Hommeles bij de fiscus over meer dan miljard euro

Het grootste werkschip ter wereld, Pioneering Spirit, kan genieten van de Belgische tonnagetaks. Dat zint de BBI niet. ©BELGA

Het zit er bovenarms op tussen de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) en de rulingdienst, die allebei deel uitmaken van de overheidsdienst Financiën. De BBI trekt ten strijde tegen belastingakkoorden - rulings - over de 'tonnagetaks'. Op het spel staat meer dan 1 miljard euro.

De diamantsector heeft nog maar enkele jaren zijn controversiële ‘karaattaks’, maar de scheepvaart heeft al 18 jaar haar ‘tonnagetaks’. Scheepvaartbedrijven moeten geen belasting betalen op hun echte winsten, zoals andere bedrijven dat doen. Bedrijven die aan vervoer op zee doen, mogen een forfaitaire belasting betalen die is berekend op hun tonnage. De omvang van hun vloot dus. Ook andere Europese lidstaten hebben zo’n regeling, maar de Belgische tonnagetaks is relatief laag.

Hoe interessant de Belgische tonnagetaks wel is, kan je lezen in de jaarrekeningen van een hele reeks Belgische bedrijven die allemaal gevestigd zijn op het adres van een statig wit kasteeltje in Essen. Dat is eigendom van de Zwitsers-Nederlandse groep Allseas. Die is gespecialiseerd in het leggen van pijpleidingen op grote zeediepte en heeft wereldwijd 2.000 mensen in dienst. Hoe groot haar miljardenomzet precies is, geeft de groep niet prijs.

De twist tussen de twee belastingdiensten is pijnlijk voor de reputatie van België tegenover buitenlandse bedrijven.

Op zijn adres in Essen heeft Allseas tientallen Belgische vennootschappen gegroepeerd. Meerdere zijn opgericht om een specifiek schip van de groep te beheren. Zo is een Belgische vennootschap opgericht voor het beheer van het grootste werkschip ter wereld, de Pioneering Spirit. Dat schip van 382 meter lang en 124 meter breed heeft de oppervlakte van acht voetbalvelden. De bouw kostte 2,6 miljard euro. Het schip, dat al rondvaart sinds 2016, wordt vooral gebruikt om boorplatforms te ontmantelen.

In 2015 doopte Allseas een Belgische vennootschap om tot Société d’Exploitation du Pioneering Spirit, met een vijftal werknemers, om het schip te beheren. In 2018 draaide de vennootschap meer dan een half miljard euro omzet en in 2019 ruim 350 miljoen euro. Op een winst van ruim 150 miljoen euro betaalde de vennootschap in 2019 geen belasting. In 2018 betaalde ze 2,2 miljoen euro op 351 miljoen euro winst. Dat is vooral te danken aan de tonnagetaks.

Calamity Jane

Allseas bracht de voorbije jaren al zijn grote schepen in Belgische vennootschappen onder, om van de tonnagetaks te genieten. Dat werd telkens geregeld door de schepen in de groep te verkopen vanuit Zwitserland naar België. Grote Allseas-schepen zoals de Calamity Jane, Audacia, Lorelay, Tog Mor en Solitaire kregen allemaal een aparte vennootschap op het adres in Essen. Ze betalen amper belasting, met winstcijfers die per vennootschap oplopen van enkele tientallen tot honderden miljoenen euro's per jaar.

Tot de BBI aanklopte bij het kasteeltje in Essen. De belastinginspecteurs menen dat Allseas onterecht profiteert van de Belgische tonnagetaks. De schepen waarover het gaat, zijn volgens de BBI geen vervoersschepen en hebben dus geen recht op de tonnagetaks. De BBI heeft al belastingclaims afgevuurd die teruggaan tot het boekjaar 2016. In totaal kunnen de claims oplopen tot meer dan een miljard euro. Dat maakt het een van de grootste belastingdossiers.

Getorpedeerd

Maar er is meer aan de hand. De rulingdienst van de overheidsdienst Financiën had ‘rulings’ (belastingakkoorden) toegekend aan Allseas. Daarin gaf de dienst groen licht om de schepen te laten genieten van de tonnagetaks. Volgens de rulingdienst vielen ze dus wel onder de voorwaarden in de wet. Dat maakte de zaak zo pijnlijk voor de reputatie van België tegenover buitenlandse bedrijven. De rechtszekerheid is helemaal zoek als de ene dienst van Financiën achteraf een belastingakkoord met de andere torpedeert.

Niet de eerste clash

De Bijzondere Belastinginspectie clashte in het verleden al met de rulingdienst in een kleinere miljoenenzaak. Toen was de bierreus AB InBev de kop van Jut. De BBI betwiste een ruling die AB InBev in 2012 kreeg over zijn vennootschap Ampar, een centrale aankoopdienst voor materialen die AB InBev wereldwijd nodig heeft. Dankzij de belastingdeal bleef 80 procent van de winst bij Ampar belastingvrij. In 2019 kreeg AB InBev gelijk van de Brusselse rechtbank, maar de BBI ging in beroep. Navraag bij de griffie leert dat de zaak in beroep nog op de wachtlijst staat om te kunnen pleiten in… december 2023.

De woordvoerder van Allseas, Jeroen Hagelstein, wil niets kwijt over de belastingclaims van de BBI. Hij benadrukt wel dat ‘de Belgische overheid Allseas rulings heeft toegekend inzake de toepassing van de tonnagetaks voor zijn schepen’. ‘Allseas gaat ervan uit dat de Belgische overheid die rulings blijft respecteren.’

Het dossier is geen geschenk voor minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V). Over het concrete belastingdossier van Allseas mag hij niets verklaren. Hij kan ook moeilijk partij kiezen in het dispuut tussen zijn twee belastingdiensten.

Van Peteghem: ‘Het past in de controletaak van de overheidsdienst Financiën om bij fiscale controles na te gaan of de voorwaarden zijn vervuld waaraan een ruling is onderworpen. En of de verrichting zoals die werd uiteengezet bij de aanvraag voor de ruling overeenstemt met de realiteit. Maar voor de rechtszekerheid van de aanvragers is het in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de rulingdienst om daarop al bij het afleveren van een ruling toe te zien. Ook de belastingcontroleurs moeten hier zeer omzichtig mee omspringen.’

Om zo'n clash tussen de belastingdiensten in de toekomst te vermijden, werkt Van Peteghem aan 'wettelijke en organisatorische aanpassingen', laat de minister weten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud