Het anti-Bilzen ligt in Deurne

Buurtbewoners op bezoek in het asielcentrum van Deurne. ©Jonas Lampens

Net als in Bilzen protesteerde de omgeving, inclusief buurman Bart De Wever en het Vlaams Belang, tegen de komst van een asielcentrum in het Antwerpse district Deurne. Vijf maanden later blijkt alles peis en vree in de buurt. ‘Het protest verstomt als de buren zien dat het ook maar om mensen gaat.’

‘Overlast? Nee, niets van gemerkt.’ René Slagmolen laat zijn hond uit in de Ergo-de Waellaan in Deurne, een residentiële straat afgelijnd met huizenblokken van twee of drie verdiepingen hoog. ‘Ik zie daar werkelijk niets van, van die asielzoekers. Je moet weten dat hier sowieso allerlei nationaliteiten wonen, van Brazilianen over Polen tot Marokkanen. En bij de Belgen loopt er toch ook schorremorrie rond, niet?’

Slagmolen woont enkele tientallen meters van een anonieme oprit die naast en onder enkele huizen door naar een groene poort leidt. Daarachter liggen de gebouwen van een voormalig bejaardentehuis voor kloosterzusters, de Dochters van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart. Sinds mei hebben de veertig dochters plaatsgemaakt voor een tijdelijk opvangcentrum voor 170 ‘verzoekers om internationale bescherming’, zoals dat in het jargon heet.

Een asielcentrum dus. Net als in Bilzen, waar het protest vorig weekend escaleerde in brandstichting. Maar Slagmolen kent niemand in de buurt die er nog een probleem mee heeft: ‘We kunnen die mensen toch niet in kartonnen dozen steken, hè? Ik heb lang op de lange omvaart gevaren, en was ook altijd blij dat ik in een vreemd land vriendelijk werd behandeld.’

Drie telefoontjes

Was er dan geen scepsis in de buurt toen het asielcentrum werd aangekondigd? ‘Toen wel, ja. Het centrum ligt tussen een Delhaize en een Dreamland. Dat zou tot criminaliteit leiden, werd gezegd. Je moet de kat niet bij de melk zetten, luidde het.’ Aan het onthaal van de Dreamland ontkent Orry Molders resoluut dat de asielzoekers overlast hebben veroorzaakt. ‘Het zijn vriendelijke mensen. We hebben meer last van jeugd uit de buurt dan van die nieuwkomers.’

We zitten elke maand samen met de politie om de overlast te bespreken. Maar tot nu toe viel er niets te bespreken.
Britt De Herdt
directrice van het asielcentrum in Deurne

In het asielcentrum zelf vertelt directrice Britt De Herdt dat de buurtbewoners een telefoonnummer in de bus hebben gekregen waarop ze 24 uur per dag terechtkunnen met vragen of klachten. ‘In vijf maanden tijd kregen we drie telefoontjes: twee gingen over spelende kinderen en een ging over iemand op de stoep die met zijn telefoon te luide muziek speelde.’

‘We zitten ook elke maand samen met de politie om de overlast te bespreken,’ zegt De Herdt. En wat bespreken ze dan? Ze glimlacht. ‘Euh, niets eigenlijk. Want tot nog toe was er geen overlast.’ De Antwerpse politie bevestigt dat. ‘Er zijn geen feiten te melden. En de samenwerking met het centrum loopt gesmeerd’, zegt woordvoerder Wouter Bruyns.

Brief in de bus

Vijf maanden geleden was de sfeer in Deurne nochtans vergelijkbaar met die in Bilzen. Er heerste onrust in de buurt, er werden kritische vragen gesteld op sociale media, er ging een petitie rond en het Vlaams Belang voerde openlijk protest tegen de komst van het centrum. Filip Dewinter en gemeenteraadslid Sam Van Rooy klommen over de poort en hingen spandoeken op. ‘We vangen in Antwerpen al meer dan 6.000 erkende vluchtelingen op, onze stad is vol’, argumenteerde Dewinter toen.

Ook de Antwerpse burgemeester Bart De Wever (N-VA), bij wie het asielcentrum nagenoeg in de achtertuin ligt, kantte zich tegen de komst. Hij suggereerde dat het een politiek bewuste zet was, nadat bevoegd staatssecretaris Theo Francken was opgestapt uit de federale regering en was vervangen door Maggie De Block (Open VLD). ‘Of het nu in uw of in mijn straat is, dat maakt niets uit’, zei De Wever. ‘Maar dat Antwerpen, dat al zoveel doet en al zoveel moet dragen, dit er nog eens bij krijgt... Dat is er gewoon over. Dat is volgens mij een politieke keuze, men doet dit heel doelbewust.’

Vijf maanden later blijft De Wever achter zijn protest staan. ‘In onze stad wonen vandaag meer erkende vluchtelingen dan in Gent, Brugge, Leuven, Mechelen, Kortrijk en Oostende samen. Hun aantal is in Antwerpen tijdens de periode 2013-2018 verdubbeld. Wij doen dus al meer dan ons deel’, laat de burgemeester via zijn woordvoerder weten. ‘Wij hebben sinds de opening wel onze verantwoordelijkheid genomen, en vinden het niet meer dan normaal om constructief samen te werken met het centrum zelf.’

In haar kantoor op de derde verdieping van het centrum legt directrice Britt De Herdt uit hoe Fedasil heeft geprobeerd de lont uit het kruitvat te halen. ‘We staken in alle bussen van de buurt een brief met de uitleg over het centrum. We pleegden onmiddellijk overleg met het district, de politie, de scholen en sociale verenigingen in de buurt. En ik ging persoonlijk langs bij de buren die rechtstreeks aan ons domein grenzen. Ik legde hun uit dat wij geen gevangenis zijn, maar mensen in nood opvangen. Die apprecieerden mijn bezoekje enorm.’

Het is opvallend hoe centraal dit gebouw in de woonwijk ligt. Sommige buren kijken vanop hun terras binnen bij de asielzoekers, heel wat tuinen grenzen aan het domein. ‘We hebben hier 76 kinderen. Natuurlijk maken die lawaai’, zegt De Herdt. ‘Maar we hebben ze verboden aan de kant van de huizen te spelen. Ook alle banken voor de bewoners hebben we verplaatst naar de achterkant. Zulke kleine ingrepen kunnen een groot verschil maken.’

Rijlaarzen

Belangrijk is de samenwerking met de buurt. Drie keer per jaar wordt een nieuwsbrief uitgestuurd, de buren werden uitgenodigd voor een drink, de bewoners gaan soep helpen maken bij het jaarlijkse winterfeest in Deurne, er is een filmnamiddag en er komt een naai- en brei-atelier met vrijwilligers uit de buurt.

In het begin was hier inderdaad veel kabaal tegen het centrum, zeker ook omdat Bart De Wever vlakbij woont. Maar Fedasil heeft dat goed aangepakt door de buurt te informeren en te betrekken.
Marijke Debleser
Vrijwilliger

Een van die twintig vrijwilligers is Marijke Debleser. ‘In het begin was hier inderdaad veel kabaal tegen het centrum, zeker ook omdat Bart De Wever vlakbij woont. Maar ik vind dat Fedasil dit goed heeft aangepakt door de buurt te informeren en te betrekken.’ Debleser helpt de kinderen twee tot drie avonden per week met hun huiswerk. Vanavond begeleidt ze iemand naar het oudercontact in de lokale school. ‘Ik ben een soort oma voor hen.’

Rita Lemmens, de coördinator voor de buurt- en scholenwerking van het centrum, ontvangt vandaag 15 omwonenden van het lokale buurthuis Het Pleintje. In de grote speelruimte van het centrum krijgen ze een filmpje te zien over de werking van de asielprocedure, waarna een rondleiding door het gebouw volgt. De buren passeren langs het economaat, waar bewoners met bijeengespaarde punten persoonlijke spullen kunnen kopen en houden halt in de vestiaire, waar mensen uit de buurt kleren kunnen doneren. Zeker voor de gezinnen met kinderen zijn die meer dan welkom, al blijken niet alle donaties even nuttig, getuige de tien zo goed als nieuwe paardrijlaarzen die er in een hoekje onaangeroerd bij liggen.

De buurtbewoners luisteren aandachtig. Uit de vragen die ze stellen, blijkt zowel de onwetendheid als de scepsis die heerst in de omgeving. ‘Moeten die mensen voor hun kost en inwoon betalen?’ (nee) ‘Wonen hier ook transmigranten?’ (nee) ‘Die mensen hebben veel rechten, maar hebben ze ook plichten?’ (ja) ‘Zijn hun kinderen verplicht om naar school te gaan?’ (ja) ‘Krijgen ze ook kindergeld?’ (nee).

Diepvriesstaat

Coördinator Katleen Broelinckx van Het Pleintje vertelt dat enkele vaste klanten van het buurtwerkhuis het niet zagen zitten om mee te komen. ‘Bij sommigen heerst nog altijd de houding dat er geen geld naar nieuwkomers moet gaan als er al te weinig geld is voor de eigen mensen. Het heeft geen zin ze te forceren. Maar door hun kennissen die wel komen vragen te laten stellen die de scepsis wegnemen, vallen weer enkele barrières weg.’

Volgens directrice De Herdt is het belangrijk dat buurtbewoners een gezicht kunnen plakken op de asielzoekers. ‘Zodra dat lukt, valt het aanvankelijke protest tegen een nieuw centrum snel weg. Natuurlijk kan je nooit uitsluiten dat er soms nog problemen opduiken. Onze bewoners bevinden zich in een diepvriesstaat, een soort niemandsland in afwachting van hun beslissing. Dat leidt tot stress en frustraties. Maar in de relaties met deze buurt helpt het natuurlijk dat we hier in de stad zitten, waar sowieso al veel diversiteit is. Ik begrijp dat het in kleinere gemeentes soms een pak moeilijker gaat.’

Dat is het geval in Lommel, waar sinds eind vorig jaar in het vakantiedomein Parelstrand 800 asielzoekers verblijven in afwachting van de beslissing over hun aanvraag. Katrien De Ruysscher, bij het grote publiek bekend als actrice in ‘Thuis’, is er de drijvende kracht achter de vrijwilligerswerking in het centrum. Zij ziet het enthousiasme de jongste tijd wat afnemen. ‘Dit is de tweede keer dat hier een asielcentrum kwam en het verschil met drie jaar geleden is gigantisch,’ zegt De Ruysscher. ‘Toen werden we nog overspoeld op televisie door de beelden van vluchtelingen. Denk maar aan die foto’s van het jongetje Aylan op dat Turkse strand. Nu spelen zich nog steeds van die taferelen af, maar ze komen niet meer in de media.’

Wat in Bilzen gebeurt, is ook voor ons niet goed. Ik schrik de jongste tijd echt van de harde taal die op deze bijeenkomsten valt. Of ik hier ook vrees voor geweld? Daar lig ik soms wel wakker van, ja.
Peter Vanderkrieken
Schepen Lommel

Hoewel er volgens De Ruysscher - met uitzondering van wat zwerfvuil bij het bushokje - amper overlast is door het Lommelse asielcentrum, beginnen de mensen meer te klagen. ‘De overwinning van het Vlaams Belang bij de jongste verkiezingen heeft daar geen goed aan gedaan. Het wordt nu getolereerd dat je extreme uitspraken over vreemdelingen doet. Er ontstaan echt twee kampen in de maatschappij, waarbij het extreemrechtse kamp het gevoel krijgt eindelijk aan de winnende hand te zijn.’

Eerste schepen Peter Vanderkrieken (CD&V) bevestigt dat er net als in Deurne amper zware overlast is in Lommel. Maar hij onderschat de frustraties van de buurtbewoners niet. ‘Het gaat over asielzoekers die samenscholen bij een bushokje, lokale jongeren overrompelen op de bus of zonder verlichting op straat fietsen. Dat lijken kleine dingen, maar ze leven wel. En als politicus kan je maatregelen nemen, zoals extra verlichting ’s nachts. Maar het diepe gevoel van onbehagen kan je daarom niet wegtoveren.’

Met overlegmomenten probeert de gemeente die onvrede te bekampen. ‘Daar zit ook telkens de politie bij, die meteen inspeelt op verzuchtingen. Indien nodig verwijdert Fedasil meteen de mensen die overlast veroorzaken’, zegt Vanderkrieken. ‘Maar wat in Bilzen gebeurt, is ook voor ons niet goed. Ik schrik de jongste tijd echt van de harde taal die op deze bijeenkomsten valt. Of ik hier ook vrees voor geweld? Daar lig ik soms wel wakker van, ja.’

Scheldelichtjes

Ook in het asielcentrum in Deurne heeft de brandstichting in Bilzen indruk gemaakt. ‘We voelen ons niet bedreigd, maar ik maak me toch zorgen over het feit dat steeds meer mensen over asielzoekers spreken alsof het om een andere diersoort gaat’, zegt De Herdt. ‘Het blijft dus belangrijk dat we contact blijven zoeken. Als de buurtbewoners ’s morgens een mama uit het asielcentrum op straat zien met een kinderwagen en een dochtertje aan de hand die ook met een boekentas op de rug naar school loopt, beseffen ze dat het ook om mensen gaat.’

In de refter van het centrum beëindigen de 15 bezoekers uit de buurt hun rondleiding in de refter, met koffie, warme chocolademelk, koekjes en wafels. Mondjesmaat druppelen enkele bewoners van het centrum binnen. Eerst wat nieuwsgierige kinderen, dan een Venezolaanse moeder gevolgd door een Pakistaanse familie en een groepje Palestijnse mannen. Als iemand een gitaar bovenhaalt, ontstaat een voorzichtig feestje.

Hassan uit Pakistan kijkt geamuseerd toe hoe enkele bezoekers enthousiast ‘Zie je de lichtjes van de Schelde’ beginnen mee te zingen. ‘Ik vind het wel fijn bezoek te krijgen. Zo voelen we ons minder alleen op ons eilandje.’ Over het nieuws van de brandstichting in Bilzen zegt hij: ‘Ook bij ons heb je goede en slechte mensen, wat ook de reden is waarom ik ben moeten vluchten. Maar willen we uiteindelijk niet allemaal gewoon een vredevol en normaal leven leiden? Ik vind jullie een fijn volk, en daarom zal ik vriendelijk blijven glimlachen als ik mensen uit de buurt ontmoet.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect