Advertentie

Europees Hof veroordeelt België voor trage belastingzaak

©EPA

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft de Belgische staat veroordeeld voor de trage gang van zaken in een belastingzaak tegen het modebedrijf Vegotex. Tal van belastingzaken slepen lang aan in ons land.

Het modebedrijf Vegotex International, dat destijds gevestigd was in Antwerpen maar intussen zijn hoofdzetel in Sint-Niklaas heeft, kreeg al op 5 oktober 1995 een bericht van de fiscus dat die de belastingaangifte voor het jaar 1993 wilde aanpassen. De fiscus verwierp onder meer een belastingaftrek die te maken had met een aandelentransactie en legde het bedrijf ook een belastingverhoging van 50 procent op.

Amper een maand later liet het bedrijf de fiscus weten dat het niet akkoord ging. Nog een maand later ging de fiscus over tot een belastingaanslag van zo’n 12 miljoen Belgische frank (nu bijna 300.000 euro), waar nog 50 procent of 6 miljoen Belgische frank bijkwam als belastingverhoging. Zo'n twee maanden later, in februari 1996, tekende het bedrijf bezwaar aan bij de fiscus.

Pas in september 2000 veegde de Antwerpse belastingdirecteur het bezwaar van tafel. De maand nadien kreeg Vegotex al een bevel tot betaling. In december 2000 trok het bedrijf naar de Antwerpse rechtbank van eerste aanleg.

Opnieuw verstreken jaren voor een uitspraak volgde. In maart 2004 velde de Antwerpse rechtbank een vonnis. De fiscus kreeg grotendeels gelijk. Het bedrijf ging dan ook in beroep, en vroeg het hof van beroep ook de verjaring vast te stellen. De belastingaanslag ging immers over het jaar 1993. meende dat de zaak al sinds februari 2001 verjaard was.

Bijna drie jaar later, in februari 2007, oordeelde het hof van beroep dat van verjaring geen sprake was. Het hof bevestigde ook het vonnis van eerste aanleg. Het bedrijf trok meteen naar het Hof van Cassatie.

Pas in maart 2009 kreeg Vegotex de conclusies van de openbaar aanklager bij het Hof van Cassatie. Diezelfde maand gaf het Hof van Cassatie de fiscus gelijk dat de verjaringstermijn in deze belastingzaak - op basis van een pas in 2004 gewijzigde wet - niet was blijven doorlopen.

Het bedrijf stapte dan maar naar het Europees Hof voor de Rechten van Mens om aan te vechten dat en cours de route, in 2004, de wet was gewijzigd én dat de redelijke termijn in deze belastingzaak ruimschoots overschreden werd.

Het Europees Hof geeft de Belgische staat nu gelijk over de terugwerkende kracht van de gewijzigde wet in 2004. Maar als het gaat over de redelijke termijn om deze belastingzaak af te handelen hekelt het Europees Hof dat de eerste demarche van de fiscus al dateert van 1995. En dat de fiscus pas vier jaar en zeven maanden later het bezwaar behandelde, met als enige verklaring dat er een achterstand was. Ook de rechtszaak werd al aangespannen in 2000 en eindigde pas in 2009, met een arrest van Cassatie. Het Europees Hof oordeelt dat alles onredelijk lang duurde, ook al was de zaak enigszins complex. Op dat vlak is het recht op een eerlijk proces, zoals bepaald in artikel 6 van het Europees Verdrag, dus wel geschonden.

Het modebedrijf vroeg nog een schadevergoeding van meer dan 600.000 euro op basis van de betaalde belastingen en verwijlintresten. Maar het Europees Hof gaat daar niet op in. Het meent dat de vaststelling dat het Europees Verdrag werd geschonden, volstaat. De Belgische staat moet alleen het bedrijf 5.000 euro aan gerechtskosten terugbetalen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud