reportage

Helft hulpverleners vermoeid en hyperalert

Annelies Stassen, coördinerend hoofdverpleegkundige operatiekwartier UZ Brussel. 'Ik heb mijn mensen zien vechten tegen zichzelf.' ©siska vandecasteele

Het aantal stressklachten bij zorgverleners neemt fors toe door de werkdruk en emotioneel ingrijpende ervaringen tijdens de coronacrisis. ‘De vrees is dat dit geen marathon wordt, maar een triatlon.’

Meer dan de helft van de hulpverleners staat onder druk, voelt zich vermoeid en is hyperalert. Dat blijkt uit een bevraging bij 3.300 hulpverleners door ZorgSamen, een consortium dat deel uitmaakt van de taskforce van Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V).

40 procent heeft slaaptekort. Een kwart kampt met concentratieproblemen en angst: dat is vijf keer meer dan voor de crisistijd. Het aandeel hulpverleners dat zich ongelukkig voelt en overemotioneel reageert, ligt vijf keer hoger dan in normale omstandigheden. Hulpverleners voelen zich onzeker of ze de juiste en voldoende zorg hebben kunnen geven. Er is ook schuldgevoel: de vrees een patiënt of een naaste besmet te hebben, of het gevoel dat ze te weinig hebben kunnen doen om de pandemie in te dijken.

Het is belangrijk dit niet te pathologiseren, maar we moeten wel werken aan het versterken van de veerkracht.
Kris Vanhaecht
professor ku leuven

‘Zorgwekkend’, noemt professor Kris Vanhaecht (KU Leuven), de auteur van de bevraging, de resultaten. ‘Zeker als we weten dat de ziekenhuizen voor de heropstart staan en enorm veel werk moeten inhalen. Andere voorzieningen hebben pakken werk met de organisatie van het bezoek dat weer wordt toegelaten.’

Steun vinden zorgverleners vooral in hun naaste omgeving: bij hun partner, collega’s en vrienden. Bijna een kwart zegt psychologische hulp nodig te hebben, 8 procent stapte al naar een therapeut. Ongeveer de helft sprak zijn of haar leidinggevende aan. Er is ook een groep zorgverleners die aangeeft dat ze dat wel willen, maar het toch niet doen. ‘Leidinggevenden zijn geen therapeuten en ze hoeven zeker niet voor psycholoog te spelen,’ zegt Vanhaecht, ‘maar het is wel belangrijk vandaag de vinger aan de pols te houden: wie is prikkelbaar, wie reageert anders dan anders?’

Marathon

Hij wijst erop dat de gezondheidscrisis die corona is vaak met een marathon wordt vergeleken: een volgehouden inspanning, zolang er geen zicht is op een vaccin of behandeling. ‘Maar de vrees leeft dat het een triatlon wordt. Wat is dat, ‘het nieuwe normaal’? Komt er een tweede golf van besmettingen? Wat wordt de impact van de uitgestelde zorg?’

De gezondheidszorg is een sector die al gevoelig is voor burn-out, door de hoge werkdruk, de krappe bezetting en de zware emotionele tol. ‘Het is belangrijk dit niet te pathologiseren, maar we moeten wel werken aan het versterken van veerkracht.’

Het is al de tweede keer dat de ZorgSamen-barometer wordt georganiseerd. Bij de tweede bevraging is de doelgroep fors uitgebreid: niet alleen woon-zorgcentra en ziekenhuizen, maar ook mensen die werken in welzijn, zoals jeugdhulp, maatschappelijk werkers en CAW’s. ‘De verhoogde druk is algemeen’, zegt Vanhaecht. ‘Ook hulpverleners die niet hebben kunnen werken door de lockdown voelen zich gefrustreerd of schuldig omdat ze geen zorg hebben kunnen geven.’

'Een crisis kan ik managen, maar voor mijn mensen ben ik ongerust'

Annelies Stassen (38), coördinerend hoofdverpleegkundige operatiekwartier, ontwaakzaal en anesthesie, UZ Brussel

In het universitair ziekenhuis van Jette draaien doorgaans 14 operatiezalen op volle toeren, als een goed geoliede machine. Voor corona moesten alle niet-dringende ingrepen wijken. De reorganisatie was een huzarenwerk, maar psychisch bleek het nog zwaarder. ‘Als je in een operatiekwartier werkt, zie je de patiënt niet echt. Ze komen binnen, verdwijnen onder een laken en na de ingreep zie je ze niet meer terug. Plots krijg je te maken met mensen die hier wekenlang liggen, je hoort de familie elke dag aan de telefoon. Er ontstaat echt een band. Om dan patiënten voor palliatieve zorg te zien kiezen, afscheid van hen te moeten nemen en hen zien verdwijnen om te sterven, daar ben je niet op voorbereid. Dat maken mijn verpleegkundigen nooit mee. Natuurlijk hakt dat erin.’

Verpleegkundigen zijn gewend om te zorgen: voor een ander, niet voor zichzelf.
Annelies Stassen

Na weken werken op adrenaline, in zweterige pakken waarin je niet kan drinken of naar het toilet gaan wanneer jij dat wil, groeit de vermoeidheid. De onzekerheid, ook. ‘Ik werk met perfectionisten die opeens een andere job moeten doen, en ze willen dat even goed doen als hun collega’s met jaren ervaring op intensieve zorg. Ik zag mijn mensen vechten met zichzelf.’

Een partner die thuiswerkt, een kind met preteaching, familieleden die afstand houden uit angst voor corona, partners die niet langer samen willen slapen: dat begint te wegen na een lange shift. ‘Het risico bestaat’, zegt Stassen, ‘dat je het gevoel krijgt dat je er helemaal alleen voor staat.’ Ze voelde de spanning stijgen door kleine irritaties. ‘Een crisis kan ik managen, maar ik werd ongerust voor mijn mensen. Mijn team mocht niet uiteenvallen.’

Ze riep de hulp in van psychologen. ‘Als je op een kritieke dienst staat, is zelf hulp zoeken een van de laatste prioriteiten. Verpleegkundigen zijn gewend om te zorgen: voor een ander, niet voor zichzelf.’ Nu lopen de psychologen door de gangen en zitten ze mee bij de patiëntenoverdracht. ‘Zo kunnen ze snel inspelen op incidenten, overlijdens, het moeten meemaken om mensen alleen te zien sterven, zonder familie aan hun bed. Er is iemand die hen aanspreekt: hoe gaat het eigenlijk met u?’

Nu de covidbedden worden afgebouwd en de rest van de zorg weer op gang komt, kijkt ze naar ‘de berg werk’ die op hen afkomt. ‘De grote vrees is dat onze mensen niet kunnen recupereren. Alle uitgestelde operaties, toch zo’n 1.500, moeten ingehaald worden. En corona is niet weg. Ik weet wel: ook dit komen we te boven. Ik ben heel fier op mijn teams. Ik heb gezien hoeveel een groep kan dragen.’

'Vijftigers op hun buik, beademd, in coma: dat komt dichtbij'

Tom Spanhove (52), hoofdverpleegkundige intensieve zorg, AZ Alma

Tom Spanhove ©siska vandecasteele


Als hoofdverpleegkundige van intensieve zorg is Tom Spanhove gewend op het scherp van de snee te werken. Toch is corona anders, zegt hij. ‘Logistiek waren we tot in de puntjes voorbereid, op de mentale impact veel minder. Er is vooral de angst: om te besmetten, en om besmet te worden. Er was ook de voortdurende vrees om niet over het best mogelijke materiaal te kunnen beschikken, al hebben we tot nu toe wel alle nodige beschermingsmateriaal gekregen.’

Op intensieve zorg krijgen Covid-19- patiënten medicatie via aerosol in de longen geblazen. Vaak worden ze beademd met een tube in de luchtpijp. Bij die handelingen komen heel veel viruspartikels vrij, en net op een moment dat de zorgverleners recht boven de patiënten hangen. Die momenten zijn stresspieken, zegt Spanhove. ‘Iedereen weet dat corona zeer besmettelijk is en dat er veel mensen aan overlijden. We hebben in het team vrij snel ‘ventilatiegesprekken’ ingevoerd: wat kan beter, sneller, veiliger. Een ingreep die minder vlot is verlopen, maakt mensen bang.’

Het probleem is dat we niet goed weten wat nog op ons afkomt: wat is dat, het nieuwe normaal?
Tom Spanhove

Het werk wordt, onvermijdelijk, toch persoonlijk. Hij is 52 jaar. Opeens zag hij verschillende leeftijdsgenoten opgenomen worden. ‘In coma, beademd, op hun buik. Dan komt het dichtbij. Een persoonlijke vriend van mij heeft op intensieve gelegen, hij is beademd en erdoor gekomen. Gelukkig hebben we ook die successen gekend.’

Wat hier de ware impact van gaat zijn, kan hij pas over een paar maanden zeggen. ‘Een verpleegkundige kan veel aan, maar ik weet dat er collega’s zijn die slecht slapen, bij wie sommige beelden als een filmpje blijven draaien. Het probleem is dat we niet goed weten wat nog op ons afkomt: wat is dat, het nieuwe normaal? Gaan mensen zich aan de regels kunnen houden? Of krijgen we een nieuwe piek in besmettingen?’

Hij zegt dat het even ‘akelig kalm’ is geweest op zijn afdeling, de ‘gewone’ intensieve zorg. ‘Geen infarcten, geen maagbloedingen, geen beroertes: dat kan natuurlijk niet. Die patiënten gaan komen. We hebben de afgelopen maanden keihard gewerkt en dat deed iedereen, zonder morren. Maar we hebben nu ook tijd nodig om de batterijen op te laden. De vrees is dat die tijd te kort gaat zijn.’

 

Drie doden in een dag en geen tijd om te troosten

Sarie Seynhaeve (24), zorgkundige en animator woon-zorgcentrum Heilige Familie, Deerlijk

Sarie Seynhaeve, zorgkundige in woon-zorgcentrum in Deerlijk. ©siska vandecasteele


Het is 31 maart, 9 uur ’s ochtends, als Sarie Seynhaeve met acht collega’s in een zaaltje vergadert. Ze is zorgkundige en staat normaal in voor de animatie in het woon-zorgcentrum: nagels lakken, samen koken, spelletjes spelen - op maandag is er bingo. Nu krijgt ze uitleg over het verzorgen van patiënten die besmet zijn met corona. Ze heeft zich vrijwillig opgegeven voor de daarvoor ingerichte Covid-19-afdeling in het woon-zorgcentrum. ‘De co-heart-afdeling, zo willen wij het noemen’, zeggen ze tegen elkaar. ‘We gaan onze mensen warme zorg geven.’

Er zijn op dat moment tien besmette bewoners gekend. Dat worden er 12, dan 15, dan 21. De werkdruk stijgt. Ze moeten wassen, verzorgen, verschonen, eten verdelen, poetsen, geruststellen en medicatie geven bij uiterst besmettelijke en soms fragiele bejaarden. Uiteindelijk zullen 31 patiënten op de Covid-afdeling belanden en nog eens zeven in het ziekenhuis.

We zagen dat sommige mensen aan hun laatste uren bezig waren, maar we hadden niet de tijd om aan hun bed te zitten, om hun hand vast te nemen.
Sarie Seynhaeve

Op 3 april overlijdt de eerste bewoner. Familieleden komen voor het raam waken of afscheid nemen. Dat is ook voor hulpverleners zwaar. ‘De onmacht hen niet te kunnen troosten, puur door de werkdruk, is moeilijk te beschrijven’, zegt Seynhaeve. ‘We zagen dat sommige mensen aan hun laatste uren bezig waren, maar we hadden niet de tijd om aan hun bed te zitten, om hun hand vast te nemen.’ Het aantal besmette personen loopt op tot 39, er gaan acht patiënten naar het ziekenhuis. In het woon-zorgcentrum moeten besmette bewoners per twee op een kamer.

Het zo gemotiveerde team is na drie weken moe. Het aantal overlijdens loopt op, op een gegeven moment verliezen ze drie bewoners in 24 uur. In totaal zullen negen bewoners aan Covid-19 sterven, van wie twee in het ziekenhuis. ‘Ja, we hebben afgezien.’

Ze vertelt dit terwijl de covidafdeling gesloten wordt. De uitbraak is onder controle, alle bewoners zijn naar hun vertrouwde kamer teruggekeerd. Ze moeten nog altijd afstand houden en bezoek is strikt beperkt. ‘Ik zou heel graag nog eens een bingo organiseren, maar dat gaat nog niet.’

Seynhaeve heeft door die intense weken een andere kijk op haar werk gekregen. ‘Als team hebben we ons erg opgetrokken aan elkaar, en ingezien hoe belangrijk iedereen is. Het was heel lastig, maar we hebben ons zo goed mogelijk voorbereid en de uitbraak onder controle gekregen. Zelf wil ik nog meer tijd in de mensen kunnen steken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud