Onderzoek naar ‘infiltratie' Russen en co. in onze inlichtingendiensten

Het Kremlin in Moskou. Infiltreerde Rusland de Belgische inlichtingendiensten? ©AFP

Het Comité I, de toezichthouder op de inlichtingendiensten, onderzoekt voor het eerst de mogelijke infiltratie door buitenlandse geheime diensten in de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst. Het bekijkt een twintigtal gevallen, waarin onder meer Rusland opduikt.

Het dossier Infiltratie is enkele maanden geleden geopend bij het Comité I. Via meerdere kanalen heeft de toezichthouder lucht gekregen van gevallen waarbij onze inlichtingendiensten mogelijk geïnfiltreerd zijn door andere landen of buitenlandse geheime diensten.

We vernamen dat een twintigtal gevallen worden onderzocht, waarvan er zich een vijftiental afspeelden bij de militaire inlichtingendienst ADIV en een vijftal bij de Staatsveiligheid. Maar elke case is een geval apart en varieert in gewichtigheid. De griffier van het Comité I, Wouter De Ridder, wil alleen bevestigen dat ‘een onderzoek over deze problematiek’ is geopend.

Gevoelig dossier

In een bespreking achter gesloten deuren is vorige maand het bestaan van het gevoelige dossier Infiltratie door het Comité I meegedeeld aan de Kamerleden die het comité begeleiden. In het verslag van die vergadering wordt een van de cases beschreven.

Zoals elke andere inlichtingendienst zijn we ons ervan bewust dat infiltratiepogingen nooit kunnen worden uitgesloten.
Ingrid Van Daele
Woordvoerster van de Staatsveiligheid

‘Het betreft een gezamenlijk onderzoek door de Staatsveiligheid en de ADIV naar de sanctionering van een reserveofficier van de ADIV van wie de veiligheidsmachtiging werd ingetrokken op grond van zijn zakelijke betrekkingen met dubieuze personen uit de voormalige Sovjet-Unie.’ Dat geval dook al op in een artikel in Knack. Maar ook andere landen dan Rusland duiken op in de gevallen die het Comité I bekijkt.

Het Comité I heeft niet de bedoeling een ‘jacht op spionnen’ te organiseren of nieuwe strafbare spionagefeiten te ontdekken. Als toch strafbare feiten opduiken tijdens het onderzoek, worden die aan het gerecht doorgespeeld. Zo loopt bij het federaal parket al een onderzoek naar de relatie van een andere medewerker van de militaire inlichtingendienst met een Servische vrouw die mogelijk voor de Russen werkte. Die feiten speelden zich af in 2016.

Buitenlandse spionnen

Het Comité I wil voor de eerste keer nagaan hoe onze inlichtingendiensten omspringen met aanwijzingen dat hun eigen mensen mogelijk in de greep zijn van andere landen of diensten. De diensten zijn zelf bevoegd om daarop te reageren.

In een van de cases deed een medewerker van de militaire inlichtingendienst zaken met dubieuze figuren uit de vroegere Sovjet-Unie.

Nemen ze wel voldoende maatregelen om infiltraties te detecteren en reageren ze gepast als ze die ontdekken? Buitenlandse spionnen viseren tal van Belgische sectoren, zoals de industrie en de politiek, maar ze willen zeker weten wat onze geheime diensten over hun land weten.

‘Zoals elke andere inlichtingendienst zijn we ons ervan bewust dat infiltratiepogingen nooit kunnen worden uitgesloten’, zegt Ingrid Van Daele, de woordvoerster van de Staatsveiligheid. ‘We zijn dan ook steeds alert en pogen ons daar zo goed mogelijk tegen te wapenen. Details over hoe we ons beschermen, geven we om evidente redenen niet. Wel kunnen we stellen dat op dit ogenblik geen enkel geval van effectieve infiltratie bekend is bij de Staatsveiligheid. Zoals gebruikelijk werken we constructief mee aan elk onderzoek door het Comité I.’

Telegram

Toch zal het onderzoek van het Comité I geen sinecure worden. Hoe ver kunnen geheim agenten gaan in hun contacten met ‘vijandige’ inlichtingendiensten? In sommige dossiers kunnen die een nuttige partner zijn.

20
gevallen
We vernamen dat een twintigtal gevallen worden onderzocht, waarvan er zich een vijftiental afspeelden bij de militaire inlichtingendienst ADIV en een vijftal bij de Staatsveiligheid. Maar elke case is een geval apart en varieert in gewichtigheid.

Zo was er bij de militaire inlichtingendienst ADIV al intern commotie nadat een vertegenwoordiger van de Russische militaire inlichtingendienst GRU op de dienst was uitgenodigd om te spreken over het kraken van de onlineberichtendienst Telegram. Het leek alsof de vijand werd binnengehaald, ook al kon het contact nuttig zijn om terroristen te volgen die de Telegram-app gebruiken.

Het wordt voor het Comité I ook geen sinecure om de cases te bespreken met de Kamerleden die zetelen in de parlementaire begeleidingscommissie. Die hebben niet de vereiste ‘veiligheidsmachtiging’ om zo’n hoogst vertrouwelijke info te kennen. Zowat alles wat in de cases is gebeurd, is ‘geclassificeerde’ informatie. De bevoegde ministers hebben wel zo’n machtiging en zullen het uitgebreide, geclassificeerde rapport van het Comité I mogen lezen.

Infiltraties

Kamerlid Peter Buysrogge (N-VA) is wel vragende partij om een screening te ondergaan om zo’n veiligheidsmachtiging te krijgen. ‘De hamvraag is of we als parlementsleden alle details willen kennen of dat het voor ons als politici volstaat om de juiste conclusies te kunnen trekken en parlementaire initiatieven te nemen. De meningen daarover lopen bij de parlementsleden uiteen. In de vorige legislatuur is dat uitgebreid besproken en is beslist geen veiligheidsmachtiging te vragen.’

‘Het verontrust ons natuurlijk als gevallen bekend geraken over mogelijke infiltraties bij onze inlichtingendiensten. We kijken uit naar het verslag van het Comité I om te weten wat daarvan aan is.’

'Moeilijk smoking gun te vinden'

Claude Van De Voorde, de topman van de Belgische militaire inlichtingendienst  ADIV, getuigt dat het zeer moeilijk is een smoking gun te vinden als een geheim agent mogelijk in de greep is van een buitenlandse inlichtingendienst.

Hoe springt u daar dan mee om?

 Claude Van De Voorde: ‘We starten een ‘veiligheidsonderzoek’ naar die persoon en we proberen met alle mogelijke methodes uit te vissen wat klopt van de verdenking. Het gebeurt wel vaker dat we info krijgen over contacten met een buitenlandse dienst of met iemand uit een land dat bedreigend kan zijn voor ons land.'

'Maar de laatste keer dat iemand veroordeeld is voor spionage gaat al terug tot de jaren 80. Met de nieuwe geopolitieke omgeving en de ermee gepaard gaande dreigingen moeten we daar weer op focussen zoals tijdens de Koude Oorlog. Het klopt dat die focus wat was verminderd tijdens de verhoogde terreurdreiging. Het is logisch dat het Comité I daar eens naar kijkt.’

Het Comité I zou op dit moment al een 15-tal cases bekijken over uw dienst.

Van De Voorde: ‘Dat weet ik niet, maar wat is een ‘case’? Als ik op een nieuwjaarsreceptie de hand druk van iemand van een ander land of die geeft me een cadeau, zoals een fles wodka, die hij ook geeft aan andere diplomatieke contacten, is dat dan verdacht?'

'Als ik wekenlang zo’n cadeaus krijg waarschijnlijk wel. Maar een inlichtingendienst moet nu eenmaal contacten onderhouden met tal van mensen. Wat als een militair regelmatig eet in een Aziatisch restaurant en bevriend raakt met de uitbater? Moeten we dat verbieden? Zo zijn er inderdaad veel ‘cases’ en we bekijken die natuurlijk wel. Het is een delicaat evenwicht.’

Eén geval gaat over een van uw medewerkers die zaken deed met dubieuze figuren uit de vroegere Sovjet-Unie.

Van De Voorde‘Het Comité I gaat dat inderdaad nog eens bekijken, maar dat is niets nieuws. Het gaat al terug tot 2015. Dat dossier is voor ons afgerond. Wij hebben de nodige maatregelen genomen. Zijn veiligheidsmachtiging (om vertrouwelijke info te krijgen, red.) is ingetrokken.'

'Er is ook een ander bekend geval van een van onze mensen die een relatie had met een Servische (uit 2016, red.) en dat dossier is al in handen van het federaal parket. Dat onderzoek loopt nog. Maar dat zijn affaires die teruggaan tot mijn voorganger Eddy Testelmans. Hij kan beter bevestigen of ontkennen of er destijds sprake was van ‘ons-kent-ons’ in die affaires of niet. Voor mij is dat verleden tijd.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect