nieuwsanalyse

Gerecht begraaft Fortis-dossier na ruim tien jaar

Fortis spaarde in 2007 kosten noch moeite om de peperdure en later faliekante overname van ABN AMRO erdoor te krijgen. De verplaatsing per helicopter van de toplui, met links maurice Lippens en Herman Verwilst, werd na de val in 2008 een van de iconische beelden van de overmoed van de groep. ©AFP

Het Brusselse gerecht heeft tien jaar lang uitgespit of de voormalige Fortis-top misdrijven heeft gepleegd. Nu kondigt het parket aan dat het de zaak wil begraven. Hoe is het zover gekomen?

‘Verjaring dreigt voor grote Fortis-strafzaak’, kopte De Tijd ruim twee jaar geleden, in augustus 2016. Bij het parket van Brussel was toen al weinig animo om verder werk te maken van het strafdossier tegen de voormalige Fortis-toplui. Want de verjaring trad eind 2018 al - nu dus - in, beseften de openbaar aanklagers. Terwijl ze eerst nog naar de raadkamer moesten trekken om de Fortis-toplui te laten doorverwijzen naar de strafrechter. En zonder twijfel zouden de verdachten elke strohalm aangrijpen om de procedure nog langer te rekken en een proces ten gronde uit te stellen. Maar de zaak in 2016 begraven was geen optie zolang de Fortis-beleggers geen zekerheid hadden over hun vergoeding.

Nadat Fortis in de herfst van 2008 ten val kwam door de wereldwijde kredietcrisis en het Franse BNP Paribas begin oktober grote delen van de financiële groep overnam, opende het Brussels parket meteen een opsporingsonderzoek naar het debacle. Het gerecht beloofde te onderzoeken of de gedupeerde beleggers waren opgelicht. De speurders richtten vooral hun pijlen op mogelijke valsheden in de laatste jaarrekening van Fortis (over 2007) en in een prospectus die de groep had uitgebracht in september 2007 voor een kapitaalverhoging voor de gedeeltelijke overname van ABN AMRO.

Vijf jaar geleden al waarschuwde de openbaar aanklager die het Fortis-dossier behandelde dat de zaak dreigde te verjaren. Dat werd hem destijds niet in dank afgenomen.

Al snel liep het onderzoek niet zoals het Brussels parket had verhoopt. De toenmalige chef van de financiële sectie van het parket, Paul Dhaeyer, die het dossier naar zich toe had getrokken, moest het al meteen weer uit handen geven, omdat een consumentenvereniging, Dolor, een klacht ‘met burgerlijkepartijstelling’ had ingediend. Daardoor moest het onderzoek in handen van een onderzoeksrechter komen.

Politie en gerecht beloofden destijds ‘kosten noch middelen te sparen’ om te onderzoeken of de toplui van Fortis misdrijven hadden gepleegd. Zowel de federale gerechtelijke politie van Brussel als de centrale directie Financiële Criminaliteit van de federale politie ging gespecialiseerde speurders op het onderzoek zetten.

De speurders waren nog maar enkele weken aan de slag of het parket nam ook de vereniging Dolor, die de strafklacht had ingediend, in het vizier, omdat die Fortis-beleggers met valse voorwendselen zou ronselen. En het ‘verpletterende bewijsmateriaal’ waarmee de vereniging was komen aandraven, zou weinig voorstellen. Dat onderzoek werd al meteen toegevoegd aan het Fortis-dossier.

Treinramp

De Brusselse onderzoeksrechter Jeroen Burm liet de volgende jaren huiszoekingen uitvoeren, onder andere in de kantoren van BNP Paribas-Fortis en bij verantwoordelijken van de bank thuis in mei 2010. Maar begin 2010 had onderzoeksrechter Burm nog andere katten te geselen. Naast het Fortis-dossier en andere lopende onderzoeken werd hij ook nog eens belast met het onderzoek naar de treinramp in Buizingen. Daarbij vielen in februari 2010 19 doden en 171 gewonden. Ook dat onderzoek sleepte jaren aan en belandde pas dit jaar voor de rechter, met het risico op verjaring.

Jean-Paul Votron en Maurice Lippens op de aandeelhoudersvergadering van Fortis in april 2008. ©Lieven Van Assche

Met het Fortis-dossier kon de onderzoeksrechter sneller landen. Hij had zich niet verloren in de gebeurtenissen tussen mei en september 2008 die de val van Fortis voorafgingen. De speurders behielden hun oorspronkelijk focus op de kapitaalverhoging van september 2007 en hoe de Fortis-top de impact van de ‘subprimecrisis’ op de cijfers van de groep had ingeschat. Op 25 januari 2013 kreeg het parket het dossier terug in handen.

Nog geen maand later, op 18 februari 2013, was openbaar aanklager Olivier Coene klaar met zijn eindvordering. Tot grote ergernis van de advocaten van de gedupeerde beleggers vroeg de openbaar aanklager de buitenvervolgingstelling van Ageas, de juridische opvolger van Fortis, Fortis Bank én BNP Paribas, die als ‘deep pockets’ de meeste kans op een schadevergoeding boden.

Hij vervolgde wel ex-Fortis-voorzitter Maurice Lippens, ex-CEO Jean-Paul Votron, diens opvolger Herman Verwilst, ex-financieel directeur Gilbert Mittler, diens voormalige rechterhand Lars Machenil, Filip Dierckx (die verantwoordelijk was voor de zakenbanktak van Fortis) en voormalig adjunct-directeur risicobeheer Reginald De Gols. Ook de consumentenvereniging Dolor en haar voorman Hendrik Boonen werden mee vervolgd. De openbaar aanklager zag voldoende reden hen te vervolgen voor valsheden in de jaarrekening, oplichting en inbreuken op de wet die het toezicht op de financiële sector regelt.

Twee processen per jaar

Maar in december 2013 ontstond ophef over een ‘brief’ die openbaar aanklager Coene had verstuurd naar de gedupeerde Fortis-beleggers. Daarin waarschuwde hij dat het moeilijk werd de Fortis-zaak nog binnen de verjaringstermijn van tien jaar af te ronden. Hij somde in de brief zeven procedurele tussenstappen op voor het tot een definitief arrest van het Hof van Cassatie zou komen. Om de verjaring, die de magistraat situeerde rond eind 2018, te vermijden, moest een ritme van twee Fortis-processen per jaar worden gehaald. De advocaten van de beleggers protesteerden. Ook de toenmalige procureur des Konings van Brussel, Bruno Bulthé, was niet opgezet met de brief.

De voormalige procureur des Konings van Brussel, Bruno Bulthé. ©Tom Verbruggen

Wat volgde, was nog erger dan de brief voorspelde. De Brusselse raadkamer had de behandeling van de zaak al in september 2013 uitgesteld omdat tal van partijen bijkomend onderzoek hadden gevraagd. Het had een uitgebreide argumentatie gegegeven om dat extra onderzoek niet te voeren. En de onderzoeksrechter was daarin gevolgd. Maar meerdere verdachten gingen daartegen in beroep. In januari 2014 beval de kamer van inbeschuldigingstelling alsnog een pak bijkomende onderzoeksdaden te laten uitvoeren.

Zo belandde de hele procedure op de lange baan. Ondanks de haast die het Brussels parket had gemaakt nadat het gerechtelijk onderzoek was afgerond. Pas tweeënhalf jaar later, in augustus 2016, waren de onderzoeksdaden beëindigd en kreeg het parket het dossier weer in handen. Op dat moment hadden verschillende parketmagistraten het Fortis-dossier van elkaar geërfd. En niemand stond nog te trappelen om het verdronken kalf te reanimeren.

Schikking in zicht

Daarom nam het parket eind 2016 contact op met de advocaten van de verdachten. Daaruit bleek dat in Nederland onderhandelingen waren geopend tussen Ageas, als rechtsopvolger van Fortis, en gedupeerden. Er was een schikking in de maak op basis van de procedure Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade. Als alle gedupeerde beleggers op die manier vergoed konden worden, was er een elegante uitweg voor het Brussels parket om het strafdossier te begraven.

De woordvoerster van het Brussels parket, Ine Van Wymersch. ©BELGA

Het parket volgde de onderhandelingen over de schikking van nabij op. In september dit jaar kreeg het de bevestiging dat de schikking, waarbij de gedupeerden voor 1,3 miljard euro werden vergoed (zie inzet), was aanvaard door het Hof van Amsterdam. Eindelijk kon het de draad weer oppikken in het oude strafdossier, op de valreep van de verjaringstermijn van tien jaar.

De woordvoerster van het Brussels parket, Ine Van Wymersch, bevestigt nu aan De Tijd dat het na ‘een nieuwe grondige analyse’ besluit dat er onvoldoende bezwaren zijn om de belangrijkste tenlasteleggingen over valsheid in de jaarrekeningen, en het gebruik daarvan, voor de verdachten te behouden. ‘Na een nieuwe grondige analyse van alle stukken van het strafdossier is het thans niet mogelijk met voldoende zekerheid te kunnen stellen dat alle vereiste constitutieve elementen voor een misdrijf van valsheid in jaarrekeningen kunnen worden aangetoond’, luidt de officiële verklaring. En voor de resterende feiten besluit het parket dat ze verjaard zijn of de verjaring nakend is.

 Het is afwachten of de Brusselse raadkamer die visie deelt en de zaak definitief begraven is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud