interview

‘Een relance naar de oude manier van doen, dat heeft geen zin'

©Tim Dirven

Terwijl het relancemiljarden regent in de wereld, blijft het in België voorlopig bij vage vooruitzichten. De Tijd en L’Echo zetten topeconomen Estelle Cantillon, Ivan Van de Cloot en Etienne de Callataÿ samen om na te denken over hoe we economisch beter uit deze crisis komen.

Duitsland: een plan van 130 miljard euro. Frankrijk: een relance van 100 miljard euro. Groot-Brittannië: een New Deal die zwaar inzet op infrastructuur. Het is slechts een greep uit de nationale relanceplannen die werden aangekondigd doorheen Europa om de nationale economieën weer op de rails te krijgen na de grootste economische schok sinds de Tweede Wereldoorlog.

En in België? Hier maakt een relanceplan in grote mate deel uit van de oeverloos kabbelende discussies over een nieuwe federale regering. Niet dat België in afwachting van Godot niets doet. Maar van een echt beleid, met een strategische en overkoepelende toekomstvisie, is momenteel geen sprake. Er is geen plan.

De vraag is hoe onze relance eruit moet zien. Om een weldoordacht antwoord te krijgen, verzamelden we drie topeconomen om een economisch beleid post- corona uit te stippelen. Estelle Cantillon (professor aan de ULB en Solvay Brussels School of Economics and Management), Ivan Van de Cloot (hoofdeconoom van de denktank Itinera) en Etienne de Callataÿ (Orcadia Asset Management, UCLouvain en UNamur) staken de koppen bij elkaar in een bol van het Atomium op 35 meter hoogte.
Al is relanceplan niet de juiste term, vindt De Callataÿ. ‘Dat impliceert dat je terug wil naar de situatie van voor de crisis. Terwijl je de situatie net kan gebruiken om je te heroriënteren. Wat je wil is dat overheidssteun intelligent, toekomstgericht, dynamisch en duurzaam is.’

Iedereen probeert deze crisis te gebruiken om de eigen agenda te pushen. Maar de vraag is of geld geven het probleem oplost.
Ivan Van de Cloot

‘Noem het maar een transitieplan’, zegt Van de Cloot. ‘Een plan is aboluut noodzakelijk. Maar je moet er verdomd goed over nadenken en de juiste vragen als basis gebruiken. Wat we nu zien, is dat allerhande lobbygroepen geld komen vragen en denken dat de rest wel op magische wijze in orde komt. Iedereen probeert deze crisis te gebruiken om de eigen agenda te pushen. Maar de vraag is of geld geven het probleem oplost. Als er operationele problemen zijn, slecht wordt bestuurd of de foute diagnoses worden gesteld, dan komt dat geld gewoon fout terecht.’


De drie economen zijn het roerend eens: een relanceplan moet meer om een strategische visie draaien dan om geld. ‘Je hoeft niet zozeer geld uit te geven’, zegt Cantillon. ‘Als de visie duidelijk is, vormen zich daarrond vanzelf industriële partnerschappen.’

Die visie is dan ook het eerste van hun vijf actiepunten.

1. Heldere strategische visie gevraagd

‘Is een relanceplan nodig?’ vraagt De Callataÿ. ‘Voor de consument niet zozeer. Er is geen koopkrachtprobleem. We moeten eerder in de richting van bedrijven kijken. Daar zijn signalen dat de investeringen het laten afweten.’

‘Als iets een rem zet op investeringen, is het de factor onzekerheid’, vult Cantillon aan. ‘We twijfelen over een green deal, we weten niet goed wat we moeten met kernenergie, noem maar op. Hoe kunnen we dan van bedrijven verlangen dat zij wel weten welke richting ze uit moeten? Een duidelijke industriële politiek ontbreekt, iemand die de weg wijst. Als de politiek één taak heeft, is het perspectief geven.’

Er is een lange lijst taboes waar we nooit aan durfden te raken. Dit is het moment om dat wel te doen.
Ivan Van de Cloot
Econoom

Pas als we erin slagen een duidelijk visie te ontwikkelen, kan je nadenken over de rest, vinden de economen. Daarvoor wordt het zaak een beroep te doen op vakspecialisten. Van de Cloot: ‘Tijdens deze gezondheidscrisis doet de politiek voor een keertje uitgebreid een beroep op experts. Dat mogen ze meer doen, ook op economisch en sociaal vlak.’

Ook als de strategie duidelijk is, blijft het belangrijk niet zomaar geld te laten rollen, zegt De Callataÿ. ‘We zijn anders dan Duitsland of Frankrijk, waar ze met tientallen miljarden euro’s kunnen gooien. België is een kleine, open economie. Dat wil zeggen dat een deel van de inspanningen die we hier doen ten bate komt van anderen.’ Bovendien zijn onze zakken minder diep dan die van die andere landen, onderstreept de econoom. ‘We zijn niet goed gepositioneerd wat betreft overheidsschuld en er komen nog grote kosten op ons af, zoals de vergrijzing en de klimaatverandering. We moeten ons terughoudend opstellen.’

2. Heldere strategische visie gevraagd

Dat maakt het extra nodig om in de juiste domeinen te investeren. Projecten met een langetermijnvisie, die liefst op meerdere fronten tegelijk baat hebben. Cantillon twijfelt niet over wat ze zou kiezen. ‘Ik zou investeren in de vergroening van steden en duurzame mobiliteit. Daarmee creëer je in volle crisis de nodige werkgelegenheid, terwijl ook de voordelen op lange termijn legio zijn. Je ontwart verkeersknopen, vermindert luchtvervuiling, verbetert de gezondheid van je inwoners en steunt lokale handelaars.’

In het in 2018 opgestelde Nationaal Pact voor Strategische Investeringen werden zes domeinen als prioritair geïdentificeerd: digitalisering, onderwijs, cybersecurity, gezondheidszorg en energie. Keuze genoeg voor de overheid. Maar, zo onderstreept het trio, misschien nog belangrijker dan publieke investeringen is het aanmoedigen van private investeringen. De Callataÿ: ‘Ons probleem is dat we bedrijven hebben die te weinig groeien en daardoor te weinig investeren in onderzoek en ontwikkeling. We moeten hen helpen.’

Een hinderpaal voor de financiering van bedrijven is dat het in België fiscaal wordt aangemoedigd geld op je spaarboekje te parkeren, vindt Van de Cloot. ‘Dat blokkeert honderden miljarden euro’s op de Belgische spaarboekjes. Experts wijzen daar al decennia op, maar we doen er niets aan.’

Bijkomend probleem is dat de overheid in sommige sectoren de concurrentie ondergraaft door zelf marktspeler te worden. ‘Hoeveel consortia die in zee gaan met overheidsactoren investeren niet op voorwaarde dat een deel van de koek daarna hun richting uit komt? Welk spel speel je dan? Dat van het Chinese staatskapitalisme? Dat is een fundamentele vraag voor ons land.’

‘Een bedrijf investeert niet omdat het leuk is om te investeren’, vult de Callataÿ aan. ‘Dat doe je pas als de concurrentie je achter de veren zit, als je overbodig dreigt te worden, als de wereld om je heen verandert. Als de grond onder je voeten heet wordt.’

©Tim Dirven

3. Snoei in subsidies en bestraf slecht gedrag

Als er iets een rem zet op investeringen, is het de factor onzekerheid.
Estelle Cantillon
Econoom

Al voor de economische schok van de coronacrisis woedde een debat over hoe je het best maatschappelijke kosten, zoals milieuvervuiling, in rekening brengt. Pak je het positief aan door duurzame initiatieven te ondersteunen? Of moet je net vervuilers bestraffen?

‘Vandaag geven we geld om een elektrische fiets of auto te kopen’, zegt Cantillon. ‘Maar de beste manier om nieuwe technologieën te ondersteunen, is de oude technieken hun werkelijke kost te laten reflecteren.’ Met andere woorden: dure fossiele brandstof zal meer doen voor duurzaam vervoer dan subsidies.

De Callataÿ pleit voor een progressieve koolstoftaks. ‘Over een jaar een beetje duurder, over twee jaar nog een beetje erbij, over drie jaar… Als bedrijven zien welke richting het uitgaat, kunnen ze dat incalculeren en zich aanpassen.’

Van de Cloot zou nog een stapje verder gaan. ‘We moeten van de gelegenheid gebruikmaken om bepaalde verworvenheden in vraag te stellen. Denk aan de fiscale voordelen voor luchthavens, de nultaxatie op kerosine, enzovoort. Er is een lange lijst van taboes waar we nooit aan durfden te raken. Dit is het moment om dat wel te doen.’

4. Hervorm de arbeidsmarkt

‘We zijn 2020. En weet je wat? We hebben tijdens deze crisis niet gebruikgemaakt van de tijdelijke werkloosheid om mensen extra op te leiden of om te scholen. Hoe is dat mogelijk?’ Van de Cloot wordt zichtbaar kregelig wanneer hij het zegt. ‘Wat meer is: de VDAB, Forem en Actiris hebben zelfs geen zicht op wie in tijdelijke werkloosheid zit.’

Levenlang leren was al voor de coronacrisis een denkpiste. Maar de huidige situatie toont als nooit tevoren aan dat het broodnodig is daarop in te zetten, meent Cantillon.

Daarvoor moeten we niet alleen naar de overheid kijken, vinden de economen. Van de Cloot: ‘Het is ook in het belang van de werkgever zelf. Als je de arbeidsmarkt echt wil hervormen, wat in ieders belang is, moet je hen mee in bad trekken.’

We staan er financieel niet goed voor en er komen grote kosten op ons af. We moeten ons terughoudend opstellen.
Etienne de Callataÿ
Econoom

De Callataÿ legt flexibele sociale bijdragen van werkgevers op tafel. ‘Vandaag zijn die dezelfde voor werkgevers die hun personeel continu bijscholen als voor zij die zich er geen zier van aantrekken. Door daarmee te spelen, kan je een werkgever responsabiliseren.’
De econoom pleit ook voor het beter op elkaar afstemmen van onderwijs en arbeidsmarkt. ‘Niet dat universiteiten en hogescholen alleen ‘ready to use’-profielen moeten afleveren. Maar je ziet toch dat sommige bedrijven moeilijk aan de werknemers raken die ze echt nodig hebben. We kunnen jongeren daar beter over adviseren en informeren.’

Ivan Van de Cloot: ‘Tijdens deze gezondheidscrisis doet de politiek voor een keertje uitgebreid een beroep op experts. Dat mogen ze meer doen, ook op economisch en sociaal vlak.’ ©Tim Dirven

5. Evalueer continu

Al te vaak gebeurt het dat maatregelen worden genomen die niet de gewenste effecten teweegbrengen maar toch blijven bestaan. Laten we die fout niet herhalen, zegt het trio economen in koor als het over een transitieplan gaat. ‘Alles wat straks wordt beslist, moet regelmatig onder de scanner’, zegt De Callataÿ.

De economen roepen op de lat hoog te leggen voor de maatregelen. Neem de gezondheidszorg, een sector waarover iedereen het in het licht van deze crisis eens lijkt te zijn dat er weer meer geld naartoe mag vloeien. ‘Maar los je de problemen die we hebben gezien simpelweg op met meer geld?’, vraagt Van de Cloot zich af. ‘Of was het gebrek aan maskers in ziekenhuizen en rusthuizen een ander probleem? Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen financieringsproblemen zijn in bepaalde onderdelen van de gezondheidszorg, maar laat ons eerst degelijk evalueren wat fout liep en waarom.’

‘In de gezondheidszorg geven we meer dan gemiddeld uit terwijl onze gemiddelde levensverwachting niet bij de top zit’, zegt De Callataÿ. ‘We moeten analyseren hoe dat komt, waar het probleem zit, voor we er gewoon meer geld in steken. En dat geldt voor alle domeinen, of het nu gaat over steun voor Brussels Airlines, voor de horeca of de zorg. Wat doorstaat de test?’

‘We zijn geen efficiënt land’, concludeert de econoom. ‘We geven proportioneel meer uit dan anderen. Een relance naar dat oude normaal heeft geen zin.’ In die context is het extra belangrijk alles aan een stringente controle te onderwerpen in de toekomst, zegt het trio experts. ‘Zeker in een precaire budgettaire context zoals de onze.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud