Advertentie
Advertentie
interview

'Veel jongeren misten een cruciale stap in hun ontwikkeling'

Als het over de impact van de lockdowns op het mentale welzijn van jongeren gaat, luisteren ze in Nederland aandachtig naar de Vlaamse stem van Robert Vermeiren. De professor kinder- en jeugdpsychiatrie ziet het aantal depressies, angstaanvallen en eetstoornissen snel toenemen en waarschuwt voor een verloren generatie.

Hij heeft zijn tieners uit huis gebannen, ‘omdat de Nederlanders de jongste weken alle maatregelen hebben losgelaten en er te veel besmettingen zijn bij het jonge grut.’ Robert Vermeiren (53) wil niet ziek worden. Zondag wordt hij verwacht in ‘Zomergasten’, het populaire Nederlandse televisieprogramma waarin een select kransje gasten uitgebreid wordt geïnterviewd.

Bij onze noorderburen is de Vlaamse hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie van het LUMC Curium, het academisch centrum in Leiden voor kinderen met ernstige psychische problemen, een autoriteit die geregeld de leiding neemt in maatschappelijke discussies. In de tweede lockdown schreef hij samen met collega’s een brandbrief waarin hij waarschuwde voor een covidgeneratie van jongeren die onder de inperking van hun vrijheid lijden.

‘Als deze crisis te lang duurt en we te weinig aandacht voor deze jongeren hebben, kan dat hun ontwikkeling blijvende schade toebrengen’, zegt hij in de achtertuin van zijn huis in Utrecht, tussen twee online vergaderingen door. ‘Natuurlijk zijn jongeren veel flexibeler en veerkrachtiger dan volwassenen. Maar op deze leeftijd doen ze levensnoodzakelijke ervaringen op. En als die er lange tijd niet zijn, missen ze een cruciale stap in hun ontwikkeling.’

Profiel

Robert Vermeiren (53) groeide op in Sint-Martens-Latem en Gent, waar hij afstudeerde als psychiater. Via de bekende Vlaamse psychiater Theo Compernolle kreeg hij een stage in Nederland bij de kinderpsychiatrische kliniek in Alkmaar. Vanaf toen specialiseerde hij zich in de kinder- en jeugdpsychiatrie.

Vandaag is Vermeiren hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie en sub-afdelingshoofd van LUMC Curium, een academisch centrum in Leiden voor kinderen met ernstige psychische problemen. Met functies bij de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en als hoofdredacteur van het vakblad De Psychiater is hij een belangrijke stem in het Nederlandse zorgdebat. Tot 2014 was hij ook beleidspsychiater bij de afdeling Forensische jeugdpsychiatrie van de Universiteit Antwerpen.

Over welke generatie gaat het?

Robert Vermeiren: ‘Er is geen echte leeftijd op te plakken. Het gaat om het moment dat ze de stap zetten van het veilige milieu van het gezin en de vaste leerkracht op school naar de jungle daarbuiten. Vaak is dat de overgang naar de middelbare school, met wisselende leerkrachten en een grotere groep jongeren rond zich. Maar dat kan ook later, bij het wisselen van studierichting of school. Ook studenten die naar de hogeschool of de universiteit gaan, zijn kwetsbaar. Dat leidt tot een sterke toename van psychische problemen.’

‘Vooral die overgang op jonge leeftijd is cruciaal, omdat je dan moet leren anderen te vertrouwen, en via andere contacten je eigen identiteit moet opbouwen. Daarbij is het belangrijk te gaan experimenteren. Als je de hele tijd thuis achter een schermpje zit, lukt dat gewoon niet. Sociale media zijn fantastisch, maar je mist de nuance van de sociale contacten. U bent niet voor niets tot in Utrecht gereden om me live te interviewen.’

Is het echt zo dramatisch? De scholen gingen dit voorjaar toch langzaam weer open, en het gewone leven heeft zich weer op gang getrokken?

Vermeiren: ‘Jongeren zijn kortetermijndenkers. Een jaar verder is al veel te ver. Alles moet hier en nu gebeuren. Dat ze angstiger en depressiever zijn, komt omdat ze dat tijdsperspectief niet hebben. Als ouders tegen kinderen zeggen dat ze ook hun vrienden moeten missen, vergeten ze dat ze die al jaren kennen en dat die over jaren nog even goede vrienden zullen zijn. Dat gaat niet op voor jongeren, bij wie dat toekomstperspectief nauwelijks bestaat.’

Is in de hulpverlening sprake van een tsunami aan patiënten?

Vermeiren: ‘Die is begonnen vanaf de tweede golf. In het begin was corona nog wat spannend. We zagen het als een belevenis waarover we later zouden kunnen praten met onze kinderen en kleinkinderen. We zagen toen wel een stijging van opnames bij angstige mensen die nog angstiger werden, maar er waren ook kinderen en jongeren die het net beter deden, omdat ze zich veilig voelden achter hun scherm.’

‘De grote toename kwam er vanaf oktober vorig jaar, toen bleek dat het echt lang ging duren. Toen kwam er een tsunami van jongeren die met automutilatie, suïcidegedachten en eetstoornissen kampten. Sinds november zitten onze opvangplekken voor acute psychiatrische hulp overvol met crisispatiënten. Wie reguliere hulp nodig had, moesten we elders sturen. Soms moesten we ook dringende gevallen met de ambulance op een onzalig uur naar het oosten of het noorden van het land voeren, wat voor de patiënt en de ouders natuurlijk verschrikkelijk is.’

Hoe verklaart u de toename van automutilatie?

Door bepaalde groepjes op Instagram of andere sociale media wordt automutilatie soms bijna een competitie. Hoe meer hechtingen, hoe hoger in de rangorde.

Vermeiren: ‘Dat moet je samen zien met suïcide. Vaak is de psychische pijn zo groot dat kinderen verkiezen zich ook fysiek pijn te doen. Ze doen dat niet om aandacht te vragen, maar ze voelen zich echt rot en willen daarvan weg. Soms zit er ook kopieergedrag bij. Door bepaalde groepjes op Instagram of andere sociale media wordt dat soms bijna een competitie. Hoe dieper, hoe beter. Hoe meer hechtingen, hoe hoger in de rangorde.’

U spreekt over suïcide. Aanvankelijk was in België nochtans geen stijging te zien in de algemene cijfers.

Vermeiren: ‘In ons ziekenhuis in Leiden zien we wel een sterke toename van het aantal pogingen. Dat wordt bevestigd door de stijging van het aantal oproepen bij de Nederlandse hulplijn met 31 procent. Er is wel degelijk meer wanhoop.’

‘Ik had zelf ook suïcidegedachten toen ik jong was. Sindsdien kan ik die drang beter begrijpen: je ziet geen enkel licht en perspectief meer. Op bepaalde momenten zit je gewoon gevangen in een tunnel, met als grote gevaar dat je niet ziet dat het de volgende dag, of het volgende uur zelfs, beter zal gaan. Jongeren zijn ook veel impulsiever dan volwassenen.’

Kinder- en jeugdpsychiater Robert Vermeiren ©rv

U haalt ook de eetstoornissen aan. Is dat nieuw?

Vermeiren: ‘Het aantal kinderen met eetstoornissen was voor de crisis al aan het toenemen. Onze maatschappij is te veel gericht op excelleren. Iedereen moet altijd bij de 10 procent besten zitten. Dat is natuurlijk vervelend, want automatisch zit dan 90 procent onder die norm.’

‘De maatschappij legt een enorme nadruk op eigen verantwoordelijkheid, competitie en concurrentie. Ik heb er geen probleem mee dat je eigen initiatief moet nemen voor je geluk, maar het probleem is dat jongeren dat heel hard internaliseren. Er ligt een enorme druk op hun toekomst, terwijl ze nog zo onzeker zijn over zichzelf.’

‘En dan komen daar al die influencers bij, die de lat heel hoog leggen. Het was altijd al een drama om jeugdpuistjes te hebben, maar nu zie je steeds meer van die influencers met een gave huid en een perfecte vorm. Dat verhoogt de druk.’

Maar de pandemie heeft het aantal eetstoornissen wel verder doen toenemen?

Vermeiren: ‘Er is een nieuwe vorm bijgekomen: orthorexia. Het woord komt van het Griekse orthos en orexis: wat correct en eetlust betekent. Het gaat om jongeren die van in het begin van de coronacrisis op hun gezondheid zijn beginnen te letten: eten, diëten en sporten. Vaak komt dat voor in families die daar al veel aandacht voor hebben. Maar geleidelijk aan schoten sommige jongeren erin door, ook vaak onder invloed van sociale media of van apps die aanzetten tot steeds meer sporten.’

‘Door te vermageren verdwijnt ook hun vermogen om goed te reflecteren over zichzelf. Hun denken wordt aangetast. Zo wordt dat sporten een obsessie. Sommige jongeren gaan zo ver in die focus dat ze in een paar maanden 15 kilo vermageren en pardoes bij ons op de afdeling kindergeneeskunde moeten worden opgenomen.’

Worden die patiënten steeds jonger?

Vermeiren: ‘Ja. De meesten zijn rond 14, 15 jaar, maar we hebben ook al kinderen gehad van 11 of 12. Vaak gaat het om steeds complexere gevallen, waarbij de eetstoornis samengaat met automutilatie, depressie en suïcidegevallen. Vaak gaat het ook om kinderen die vatbaar zijn voor autisme.’

‘Sommigen komen hier aan met een BMI van 12. Ze zijn uitgemergeld, en toch weigeren ze dat te in zien en willen ze blijven sporten. We moeten hen dwingen tot sondevoeding, waardoor de behandeling zelf ook een trauma wordt. Dan moeten we er met vier man naartoe om ze vast te nemen, een sonde te zetten en eten erin te doen. We doen er alles aan om zulke toestanden te vermijden, maar soms kunnen we niet anders.’

Spelen ook hier de sociale media een schadelijke rol, met apps als Tiktok die veel rolmodellen opvoeren?

Vermeiren: ‘Zeker. We weten dat sociale media ons gedrag continu monitoren en ons suggesties doen in de richting van waar we al zochten. Als je iets rond diëten zoekt, krijg je nadien steeds meer tips over diëten, en meestal neig je zo naar extremere dingen. Als dat bij volwassenen al zo sterk speelt, hoe nefast is dat niet bij jongeren die de wereld nog moeten ontdekken?’

Doen de psychische problemen zich vooral voor bij jongeren die al op de rand stonden, kwetsbaar waren en nu een extra duwtje hebben gekregen? Of komt ook een nieuwe categorie in de problemen, van wie we het niet hadden verwacht?

Als we het maximale van kinderen blijven eisen, knallen we de jongeren met de grootste kwetsbaarheid gewoon uit onze samenleving.

Vermeiren: ‘Jazeker. Iedereen heeft kwetsbaarheid in zich, dat moeten we meer erkennen. En in sommige contexten, zoals de coronacrisis, komt die meer naar boven. Jobs als de mijne worden steeds lucratiever als we zo blijven voortdoen en het maximale eisen van kinderen. Dan knallen we de jongeren met de grootste kwetsbaarheid gewoon uit onze samenleving.’

Wat kunnen ouders concreet doen voor hun kinderen?

Vermeiren: ‘Als ouders hebben we een lastige rol, omdat onze kinderen vanaf de puberteit niet meer met ons willen praten. Mijn ouders wisten ook niets van mijn suïcidegedrag. Je kan wel openstaan voor een gesprek en dat signaleren aan je kinderen. Probeer problemen niet alleen op te lossen, maar betrek anderen uit je omgeving, zoals de school. En creëer een buffer tegen die prestatiedrang.’

Moeten we strenger zijn op het gebruik van sociale media?

Vermeiren: ‘Dat moet je natuurlijk in de hand proberen te houden. Maar we moeten vooral verder denken als maatschappij. Vrijheid van meningsuiting is vanzelfsprekend een belangrijke waarde. Maar ze maakt wel slachtoffers. De Noren hebben net een wet aangenomen die influencers verplicht een banner te gebruiken als ze software gebruiken die hen er mooier doet uitzien.’

Dreigt de coronageneratie ook psychiatrische problemen te krijgen op langere termijn? De Belgische hoogleraar psychiatrie Inez Myin-Germeys benadrukte al dat de meeste psychische klachten van volwassenen in de adolescentie zijn gegroeid.

Vermeiren: ‘We hebben geen precedent, en we mogen niet fatalistisch zijn. We zitten nu al te veel in een handicapmodel, waarin we te snel iemand als ADHD’er of autist bestempelen. Terwijl veel van die kinderen perfect tot een normaal leven kunnen komen. Het is niet omdat je iets hebt dat het slecht afloopt met jou.’

‘Ik zei al dat jongeren veerkrachtig zijn. En wat tegenslag is niet altijd slecht. Kinderen in de watten leggen zodat ze altijd gelukkig zijn, maakt hen niet sterker. Voorlopig wijst niets erop dat we een generatie kweken die voor galg en rad opgroeit. Het klopt dat psychiatrische problemen bij volwassenen in 75 procent van de gevallen voor hun 18de ontstaan. Maar het is niet zo dat al die kwetsbare jongeren de problemen van nu blijven behouden.’

Hadden we in de aanpak van de crisis andere beleidskeuzes moeten maken?

Vermeiren: ‘Zeker. Ik heb hier gepleit voor een deltaplan, met veel meer aandacht voor het mentale welzijn van jongeren. In het onderwijs ging alle aandacht naar cognitief bijspijkeren, omdat de jongeren op termijn moeten meewerken aan de bv Nederland. Er was te weinig aandacht voor het leven van die scholieren. We hebben in Nederland te weinig gedaan om de scholen open te houden.’

‘Ook nu hebben we een masterplan nodig om ons voor te bereiden op een nieuwe golf. Als we weer alle scholen dicht moeten houden, dreigen we echt met een verloren generatie te zitten. De Nederlandse premier zei dat hij met 50 procent van de kennis 100 procent van de beslissingen moet nemen. Wel, ik denk dat ze voor die jongeren toch wat meer rekening moeten houden met de kennis over hun ontwikkeling, die wel degelijk bestaat.’

‘Ook in de sport wordt de druk steeds groter’

Vermeiren volgt de Olympische Spelen vanop afstand. Hij ziet een parallel tussen de competitiviteit in onze maatschappij die jongeren kwetsbaar maakt en de mentale druk die sporters als turnster Simone Biles en tennisster Naomi Osaka achtervolgt.

‘In de sport ligt steeds meer nadruk op het winnen, omdat de buitenwereld impliciet meer druk uitoefent. Als je verliest, focust iedereen daarop en sta je te boek als niet goed genoeg. Ik merk dat zilver niet volstaat.’

‘Ik sta versteld van de manier waarop de Nederlandse wielrenster Annemiek van Vleuten werd behandeld omdat ze bij de wegrit per ongeluk dacht dat ze goud had gewonnen. Dat is de hele wereld rondgegaan, op een manier die ik akelig vond. Het is natuurlijk stom wat er gebeurde, maar ik vond het vooral sneu voor haar. Maar aan de andere kant zie je ook dat mentale fitheid meer besproken kan worden. Hoe nu positief wordt gereageerd op Simone Biles, dat vind ik ronduit knap.’

In Vlaanderen was de boodschap duidelijk: de opening van de scholen was belangrijker dan die van de horecazaken.

Vermeiren: ‘Dat is de juiste redenering. Natuurlijk is de horeca belangrijk, maar die sluiting kan je met geld oplossen. Zorg dat die ondernemers overleven en daarna voortkunnen. Dat een verloren generatie dreigt te ontstaan, is niet met geld op te lossen. Die jongeren zijn ook de werknemers van de toekomst, als je het economisch wil bekijken.’

Zijn we de jongeren uit het oog aan het verliezen in onze maatschappij, die verder vergrijst? De gemiddelde kiezer veroudert en weegt zwaarder door in het democratisch proces.

Vermeiren: ‘Onze maatschappij individualiseert, en daarbij vragen we ook van de jongeren meer verantwoordelijkheid. Als je dat doet, moet je ze ook sneller een mandaat en zeggenschap geven. Je kan daarbij overwegen het stemrecht te verlagen naar 16 jaar, zonder daarom alles te doen wat ze voorstellen.’

In een breed gedeeld Facebook-bericht waarschuwde de Canadese dokter Abdu Sharkawy voor de sfeer van angst die we hebben gecreëerd bij jongeren. ‘In plaats van te zeggen dat ze zich rationeel, open en altruïstisch moeten opstellen, zeggen we dat ze bang, achterdochtig, reactionair en zelfzuchtig moeten zijn’, schreef hij.

Vermeiren: ‘Het gaat niet over welke maatregelen we hebben genomen, maar over hoe we die hebben opgevolgd. Bij ons in huis hebben we alles netjes gevolgd, maar wel heel nuchter, zonder paniek of angst. Er is niets tegen zware maatregelen, maar je mag niet voortdurend in paniek slaan, en bibberend en bevend voor de televisie zitten, terwijl je kinderen ernaast zitten.’

Je mag niet voortdurend in paniek slaan en bibberend en bevend voor de televisie zitten, terwijl je kinderen ernaast zitten.
Robert Vermeiren

Uw eigen levensverhaal is bepalend geweest voor uw engagement. U hebt veel tijd op straat doorgebracht.

Vermeiren: ‘Na de scheiding van mijn ouders was ik vrij vroeg op mezelf aangewezen. Ik woonde een tijdje bij mijn grootouders, ging op internaat en woonde daarna bij mijn vader, die hard werkte. Ik werd vroeg zelfstandig. Vanaf mijn twaalfde zwierf ik vaak door de Gentse straten, onder meer in anarchistische milieus.’

‘In het begin van mijn middelbare school ging het echt niet goed met mij. Toen vond mijn vader dat ik loodgieter moest worden. Hij had veel goede ideeën, maar dat was een van zijn slechtste, want ik ben heel onhandig. Ik zat gewoon niet goed in mijn vel, liep rond met die zelfmoordgedachten. Ik zat geregeld vast in die tunnel.’

In het begin van mijn middelbare school ging het echt niet goed met mij. Toen vond mijn vader dat ik loodgieter moest worden.
Robert Vermeiren

Hoe bent u eruit geraakt?

Vermeiren: ‘Ik heb geleidelijk mijn weg beter gevonden in het leven. Dankzij mijn ouders, die betrokken bleven, een goede familie en enkele leraars heb ik mijn identiteit teruggevonden. Ik ben geneeskunde gaan studeren, en via een stageplek ben ik toevallig in Nederland beland.’

U hebt ooit gezegd dat u wellicht ADHD had, maar dat u blij bent dat dat nooit zo werd gediagnosticeerd.

Vermeiren: ‘Dat is een boude uitspraak, omdat je niet weet hoe het dan zou zijn gegaan. Maar we zijn als maatschappij te veel gericht op classificaties en uiterlijke kenmerken. De kans bestaat dat je naar zo’n label gaat leven. Dan begin je pilletjes te nemen en dan ben je ADHD’er. En zo was de kans inderdaad veel groter dat ik loodgieter geworden was. Let wel: ik zeg hier niet dat loodgieters niet gelukkig kunnen zijn. Maar dan hadden we hier nu niet gezeten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud