Nieuwe VDAB-topman: ‘Werkgevers, ga niet te lichtzinnig over tot ontslag’

VDAB-topman Wim Adriaens.

Door de coronacrisis telt Vlaanderen meer werklozen, maar VDAB-topman Wim Adriaens verwacht dat de krapte snel weer het grootste probleem op de arbeidsmarkt wordt. Daarom pleit hij voor meer flexibiliteit en een staatshervorming.

Als Vlaanderen de ambitie wil waarmaken een Europese topregio te worden, moeten meer mensen aan de slag. Om die reden is de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) de organisatie die het meest wordt genoemd in het Vlaamse regeerakkoord. Aan het hoofd van die dienst staat sinds juli vorig jaar Wim Adriaens, die Fons Leroy opvolgde. Adriaens is een voormalige cabinettard van Philippe Muyters (N-VA), die tussen 2009 en 2019 Vlaams minister van Werk was. Het N-VA-etiket dat aan hem kleeft, stoort Adriaens niet. ‘Politici weten heus dat ik meer ben dan de partij waarvoor ik heb gewerkt.’

Wim Adriaens (41)

Wim Adriaens volgde in juli 2019 Fons Leroy op als topman van de Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB. Tussen 2009 en 2019 was hij aan de slag als adviseur van toenmalig Vlaams minister van Werk Philippe Muyters (N-VA). Eerst werkte hij er als adviseur, vanaf 2016 was hij kabinetchef. Adriaens, die Germaanse filologie, toegepaste economie en rechten studeerde, begon zijn carrière bij de federale overheidsdienst Budget en Beheerscontrole.

Het voorbije anderhalf jaar koos hij ervoor in de luwte te werken. Nu de effecten van de coronacrisis op de arbeidsmarkt duidelijk worden, treedt hij naar buiten. ‘Er zijn nu 35.000 meer werkzoekenden dan voor de crisis. Grote ontslagrondes hebben we misschien niet gezien, maar tijdelijke contracten werden niet verlengd, vacatures werden ingetrokken en schoolverlaters hebben het moeilijker een baan te vinden. Tegelijk heeft zich een stuwmeer aan tijdelijke werklozen gevormd. De vraag is wat daar mee gebeurt: kunnen ze terugkeren naar hun werkgever? Of verliezen ze hun baan en moeten we hen aan ander werk helpen? Dat wordt cruciaal.’

Wat verwacht u?

Wim Adriaens: ‘Ik zie hoopvolle signalen, dus ik ben voorzichtig positief. Voor de coronacrisis lag de focus volledig op de krapte op de arbeidsmarkt, en tenzij een nieuwe virusgolf er diep inhakt, komt de focus daar snel weer op te liggen. Door de vergrijzing begint de bevolking op beroepsactieve leeftijd binnenkort te dalen, waardoor het probleem alleen maar groter wordt. Door corona is niet plots een grote arbeidsreserve ontstaan die de knelpuntberoepen kan invullen. In de evenementensector zijn er misschien nog wat technische profielen die snel elders aan de slag kunnen gaan, maar die bedrijven zien die mensen natuurlijk niet graag vertrekken.’

‘Ik wil werkgevers ook oproepen niet lichtzinnig over te gaan tot een ontslag. Het profiel dat je nu aan de deur zet, heb je over enkele maanden misschien al weer nodig. En dan zijn ze allicht moeilijk te vinden. In plaats van zulke mensen te ontslaan, moeten bedrijven die het kunnen deze periode gebruiken om hun personeel bij te scholen.’

Niet elke tijdelijke werkloze zal kunnen terugkeren naar zijn oude werkgever. Wat doet u voor hen?

Adriaens: ‘We bieden hen opleidingen en coaching aan, zodat ze zich kunnen voorbereiden op een eventueel jobverlies. Zo zijn taalopleidingen en opleidingen boekhouden populair. Mensen kunnen nadenken over hun loopbaan en in die zin is corona voor sommigen misschien een wake-upcall. Tijdelijke werklozen actief begeleiden naar ander werk is evenwel moeilijk, want ze zijn nog altijd in dienst van hun bedrijf. Dan kunnen wij moeilijk het signaal geven dat ze zich moeten richten op een andere job.’

Wat vond u van het pleidooi van ACV-voorzitter Marc Leemans om oudere werknemers die door corona hun baan verliezen met brugpensioen te sturen?

Laten we stoppen met mensen die nog in de fleur van hun leven zijn het signaal te geven dat we ze niet meer nodig hebben.
Wim Adriaens
VDAB-topman

Adriaens: ‘Ik vind het heel moeilijk te begrijpen dat die boodschap nog altijd wordt verkondigd. Als VDAB worstelen we nog altijd met mensen die met brugpensioen zijn en denken dat ze ook echt met pensioen zijn. Het heet dan officieel misschien wel het stelsel van werkloosheid met een bedrijfstoeslag en die mensen moeten doorgaans beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, maar zij zien dat anders. Ze worden soms kwaad als we hen contacteren en spreken over woordbreuk. Het is heel lastig dat om te keren en die mensen naar werk te begeleiden. Laat ons daarom stoppen met mensen die nog in de fleur van hun leven zijn het signaal te geven dat we ze niet meer nodig hebben. Werken is niet negatief en stoppen met werken is geen goede zaak. Stoppen met werken is een verarming.’

De Vlaamse regering wil dat tegen het einde van de legislatuur 80 procent van de Vlamingen tussen 20 en 64 jaar werkt, tegenover 75 procent vandaag. Hoe realistisch is dat nog na corona?

Adriaens: ‘Dat was zeer ambitieus en ik heb het altijd gelezen als ‘op weg naar 80 procent’. Onze concrete doelstelling was deze legislatuur 120.000 extra Vlamingen aan werk helpen. Door de coronacrisis wordt het moeilijker dat doel te halen. De verwachting is dat de werkzaamheidsgraad de komende twee jaar wat terugvalt, maar nadien weer stijgt. In ieder geval blijft het ons doel zo veel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. Werk geeft zin aan het leven van mensen, het geeft structuur en leidt tot sociaal contact. Werk is mee een garantie voor een stevigere sociale zekerheid.’

Waarom blijven we steken tegenover Nederland en Duitsland, die wel een werkzaamheidsgraad van 80 procent halen?

Adriaens: ‘Die landen hebben arbeidsmarkthervormingen doorgevoerd en profiteren daarvan. Het toont aan dat wij dat ook moeten doen. Onze arbeidsmarkt beschermt werknemers zeer goed tegen sociale risico’s en eventuele excessen van werkgevers. Dat is op zich goed, maar als daarbij drempels worden opgeworpen die het flexibel inzetten van personeel inperken of die mensen tegenhouden aan het werk te gaan, dan moet je ingrijpen. Regels zijn er om misbruiken te voorkomen, maar beperken soms ook innovaties of veranderingen. Iemand die langdurig ziek is, heeft recht op een welbepaalde uitkering. Als die persoon de sprong naar de arbeidsmarkt wil maken en het lukt niet, dreigt die zijn uitkering te verliezen. Wel, mensen gaan niet in het water springen als ze niet zeker zijn dat ze weer bovenkomen. Als ik een boodschap mag geven aan de volgende federale regering, dan is het dat ze naar die drempels moet kijken.’

Hoe lastig is het dat nog altijd de federale regering daarvoor bevoegd is en de bevoegdheden zo versnipperd zitten?

Een staatshervorming die samenhangende bevoegdheden bij dezelfde overheid steekt, zou een goede zaak zijn.
Wim Adriaens
VDAB-topman

Adriaens: ‘Het zou gemakkelijker zijn mocht alles in één hand zitten. Dezelfde overheid die bevoegd is voor het activeren van mensen moet ook die drempels kunnen wegnemen. We hebben een goede relatie met de federale overheid, maar zo’n afstemming maakt het niet eenvoudig. Een staatshervorming die samenhangende bevoegdheden bij dezelfde overheid steekt, zou een goede zaak zijn. U mag dit gerust als een pleidooi daartoe zien.’

In Duitsland kunnen werkzoekenden na verloop van tijd nog moeilijk een aangeboden job weigeren, zelfs al is dat ver onder hun niveau. In Vlaanderen kan dat wel. Moeten we daar strenger worden?

Adriaens: ‘Zou u acht uur per dag dingen willen doen die u niet graag doet? Dat is geen duurzaam verhaal. Wat we wel doen, is mensen proberen te overtuigen een bepaalde stap te zetten. We vragen werkzoekenden of ze graag met anderen samenwerken, of ze graag mensen verzorgen en of ze ietwat praktisch zijn aangelegd. Als het antwoord op die vragen ja is, wijzen we hen erop dat de zorgsector iets voor hen kan zijn. Finaal moeten mensen dat wel willen, anders leidt het nergens heen.’

Volgens veel arbeidsmarktexperts is het daarom een goed idee de uitkeringen te beperken in de tijd. Wie geen inkomen meer heeft, is sneller geneigd een baan te aanvaarden.

Adriaens: ‘Ik ga daar niet flauw over doen: financiële incentives werken. Maar zo’n maatregel alleen volstaat niet. Als je de uitkeringen beperkt in de tijd, moet je veel meer geld en energie steken in het begeleiden en opleiden van werkzoekenden, zeker bij wie zwakker staat op de arbeidsmarkt.’

De Vlaamse regering wil dat de VDAB de regisseur van de arbeidsmarkt wordt. Wat wordt daarmee bedoeld?

Adriaens: ‘Onze blik verschuift van 200.000 werkzoekenden naar 4 miljoen Vlamingen. We houden ons niet alleen bezig met het begeleiden van werkzoekenden naar werk. We helpen ook mensen die al werk hebben aan ander werk of ondersteunen werknemers tijdens hun loopbaan. Iedereen kan een profiel aanmaken bij ons. Het is de bedoeling dat de informatie waarover we als overheid al beschikken daarbij zichtbaar maken. Daarnaast willen we dat mensen bijvoorbeeld hun LinkedIn-profiel aan dat profiel kunnen koppelen. Het is wel belangrijk dat iedereen eigenaar blijft van zijn eigen data. Op basis van die data geven we mensen advies. Een journalist porren we dan bijvoorbeeld aan om opleiding x of y te volgen omdat we merken dat veel andere journalisten dat ook doen.’

Vanuit de VDAB kwamen de voorbije jaren klachten dat de dienst overbevraagd is. Kunt u dit wel aan?

Adriaens: ‘Wat we willen doen, is zeer ambitieus. Maar we gaan dit niet in twee jaar kunnen realiseren, het is een verhaal voor de lange termijn. We hebben ook de bewuste keuze gemaakt vooral in te zetten op het inschatten van mensen: wat is de beste weg voor hen? Welke opleiding moeten ze volgen? Voor het vervolgverhaal, zoals het geven van die opleiding, gaan we samenwerken met allerhande partners. Dat kunnen uitzendkantoren zijn, maar ook jongerenorganisaties, lokale besturen, vakbonden en de werkgevers. Als VDAB gaan we daar zelf minder doen, maar zulke partners moeten wel worden betaald. Daarom hebben we extra budget gevraagd aan de Vlaamse regering, wat besproken wordt bij de begrotingsopmaak.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud