‘In Wallonië moet het gedaan zijn met langs de kassa te passeren'

©Eric de Mildt/ID

Dat Wallonië er maar niet in slaagt Vlaanderen bij te benen, heeft volgens de voormalige PS-cabinetard Philippe Destatte deels een culturele reden. ‘Men denkt nog altijd dat waarde creëren hetzelfde betekent als de zakken van de patron vullen.’

Als directeur van het Jules Destrée-instituut, een wetenschappelijk kenniscentrum en denktank over Wallonië, is Philippe Destatte een scherp observator van de Waalse economie. De voormalige PS-cabinetard doet wel vaker uitspraken die de Waalse politici zwaar op de maag liggen. Zo toonde hij zich in een gesprek met De Tijd begin dit jaar nog bijzonder kritisch over de economische toestand van Wallonië. ‘Wallonië blijft alleen overeind dankzij geldstromen uit Europa en Vlaanderen’, stelde hij toen.

Toch lijkt Destatte optimistisch over het regeerakkoord dat de PS, de MR en Ecolo begin september bereikten. ‘Ik vond in de regionale beleidsverklaring best wat enthousiasme terug’, zegt hij. ‘Er zitten heel wat elementen in die vernieuwing beloven, zoals het voornemen om jaarlijks 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in onderwijs en ontwikkeling te investeren om zo de Europese doelstellingen te halen. Natuurlijk zegt zo’n tekst niet alles, en op basis daarvan kunnen we ook niet berekenen wat ons de volgende vijf jaar te wachten staat. Maar de verklaring maakt een aantal zaken mogelijk die een breuk met het verleden kunnen betekenen.’

De Waalse regering wil pas tegen 2024 een budgettair evenwicht bereiken. Is dat wel verstandig?
Philippe Destatte: ‘De geloofwaardigheid van het Waals Gewest staat en valt met het budgettaire evenwicht. De vorige gewestregering had dat begrepen. Vandaag verschijnen donkere wolken aan de horizon, zowel op het vlak van de economie als op dat van de financieringswet en de relaties met Vlaanderen. Daarom laat men die budgettaire voorzichtigheid varen. Ik had het liever anders gezien, met een evenwicht in 2019. De huidige regering verantwoordt haar houding met nieuwe investeringen. Dat is prima als het allemaal bedoeld is om arbeidsplaatsen te creëren, maar wanneer we dreigen af te glijden in een nog groter overheidstekort… De vorige regering plande trouwens ook investeringen maar dan mét het behoud van het begrotingsevenwicht. Hoe dan ook, we moeten vooral vermijden dat de overheidsuitgaven versnipperd worden tussen te veel gegadigden.’

Ik ben van oordeel dat Elio Di Rupo pragmatisch genoeg is en als een goede manager zal luisteren en knopen doorhakken.
Philippe Destatte
directeur Institut Jules Destrée

Is die versnippering een typisch Waals probleem?
Destatte: ‘Versnippering is een van de Waalse problemen. De regering zegt dat ze samen met specialisten aan een systeem werkt om de verdeling van de uitgaven te objectiveren. Met de financiële middelen van het Waals Gewest kan heel wat gedaan worden, op voorwaarde dat men stopt met die vriendjespolitiek.’

‘Wallonië geeft nog altijd subsidies aan klanten op basis van vaak onduidelijke criteria. Bovendien passeren veel bedrijven en verenigingen langs de kassa die het geld in feite niet nodig hebben. Zo kun je geen belangrijke strategische keuzes financieren. De regionale beleidsverklaring bepaalt die keuzes. Als de regering alle taboes opzijschuift bij het opmaken van de begroting en de uitgaven objectiveert, kunnen we aan de slag. Dan creëren we daar genoeg budgettaire ruimte voor.’

Kunt u een concreet voorbeeld geven?
Destatte: ‘Neem de Waalse werkgelegenheidssteun. Je moet je durven af te vragen welke organisaties geld krijgen voor hun plezier, en welke het echt nodig hebben omdat ze een belangrijke rol spelen. We moeten durven te selecteren. Van de 60.000 arbeidsplaatsen die in dit systeem gesubsidieerd worden, moeten er zeker 10 à 20.000 worden overgeheveld naar de privésector. Die horen thuis in het bedrijfsleven. Daar zijn 100.000 arbeidsplaatsen te kort.’

Bio

Philippe Destatte (64) is de directeur van het Institut Jules Destrée, een onafhankelijke denktank die het Waals en Europees beleid bestudeert.

Destatte is historicus van opleiding en was in de jaren 90 kabinetschef van PS-ministers als Jean-Maurice Dehousse. Ook werkte hij als consultant bij de Europese instellingen.

Moet er ook gesnoeid worden in de subsidies aan bedrijven?
Destatte: ‘De tijden zijn veranderd. Toen de Generale Maatschappij jaren geleden uit Wallonië verdween, ging ook de ondernemingszin achteruit. De bedrijfsleiders lieten Wallonië links liggen. Zonder overheidssteun bestond er eenvoudig geen Sonaca, FN of CMI. In die tijd was dat ook logisch, maar vandaag is de toestand anders. De overheid heeft in het verleden haar rol gespeeld en nu moet ze zich terugtrekken.’

Kan de Waalse economie dat aan?
Destatte: ‘Dat zal niet zonder slag of stoot gaan. Voor de politici is het uitdelen van subsidies een nogal gemakkelijke manier om zich te legitimeren. De werkgelegenheidssteun is niet het enige voorbeeld. In het bedrijfsleven gaat het er net zo aan toe. In de ontwerpbegroting voor 2019 was 2 miljard euro voorzien voor directe en indirecte steun aan bedrijven. Ook hier moet het gedaan zijn met langs de kassa te passeren. Sommige ondernemingen kunnen het geld goed gebruiken, maar andere krijgen het gewoon omdat ze banden hebben met degenen die aan de macht zijn. Als we die laatste groep schrappen, komt er heel wat geld vrij. Van het 1 miljard euro dat naar de werkgelegenheidssteun gaat, kunnen we op dezelfde manier 30 procent terugwinnen.

‘Ook in de onderzoekswereld moeten we snoeien in de wildgroei, vooral op het vlak van de bureaucratie. Zo moet vandaag voor elke twee onderzoekers een administratief medewerker in dienst zijn. Dat is niet nodig. Ook zijn de onderzoekscentra in Wallonië veel te versnipperd. Ze zijn te klein en hebben niet genoeg kritische massa op Europees niveau. Ze moeten hun krachten bundelen.’

Dat zal in Wallonië een aardverschuiving veroorzaken.
Destatte: ‘De regionale beleidsverklaring houdt rekening met die koerswijziging. Voorlopig zijn het weliswaar nog slechts woorden. Veel zal dus afhangen van de daadkracht van de regeringsleiders. Elio Di Rupo (PS), de nieuwe minister-president, zal een kapitein moeten zijn die zijn schip tussen de klippen loodst. Ik ben van oordeel dat hij pragmatisch genoeg is en als een goede manager zal luisteren en knopen doorhakken. De tijd dat de minister-president zich als een keizer gedroeg, ligt achter ons. Als we de ‘kassa’ afschaffen en strategische keuzes maken, zal Wallonië er weer bovenop komen. Het is een kwestie van het geld op de juiste plaats te doen belanden.’

Als we de economische indicatoren mogen geloven, staat Wallonië voor een hele uitdaging.
Destatte: ‘Dat is waar. Sommigen beweren dat we Vlaanderen aan het inhalen zijn, of minstens met dezelfde snelheid evolueren, maar daar ben ik het niet mee eens. In 2017 groeide de economie in Vlaanderen met 2 procent, tegenover 1,6 procent in Wallonië. Tussen 2011 en 2017 nam het bbp in Vlaanderen toe met 1,6 procent; in de eurozone was dat 1,2 procent en in Wallonië 0,8 procent. Sindsdien is de toestand er niet beter op geworden. Tussen 2014 en 2017 kende Vlaanderen een jaarlijkse groei van 2 procent - gelijk met de eurozone - terwijl Wallonië op 1,4 procent bleef hangen. We gaan er dus niet met dezelfde snelheid op vooruit.’

Vanwaar die achterstand?
Destatte: ‘De productiviteit ligt in Wallonië lager dan in meer dynamische regio’s, zoals Nederlands-Limburg en delen van Duitsland. Het materieel van de bedrijven in verouderd en voorbijgestreefd omdat er niet genoeg geïnvesteerd is. Er is ook een cultureel probleem. Het is niet alleen moeilijk om bedrijven op te starten, maar ook om voldoende gemotiveerd personeel te vinden. In Wallonië denkt men nog altijd dat waarde creëren hetzelfde betekent als de zakken van de patron vullen. Wie in de negentiende eeuw in een grote fabriek werkte, beschouwde zichzelf als een elite-arbeider, maar de meeste van die grote bedrijven zijn intussen verdwenen.’

Zal de regionale beleidsverklaring volstaan om dit allemaal te veranderen?
Destatte: ‘Toegegeven, er zijn obstakels, zoals de terugkeer naar het budgettair evenwicht in 2024. Dat is een jaar voor de transfers van Vlaanderen naar Wallonië beginnen op te drogen. De daling van die transfers met een kleine 60 miljoen euro is trouwens minder onschuldig dan sommigen beweren. Het is bijvoorbeeld meer geld dan de 50 miljoen die vandaag wordt geïnvesteerd in de zogenaamde concurrentiepolen, die bedrijven rond veelbelovende economische domeinen groeperen. Maar om op je vraag te antwoorden: zelfs ondanks die obstakels kan de beleidsverklaring volgens mij volstaan. Op voorwaarde dat ze ook in de praktijk wordt gebracht.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect