interview

‘We moeten investeren waar we het verschil maken’

Thomas Dermine, staatssecretaris voor de Relance ©Diego Franssens

‘Ja, de coronacrisis is een drama en de gevolgen zijn zwaar, maar het is een kans om het systeem te veranderen’, zegt Thomas Dermine, de PS-politicus die ons land met een relanceplan weer naar economische groei moet loodsen. ‘We moeten investeren waar we het verschil maken.’

‘Als België er niet in slaagt om de komende maanden een relanceplan te lanceren, is dat een schande.’ Thomas Dermine (34) stroopt als kersvers staatssecretaris voor Relance, zijn eerste politieke mandaat, meteen de mouwen op. De handelsingenieur was tot zes weken geleden de directeur van de PS-studiedienst en maakte daarvoor carrière bij consultancyreus McKinsey in het buitenland. Tot PS-voorzitter Paul Magnette hem terug naar België haalde.

De politicus Dermine opereert nog altijd als een consultant. ‘Ik weet niet hoe zo’n interview normaal verloopt, geef ik een presentatie?’, steekt hij van wal. ‘Ik heb slides voorbereid.’

Het corona-effect, de nieuwe economie na de pandemie

©Filip Ysenbaert

Corona heeft inkomsten doen crashen, businessmodellen ontwricht, gewoontes dooreengeschud, veranderingen doorgeduwd. Wat keert terug naar het oude? Wat blijft voor altijd anders? En vooral: welke kansen biedt dat?

Zijn aanpak is methodisch, met uit- getekende werkprocessen en roadmaps. Geen overbodige luxe. Als staatssecretaris voor Relance is hij immers de coördinator van alle overheidsinitiatieven die tot een economische heropleving kunnen leiden na de klap door de coronacrisis.

En de klok tikt. Tegen eind april moet hij een Belgisch plan indienen bij de Europese Commissie om aanspraak te maken op centen uit het Europese herstelprogramma. ‘Europa waarschuwt: de deadlines zijn strikt en er moet een consensus over het plan zijn op alle niveaus, dus bij de federale regering en de regeringen van de deelstaten. Mijn kabinet is het aanspreekpunt, maar de projecten komen van de verschillende bevoegde ministers.’

Wat op het spel staat: een investeringsbudget van 5,15 miljard euro in de vorm van Europese subsidies. ‘Hoe sneller we gaan, hoe beter. We moeten klaarstaan op het moment dat de bedrijven weer in gang schieten, geen vijf jaar later’, zegt hij. Maar eerst is het zaak de gezondheidscrisis te bedwingen. ‘Met ons plan zullen we opnieuw voor brandstof zorgen, maar eerst komt het erop aan de motor intact te houden, zeg ik altijd. We moeten het aantal faillissementen zo veel mogelijk beperken en jobs redden met steunmaatregelen.’

Met welke brandstof wilt u die motor weer laten draaien?

Thomas Dermine: ‘Die moet komen van meer koopkracht - dat zijn de sociale hervormingen van deze regering - en van investeringsprojecten. We willen daarbij vooral toekomstgericht werken. De schok die we door corona beleven, komt boven op vijf grote structurele uitdagingen waar we al voor stonden: vergroening, digitalisering, mobiliteit, solidariteit en productiviteit. Om problemen van die grootteorde aan te pakken, moet je werken met grote publieke investeringen, want die veroorzaken een multiplicatoreffect in je economie. Elke euro die de overheid investeert, levert via andere wegen iets op. Eigenlijk beleven we vandaag een uitzonderlijk keynesiaans moment (naar het model van de overheidsinvesteringen van de Britse econoom John Maynard Keynes, red.).’

U hebt weinig tijd om een consensus te vinden.

Dermine: ‘Het opmerkelijke is dat we al een basis hebben: het strategische investeringsplan van de regering-Michel van 2018. Dat is er en het is goed. Het gaat over investeringen in telecomnetwerken, in digitalisering, waterstofeconomie… Het is toen dode letter gebleven omdat de politieke agenda is veranderd. Het was ook een theoretisch plan, zonder concrete projecten, en we zaten in een budgettair keurslijf van Europa dat het niet toeliet. Ik stel vast dat de wereld in twee jaar veranderde. Europa staat niet meer op de rem, integendeel, en er zijn nog weinig mensen die er niet van overtuigd zijn dat overheden nu vooral moeten investeren. Dat is voor mij ook een boodschap van hoop: ja, de coronacrisis is een drama en de gevolgen zijn zwaar. Maar het is een kans om het systeem te veranderen.’

Ik hoop dat we niet al onze tijd verspillen met beslissen wie welk deel van het geld krijgt.

‘Als kabinetschef van Paul Magnette heb ik de afgelopen maanden met zowat alle politieke partijen contact gehad, de N-VA inbegrepen. Ik heb de voorbije zes weken gebruikt om onze visie uit te werken. Eerlijk gezegd bestaat over die visie weinig discussie. Iedereen beseft dat we voor een digital cliff staan en dat we daarrond maatregelen moeten uitwerken. Iedereen beseft dat onze bedrijven minder vervuilend moeten worden. Dat vind je zowel in het Vlaamse, Waalse, Brusselse als het federale regeerakkoord terug.’

U rekent in de eerste plaats vooral op de vijf miljard van Europa. Maar hoever springen we daarmee?

Dermine: ‘Vijf miljard is 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is veel geld. Tegelijk is het inderdaad weinig als je ziet waar we voor staan. Het moet dus absoluut de bedoeling zijn om daar een zo groot mogelijke hefboom onder te zetten door privaat geld te mobiliseren. We schatten zo tot een budget te komen dat twee tot vier keer zo groot is. Dat kan bijvoorbeeld door publiek-private samenwerkingen op het getouw te zetten, zoals dat destijds is gebeurd met de Scholen van Morgen in Vlaanderen. Zo is men erin geslaagd om meer dan 1 miljard euro vrij te maken voor de renovatie van schoolgebouwen.’

Hoe worden de centen verdeeld tussen de deelstaten?

Dermine: ‘Ik hoop dat we niet al onze tijd verspillen met beslissen wie welk deel van het geld krijgt. Ik weet dat het voor journalisten moeilijk te geloven is, maar de deelstaten zijn echt zeer constructief.’

Is dat niet naïef? Alle deelstaten vragen nu al hun deel van de koek.

BIO Thomas Dermine

Geboren in 1986 in Charleroi.
Staatssecretaris voor Relance en Strategische Investeringen, Wetenschapsbeleid in de regering-De Croo.
Ging naar school in Dendermonde, is handelsingenieur en politicoloog en vervolmaakte zich in de publieke financiën aan de Harvard University in Boston.
Na een carrière in het buitenland bij McKinsey werd hij in 2019 directeur van het Institut Emile Vandervelde, de studiedienst van de PS.

Dermine: ‘Een tijd geleden zijn er inderdaad wat uitspraken over gedaan. Aan tafel zie ik eerlijk gezegd een andere dynamiek. Iedereen beseft dat we moeten gaan voor die projecten die ons het meest opbrengen. In een centralistische staat is het misschien gemakkelijker om een relanceplan op te stellen. In Frankrijk heeft Parijs op economisch vlak alle macht in handen en hun relanceplan is dus zo goed als klaar. Maar is dat per se beter? Omdat wij een gedecentraliseerd land zijn, weten we beter wat waar nodig is en kunnen we gerichter werken. Het besluitvormingsproces is veel complexer: in allerhande werkgroepen zijn nu zo’n 200 mensen aan het werken aan de relance. Maar als je tot een akkoord kunt komen, heb je een veel sterker plan.’

Op welke projecten wilt u inzetten?

Dermine: ‘We kregen al meer dan 200 projecten binnen. Klimaat is een heel belangrijk. Door de geplande kernuitstap moeten we fors investeren in hernieuwbare energie. Dat stelt ons voor tal van uitdagingen op het vlak van energietransport en rond het opslaan van energie met behulp van batterijen. Ook de renovatie van gebouwen speelt daarbij een rol, want door slechte isolatie gaat veel energie verloren.'

Ons grootste probleem is de knoop rond Brussel

'De overheid moet daarin een voorbeeld zijn. Sommige musea, gerechtsgebouwen of gevangenissen verkeren in een deplorabele toestand en moeten worden gerenoveerd en energie-efficiënter gemaakt. Zet tussen haakjes dat ik het niet per se over het Brusselse justitiepaleis heb (lacht).’

‘Daarnaast moeten we ook iets doen aan onze mobiliteit. Ons grootste probleem is de knoop rond Brussel. Een oplossing daarvoor vinden, is in het belang van Brussel, Wallonië én Vlaanderen. Als we dat niet samen doen, doet elk zijn ding en gebeurt er niks.’

Hoe maak je dat de beste projecten het halen en niet de projecten die al jaren in een schuif liggen te wachten? Hoe vermijd je dat het geld gaat naar prestigeprojecten die weinig opbrengen, zoals het station van Bergen?

Dermine: ‘Ik heb het station van Bergen nog niet gezien, dus ik ga daar niets over zeggen. Kijk, in politiek heb je zoals de Engelsen zeggen het onderscheid tussen politics en policy. Politics, dat is het politieke spel met verkiezingen en campagnes. Policy, dat is het beleid. Je hebt een probleem en je wil dat zo efficiënt mogelijk oplossen. Om dat te kunnen doen, heb je objectieve criteria nodig. Wat is de impact op de mobiliteit? Op het klimaat? Europa helpt ons met het prioriteren. 37 procent van de investeringen moet naar groene projecten gaan, 20 procent naar digitalisering. Om een te versnipperde aanpak te vermijden, is ook besloten dat het om projecten van minstens 10 miljoen euro moet gaan.’

‘Maar beleid staat nooit los van de politiek, het kader waarbinnen we werken. We willen dat iedereen een deel van de koek krijgt, zodat niemand zich vergeten hoeft te voelen. We moeten een evenwicht zoeken tussen het rationele beleid en die politieke belangen.’

Een crisis is een kans op economische vernieuwing. Waar moet België in uitblinken?

Dermine: ‘Het is moeilijk om dat nu al te zeggen, want dat hangt af van de projecten die worden ingediend. Maar het is duidelijk dat het relanceplan meer zal zijn dan wat nieuwe ramen steken en daken leggen op een gerechtsgebouw. Ik ben al even door de voorlopige lijst van projecten gegaan en daar zitten fantastische dingen tussen.'

'België heeft een heel sterke voedingssector en veel expertise in niet-dierlijke eiwitten. Er zijn Belgische bedrijven betrokken bij de Europese plannen om vliegtuigen op waterstof te doen vliegen. We gaan investeren in die domeinen waarin we het verschil kunnen maken. Je kunt wel miljoenen in artificiële intelligentie steken, maar de rest van de wereld is daar ook mee bezig en steekt er miljarden in. Daar kun je moeilijk tegen opboksen. Als kleine open economie is het de vraag in welke niches we moeten investeren om een competitief voordeel te creëren.’

Als u meer wilt doen dan de herstelfondsen van Europa inzetten, zit u wel met een probleem. Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank, zegt dat België voor relance geen geld heeft.

Dermine: ‘Hij zegt dat we een onderscheid moeten maken tussen wat structureel en wat conjunctureel is als investering en hij heeft gelijk. Zoals bij een huishouden is er een verschil tussen geld lenen om een huis te kopen of om elke week op reis te gaan. Dat geldt ook voor een overheid. Uit een studie van het Planbureau blijkt dat het bbp na tien jaar 1,63 procent hoger ligt en na 20 jaar 2,77 procent als je de publieke investeringen verhoogt met 0,5 procent van het bbp. Dat effect is allicht nog groter als je uit een recessie komt zoals we die nu kennen.’

We kijken in België heel dogmatisch naar onze schuld

‘We kijken in België trouwens heel dogmatisch naar onze schuld. De vraag of onze overheidsschuld boven of onder de 100 procent van het bruto binnenlands product zit, is niet relevant. Het gaat over de rentelast. We zitten vandaag met een zeer lage rente, dus ik zie eerlijk gezegd het probleem niet.’

Is economische groei nog een doel voor u? Aan linkse kant gaan nogal wat stemmen op om die groei los te laten.

Dermine: ‘Het is even dom om te spreken over hoeveel economische groei je nodig hebt als over wat de maximale schuld is die een overheid aankan. Alles hangt af van wat die economische groei betekent. We moeten streven naar een groei die gepaard gaat met een vergroening van de economie en een rechtvaardige samenleving. Groeien en de economie verbeteren zijn niet elkaars tegenovergestelde. Integendeel, ze kunnen elkaar versterken.’

Tot nog toe werkte u achter de schermen. Doet het u plezier om voor het voetlicht te treden?

Dermine: (snel) ‘Plezierig? Neen. Het is een uitdaging. Ik heb me lang de vraag gesteld of ik achter de schermen zou blijven. Maar ik maak me zorgen over hoe de politiek in ons land evolueert en dan vooral over de ruk naar de extremen. Ik heb mezelf al vergeleken met Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken. We zijn even oud, we delen een aantal generatiedingen zoals onze vestimentaire code en we zijn heel sterk gehecht aan onze regio. Het fundamentele verschil is dat ik geloof in een toekomst gericht project en dat hij terug wil naar het verleden. Ik merk dat die blik op het verleden succes heeft bij heel wat jongeren en ik wil daar iets tegenover zetten.’

‘Het gaat natuurlijk ook over opportuniteiten. Ik ben altijd gepassioneerd geweest door het vraagstuk van de relance en over hoe je een samenleving daarmee een bepaalde richting in kunt duwen. Ik heb daar destijds aan de ULB mijn masterproef over geschreven en ik heb er in de Verenigde Staten rond gestudeerd. Bij het opstellen van het regeerakkoord ben ik daar ook intens mee bezig geweest. Maar ik had nooit gedacht dat deze kans zou komen. In Wallonië zeggen we: l’occasion fait le larron. De gelegenheid maakt de dief. Maar misschien moet je dat zo niet opschrijven (lacht).’

Lees verder

Advertentie
Advertentie