netto

Pensioenminister zet doos van Pandora op een kier

Pensioenminister Karine Lalieux (PS). ©BELGA

Met de suggestie het fiscaal voordeel op de groepsverzekering en de bedrijfspensioenfondsen af te toppen, heeft minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) het deksel van de doos van Pandora op een kier gezet. Het stormpje staat symbool voor de expeditie die Vivaldi na corona wacht: koken zonder geld.

Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert moest woensdagochtend alweer in de virtuele pen kruipen om vermeende uitspraken van een Franstalige minister ter linkerzijde te nuanceren en aan het regeerakkoord te toetsen – het begint een traditie te worden. Deze keer was het een krantenbericht over de plannen van de PS-minister van Pensioenen dat de sociale media in ijltempo in lichterlaaie zette.

Nu moet gezegd: dat krantenbericht sloeg de bal ietwat verkeerd. Ten onrechte werd de suggestie gewekt dat Lalieux de verhoging van de laagste pensioenen wou laten financieren door de houders van een groepsverzekering. Die twee staan los van elkaar. ‘De financiering van de verhoging van de laagste pensioenen is al gegarandeerd in de begroting, tot 2024’, zegt haar woordvoerder. Maar dat die zogenaamde tweede pensioenpijler wel de inzet van een stevig debat wordt, wanneer dit najaar de hervorming van de pensioenen op de regeringstafel komt, is een feit.

De regering-De Croo wil die volgens haar regeerakkoord democratiseren, zodat ook arbeiders en lagere bedienden een groepsverzekering krijgen van hun werkgever. Alleen zitten de omstandigheden niet mee: door de bodemrentes dringen de verzekeraars aan op een verlaging van de gegarandeerde rente van 1,75 procent, waardoor werkgevers mogelijk dieper in de buidel moeten tasten en minder geneigd zijn het systeem uit te breiden. Daarnaast is door de coronacrisis de budgettaire marge voor de federale overheid nog smaller geworden dan ze al was.

Ik wil de excessen aanpakken om op die manier iedereen toegang te geven tot de tweede pijler.
Karine Lalieux (PS)
Minister van Pensioenen

En dus zijn er maar twee mogelijke uitkomsten: ofwel komt er maar een minieme uitbreiding van de tweede pijler. Ofwel moet het geld binnen het systeem zelf gezocht worden en krijg je het bekende spel van winnaars en verliezers, wat in een ultragevoelig domein als de pensioenen gelijkstaat aan politieke zelfkastijding. Daarom staan de liberalen meteen op de rem. ‘De aanvullende pensioenen verbreden zal niet bereikt worden door onrust te zaaien of ballonnen op te laten over de belasting ervan’, zegt Lachaert.

Excessen

De woordvoerder van Lalieux zegt dat de minister nergens heeft gesproken over een algemene verlaging van het fiscaal voordeel op de groepsverzekeringen en de bedrijfspensioenfondsen. Dat klopt ook. Maar de toon die ze in haar communicatie aanslaat over de tweede pijler laat wel vermoeden in welke richting de PS het liefst kijkt. Zo verwijst ze naar enkele tekortkomingen die het Rekenhof heeft aangekaart.

Het systeem kost de overheid steeds meer aan inkomsten en is omgekeerd herverdelend. 1 procent van de gepensioneerden kreeg in 2017 20 procent van het totale bedrag aan aanvullende pensioenen, terwijl 70 procent van de gepensioneerden samen 10 procent kreeg. Daarnaast zou sprake zijn van misbruiken, onder andere met de zogenaamde 80 procentregeling voor bedrijfsleiders.

‘Ik wil de excessen aanpakken om zo iedereen toegang te geven tot de tweede pijler’, zei Lalieux. ‘We gaan niet raken aan de koopkracht van de pensioenen voor de middenklasse.’ Maar de terminologie die Lalieux gebruikt, geeft blijk van een nogal eenzijdige kijk op de tweede pijler, waartoe werknemers en werkgevers jarenlang gestimuleerd werden door diezelfde federale overheid. Zo heeft ze het over een verlies van 2 miljard euro voor de staat. Die 2 miljard blijkt het bedrag dat de staat zou binnenkrijgen mochten alle huidige premies van de werknemers belast worden zoals loon.

De aanvullende pensioenen verbreden zal niet bereikt worden door onrust te zaaien of ballonnen op te laten over de belasting ervan.
Egbert Lachaert
Voorzitter Open VLD

De discussie belooft bovendien aartsmoeilijk te worden. Inhoudelijk pleiten veel experts er al langer voor om de discrepantie weg te werken tussen een uitkering van de opgebouwde reserves in kapitaal en in pensioenrente. Wie zichzelf in één keer alles laat uitkeren op het moment van zijn pensionering betaalt daar tussen 10 en 17 procent belastingen op. Wie kiest voor een maandelijkse pensioenrente betaalt het marginaal tarief - aanzienlijk meer. De Hoge Raad van Financiën berekende de voorbije weken wat de impact zou zijn als voor een gemiddeld belastingtarief zou worden gekozen, ergens tussen beide in. ‘De uitkomst is dat de absolute toplonen veel geld zouden verliezen, maar dat de budgettaire opbrengst voor een verbreding van het systeem erg beperkt zou zijn’, stelt een bron.

En zo dreigt de discussie in hetzelfde straatje te belanden als het debat tussen politiek links en rechts over een vermogensbelasting: waar eindigt de middenklasse en waar beginnen de sterkste schouders?

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud