Advertentie
Advertentie
interview

'Gedwongen opname voor hongerstakers? Ik weet niet hoe dat zou kunnen'

Een hongerstaker krijgt medische hulp voor de Brusselse Begijnhofkerk. ©BELGA

Nu de gezondheidstoestand van de hongerstakende sans-papiers levensbedreigend wordt, pleiten politici voor gedwongen opname. Het lijkt een voor de hand liggende oplossing, maar juridisch en deontologisch is dat nagenoeg onmogelijk, zeggen medische specialisten. 'Een hongerstaker is niet geestesziek.'

CD&V-voorzitter Joachim Coens pleitte er op Twitter voor om de hongerstakers ‘desnoods gedwongen’ op te nemen en medische hulp te geven. Ook als de sans-papiers die hulp ‘tot op heden weigerden’. Coens’ Brusselse partijgenote Bianca Debaets en MR-politicus David Weytsman treden hem bij. Ook zij pleiten voor gedwongen opname, om de hongerstakers tegen zichzelf te beschermen.

Zo'n 500 mensen zonder papieren weigeren al sinds 23 mei te eten. Een deel weigert sinds vrijdag ook nog te drinken. Ze verblijven in de Begijnhofkerk in Brussel en op de campussen van de VUB en de ULB. Hun gezondheidstoestand wordt elke dag zorgwekkender.

Kan een gedwongen opname zomaar?

Tom Goffin, professor gezondheidsrecht (UGent): ‘Je moet het onderscheid maken tussen gedwongen opname en een gedwongen behandeling. De wet over de bescherming van geesteszieken biedt een mogelijkheid om mensen gedwongen op te nemen als ze geestesziek zijn. Er is een procedure om hen op te nemen in een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis, ook als ze dat zelf niet willen. Maar je kan die procedure niet zomaar toepassen op hongerstakers. Een hongerstaker is niet geestesziek.’

‘Iemand gedwongen behandelen is in principe niet mogelijk, zolang de patiënt wilsbekwaam is. Een wilsbekwame patiënt heeft het recht om geïnformeerd toe te stemmen met een behandeling, maar ook om die te weigeren. De arts heeft een beetje interpretatieruimte als iemand buiten bewustzijn raakt. Dan is de patiënt niet wilsbekwaam en dus niet in staat om een behandeling te aanvaarden of te weigeren. In zo’n geval handelt een arts in principe in het belang van de patiënt.’

Dus als een hongerstaker flauwvalt, zal hij gedwongen sondevoeding krijgen?

Goffin: ‘Strikt juridisch bekeken kan een arts dan oordelen dat zo’n behandeling nodig is. Je kan het vergelijken met anorexiapatiënten, die door ernstige ondervoeding zweven op de grens van bewusteloosheid. Soms is dat een grijze zone, waarin een arts beslist om sondevoeding te geven om het leven van de patiënt te redden. Bij een hongerstaker zou dat ook kunnen. Tenzij de patiënt vooruitgedacht heeft en een negatieve wilsverklaring heeft geschreven. In zo’n wilsverklaring kan de patiënt een welomschreven tussenkomst weigeren. Als de arts weet dat die wilsverklaring er is, dan moet hij de wens van de patiënt respecteren. Ook als die de behandeling weigert.’

In de Belgische wetgeving is het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt een hoog goed.
Michel Deneyer
Ondervoorzitter Orde der Artsen

'Ook kan de patiënt een vertegenwoordiger aanduiden die in zijn plaats en in zijn belang beslist als hij wilsonbekwaam is. Dat document moet door de patiënt en de vertegenwoordiger ondertekend en gedagtekend zijn. Als de aangeduide vertegenwoordiger echter niet over een uitdrukkelijke wilsuiting van de patiënt beschikt, dan kan de vertegenwoordiger geen beslissingen nemen die een bedreiging voor het leven of een ernstige aantasting van de gezondheid van de patiënt zouden veroorzaken.’

Wat riskeert een arts die daar niet naar luistert?

Goffin: ‘Een patiënt kan naar de rechter stappen als zijn patiëntenrechten niet gerespecteerd zijn. Al denk ik niet dat de arts veel riskeert. De patiënt moet namelijk nog aantonen dat de ongewenste behandeling schade heeft veroorzaakt. En hoe bewijs je dat, als de uitkomst is dat je nog leeft? Je kan je daarnaast nog richten tot de Orde der Artsen. Maar ook die zal een zorgvuldige afweging maken van de deontologische plichten van de arts en de rechten van de patiënt in deze specifieke context.’

Michel Deneyer, ondervoorzitter van de Orde der Artsen, pediater en medisch ethicus verbonden aan de VUB: ‘Een arts staat in zulke gevallen voor enorme dilemma’s. Vergelijk het met een getuige van Jehova die een bloedtransfusie weigert. Ik heb dat al meegemaakt: ik had een jonge patiënt, die met een simpel zakje bloed volledig had kunnen herstellen. Maar hij weigerde. Dan voel je je als arts nog maar klein. De hongerstakers zijn meestal ook heel jonge mensen, die nog een heel leven voor zich hebben. Het moet voor elke arts enorm zwaar zijn om hen te zien aftakelen. De deontologie kan misschien een poortje zijn, maar in de Belgische wetgeving is het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt een hoog goed.'

Wat kan je als arts dan wel doen?

Deneyer: 'Om eerlijk te zijn: ik zie niet direct een mogelijkheid om hen te behandelen. Tenzij je die mensen individueel kan overtuigen om behandeling te aanvaarden. Maar hen collectief dwingen? Ik zou niet weten hoe je dat volgens de regels kan doen. Dan zou je aanvaarden dat gezondheidswetten de ene keer wel gelden en de andere keer niet.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud