met collega’s van over de hele wereld. Maar dat mijn agenda voor weken plots leeg werd, vond ik bevrijdend. Als academicus kon ik eindelijk bezig zijn met wat ik graag doe: artikels schrijven. Ik woon in Eikevliet, een dorpje aan de Schelde. Ik heb elke dag gefietst, het weer was mooi.’

Hans Bourlon: ‘Ik weet nog goed dat ik bij het begin van de pandemie een minister aan de lijn kreeg, die zei: ‘Jullie moeten nu stoppen met die voorstellingen in Puurs, maar ik zeg u: het gaat maar twee weken duren.’ We zijn nu bijna een jaar verder.’

Die 300.000 vaccins toedienen, dat lukt toch in één dag? Voor ons is het acuut, hoor.
Hans Bourlon
Studio 100

‘Maar goed, je moet je neerleggen bij waar je niks aan kan doen. Je probeert er het beste van te maken. In de zomer dacht ik echt: de pandemie is voorbij, de cijfers bleven maar dalen. We hebben toen zo hard gewerkt om weer op te kunnen starten. Ook omdat je al die miserie ziet: werknemers in tijdelijke werkloosheid, mensen in onderaanneming in slechte contracten, bedrijfjes die 95 procent omzet kwijt zijn en die spartelen om te overleven, sms’en van acteurs die smeken om te mogen beginnen. Maar het ging meteen weer de verkeerde kant uit.’

Marx: ‘Wanneer had u door wat aan het gebeuren was, mevrouw Vlieghe?’

Vlieghe: ‘Dat gaat in stappen. De eerste drie weken van januari waren wij nog volop bezig met één geval van de Argentijnse hemorragische koorts in ons land. We werden stilaan wel zenuwachtig, maar er zijn meer van die alerts. Heel vaak draait het op niets uit.’

Bourlon: ‘Waarom deze wel?’

Vlieghe: ‘Dat is een goede vraag. Omdat we zo veel meer met elkaar verbonden zijn. Het virus is ook besmettelijker dan MERS in 2014, toen we ook even dachten dat een nachtmerrie op ons af kwam. Niemand kon voorspellen dat de maatschappij zou worden lamgelegd. Maar het is zoals een oorlog: vanuit historisch perspectief is het logisch dat op een gegeven moment een oorlog uitbreekt, want we hebben er al decennia geen gehad.’

Marx: ‘Niet alleen ons geheugen is kort, ons vermogen om rationeel vooruit te kijken is ook slecht. Zelfs nu. In het relancecomité kregen wij een presentatie van uw collega Niel Hens. De tweede golf stond erop, en toch leek dat niet bij iedereen door te dringen. Het ging over heropstarten, terwijl de feiten je in het gezicht staarden.’

©Diego Franssens

Meneer Bourlon, u was erg boos in de zomer, omdat de pretparken niet mochten openen. Komt u daar nu op terug?

Bourlon: ‘Op een gegeven moment begon ik zo op de cijfers te focussen. Ik heb het aantal verkeersslachtoffers opgezocht: dat waren er meer dan het aantal ziekenhuisopnames op dat moment. Maar de straten sluiten we niet! Ik heb veel gewandeld in de Ardennen, in de omgeving van Stoumont. Dan zat ik vol teken, en vroeg ik me af: waarom verdelgen we die niet allemaal? De ziekte van Lyme maakt ook slachtoffers. Je begint je zo op te winden dat je begint te fantaseren.’

Marx: ‘Het verschil is dat het coronavirus exponentieel besmettelijk is.’

Vlieghe: ‘Het is inderdaad van een totaal andere grootteorde. Zelfs wij begonnen ons op een gegeven moment af te vragen: is dit nog te verantwoorden, zijn we wel goed bezig? Tot je de berekeningen maakt. Van het aantal vermeden besmettingen en overlijdens, maar vooral van wat het betekent als de zorg overbelast raakt en inklapt.’

‘We hebben dat in de tweede golf een piepklein beetje gezien, maar het is waar we ook vandaag het meest bang voor zijn. Als nu een dikke golf begint, hangen we: de ziekenhuizen liggen nog stampvol.’

©Diego Franssens

Hoe lastig is het om telkens de boeman te moeten spelen, ook als u kritiek krijgt van mensen die bezorgd zijn om hun bedrijf of hun inkomen?

Vlieghe: ‘It’s a dirty job, but someone has got to do it. Zolang de discussie intellectueel correct verloopt, heb ik daar geen problemen mee. Maar in september werden wij afgeschilderd als onmensen, die angst aanjagen en geen oog hebben voor welzijn. Dat moet ook aandacht krijgen, maar dat los je niet op door de cijfers te minimaliseren. Als je je ogen sluit, gaat het virus niet weg. Integendeel.’

Meneer Marx, u legde de vinger op de wonde toen u schreef dat we als land in deze crisis maar in één zaak uitblonken: de statistiek, het tellen van de doden.

Marx: ‘We staan niet bekend als een land dat snel en goed statistieken aflevert. Maar in de eerste golf werd opeens geponeerd dat we het niet zo slecht deden. We telden gewoon buitengewoon goed, klonk het. Maar hoe je het ook berekende, we waren nooit goed bezig: niet voor de oversterfte, noch qua economische impact. België is internationaal rondgegaan als een slecht voorbeeld, op eenzame hoogte. Je kan je die imagoschade moeilijk voorstellen. Mijn Amerikaanse partner werd voor gek verklaard omdat ze naar hier wilde afreizen.’

Ik kan mij enorm opladen aan een beetje Klara of wegdromen bij werken zoals deze. Zelfs in die mate dat het gevaarlijk wordt: je wil dan meer. En dat gaat nu niet.
Erika Vlieghe

‘Er ontstond ook een kakofonie aan meningen, met veel ruis in het publieke debat. En we zijn al een wantrouwig volkje dat niet in de pas loopt. Met een heel diverse samenleving bovendien, een onderschat gegeven. Mevrouw Vlieghe, u bent een buitengewoon communicator. Maar bereikt u de mensen die u moet bereiken, hoe helder u het ook brengt?’

(Vlieghe knikt instemmend)

©Diego Franssens

Bourlon: ‘Voor ons is het problematisch dat wij ook vandaag geen antwoorden krijgen. Een bedrijf moet vooruitkijken: drie maanden, vijf, wat geeft 2021? Wij praten met banken omdat onze schuldgraad omhooggaat na zo’n moeilijk jaar. We krijgen geen antwoord, dus redeneer ik: krijgen de ouderen een vaccin, dan daalt het sterftecijfer en neemt de druk op de ziekenhuizen af. Dan hoop ik wel te kunnen starten. Als men in één dag alle mensen kan laten stemmen, moet het toch ook lukken iedereen te vaccineren?’

Vlieghe: ‘Dat kan in theorie, maar we hebben niet genoeg vaccins.’

Bourlon: ‘Die 300.000 vaccins, dat lukt toch in één dag? Voor ons is het acuut, hoor (lacht). Want de vragen blijven: mogen we in de krokusvakantie beginnen? Tegen 100 procent? In een zaal, in een park? Wat doen we met onze geplande investeringen? Er lopen contracten met aannemers, verbreken we die? We zitten in de mist en dat is problematisch.’

©Diego Franssens

Vlieghe: ‘Het is bon ton te zeggen dat we alles kunnen opengooien als we de kwetsbare groepen hebben ingeënt. Zo simpel is het niet. Als we de bewoners van woon-zorgcentra en hulpverleners hebben gehad, zijn we tot ver voorbij maart bezig met de hele groep 65-plussers. Niet alleen de heel oude mensen liggen in het ziekenhuis, ook veertigers, vijftigers, zestigers. En dan zijn er nog jongere mensen met onderliggende aandoeningen.’

‘We gaan er gemakshalve ook van uit dat het vaccin zo goed is als de studies beloven. Ik heb daar vertrouwen in, maar we weten niet hoe performant het vaccin is op langere termijn. En we moeten er rekening mee houden dat het bij een aanzienlijke groep minder goed werkt. Wat met hoogbejaarden of mensen met immuniteitsproblemen?’

‘Wil dat zeggen dat je moet wachten tot de allerlaatste jongere gevaccineerd is om te lossen? Nee, het zal au fur et à mesure gaan, en steeds op basis van de cijfers. Als jij mij vraagt of het in de krokusvakantie kan, dan denk ik: dat is te vroeg. Pasen lijkt realistischer als ankerpunt om iets meer te heropenen.’

©Diego Franssens

Bourlon: ‘Ik verwacht een plan van de overheid. Al was het maar zodat de restaurants weten wanneer ze hun koelkasten kunnen vullen.’

Vlieghe: ‘We kunnen zeggen vanaf welk punt wat mogelijk wordt, maar we weten jammer genoeg niet wanneer die begindatum valt. En we weten ook niet hoelang de voorspelde fases tussen verdere versoepelingen exact zullen duren.’

Bourlon: ‘Ik ben een positief mens en ik klamp mij vast aan positief nieuws. Ik hoorde vanochtend op de radio over sneltesten. Dan begint het bij mij al te tintelen: we zetten een grote tent voor onze zaal in Puurs, en wie een kwartier na de sneltest negatief test, mag binnen.’

Marx: (lacht) ‘En wie positief test, kan doorrijden naar Pfizer. Dat is toch vlakbij.’

Vlieghe: ‘Het is eigen aan u als ondernemer om heel snel oplossingen te zoeken. Dat is uw sterkte, anders zaten wij hier niet in deze mooie omgeving. Maar het is nog wat prematuur, want we weten te weinig over de sneltesten.’

De grote vraag is: hebben we niet overgestabiliseerd? De Nationale Bank stelt vast dat er miljarden op de spaarboekjes zijn bijgekomen.
Ive Marx

Kan een ondernemer als Hans Bourlon, die grote groepen ontvangt, een vaccinatie eisen van de mensen die zijn parken en voorstellingen bezoeken?

Vlieghe: ‘Dat lijkt me aannemelijk, uit uw standpunt. Kijk naar het internationaal reizen: er zijn veel mensen tegen vaccinatie, maar ze zijn wel bereid zich tegen gele koorts te laten vaccineren omdat ze anders bepaalde landen niet in mogen.’

Bourlon: ‘Ik heb twijfels of dat zomaar mag, mensen weigeren. Ik geloof eerder in de combinatie van sneltests en vrijwillige vaccinatie, die je bijvoorbeeld aantoont met een attest.’

Vlieghe: ‘Dat zijn interessante pistes, maar het is op dit moment spielerei. We zijn tot eind 2021 bezig met systematisch vaccineren.’

Bourlon: ‘Als we hier volgend jaar rond deze tijd zitten, blikken we toch terug op iets dat voorbij is, hoop ik?’

Vlieghe: ‘Iets wat bijna voorbij is.’

Bourlon: ‘Dat is een zekerheid?’

Vlieghe: ‘Zelfs dat durf ik niet te zeggen. In 1914 wisten ze ook niet waar ze aan begonnen.’

Misschien wordt 2021 nog zwaarder dan dit jaar, zeker als we naar een derde golf gaan?

Vlieghe: ‘Mentaal sowieso, de winter is nog lang. We zitten hier al lang in, en we weten niet wat het nieuwe jaar brengt. Ik ben ook een optimistisch persoon, maar ik voel mij verplicht eerlijk en realistisch te zijn. Er zijn veel beloftes, van vaccins tot sneltests. Het blijft afwachten of die het waarmaken.’

Vuur

We verhuizen naar buiten, voor een glas rond de vuurkorf. Traiteur Luc Vis zet coronaproof bordjes met oesters neer, gevolgd door een verse garnaalkroket, een glaasje everzwijnpaté met vijgenconfituur en een kopje hete kreeftensoep. Vlieghe zet alleen haar mondmasker af om een slokje of een hapje te nemen.

Vroeger ging ik bijna elke middag eten, ‘s avonds wist ik vaak niet meer wat op mijn bord lag. Ik kijk er enorm naar uit dat echt te herontdekken, zodat ik wel onthoud wat ik gegeten heb.
Hans Bourlon

Alleen de kerstboom ontbreekt. Iedereen heeft een pakje meegebracht. Vlieghe schenkt een Klara-verzamel-cd aan Marx (‘wat geef je anders aan iemand die je niet goed kent?’). Bourlon geeft Vlieghe een soort mini-ecosysteem van een plant met een lamp erop (‘als symbool voor het feit dat de vernietiging van de natuur aan de basis van dit virus ligt’). En de Studio 100-baas neemt de perenboom van Marx in ontvangst (‘die krijgt een plaatsje in de veranda’).

De econoom gaat door over zijn specialiteit, armoede, en de verborgen impact van deze crisis: van leerachterstand en huiselijk geweld tot meer vraag bij de voedselbanken. ‘Er zijn echte drama’s en gepercipieerde drama’s’, legt Marx uit. ‘Je moet een onderscheid maken tussen de impact van corona op armoede en op de ongelijkheid en de ongelijke impact van corona. Ik betwijfel of er een sterke toename van armoede is, net zoals ik betwijfel dat covid de grote ongelijkmaker is. Maar er is wel degelijk een aangetoond probleem van leerachterstand, zeker voor kwetsbare leerlingen. En dan zijn er nog de depressies en de gevolgen voor het mentaal welzijn.’

In de armoedecijfers is de crisis dus nog niet te zien?

Marx: ‘Ik hield in maart mijn hart vast. De economie is gekrompen met 35 procent, en er zijn heel wat kwetsbare mensen met lage inkomens. Maar er is ook een massaal en volgehouden stabilisatie gekomen, met allerlei steunmaatregelen. Als je van Mars komt en je vraagt de statistieken van de arbeidsmarkt op, dan zou je niet zien dat hier iets is veranderd: de werkloosheid is nauwelijks toegenomen en de tewerkstelling nauwelijks afgenomen. Er zijn wel een paar duizend leefloners bijgekomen, de voedselbanken hebben wat meer vraag. Maar in verhouding tot de impact van de schok is er weinig gebeurd.’

‘De grote vraag is: hebben we niet overgestabiliseerd? De Nationale Bank stelt vast dat er miljarden op de spaarboekjes zijn bijgekomen.’

Bourlon: ‘In maart had ik geld afgehaald, en in augustus zat dat nog in mijn portefeuille. Je kon eigenlijk niets opdoen.’

Vlieghe: ‘Tegelijk heb ik het moeilijk met het gebrek aan weerbaarheid bij bepaalde mensen. Natuurlijk: hoe armer je bent, hoe moeilijker het is om sterk te zijn. Er zijn mensen die zichzelf al de hele tijd moeten heruitvinden, die hoor je niet klagen. Denk aan een alleenstaande, chronisch zieke moeder, dat is de hel. Maar er is een tussenlaag van mensen die het goed hebben, een inkomen hebben en toch de stenen uit de grond klagen.’

©Diego Franssens

Er zijn ook veel kunstenaars die door allerlei gaten in het net helemaal geen inkomsten meer hebben en niet van steunmaatregelen kunnen genieten.

Bourlon: ‘Er zitten altijd gaten in het systeem. Sommige sectoren, zoals de horeca, komen heel goed voor hun belangen op. Dat is ook een duidelijk afgebakend domein. Bij ons in de evenementensector is dat veel minder het geval, zelfs trouwfeesten vallen daaronder.’

Het komt er dus op aan goed te lobbyen?

Bourlon: ‘Je moet je in elk geval verenigen om gehoord te worden.’

Erika Vlieghe maakte zich boos toen ook de eventsector in het adviesorgaan Celeval opgenomen werd.

Vlieghe: ‘Op den duur zaten daar zo veel mensen uit de niet-medische sector in dat we niet meer slagkrachtig genoeg waren om de boodschap te geven dat het virus in opmars was. Als een patiënt met een hartinfarct binnenkomt, moet je ook niet eerst een liedje zingen, maar gewoon opereren. Die urgentie was er niet.’

De kritiek van Ive Marx op al die adviescomités was dat de besluitvorming geheim gehouden werd.

Marx: ‘Dat was symptomatisch voor de beleidscultuur in ons land. De aanpak is nog altijd heel paternalistisch. Het gebrek aan transparantie ondergraaft ook de legitimiteit van de maatregelen. Zo krijg je de indruk dat bepaalde lobbygroepen beter behandeld worden dan andere.’

U knikt, mevrouw Vlieghe?

Vlieghe: ‘Ik ben het helemaal eens. Transparantie is in ons eigen belang. In het nieuw adviescomité zullen we daar werk van maken, de verslagen komen op een website. Dan is het duidelijk waar het beleid van onze adviezen afwijkt.’

Er blijft ook veel onduidelijkheid over de bron van de besmettingen. De horeca zegt dat de sluiting tot meer besmettingen geleid heeft, omdat mensen meer thuis afspreken.

Vlieghe: ‘Het is gemakkelijker om besmettingen in woon-zorgcentra en scholen te traceren dan in de horeca of het openbaar vervoer. Dat wil niet zeggen dat daar minder besmettingen zijn.’

Wat denkt een ondernemer als minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke toegeeft dat hij de horeca sloot om een schokeffect te creëren, niet op basis van wetenschappelijk advies?

Bourlon: ‘Toen wij na maanden sluiting midden november groen licht kregen om onze 400.000 geannuleerde bezoekers te herboeken, hebben wij meteen 70.000 mensen herboekt. Een week voor we konden herbeginnen, kregen we opnieuw te horen dat het niet kon. Dat geeft een enorme frustratie. Ik begrijp dus de frustratie van andere ondernemers. Maar ik zou ook niet in de schoenen van een politicus willen staan. Je moet keuzes maken die nooit voor iedereen goed zijn.’

Pakt deze regering het beter aan dan de vorige?

Vlieghe: ‘Dat is voor mij een delicate vraag, ik doe niet aan politiek. Deze regering heeft veel kunnen leren van de vorige. Ik heb wel de indruk dat meer nagedacht wordt over de strategie en het beleid. In het begin was er geen plan. Natuurlijk maak ik mij soms kwaad en vloek ik. Maar ook ik zou niet graag in de plaats van de politici willen zijn.’

Ive Marx, u bent al maanden heel hard voor het politieke beleid. Begrijpt u dan niet hoe moeilijk het is om zoveel ballen tegelijk in de lucht te houden?

Marx: ‘Ja. Het overviel ons. Er was geen precedent, geen draaiboek. Maar nu zijn we negen maanden verder, de nieuwe regering is drie maanden bezig. Dan is er toch tijd om een doordacht socio-economisch beleid uit te werken? Maar veel heb ik nog niet gehoord over hoe de relance eruit moet zien. Er wordt wel een extra premie aan tijdelijk werklozen gegeven. Daar val ik eerlijk gezegd van achterover. Als je de adviezen van de eigen administratie of het Planbureau wat volgt, zie je toch dat dat niet de verstandigste manier is om je geld te spenderen?’

We denken beter eens na over hoelang mensen in tijdelijke werkloosheid kunnen blijven zitten, zegt u.

Marx: ‘Ja, want hoe langer je erin zit, hoe groter de kans dat je echt werkloos wordt. Dat systeem is een veiligheidsmechanisme, een airbag. Om een tijdelijke noodsituatie op te vangen, niet om mensen maanden in te laten zitten. Zeker als je weet dat fundamentele transformaties in onze economie zullen opduiken, bijvoorbeeld in de reis- of de evenementensector. Andere landen hebben wel snel ingezet op heroriëntatie en opleiding. Bij ons kan de VDAB nauwelijks iets doen voor mensen die aan hun werkgever gebonden blijven via dat systeem.’

Je kan de werknemers van Studio 100 toch niet vragen iets anders te studeren, als Hans Bourlon ze over enkele weken weer nodig heeft?

Marx: ‘Dit moet het moment zijn voor werknemers om eens een loopbaancheck te doen: waar sta ik in mijn carrière, welke perspectieven heb ik, zijn er andere plaatsen waar ik aan de slag kan?’

Bourlon: ‘Uit onze sector zijn al veel mensen verdwenen, en dat is jammer.’

Marx: ‘In zekere zin is dat goed. En als de sector herneemt, komen die wellicht terug.’

Bourlon: ‘Het zijn vaak de meest dynamische mensen die we kwijt zijn.’

Marx: ‘Ik hoor van hr-directeurs dat talloze mensen thuis zitten te wachten op een job die niet terugkomt. Dat is ook dramatisch. Al investeert de Vlaamse regering nu wel 190 miljoen euro in opleidingen, een goede zaak.’

Vlieghe: ‘In de zorg blijven er handen te kort aan het bed. Ik mag hopen dat sommige mensen de stap naar onze sector zetten. Zelfs van jullie creatiefste medewerkers hoop ik dat enkelen zich herscholen, en misschien patiënten aan het bed verblijden. Ook het onderwijs heeft behoefte aan goede mensen.’

Zal deze crisis onze economie drastisch veranderen? Zullen we nog massa-evenementen als Tomorrowland of Rock Werchter organiseren?

Vlieghe: ‘Ik denk het wel. Al zal het nog niet in de zomer van 2021 zijn, tenzij in een of andere gemodificeerde versie. De reissector verandert mogelijk wel. Al duurt dat misschien maar een of twee seizoenen, zeker als je ziet hoe hard mensen nu al verlangen naar hun volgende vakantie.’

Zal uw evenementensector ooit nog dezelfde worden, meneer Bourlon?

Bourlon: ‘De topman van het Sportpaleis, Jan Van Esbroeck, ook zo’n ondernemer die zich vastklampt aan elke strohalm, speelde me een artikel door over de Spaanse griep. In de periode erna ging Broadway van 30.000 naar 50.000 theaterstoelen, omdat mensen herontdekten hoe waardevol het was om samen naar een voorstelling te gaan.’

Zegt de wetenschapster in Erika Vlieghe niet dat we zullen moeten opletten met massabijeenkomsten in de toekomst?

Vlieghe: ‘Ik herken die heimwee, en ga blij zijn als ik opnieuw naar een voorstelling kan gaan. Maar ik ga blijven griezelen als ik weer veel mensen dicht bij elkaar gepakt zie op een kleine ruimte, want er zal wel weer een ander vies beest opduiken.’

Wat is het eerste wat u gaat doen, als het kan? Opnieuw dwarsfluit spelen in de harmonie van Erps-Kwerps?

Vlieghe: ‘Ja, want mijn laatste repetitie dateert al van augustus. Ik dans ook graag op folkmuziek. Dat is nu onmogelijk: je wisselt voortdurend van partner en danst in een slecht geventileerde ruimte.’

Marx: ‘Ik wil graag gaan eten met vrienden die ik nu alleen via Zoom zie. Of mij op vrijdagavond na het werk nog eens een weg banen naar de toog van een volgepakt café op de Antwerpse Ossenmarkt.’

Bourlon: ‘Vroeger ging ik bijna elke middag eten. ‘s Avonds wist ik zelfs vaak niet meer wat op mijn bord lag. Ik kijk er enorm naar uit weer op restaurant te gaan en dat te herontdekken, zodat ik wel onthoud wat ik gegeten heb.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud