Na zes maanden wachten krijgt Fien de juiste hulp

©Ephameron

De psychische hulp kraakt in haar voegen door de coronacrisis. ‘Veel cliënten hervallen. Daar komen nieuwe aanmeldingen bovenop: van mensen uit de zorg tot ondernemers die hun levenswerk bedreigd zien.’ Een analyse van een gewonde sector, die niet zal herstellen met alleen extra geld.

Kaat is de mama van de 15- jarige Fien*. Haar dochter heeft een autismespectrumstoornis en zit daarom op internaat, waar veel structuur en regelmaat is. Tijdens de eerste lockdown moest ze net als al haar klasgenoten naar huis. Door het wegvallen van een vast kader en de onzekerheid van corona werd de situatie voor Fien en haar gezin onhoudbaar. ‘Fien had heel donkere gedachten, liep weg van huis en reageerde de woede en de onmacht op ons af’, zegt Kaat.

Ze vonden psychotherapeutische hulp bij een centrum in Antwerpen, maar daar ontbrak het aan psychiatrische ondersteuning. Omdat de situatie verergerde, werd Fien na veel vijven en zessen tien dagen opgenomen in een observatiecentrum. ‘Ze kwam daar terecht bij jongeren met heel zware drugsproblemen. Dat was totaal niet gepast voor haar problematiek. Uiteindelijk had ze zelf de keuze om naar huis te gaan. Daarover heeft ze niet getwijfeld’, zegt Kaat. Zij en Fien waren weer bij af. Na een nieuwe zoektocht vonden ze een gepast centrum, maar daar kon ze pas binnen na een wachtlijst van zes maanden.

De wachtlijsten in de zorg zijn een oud zeer. De coronacrisis zet het systeem nu onder extra druk. ‘Het is logisch dat wat al overvol zat, onder die dynamiek helemaal overstroomt’, zegt Ernst Koster, professor psychologie aan de UGent.

Ook de 21-jarige Sam*, die lijdt aan depressieve klachten, werd in de zoektocht naar gepaste hulp geconfronteerd met lange wachtlijsten. In een centrum in Antwerpen liep de wachtlijst minstens tot de zomer, voor een opname in een instelling in Vlaams-Brabant was het nog langer wachten. Na een zoektocht van meer dan een half jaar kon ze uiteindelijk afgelopen donderdag na twee maanden wachten terecht in een therapeutische gemeenschap in Oost-Vlaanderen.

Je kan sneller hulp krijgen door je via de spoed te laten opnemen in een ziekenhuisbed, dan door op de wachtlijst te staan van een klinisch psycholoog.
Koen Lowet
Gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Vereniging voor Klinisch Psychologen

‘We betalen een prijs voor een jarenlange stiefmoederlijke behandeling van onze geestelijke gezondheidszorg’, zegt Koen Lowet, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Vereniging voor Klinisch Psychologen. ‘Er wordt meer geld uitgegeven aan de gespecialiseerde zorg dan aan de eerstelijnszorg. Je kan sneller hulp krijgen door je via de spoed te laten opnemen in een ziekenhuisbed, dan door op de wachtlijst te staan van een klinisch psycholoog.’

Nauwelijks kwalitatieve data

In een ideaal scenario kan iemand met klachten snel terecht bij een klinisch psycholoog, een goed opgeleide huisarts of een Centrum voor Algemeen Welzijn (CAW). ‘Omdat die hulp jarenlang is verwaarloosd, hebben meer mensen meteen gespecialiseerde hulp nodig.’ Zij kloppen aan bij Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG), psychiaters en ziekenhuizen. ‘Maar daar is zo weinig plaats, dat ze op zoek naar snellere hulp toch weer in de eerstelijnshulp terechtkomen. Daardoor slagen we er in de eerstelijnszorg nog niet in om mensen met lichte tot matige problemen snel te helpen voor hun problemen verergeren. Corona zet nu een turbo op die negatieve dynamiek.’

Net zoals Fien kreeg ook Sam het moeilijker door de pandemie. ‘Ik heb tijdens de lockdown twee maanden mijn therapeut niet gezien en heel het onlinegebeuren was nog niet opgestart. Thuis begonnen alle radertjes in mijn hoofd te draaien’, zegt ze. ‘Eind april ging het daardoor mentaal echt slecht met mij.’

Hoe sterk de problemen van Vlamingen zijn toegenomen na twee lockdowns is niet duidelijk. Over de geestelijke gezondheidszorg bestaan nauwelijks kwalitatieve data, zegt Kris Van Den Broeck, directeur van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie en titularis van de leerstoel Public Mental Health aan de Universiteit Antwerpen. ‘Twee jaar geleden kwam het federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg KCE al tot de conclusie dat er te weinig data beschikbaar zijn over mentale gezondheidszorg om beleid mee vorm te geven. Dat geldt vandaag nog steeds.’

De zorg is te versnipperd en wordt niet genoeg terugbetaald om op RIZIV-gegevens te kunnen afgaan. Datapunten die wel zouden kunnen dienen om een beeld te vormen, zoals de lengte van wachtlijsten of de suïcidecijfers, zijn niet actueel. Eén indicatie is een bevraging door het gezondheidsinstituut Sciensano. Daaruit blijkt dat in december 2020 22 procent van de bevolking depressieve klachten had, tegenover gemiddeld 9,5 procent in 2018.

Snippers en geluiden

Het is behelpen met snippers en geluiden uit het veld. Die klinken niet rooskleurig. ‘Als hoogleraar aan de KU Leuven begeleid ik 30 stagiairs in alle geledingen van de zorg’, zegt professor psychologie Filip Raes. ‘Bij hen hoor ik zonder uitzondering dat de druk toeneemt. Hetzelfde zie ik in mijn regionale psychologenkring: het wordt drukker en drukker.’

Lowet bevestigt. ‘Collega’s in het veld zien veel cliënten hervallen. Daar komen nieuwe aanmeldingen bovenop, vaak van mensen in moeilijke omstandigheden. Denk aan mensen uit de zorgsector of ondernemers die hun levenswerk bedreigd zien.’

Daarbij komt dat tijdens de eerste golf een hoop mentale zorg is uitgesteld die de voorbije maanden en weken weer op gang komt. ‘Op dat vlak is het beeld niet anders dan in de fysieke gezondheidszorg’, zegt professor psychologie Alexis Dewaele (UGent). ‘Uitstel van zorg leidt tot complexere problemen die langer en intensiever behandeld moeten worden, wat extra druk op het systeem zet.’

Of we te maken hebben met een ‘mentale tsunami’ is moeilijk hard te maken en wellicht wat sterk uitgedrukt. Wel pijnlijk duidelijk, is dat ons systeem er niet in slaagt kleine golven te verwerken. De vraag is hoe je die negatieve spiraal doorbreekt. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) werkt aan een investeringsplan van 112 miljoen euro in de eerstelijnszorg. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) beloofde 4,8 miljoen euro in 2021 voor de CGG’s, boven op de geplande 72 miljoen euro. Experts betwijfelen of meer geld steken in een systeem dat niet goed functioneert de beste aanpak is.

Het probleem van onze mentale gezondheidszorg is niet alleen dat ze ondergefinancierd is, maar dat het geld verkeerd wordt besteed’, zegt Dewaele. ‘Vandenbroucke wil 1.900 extra psychologen aan het werk zetten. Maar als je die niet op een efficiënte manier inzet, los je er structureel weinig mee op. Dat er vandaag meer hulpvragen zijn dan beantwoord kunnen worden, is niet louter een capaciteitsprobleem, het is voor een stuk ook het resultaat van systeemfouten. Het veld van de psychische zorg is versnipperd en de toegang tot betaalbare psychische zorg is te beperkt.’

‘Wat je in Nederland ziet, is dat meer- investeringen in capaciteit niet noodzakelijk leiden tot een betere zorg’, zegt Koster. ‘Je bereikt gewoon nog meer de groep die zo al gemakkelijker de stap naar hulp zet. 1.500 mensen extra in privépraktijken steken zal helpen om de wachtlijsten weg te werken, maar je negeert een populatie die de hulp beter kan gebruiken en die zijn weg niet vindt in het systeem.’

Connecties aanspreken

Ronny Bruffaerts, professor aan het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven, geeft aan dat de geestelijke gezondheidszorg vooral laagdrempeliger moet worden. Volgens hem zet 50 procent van de mensen met een psychische stoornis de stap naar de zorg niet. ‘Ze zoeken vaak geen hulp, omdat ze niet weten waar naartoe.’

Dat was het geval bij Sam. Bij gebrek aan een duidelijke diagnose moest ze zelf zoeken naar een centrum dat therapieën aanbiedt op maat van haar klachten. Ook Kaat kwam voor haar dochter Fien pas op een wachtlijst terecht dankzij een Antwerpse psychiater die haar connecties aansprak. ‘Het is ongehoord dat we afhankelijk waren van een arts die we er persoonlijk bij betrokken hebben. Wij zijn mondig, maar ik vraag me af hoe mensen die dat niet zijn hun weg vinden’, zegt ze.

‘Je moet de geestelijke gezondheidszorg opentrekken’, zegt Bruffaerts. ‘Met een sterker uitgebouwde eerstelijnszorg, zoals goed opgeleide huisartsen, CAW’s en OCMW’s, moet je mensen bereiken die vandaag niet in de zorg belanden. Die eerstelijn moet goed op de hoogte zijn van alle specialistische behandelingen, zodat ze mensen die dat nodig hebben kan doorsturen. Op dit moment is dat onvoldoende uitgebouwd.’

‘De meeste stoornissen zijn mild tot matig, terwijl we in de psychiatrische instellingen een groot beddenhuis hebben. Als we niet sterker filteren, kom je tot capaciteitsproblemen. Een belangrijk deel van de reorganisatie gaat om het versterken van de eerstelijn. Een vuistregel moet zijn: de juiste behandeling voor de juiste persoon’, zegt Bruffaerts.

Hij ziet veel potentieel in de preventie bij kinderen en tieners. ‘Als je weet dat de helft van alle stoornissen vóór de leeftijd van 19 voorkomt, is het duidelijk dat de preventie veel vroeger kan beginnen. Als er daar meer geld naartoe gaat, boek je winst.’

*Deze namen zijn fictief.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud