Laagste en hoogste inkomens winnen amper aan koopkracht

Het armoederisico ligt in België op het hoogste niveau in jaren. Steeds meer mensen doen een beroep op de Voedselbanken. ©Hollandse Hoogte / Chris Pennarts

Het beschikbare gezinsinkomen van de Belgen, de beste graadmeter voor de koopkracht, is tussen 2004 en 2017 ongeveer 10 procent gestegen. Niet iedereen profiteert echter evenveel van die welvaartstoename.

De 20 procent mensen met het laagste inkomen en de 20 procent beste verdieners zijn er in die periode veel minder op vooruit gegaan dan de middeninkomens. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid.

De 5 procent Belgen met het laagste inkomen zagen hun koopkracht sinds 2004 met maar 3,2 procent stijgen, terwijl in hetzelfde tijdsbestek de middeninkomens ruim 10 procent hoger gingen. De 5 procent Belgen met het hoogste inkomen zagen hun beschikbare inkomen maar met 3,3 procent stijgen.

‘Doordat de laagste en de hoogste inkomens hun inkomen niet of nauwelijks omhoog zien gaan, blijft de ongelijkheid relatief stabiel’, zegt Rudi Van Dam van de FOD Sociale Zekerheid.

©Mediafin

Ondanks de stabiele inkomensongelijkheid is het armoederisico bij de Belgen toegenomen. In 2018 riskeerde 16,4 procent van de Belgen in armoede te moeten leven, wat betekent dat hun inkomen lager ligt dan 60 procent van het mediaan beschikbare inkomen. Daarmee zit het armoederisico op het hoogste niveau in jaren. Lange tijd schommelde het rond 15 procent.

Geen werk

Het toegenomen armoederisico vloeit voort uit het fenomeen dat de koopkracht van de middenklasse erop vooruitgaat, terwijl die van de laagste inkomens stagneert. Als oorzaak ziet Van Dam de lage tewerkstellingskansen bij laagopgeleiden.

Minder dan de helft van de mensen die geen diploma middelbaar onderwijs hebben, is aan de slag. ‘Belgische werknemers zijn heel productief. Wie niet aan die productiviteitsvereisten voldoet, vindt geen werk. Een grote groep mensen leeft daardoor van een uitkering, maar die ligt relatief laag, waardoor hun risico op armoede groot is.’

Arbeidsmarktexperts wijzen op het belang van het activeren van laaggeschoolden. Daarvoor zijn evenwel arbeidsmarkthervormingen nodig, zoals meer flexibiliteit, maar die liggen politiek gevoelig. Minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open VLD) beaamt dat mensen aan werk helpen de beste manier is om ze uit de armoede te halen. ‘Daarom waken we erover dat werken meer loont, bijvoorbeeld met de taxshift. Een groot deel van het effect liet zich pas in 2018 en 2019 voelen en zit daarom nog niet in de cijfers’, zegt ze. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud