analyse

Het gestrande land

209 dagen na de verkiezingen is er nog altijd geen uitzicht op een federale regering. ©Diego Franssens

Het Belgische model is uitgeleefd, maar de almaar kleinere politieke partijen blijven zich vastklampen aan de macht. Een hervorming van het kies systeem dringt zich op.

Het klimaat: geen beleid. De vergrijzing: amper voorbereid. De mobiliteit: een ramp. De overheidsinvesteringen: te laag. De belastingen: te hoog. De begroting: ontspoord. In het Italiaans heet zoiets malgoverno, in ons land noemen we het Belgisch immobilisme, of in een cynische bui ‘de politiek’.

Exact een jaar geleden aanvaardde koning Filip het ontslag van premier Charles Michel (MR), wiens positie onhoudbaar was nadat de N-VA de regering had verlaten. Verkiezingen kwamen er pas op de eerder vastgelegde datum van 26 mei. Vandaag, 209 dagen na die stembusgang, is er nog altijd geen uitzicht op een federale regering. De Belgische boot is vastgelopen.

Met 209 dagen is deze formatie nu al de op een na langste in onze geschiedenis. Alleen na de verkiezingen van 2010 duurde de regeringsvorming langer. Toen kon Elio Di Rupo (PS) pas 541 dagen na de verkiezingen de eed afleggen als premier. ‘Het is de kroniek van het aangekondigde vastlopen’, zegt ex-premier Yves Leterme (CD&V), sinds wiens verkiezingsoverwinning in 2007 het federale België nooit is teruggekeerd naar de normaliteit, aan de telefoon.

Het is de kroniek van het aangekondigde vastlopen.
Yves Leterme
Oud-premier

‘Tien jaar geleden blokkeerden dossiers door een tegengestelde visie tussen Vlamingen en Franstaligen, nu doet de blokkering zich door de tegengestelde verkiezingsuitslag in noord en zuid ook voor tijdens de regeringsvorming.’

Niet alleen de regeringsvorming is tot stilstand gekomen, het hele beleid staat stil. Sociaal-economisch kon de regering-Michel met veel moeite en tegen de totale mobilisatie van de vakbonden in nog enkele stenen verleggen. Maar op het vlak van mobiliteit, klimaat, energie en de achterblijvende overheidsinvesteringen is de afgelopen tien jaar amper iets gebeurd. ‘België werkt misschien nog in de strikte zin van het woord: de belastingen worden geïnd, de pensioenen worden betaald en je kan nog altijd naar het ziekenhuis. Maar het beleid voldoet niet. We zijn niet klaar voor de komende tien of twintig jaar’, zegt politicoloog Carl Devos (UGent).

Vastlopen

Hoe is het zo fout kunnen lopen, wetende dat België lang werd geroemd om zijn compromissen? Ja, de politiek is ingewikkeld. En ja, surrealisme is in België behalve een kunstvorm ook een politieke stijl. Maar het is toch niet toevallig dat politici als Herman Van Rompuy (CD&V) en Charles Michel (MR) het tot Europees president hebben geschopt? Ze zijn vertegenwoordigers van het Belgische model, waarbij altijd wel een slimme oplossing wordt gevonden. Al bleken die oplossingen achteraf bekeken vooral lapmiddelen om voort te kunnen. Ex-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) werd niet voor niets de loodgieter genoemd: als er ergens een lek is, steken wij Belgen graag een buis bij in plaats van ons af te vragen waarom ze lekt.

Precies die loodgietersaanpak werd toegepast om antwoorden te vinden op de drie grote maatschappelijke breuklijnen die ons land verdelen. Sociaaleconomisch gaapt een diepe kloof tussen werknemers en werkgevers, levensbeschouwelijk stonden katholieken en vrijzinnigen elkaar bij momenten naar het leven en communautair loopt de scheidingslijn tussen Vlamingen en Franstaligen. In de Belgische geschiedenis kwam het op elk van die breuklijnen meer dan eens bijna tot een spreekwoordelijke burgeroorlog.

Om de boel te bestieren werkten politici complexe vredesmechanismen uit. Op sociaal-economisch vlak ontstond een ingenieus systeem van sociaal overleg. Voor het arbeidsmarkt- en pensioenbeleid zoeken de vakbonden en de werkgeversorganisaties mee naar gedragen oplossingen. In de gezondheidszorg zijn dat de dokters, de ziekenhuizen en de ziekenfondsen. Zolang geld te verdelen viel, werkte dat model. Maar sinds de crisis rollen de bonden en de werkgevers net niet vechtend over de grond, en in de gezondheidszorg is het al niet veel beter. Hervormingen blijven uit, waardoor de vergrijzingskosten de pan uit rijzen.

Polarisatie

Op levensbeschouwelijk en cultureel vlak was België een voorbeeld van wat de Nederlandse politicoloog Arend Lijphart een pacificatiemodel noemt. Religieuze en culturele verschillen werden niet op de spits gedreven, maar gemanaged zodat het niet tot een ontsporing kon komen. De vrijheid van onderwijs, waarbij de katholieken de ruimte kregen om het katholiek onderwijs uit te bouwen, is daar een exponent van. Maar door de migratiecrisis en de discussie over de rol van de islam staat het pacificatiemodel onder druk. Polarisatie is in de plaats gekomen.

Op communautair vlak probeerde de politiek de spanningen tussen de deelstaten te beheren door het federalisme uit te werken. De deelstaten kregen steeds meer bevoegdheden, zodat ze hun eigen beleid konden uitwerken. Maar de zes staatshervormingen hebben het beleid zo versnipperd dat goed bestuur onmogelijk is. Deelstaten kunnen wel een eigen activeringsbeleid voeren, maar moeten het federale arbeidsrecht volgen. In de zorgsector is nu eens de federale, dan weer de regionale regering bevoegd.

Het beleid voldoet niet. We zijn niet klaar voor de komende tien of twintig jaar.
Carl Devos
Politicoloog UGent

Het ingenieuze model van conflictbeheersing kon alleen werken doordat een kleine groep mensen als een soort luchtverkeersleiders de boel controleerden. Met een moeilijker woord: de particratie. ‘In de verkeerstoren zitten de politieke partijen’, zegt Devos. ‘Beslissingen worden in de partijhoofdkwartieren door een beperkte groep mensen genomen en om gevoelige evenwichten niet te verstoren werd het parlement uitgeschakeld.’ Dat model is op zijn limieten gebotst, want om die evenwichten te garanderen moeten grijze compromissen worden gesloten. Partijen moeten afstand nemen van hun verkiezingsbeloftes en dat frustreert kiezers.

Door die compromissen is België het land van de kleine stapjes. Het beschermt tegen een doorgeschoten hervormingsdrift. Maar als de kleine stapjes surplacen worden, dreig je om te vallen. De kiezer heeft zich geleidelijk aan afgekeerd van het systeem en de traditionele partijen die het beheren. Tot in de jaren negentig hadden de christendemocraten, de socialisten en de liberalen samen meer dan 120 van de 150 Kamerzetels. Sinds de eeuwwisseling is dat, onder meer door de opkomst van het Vlaams Belang, veranderd.

Guur weer

Achteraf bleken de campagne van 2007 en Letermes falen om een stabiele regering te vormen een keerpunt in de Belgische geschiedenis. ‘De Franstalige partijen weigerden een akkoord met mij te sluiten. Ik heb hen gezegd dat ze, als ze zo zouden verder doen, geconfronteerd zouden worden met mensen die zelfs niet meer geïnteresseerd zouden zijn om met hen te praten. Daar zijn we nu kort bij’, zegt Leterme.

Met Leterme won voor het laatst een politicus uit een van de drie traditionele partijen de verkiezingen. Nadien kwam de N-VA van Bart De Wever, die de kiezer verleidde met de kracht van verandering. De Vlaams-nationalisten gingen een heel ander spel spelen: ze kozen voor de confrontatie. Voor De Wever is de communautaire breuklijn cruciaal. Vlaanderen, dat eerder centrumrechts stemt, krijgt door de almacht van de Franstalige socialisten van de PS al jaren niet het beleid krijgt waarvoor het kiest. Zijn antwoord is dat er meer bevoegdheden naar Vlaanderen moeten komen, zodat het zijn eigen beleid kan uittekenen en de kiezer zijn zin kan krijgen.

Door de opkomst van de N-VA zijn Belgische regeringsvormingen nog veel moeilijker geworden dan ze bij momenten al waren, want de Franstaligen weigeren mee te stappen in die splitsingslogica. Sinds de Tweede Wereldoorlog duurde de gemiddelde formatie 86 dagen. In 2007 waren er 194 dagen nodig om een federale ploeg op de been te brengen. In 2010 braken we het wereldrecord regeringsvormen met de 541 dagen van Di Rupo, in 2014 ging het gemakkelijker maar toch duurde het nog altijd 139 dagen vooraleer Charles Michel (MR) de eed kon afleggen. Vandaag zijn we 209 dagen na de verkiezingen en is er nog geen doorbraak in zicht.

Waar de PS en de toenmalige CVP als grootste partijen jaren met elkaar konden wheelen en dealen, lukt dat niet tussen de PS en de N-VA.

Zweeds experiment

Waar de PS en de toenmalige CVP als grootste partijen jaren met elkaar konden wheelen en dealen, lukt dat niet tussen de PS en de N-VA. Sinds 2007 bleek het daardoor onmogelijk een regering te vormen die een meerderheid heeft aan beide kanten van de taalgrens. De Wever zei daar in 2014 over dat alleen nog een federale regering kan worden gevormd als de grootste partij van een van de regio’s - de N-VA of de PS - wordt uitgeschakeld.

In de regering-Di Rupo werd de N-VA uitgeschakeld, in de regering-Michel de PS. Door de Franstalige socialisten naar de oppositiebanken te verwijzen en met de MR maar één Franstalige partij mee in bad te trekken zou de N-VA met de regering-Michel bewijzen dat wel nog krachtdadig kon worden bestuurd. Er zou een Vlaams centrumrechts beleid worden gevoerd, maar het Zweedse experiment eindigde een jaar geleden in tranen. Sociaal-economisch was het voor de Zweedse partijen moeilijk om aan één zeel te trekken, over migratie waren ze diep verdeeld. Het was dan ook over het migratiebeleid dat de regering ten val kwam.

Bovendien is het politieke klimaat door de economische crisis, de bijbehorende besparingen en de migratiecrisis de jongste jaren overal in Europa zeer guur geworden. Giet die saus van ongenoegen boven op het Belgische immobilisme en het maakt dat de populistische golf bij de Vlaamse en federale verkiezingen van mei niet te stuiten was. Met het Vlaams Belang en de PVDA wonnen extreemrechts en extreemlinks in Vlaanderen. Wallonië leek lang immuun voor de extremen, maar ook daar is het partijlandschap met de opkomst van de PTB, de zusterpartij van de PVDA, versnipperd geraakt. Voor het eerst kwamen de traditionele partijen niet eens aan de helft van de Kamerzetels.

©Diego Franssens

Pompen of verzuipen

De politici zijn niet per se van slechte wil, maar zitten gevangen op het gestrande schip. ‘De kiezer is teleurgesteld omdat de beloofde verandering er niet kwam, waarop ze de partijen die verandering beloofden afstraffen bij de volgende verkiezingen. Vervolgens moeten die partijen toch weer gaan besturen. We zitten in een vicieuze cirkel, wat aantoont dat het huidige systeem eindig is’, zegt Devos.

Omdat de loodgieterij rond de drie grote breuklijnen niet meer werkt, heeft de particratie aan legitimiteit ingeboet. Niet toevallig wordt vaak gesproken over de kloof tussen de Dorpsstraat en de Wetstraat. Dat was het geval bij de voorzittersverkiezingen bij CD&V en de discussie over het al dan niet vormen van een paars-groene regering bij Open VLD. De partijen klampen zich tot onvrede van hun achterban vast aan de macht.

De vraag is hoe we dat fixen. Met de N-VA heeft maar een partij een duidelijk antwoord op die vraag: de boel ontmantelen. De Vlaams-nationalisten pleiten voor het confederalisme, wat neerkomt op het splitsen van de meeste bevoegdheden. Het probleem van de N-VA is dat ze geen bondgenoten heeft voor die oplossing en dat de splitsingslogica op Brussel botst. Open VLD-kopstuk Karel De Gucht omschreef België ooit als een Siamese tweeling die vergroeid is aan het hoofd. Het hoofd is Brussel, wat het in zijn optiek onsplitsbaar maakt.

Toch is ook volgens Leterme een nieuwe staatshervorming de enige manier om België weer bestuurbaar te maken. ‘De tendens is dat het zwaartepunt verder naar de gemeenschappen en de gewesten verschuift, waar efficiënter kan worden bestuurd. Maak eindelijk werk van homogene bevoegdheidspakketten, zodat duidelijk is wie waarvoor bevoegd is.’

Mosterd uit Duitsland

De mosterd kan worden gehaald in Duitsland, dat ook een federale staat is en waar niemand nog over staatshervormingen spreekt. Dat betekent dat behalve van homogene bevoegdheidspakketten werk moet worden gemaakt van deblokkeringsmechanismen. Leterme: ‘Als één deelstaat nu een dossier blokkeert, blokkeert alles. Daar moeten we een mouw aan passen, bijvoorbeeld door vast te leggen wie beslist als een dossier vastzit.’

De meeste partijen schuiven de discussie over institutionele hervormingen liever onder de mat, met als argument dat het nu het moment niet is. Voor de Franstalige partijen is het geen optie, omdat ze vrezen te verarmen als het land en zeker de sociale zekerheid verder worden opgeknipt. ‘Vroeg of laat moeten we toch naar die staatsstructuur kijken, anders blijven we aanmodderen’, zegt Leterme.

Partijen durven geen moeilijke beslissingen meer te nemen uit angst de electorale prijs te betalen en van de kaart te worden geveegd.

De vraag is wel of een staatshervorming volstaat om ons van het immobilisme te genezen. Federaal is het malgoverno heel zichtbaar, maar ook de deelstaten kampen met problemen om grote hervormingen te realiseren. Denk in Vlaanderen aan de impasse over het rekeningrijden of de miserie met het klimaatplan. Partijen durven geen moeilijke beslissingen meer te nemen uit angst de electorale prijs te betalen en van de kaart te worden geveegd.

Voor de traditionele partijen is dat moment zelfs niet meer zo ver af, want met de Vlaamse socialisten en liberalen zijn twee van de drie voormalige staatsdragende partijen in de peilingen onder de symbolische 10 procentgrens gezakt. Voor hen is het pompen of verzuipen.

Vlot trekken

Om het Belgische schip vlot te trekken is volgens Devos een ingreep nodig die nog gevoeliger ligt dan een staatshervorming: een herziening van het kiessysteem. ‘Ons evenredige kiessysteem versnippert het partijlandschap verregaand en blokkeert alles.’ Elke partij krijgt een aantal zetels naargelang het aantal behaalde stemmen. Dat is anders in een meerderheidssysteem zoals in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Daar krijgt de grootste partij in een kieskring een zetel, de rest blijft met lege handen achter. Het stelsel bevoordeelt grote partijen, die meer zetels kunnen bemachtigen.

‘Ik zeg niet dat België het Amerikaanse model moet kopiëren, maar je kan wel overwegen elementen van zo’n meerderheidssysteem in te bouwen’, zegt Devos. Zo’n model heeft twee voordelen. Eén: kandidaten in zo’n meerderheidssysteem moeten meer op eigen kracht verkozen geraken, waardoor de macht van de partijen op hun kandidaten afneemt. In kleine kieskringen wint niet zozeer de populairste partij, maar de populairste kandidaat. Tweede voordeel: partijen worden gedwongen na te denken over fusies, anders dreigen ze niet meer mee te spelen. Met minder partijen kan krachtdadiger worden bestuurd.

Met grotere partijen en parlementsleden die meer hun eigen koers varen, kan de legitimiteit van de politiek herstellen. Maar uit eigen beweging zal geen enkele partij werk maken van zo’n hervorming. Voorzitters zijn liever baas van een club van 10 procent dan deel van een partij van 20 procent waar ze de tweede viool moeten spelen.

In Vlaanderen had De Wever het politieke gewicht om zich tot een Belgische De Gaulle te ontpoppen. Maar omdat hij voor de Franstaligen onaanvaardbaar is, kan hij die rol niet opnemen - als hij dat al zou willen.

Om de particratie te ontmantelen is meer nodig. Frankrijk heeft onder Charles de Gaulle in de jaren vijftig wel de stap van een evenredigheidssysteem naar een meerderheidssysteem gezet, al was dat vooral omdat de chaos er totaal was en De Gaulle als oorlogsheld genoeg geloofwaardigheid had om de omslag te maken.

In Vlaanderen had De Wever het politieke gewicht om zich tot een Belgische De Gaulle te ontpoppen. Maar omdat hij voor de Franstaligen onaanvaardbaar is, kan hij die rol niet opnemen - als hij dat al zou willen. De agenda de N-VA is niet het redden van België, maar het op termijn splitsen van België. ‘Al meer dan tien jaar probeert De Wever electoraal zo maximaal te scoren, maar hij zwicht voor het opnemen van verantwoordelijkheid’, vindt Leterme. ‘Aan de andere kant staat de PS, die ongegeneerd voorstellen op tafel blijft leggen die onbetaalbaar zijn. En zo blijft alles vastzitten.’

De kans is groot dat we het schip niet vlot getrokken krijgen en nieuwe diepten van het Belgische immobilisme verkennen. Als uiteindelijk een regering kan worden gevormd, zal er blijdschap zijn om het feit dat ze er is. Maar allicht blijkt over vijf jaar opnieuw dat ze veel minder heeft kunnen verwezenlijken dan gehoopt, waardoor de kiezer alleen teleurgestelder zal zijn. Waanzin, zei de natuurkundige Albert Einstein ooit, is telkens opnieuw hetzelfde proberen en een ander resultaat verwachten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud