reportage

Hand in hand, met afstand

Sabine Cordier van Het Hof van Vlaanderen: 'Schoon hoe mensen hulp bieden.' ©Rik Van Puymbroeck

In Crisnée lees je ‘Restez chez vous, prenez soin de vous’ op een bord van de gemeente en ook in Beringen, Kruisem en Ieper zoeken mensen hun weg in dit nieuwe bestaan. Corona beheerst het land, maar het verbindt ook. Zelfs met afstand.

Eigenlijk zei één detail, één telefoontje, op vrijdag 13 maart alles. De kapster belde: of de afspraak van zaterdag naar maandag kon? Beter kon de revolutie niet worden geschetst. Echte kappers kappen niet op maandag. Zo historisch is dit. Zo ernstig ook, want een voor een viel alles weg. De afspraak met de kinesist, een controle van de rug in Gasthuisberg, het ochtendbericht in de WhatsApp-groep van de collega’s (‘iemand koffie?’).

‘Het was een vreselijke dag’, zegt Sabine Cordier enkele dagen later in een coronasafe interview. Onderweg naar Ieper hebben we het gebaande pad verlaten en zijn we door Marolle gereden, een wijk in Kruisem, nooit van gehoord. Daar ligt Hof van Vlaanderen, een café. Met gesloten rolluiken, maar met Cordier door het open venster op de eerste verdieping. Blij als een kind dat toch iémand stopt. Ze vertelt over vrijdag 13 maart, die ‘vreselijke dag’: ‘Ik sloot toen, dat moest van de overheid. Maar diezelfde dag brandde het huis van mijn zus in Zulte af. Het kwam allemaal samen.’

Al snel hadden we 100 vrijwilligers. We ontwierpen een burenkaartje dat mensen kunnen overschrijven en zelf bij buren die graag hulp hebben in de bus kunnen steken.
Karoline Lenaers
Directeur ‘Mens’ in Beringen


Sabine, 46 jaar caféhoudster waarvan 22 jaar in Marolle, verloor vorig jaar haar man Swa door kanker. Sindsdien is haar café nog vier dagen per week open, maar nu is het dus zeker tot 5 april dicht. ‘Een slag, maar ik ben lang bezig: ik kan er wel tegen. Het grote voordeel is dat ik vanaf zaterdag mijn zus kon helpen. Dat was iets ongelooflijks. Een buurman had meteen een huis vrij voor haar, vrienden kwamen poetsen en dat huis van meubels voorzien, en ik was, kook, strijk en doe de boodschappen.’

Solidariteitsfonds

Marolle heeft niet veel, een bakker en ‘twee cafeets’, maar dus ook het hart van Sabine. De afgelaste uitstap van het feestcomité van Marolle, dit weekend voorzien naar de Westhoek, is maar een detail. Brand noch corona zal het Hof van Vlaanderen deren, zegt ze. ‘Maar het is schoon om te zien hoeveel hulp er kwam.’

Is het een symbool? Ontstaat in deze bijzondere tijd iets ongeziens? Laten we de ruzies voor de Wetstraat en kan hulp zonder hashtags? ‘We moeten dit schouder aan schouder doen’, zegt minister-president Jan Jambon (N-VA) later. Hand in hand, lees je. Een vreemd beeld, al klopt het, maar graag met afstand. Je merkt op straat dat mensen wandelend van elkaar wijken en voor één keer is dat goed.

In Crisnée vraagt de gemeente: 'Restez chez vous, prenez soin de vous.' ©Rik Van Puymbroeck


Natuurlijk is het vroeg, en lees je ook het nieuws dat ‘Vreemdelingenzaken vanaf morgen gesloten (is) voor asielzoekers’. Iemand appt: ‘Solidair België. Een grap.’ Maar dezelfde dag worden mensen vrijwilliger bij ‘Leuven helpt’. In dezelfde stad haalt een vrijwilliger een minderjarige asielzoeker op om een fietstochtje te maken. In Tildonk zet een vrouw een rekje met wenskaarten voor de deur: wie wil, pikt er eentje uit en verstuurt het. In Gent wordt een solidariteitsfonds geboren: storten kan, met vermelding ‘corona’.

En op de parking van het woonzorgcentrum Egmont van het OCMW van Zottegem staat met kleurrijk krijt geschreven: ‘Groetjes. Tibe.’ Leesbaar vanuit het raam. Aan de ingang hangt een boodschap van de bewoners voor de buitenwereld: ‘Geen zorgen. Wij stellen het goed. Knuffel.’

Trees heeft net TeVe-Blad aan de receptie afgegeven voor haar 85-jarige moeder. ‘Normaal doet mijn vader dat, hij woont nog thuis, maar ik wil dat hij nu binnenblijft’, zegt ze. ‘Ook voor hem is dit lastig, misschien omdat het niet helemaal doordringt hoe ernstig het is. Tot 19 april is bezoek verboden. Dat is tot nà Pasen. Maar het is voor het goede doel en de mensen hier maakten een WhatsApp-groep waarin ik een foto van mijn mama kreeg. Gisteren had ik ze aan de lijn. Ik was blij dat ik ze hoorde.’

Nood

In de nacht is een mail binnengevallen. ‘Poëzie-uitwisseling’ stond in het onderwerp, hij ging deze week rond, misschien toevallig. De eenvoudige vraag: stuur een gedicht naar één persoon (het mailadres is vermeld, de man doet geen belletje rinkelen) en verstuur de mail dan naar 20 vrienden. ‘… omdat we allemaal nood hebben aan fijne, verrassende poëzie’, staat er nog.

Belangrijk is het woord ‘nood’. Dat las je vaker deze week. Hoe het land, na de stilstand en de vraag tot afstand, ‘nood’ heeft aan mondmaskertjes en geld, maar ook aan nabijheid, muziek, elkaar, hulp, zorg, solidariteit, aandacht. Je stuurt een gedicht en je vraagt 20 mensen dat ook te doen. Na de volgende mail zou je 400 gedichten mogen verwachten. Het is een detail. Zoals de kapper op maandag, de warmte in Marolle, het krijt op de parking. 

We rijden naar Ieper, waar onder de Menenpoort sinds 2 juli 1928 elke avond de Last Post wordt geblazen. Sinds de paus er in 1985 bij was en zeker met de honderdjarige herdenking voor steeds meer volk. ‘Met de eerste maatregelen op vrijdag kwam de Last Post in het gedrang’, zegt Benoit Mottrie, voorzitter van de Last Post Association. ‘Een samenscholing mag niet en per avond komen makkelijk tussen 500 en 700 mensen. We moesten oproepen: ‘Kom a.u.b. niet.’ Niet komen was een teken van solidariteit.’

Dat niemand bij de Last Post opdaagt, is chique. Er is geen mooier eerbetoon aan al die mensen die in ziekenhuizen strijden voor onze gezondheid.
Benoit Mottrie
Voorzitter Last Post Association


Alleen zo kon Mottrie de stad Ieper én alle bevoegde diensten overtuigen dat de Last Post ook na 13 maart elke avond kon geblazen worden. ‘In principe spelen we ook niet voor het publiek. We spelen voor de 55.000 namen van soldaten die op de Menenpoort gebeiteld staan.’

Het is dinsdagavond en Ieper is leeg. Frituur ‘t Kattekwaad op de Grote Markt is open (‘we draaien een zesde van onze omzet’, zegt zaakvoerder Geert Verhelst), verder heerst de stilte. De avond valt nochtans voorzomers mooi boven de Lakenhalle. Onder de Menenpoort moet ‘ceremony assistant’ Youri Van Miegroet niemand weghouden. Dat was zaterdag al zo, bij de eerste Last Post zonder publiek. ‘Er kwam nog een Australiër die vanuit Berlijn naar Parijs op pad was. Zondag was er een gezin uit Dallas. Verder niemand en dat is chique: er is geen mooier eerbetoon aan al die mensen die in ziekenhuizen strijden voor onze gezondheid.’

Een minuut voor 8 stappen Raf Decombel, Jan Callemein en Christophe Wils in uniform, met bugel in de hand onder de lege Menenpoort. Anders dan anders wordt dit een korte Last Post. Er wordt niet gesproken en geen krans van klaprozen gelegd, het ‘reveil’ zal niet klinken. ‘Het duurt twee minuten.’ Anders dan anders staan ze niet zij aan zij. Ze houden anderhalve meter afstand.

Hoop

Wie het ooit hoorde, weet nu wat klinkt. Maar ook dit is anders dan anders. Zonder mensen stoten de klanken van hun bugels op de kale stenen en zo op al die 55.000 uitgebeitelde namen. Zonet is het bericht binnengekomen dat op woensdagmiddag een nieuw strenger regime wordt uitgevaardigd. ‘Maar we hopen’, zegt Mottrie.

‘Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Last Post niet geblazen. Op 6 september 1944, de Duitsers zaten nog aan de andere kant van de stad, klonk hij voor het eerst opnieuw. Tijdens de oorlog blies de Brookwood Last Post Association uit Engeland onze Last Post bij hen. En weet je wat? Deze week namen ze contact op: ‘Als jullie door corona moeten stoppen, nemen wij het voor die periode opnieuw over.’

De Last Post klonk voor de 31.314de keer. De blazers gaan naar huis, Mottrie trekt bezorgd de nacht in.

In Beringen brengt Daniele Iaccino een bezoek aan Vic Willekens die in WZC Sporenpark verblijft. ©Rik Van Puymbroeck


Die ochtend komt een gedicht binnen van een onbekend iemand. Ook de dichter, Harm, kennen we niet en de titel is wat vreemd: ‘Musjemusjemosj’. Maar het raakt en het begint zo: ‘Tussen het hoofdkussen/en dat hoofd waarvoor het dient/sliep/jouw hand. – ‘t Is jouw hoofd, jouw hand –’. Het is zorgzaam en dat past deze week.

Jonas Goossenaerts had maandagnacht al een bericht op Facebook gezet. Hij schreef: ‘Hallo, ik ben Jonas en deel gratis verse soep uit aan mensen uit de regio Borgerhout/Deurne/Berchem die beter thuisblijven. Met een stukske brood erbij hebt ge al gauw gegeten.’ Jonas geeft les, maar de school is dicht. Hij wilde ook op andere manieren helpen, maar was ook eerlijk: ‘Ik let niet graag op kleine kinderen en ik hou niet van honden (ook kleine).’

Groot is de respons twee dagen later nog niet. ‘Bescheiden’, zegt Goossenaerts, 37 en leraar geschiedenis aan het Scheppersinstituut in Mechelen. ‘Ik had mijn bericht in de Facebook-groep ‘Ge zijt van Borgerhout als…’ gepost. Uiteindelijk heb ik een tiental mensen soep gebracht. En voor twee buurtbewoners, een zeventiger en iemand die een chemobehandeling volgt, ging ik naar de winkel en de apotheker. Niet iedereen zit op Facebook. Daarom ga ik ook nog wat brieven posten. Ik heb tijd. Als geschiedenisleerkracht moet ik geen alternatieve lessen aanbieden aan mijn leerlingen.’

Als woensdagmiddag de klok in Wezemaal 12 uur slaat, zou het leven moeten stilvallen. Je kan niet zo goed vergelijken, het is rustig, maar misschien is het hier altijd zo. Bij bakkerij Van Praet geeft een studente je het flesje water dat je koopt zelf aan (‘we willen vermijden dat iedereen zomaar aan alle spullen komt’), een brief vraagt om met niet meer dan drie mensen tegelijk in de winkel te komen. Dat lukt gemakkelijk. Maar behalve drie kriekentaartjes en wat stukken kaastaart is er niets meer over. ‘Deze morgen was een overrompeling’, zegt Kristel Boogaerts. ‘Mensen hamsteren zelfs brood. Mensen die hier normaal één brood kopen, of hooguit twee, vroegen er nu zes. We krijgen vragen om thuis te leveren. Ik weet niet of dat kan. Wie gaat dat brengen?’

Moskee

Onderweg naar Beringen merk je op woensdag niet zo veel. Camions rijden op de E314, auto’s ook, het is niet stil en het is niet druk. Een dag als alle andere, lijkt het. Waarom Beringen? Noem het een voorbeeld, een van die talloze Vlaamse gemeenten waar sinds vorige vrijdag mensen vliegensvlug in actie schoten. Een digitaal infobord aan Beringen-Mijn toont dat goed. Je leest: ‘Solidariteit zit in ons bloed.’ Toch met hashtag: #beringenhelpt. Via beringen.be/coronavirus word je op de hoogte gehouden, maar er is ook een telefoonnummer.

‘We stoppen ook een brief van deur tot deur in de brievenbus’, zegt burgemeester Thomas Vints. ‘Beringen heeft 46.000 inwoners en een grote diversiteit. Al snel hadden we overleg met de moskeeverantwoordelijken die maximaal meewerkten. Dat is belangrijk. De Turkse gemeenschap is nogal hiërarchisch. Dat de verantwoordelijken meteen beslisten dat het gebed niet kon doorgaan en dat de theehuizen sloten, hielp. Turkije zelf wordt getroffen door het coronavirus. Men volgt dat.’

Hier valt wel op hoe leeg het is. Kapsalon Star, café Sançak en frituur De Mijn zijn dicht. Aan de grote moskee is niemand. ‘Hoe je communiceert, zowel met mensen van Beringse origine als met die van vreemde origine, is van belang’, zegt ook Karoline Lenaers, directeur ‘Mens’ in Beringen. ‘Al snel hadden we 100 vrijwilligers, we ontwierpen een burenkaartje dat mensen kunnen overschrijven of downloaden en zelf bij buren die graag hulp hebben in de bus kunnen steken. De informatiebrief bevat gemakkelijk te begrijpen pictogrammen.’ Ze zagen dat het werkt. Een nog jonge vrouw met een chronische aandoening die nu nog op een eigen netwerk kan rekenen, contacteerde de stad al: niemand weet hoelang dit aanhoudt.

Mijn stiefvader is als een kaarske uitgegaan. Net een dag voor het bezoek zou stopgezet zijn. Misschien was het voor hem wel het beste moment.
Monique Verbinnen
op de Stadsbegraafplaats in Leuven

Plots horen we een stem en met zijn prachtig Limburgs-Italiaans vraagt Daniele Iaccino: ‘Dag Vic, hoe is het?’ Vic Willekens zie je eerst niet, dat komt door het gaas van het vliegenraam tussen het raam van zijn kamer in het woonzorgcentrum Sporenpark en deze zonnige dag. Een paar kamers verder woont Danieles vader Antonio, maar in Antonio’s hoofd zit meer verleden dan heden. Vic, nog maar 68, woont hier nog niet lang. Sinds vorige dinsdag is zijn kamer de wereld. De was wordt gebracht, het eten ook, er is televisie, een puzzel, Het Belang van Limburg. ‘Ik begrijp het wel’, zegt Vic. ‘Maar ik ben blij dat Daniele even komt praten.’

Daniele had van familie gehoord over de situatie in Italië, al wonen al die nonkels en tantes in het zuidelijke Calabria, ver van het eerst getroffen Lombardije. ‘Voor mijn mamma moest ik gaan hamsteren. Zoveel mogelijk pasta en tomatensaus natuurlijk. In de Colruyt was alles op en ik ben naar Genk en naar Zwartberg gereden voor 36 flessen tomatensaus en twee grote dozen pasta.’ Hij moet er zelf mee lachen. Daniele heeft geen schrik. ‘Wel voor mamma. Italianen knuffelen veel en dat mag nu niet.’

Covid-19 kent geen grenzen, ook geen taalgrenzen. Al lijken er bij onze Waalse landgenoten minder besmettingen te zijn. Toch is hartje Luik doods. In La Boucherie staat niemand. Parking Opéra is leeg. De Rue des Dominicains verlaten. De politie controleert. Maar in een uur in de stad klampen zes haveloze mensen ons aan met de vraag om een euro te krijgen. Wie niets heeft, heeft enkel honger en heeft geen schrik. Misschien is afstand kunnen houden ook wel een teken van luxe.

Droge handen

De Press Shop van Gerald Marsin is wel open. Ook hier is anderhalve meter de regel, ‘s ochtends stond een lange rij tot buiten. ‘Mensen hamsteren zelfs bij mij: kranten, magazines, kruiswoordraadselboekjes. Het is me duidelijk geworden hoe belangrijk kranten nog zijn voor mensen. Ik heb er ongelooflijk veel verkocht. Het fake news op het internet vertrouwen ze niet meer. We zijn ook een postpunt. Alleen daarom moet je openblijven. Want als ik ziek word, moeten we Bpost drie dagen de tijd geven om een oplossing te zoeken.’

Marsin zit hier al tien jaar. Hij toont de palmen van zijn handen: ‘Zie je hoe droog die zijn? Dat komt omdat ik al die jaren mijn handen zeker tien keer per dag was. Nu was ik ze honderd keer per dag. Je ziet dat mensen elkaar verdachter aankijken. Ze hebben schrik om ziek te worden. Vroeger zag je dat niet. Hoeveel keer gebeurt het niet dat mensen na een toiletbezoek hun handen niet wassen? De mens is niet proper. Als corona hem dat bijleert, is het misschien nog iets.’

©Rik Van Puymbroeck


Onderweg passeer je in Crisnée de gemeentelijke boodschap: ‘Restez chez vous, prenez soin de vous.’ Op de wereldberoemde Luikersteenweg, ook de Chaussée d’amour genoemd, zie je dat mensen luisteren. Waar anders meisjes zitten, hangt nu een officieel bericht van de police de Hesbaye: ‘Le secteur de l’Horeca n’est hélas pas épargné’ en dus zijn de bars Le Croque-Monsieur, Night Love en Le Pacha gesloten.

Een dag later sms’t Jonas Goossenaerts dat er voorlopig geen nieuwe vraag is naar soep. ‘Ik denk er nu aan lesfilmpjes geschiedenis voor het bejaardentehuis en voor OKAN-leerlingen te maken’, schrijft hij. Van een ochtendspits is geen sprake en om half 12 staan vier mensen op de strooiweide van de Stadsbegraafplaats in Leuven. Iemand van de stad, iemand van Begrafenissen Onckelinx uit Gingelom en een koppel met een hond.

Bijna lente

Monique Verbinnen en haar man John Dhondt kijken toen hoe de as van haar stiefvader Frans Janssens wordt verstrooid. Verder niemand. Ook dat is corona. Alle begrafenissen moeten in intieme kring plaatsvinden. Ook de asverstrooiing. ‘Anders hadden we hier wellicht ook alleen gestaan’, zegt mevrouw Verbinnen. ‘Frans was 93 en had geen familie meer. Zijn hele leven had hij in Leuven gewoond, bij de Stella gewerkt en was hij lid van de ‘Mannen van 27’. Maar ja. Hoeveel leven er daarvan nog?’

Mensen hamsteren zelfs bij mij: kranten, magazines, kruiswoordraadselboekjes.
Gerald Marsin
Uitbater Press Shop Luik


Er werden wat rouwbrieven verstuurd naar verre verwanten. Of ze nog leven, weten Monique en John niet. Ze reageerden in ieder geval niet. Dus staan ze hier alleen. Het gras neemt de as van Frans Janssens op, er is weinig wind. ‘Hij is als een kaarske uitgegaan. Vorige woensdag, net een dag voor het bezoek zou stopgezet zijn. Misschien was dit voor hem wel het beste moment.’

Het is donderdagavond. De poëzieteller staat op zes, er moeten er dus nog 394 komen, er is een gedicht van Stefan Hertmans bij en twee keer Remco Campert. Dit kort ‘Gemompel’ bijvoorbeeld: ‘Hoe duidelijker ik ‘t wil zeggen/hoe slechter ik uit mijn woorden kom/dit lijkt me een typisch verschijnsel/van het een en het ander.’

Door de muren van de buren klinkt ‘Green Green Grass of Home’ van Tom Jones, we zijn allemaal thuis en het is bijna lente. En in Ieper gaat de telefoon. Woensdagavond speelde Jan Callemein de Last Post helemaal alleen. ‘Het was nipt’, zegt Benoit Mottrie. ‘Maar uiteindelijk kregen we de toestemming: er mag echt niémand meer in de buurt komen én de Last Post mag maar door één klaroener meer geblazen worden. We laten het gezond verstand regeren. Het is nooit eerder gebeurd, maar we hopen dat we dit tot het einde van deze crisis kunnen aanhouden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud