interview

Luc Steels, Belgiës pionier in artificiële intelligentie: 'Ik voel een diepe bewondering voor de mens'

©Debby Termonia

AI-pionier Luc Steels mag de Vlaamse beleidsmakers dan oproepen dringend een tandje bij te steken in artificiële intelligentie, hij is ook de eerste om de technologie van de toekomst te relativeren. ‘De superintelligentie die ons gaat overmeesteren? Dat is je reinste onzin.’

‘Ah, u hebt een fotograaf bij. Ik kan best een ander hemd aantrekken, zeker? De Tijd, dat is een deftig blad.’

Luc Steels (65) verdwijnt kort in de slaapkamer van zijn appartement, tien hoog in het hartje van Brussel. Als hij weer verschijnt, heeft hij zijn vrolijk blauw geruit hemd geruild voor een effen exemplaar. De creatieve professor ziet er in één klap uit als een ernstige opiniemaker.

De look zal hem later op de dag nog van pas komen. De peetvader van de artificiële intelligentie (AI) in België gaat samen met enkele collega-wetenschappers van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschap en Kunsten (KVAB) een rapport voorstellen aan Vlaams minister van Werk, Economie en Innovatie Philippe Muyters (N-VA). Daarin roepen ze op tot dringende actie. Als Vlaanderen een rol wil spelen in de economie van morgen, zal het meer moeten inzetten op AI. Want die zal in alle gelederen van de economie een sleutelrol spelen, aldus de wetenschappers.

Het menselijk brein is als een regenwoud, dat maak je ook niet zomaar na.
Luc Steels, pionier in artificiële intelligentie

Als iemand het kan inschatten, is het Steels. De wetenschapper, sinds eind vorig jaar met emeritaat als VUB-professor, verdiept zich al meer dan veertig jaar in artificiële intelligentie. Na zijn studies aan het Massachusetts Institute of Technology richtte hij al in 1983 het AI Lab van de Vrije Universiteit Brussel op, als eerste van zijn soort op het Europese vasteland. Daarnaast runde hij jarenlang een AI-lab voor de Japanse techreus Sony in Parijs en deed hij onderzoeksprojecten in heel Europa.

Steels probeert de inspanningen in het domein van de artificiële intelligentie dan wel aan te jagen, tegelijk is een gesprek met de AI-autoriteit een welkome relativering in een vakgebied waarover vaak hijgerig wordt gedaan, met hoeraberichten dan wel doemverhalen. ‘Er wordt een hoop getoeterd over AI, maar weinig mensen hebben door wat het precies is en hoe aanwezig het vandaag al is in ons leven. Een zoekmachine die uit miljarden mogelijkheden het handvol pagina’s vindt dat voor jou relevant is, dát is AI.’

Hoe komt het eigenlijk dat we zo graag in extremen denken als het over AI gaat? Ofwel is het zaligmakend, ofwel het einde van de wereld.
Luc Steels: ‘Intelligentie is iets dat ons raakt. Een machine die sneller gaten kan maken in een ijzeren plaat, daar kunnen we ons iets bij voorstellen. Als een grootmeester schaak verliest van een computer, is dat al veel minder evident.’

‘Intelligentie is een terrein waarvan wij als mensen dachten dat we alleenheersers waren. Als je dan ziet dat de geneeskunde over systemen beschikt die mensen overtreffen in beeldherkenning, of tenminste erg interessante suggesties kunnen doen, dan moeten we daaraan wennen. Het is moeilijk daar nuchter over te blijven.’

En ondertussen waarschuwen de Elon Musks van deze wereld voor het einde der tijden.
Steels: ‘De superintelligentie die ons gaat overmeesteren, juist... Dat is je reinste onzin als je een beetje besef hebt van wat de technologie vandaag kan. Dat soort nervositeit vloeit vooral voort uit een overschatting van AI.’

In vergelijking met ons brein is AI nog redelijk dom?
Steels: ‘Absoluut. We weten over ons brein nog zo goed als niets. Als we ons eigen brein nog niet kunnen doorgronden, wat zou het ons dan straks lukken een computer op dezelfde manier te laten functioneren? Laten we dus niet overdrijven.’

‘Zelfs als we ons brein tot in de puntjes zouden hebben ontleed, zou dat ook niet betekenen dat je dat meteen kan nabouwen. We weten ontzettend veel van de natuur. Maar dat wil nog niet zeggen dat je zoiets als een regenwoud kan namaken.’

‘Onze geest is eigenlijk goed vergelijkbaar met een regenwoud: een enorm complex geheel waarvan de componenten permanent veranderen en evolueren. Dieren, planten, rivieren, het weer, het heeft allemaal een impact op hoe het geheel functioneert. Een immense complexiteit.’

Komen we met AI al ergens in de buurt van die complexiteit?
Steels: ‘In zekere zin wel. Een neuraal netwerk dat met machine learning kan worden aangeleerd om beelden te herkennen, dat is van een onvoorstelbare complexiteit. Je kan systemen leren om gewapend met bergen data meteen patronen te herkennen en daar conclusies aan te verbinden. Vergelijk het met de menselijke intuïtie: een garagist die een motor hoort rammelen en door zijn jarenlange ervaring meteen weet wat er aan de hand is.’

‘Maar van zo’n garagist verwachten we ook dat hij uitleg kan geven over waarom hij een beslissing neemt. Dat hij ze kan motiveren. Het formaliseren van redeneringen, logica, concepten begrijpen, argumentatie, retoriek, dat kunnen die patroonherkenningsalgoritmes niet. Er bestaan wel systemen die dat wél kunnen, maar die zijn dan weer slecht in het herkennen van patronen. De grote uitdaging is om die twee dingen te koppelen tot een hybride systeem, zoals ons brein er één is.’

U bent veel met het bestuderen van taal bezig. Is dat de sleutel?
Steels: ‘Taal is het perfecte huwelijk tussen die twee aspecten. Als er wordt gesproken, is ons brein in staat meteen de woorden te herkennen. De patroonherkenning. Maar ons brein plaatst die woorden meteen ook in hun context, kan concepten herkennen, enzovoort. Hoe je dat kan nabootsen, is de grote vraag. Komt dat er? Ja. Maar over een jaar of dertig of zo.’

Betekent dat alles dat we helemaal niet bang moeten zijn voor de mogelijke gevolgen van artificiële intelligentie?
Steels: ‘Niet elke vorm van nervositeit is onterecht. Een potentieel gevolg van de overschatting van de technologie is dat we ze prematuur gaan toepassen. In de Verenigde Staten gebruiken ze vandaag AI-systemen om te beslissen of iemand in aanmerking komt voor vervroegde vrijlating. Die systemen hebben toegang tot alle voorgaande zaken en halen daar patronen uit. Zo kunnen ze inschatten of iemand een risico op recidive vormt. Dat kan een nuttig hulpmiddel zijn, maar je mag er niet blind op vertrouwen.’

‘Onlangs is iemand in beroep gegaan tegen een beslissing van zo’n systeem. Toen die beslissing werd ontleed, bleek dat de AI wel een patroon had herkend. Maar dat was vooral gebouwd rond de naam van de dader. En die bleek gelijkaardig aan namen van recidivisten, waardoor de AI zijn kans op herval te groot inschatte. We moeten ons heel goed bewust zijn van de limieten van de technologie, willen we AI op een goede manier inzetten.’

Verzekeraars die vandaag mensen op straat zetten omdat ze denken dat AI hun werk kan doen, vergissen zich.

‘Als ik zie dat er vandaag verzekeraars zijn die mensen op straat zetten omdat ze denken dat AI hun werk kan doen, is dat nog zo’n voorbeeld van een premature toepassing. Dat is een totaal verkeerde strategie, die een rechtstreeks gevolg is van die overschatting. Ze beseffen te weinig dat kennis voortdurend verandert, en dat die systemen hun limieten hebben. Door hun statistische benadering maken ze onvermijdelijk fouten. Fouten die mensen, die kunnen contextualiseren, niet zouden maken. Op korte termijn lijkt het ontslaan van mensen misschien een financieel voordeel, op lange termijn is dat het niet.’

Dat soort verhalen wakkert de angst voor banenverlies door AI ook aan.
Steels: ‘Ik denk dat we in die angst niet mogen overdrijven. AI zal in veel jobs vooral een hulpmiddel blijken, om beter en efficiënter te kunnen werken. Een advocaat wordt niet overbodig omdat een systeem goed kan zoeken in precedenten of wetgeving.’

‘Zullen er jobs verdwijnen door AI? Ongetwijfeld. Maar er zullen evengoed jobs mee worden gecreëerd. AI wordt zo alomtegenwoordig dat er een diensteneconomie rond kan ontstaan. Net zoals elk bedrijf vandaag nood heeft aan een IT-departement, zal het straks nood hebben aan een AI-departement.’

Maar je kan niet iedereen die zijn job verliest zomaar omscholen tot developer of technicus.
Steels: ‘Die verschuiving zal niet voor iedereen gemakkelijk zijn, dat is zeker waar. Maar moet je daarom niet meegaan in de evolutie? Dan word je gewoon ingehaald door de realiteit. Dat is veel schadelijker voor je maatschappij.’

‘Het is toch doodjammer dat we vandaag bijna allemaal via een Amerikaanse site passeren om een hotel te boeken? Als we hier een taxi bestellen, doen we dat met een Amerikaanse app. Waarom? Omdat de Amerikanen betere technologie hebben dan wij. Die bedrijven nemen een stuk van elke transactie, dat naar het buitenland verdwijnt. Dat is als een taks op technologische achterstand.’

Is dat de reden waarom u deze week met enkele collega-wetenschappers onze regio probeerde wakker te schudden met een oproep tot een strategische visie?
Steels: ‘We hadden het net over de overschatting van de technologie. Maar onderschatting is minstens even schadelijk. Als je de evolutie in AI onderschat, loop je het risico dat er niet wordt geïnvesteerd, terwijl andere economieën dat wel doen. En dan blijkt plots dat zij de markt hebben overgenomen.’

‘Dat zie je nu al in AI. We hebben de kaas van ons brood laten eten. De Ubers, Googles, Facebooks, noem maar op.. Als Amazon dominant is in e-commerce, is dat omdat het bedrijf er met AI in slaagt beter de brug te slaan tussen de producent en de consument. Dat is een enorm concurrentieel voordeel. AI is de kerntechnologie achter het model van al die bedrijven hun model. Als wij een rol willen spelen in de economie van de toekomst, is het hoog tijd voor een strategisch plan, ook in Vlaanderen.’

U bent de jongste jaren erg bezig met ethiek. Laat een zich nog volop ontwikkelende techniek zich in regelgeving vatten? Wetgeving is toch eerder reactief dan proactief?
Steels: ‘AI is al volop aanwezig, en er staan nieuwe toepassingen voor de deur. Daarvan kan je je de mogelijke problemen al best voorstellen. Machines die morele oordelen moeten vellen, bijvoorbeeld. Hoe organiseer je dat? Wie draagt de verantwoordelijkheid? Moet er rechtspersoonlijkheid komen voor AI-systemen? Dat zijn zaken waar je nu over moet nadenken.’

‘Zo kan je technologie perfect in een bepaalde richting duwen. Laten we dat dus vooral doen. En laten we het vooral samen doen: technische mensen, juristen, ethici, noem maar op.’

U bent sinds eind vorig jaar officieel met pensioen als professor aan de VUB. U bent er niet minder actief door geworden.
Steels: ‘In een appartementje aan zee zitten is niet mijn stijl. (lacht) Nee, ik hou me goed bezig. Meer dan ooit, misschien. Ik ben nu research fellow aan het Institute voor Advanced Studies van Catalonië, ik ben bezig met de oprichting van een Europees Ethisch Observatorium en doe nog onderzoeksprojecten vanuit de Universiteit van Venetië. Omdat het niet meer kan vanuit de VUB.’

Hoezo?
Steels: ‘De regels rond het emeritaat zijn nogal streng in België. Ik werk nu vanuit Venetië aan hetzelfde Europese project waaraan ik in Brussel werkte. Maar hier kon ik mijn werk niet voortzetten, dus moest ik via een ander kanaal gaan. Voor alle duidelijkheid: ik snap de logica van een verplicht emeritaat. De oude garde moet op een bepaald moment baan ruimen om de nieuwe generatie kansen te geven. Maar ik vraag me af waarom de scheiding zo absoluut moet zijn. In het buitenland kan je als emeritus nog projecten binnenbrengen en eraan werken. Aan de VUB kan ik dat niet, omdat ik er geen officiële rol meer heb.’

Loopt de VUB zo zaken mis?
Steels: (knikt) ‘Deze week hebben we een Europees project van 20 miljoen euro ingediend. Dat onderzoek had ik evengoed vanuit Brussel kunnen doen. Hetzelfde met dat ethisch observatorium, dat had ook perfect in Brussel kunnen komen. Maar als ik de unief niet officieel kan vertegenwoordigen, dan gaat dat niet. Voor alle duidelijkheid: mijn band met de VUB is uitstekend, en ik help nog waar ik kan. Ik wil er geen spel van maken, ik doe mijn ding. Maar misschien dat eens een debat kan worden gevoerd over die regels.’

Naast al uw onderzoekswerk schrijft u ook muziek. U hebt net uw tweede opera klaar.
Steels: ‘Klopt. ‘Fausto’ is een opera gebaseerd op het klassieke Faust-verhaal, maar dan in de toekomst. En in plaats van zijn ziel aan de duivel te verkopen is Fausto op zoek naar onsterfelijkheid, door zijn persoonlijkheid te digitaliseren. Het is een blik op een verre toekomst en de richting waarin AI kan gaan. Dat zijn thema’s waar ik evengoed een paper over zou kunnen schrijven, maar zo kan ik het eens helemaal anders benaderen. Kunst is sowieso altijd aanwezig geweest in mijn werk, al van toen ik nog taal en letterkunde studeerde aan de unief.’

Het lijkt een opvallende combinatie. Wij associëren AI en computerwetenschap met exactheid, en muziek met creatieve frivoliteit.
Steels: ‘Je vergist je in twee richtingen. (lacht) AI is net een heel speels domein, waarin creativiteit en verbeeldingskracht enorm belangrijk zijn. Muziek schrijven is dan weer een enorm exact proces. De muziek die ik voor ‘Fausto’ schreef, wordt gespeeld door 15 muzikanten en een koor. Dat moet exact juist zijn, één foute noot en het valt in duigen. Hoe ik muziek schrijf, is vergelijkbaar met hoe ik programmeer.’

Is muziek ook een tegengewicht voor uw dagelijks werk?
Steels: ‘Absoluut. Als je een hele dag in een steriele omgeving met machines werkt, is dat een welkome afwisseling. Als ik dan zie hoe zo’n zanger een partituur krijgt en dat stuk perfect en met enorm gevoel zingt met hetzelfde gemak als jij en ik een tekst zouden voorlezen... Dat is zo indrukwekkend. Op zulke momenten voel ik een grenzeloze bewondering voor de mens.’

Luc Steels (65)

Luc Steels (65) studeerde taalkunde aan de Universiteit Antwerpen en computerwetenschappen aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). In 1983 richtte hij het lab voor artificiële intelligentie van de Vrije Universiteit Brussel op, het eerste van zijn soort op het Europese vasteland. Dat lab bracht onder anderen MIT-prof Pattie Maes voort. In 1996 richtte Steels het Parijse Sony Computer Science Laboratory op, dat hij tot april 2014 leidde.

Vandaag werkt Steels vanuit de Universiteit van Venetië en is hij research fellow aan het Institute  of Advanced Studies van Catalonië. Hij wordt internationaal geroemd voor zijn baanbrekende werk rond taal en artificiële intelligentie, en adviseert de Europese Unie bij het uitdenken van een strategisch AI-plan.

Steels schrijft ook muziek. Zijn tweede opera, ‘Fausto’, wordt op 3 mei opgevoerd op het And& Festival in Leuven.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect