Piketty is God

©BELGAIMAGE

Met ‘Capital in the Twenty-First Century’ zet de Franse ‘rockstar economist’ Thomas Piketty de economische wetenschap op haar kop. Geen econoom kan het zich nog permitteren géén mening te hebben over Piketty. ‘Eindelijk heeft links zijn eigen goeroe.’

Voor wie de hype rond Thomas Piketty volgt: wat u nu meemaakt, is de geboorte van een klassieker. Voor wie dat niet doet: onthoud de naam Piketty. De kans is groot dat studenten economie zijn werk standaard op hun boterham krijgen. De 43-jarige Fransman is gekomen om te blijven. Met de titel van zijn boek alleen al - een onmiskenbare knipoog naar Karl Marx - en zijn breedvoerige, zelfs filosofische aanpak zet Piketty zich in de traditie van politiek economen als Adam Smith en John Maynard Keynes.

De ongelijkheid in de wereld is persistent en neemt toe, betoogt Piketty in ‘Capital in the Twenty-First Century’. Om dat te bewijzen dook hij met zijn team de voorbije 15 jaar in Amerikaanse en Europese belasting- en erfenisarchieven. Hij kwam terug met enorme cijferreeksen die aantonen dat de ongelijkheid stilaan weer vooroorloogse proporties aanneemt.

De reden, zegt de econoom, is dat het rendement op vermogen de afgelopen drie eeuwen hoger was (4 à 5%) dan de economische groei (1%). Hij vat dat samen in zijn intussen veelbesproken formule r>g, een wet die hij ‘de centrale contradictie van het kapitalisme’ noemt. Vermogens groeien sneller dan het totale inkomen van het land. Anders gezegd: de vermogenden worden steeds rijker tegenover de meerderheid die haar inkomen uit arbeid haalt. Omdat vermogen ongelijk verdeeld is en wordt overgeërfd, leidt dat tot een steeds grotere concentratie van rijkdom bij een klein deel van de bevolking.

Die trend werd in de 20ste eeuw door twee oorlogen, en recessie en het opbouwen van de welvaartsstaat tijdelijk gekeerd. Maar sinds de jaren tachtig is de aloude verhouding terug. In 2010 verdiende de rijkste 10 procent van de Amerikanen de helft van het nationaal inkomen.

Als dat zo doorgaat, zegt Piketty, knopen we weer aan bij de situatie in de 19de eeuw, dus voor de meritocratie opgang maakte. Dat is niet houdbaar, voorspelt hij. Die extreme verschillen in rijkdom ondergraven de legitimiteit van het kapitalisme. Dat zal tot grote onrust en uiteindelijk tot revolutie leiden, wat ertoe kan leiden dat het hele systeem implodeert - daarmee vergeleken was de financiële crisis van 2007-08 maar een dipje.

Omdat die scheeftrekking ingebakken zit in het kapitalisme, is er maar één uitweg om het kapseizen te vermijden, stelt Piketty: het evenwicht herstellen door een wereldwijde progressieve vermogensbelasting in te voeren.

Schokgolf

Piketty’s verhaal sloeg in als een bom. In tijden waarin de wereld te complex heet om in simpele redeneringen te vatten, legt de Fransman met een eenvoudige formule een realiteit bloot die een schokgolf door de economische wetenschap jaagt. Economen stortten zich op zijn werk als betrof het de formule voor de heilige graal. The Huffington Post vergeleek zijn formule al met Einsteins E=mc2. De eerste koffiekopjes met r>g zijn al gesignaleerd. Piketty zelf draaft op in tv-programma’s en kranteninterviews en wordt in Amerikaanse media al dan niet treiterend de ‘rockstar economist’ genoemd.

Niet dat hij met sterallures werd geboren. Hij komt uit een bescheiden tweeverdienersgezin, maar bleek een intellectueel genie. Hij rondde zijn doctoraat af aan de Ecole des Hautes Etudes et Sciences Sociales op een moment dat zijn leeftijdsgenoten nog hun gewone diploma probeerden te halen. ‘Een werker, een briljante geest, op het geniale af’, zegt professor economie Joep Konings (KU Leuven), die samen met Piketty doctoreerde aan de Londen School of Economics. ‘Toen we daar begonnen, moesten we op een seminarie met een idee afkomen. Hij bracht een nieuw theoretisch model naar voren dat een bestaand probleem in de economie oploste. Hij was toen begin twintig. Wij vielen allemaal achterover. De proffen zeiden toen al: ‘Die gast is niet normaal.’

Piketty gaf enkele jaren les aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology in de Verenigde Staten, maar keerde ontgoocheld terug en richtte zijn eigen Ecole d’économie de Paris op. De Amerikaanse economen vond hij ‘te veel gericht op wiskunde en theorie.’ Hij specialiseerde zich in het ongelijkheidsthema, publiceerde in topacademische tijdschriften en werd een autoriteit in zijn vak.

En toch. Toen hij eind vorig jaar in Frankrijk met zijn boek naar buiten kwam, brak hij geen potten. Het stond op geen enkele bestsellerslijst. Het intantsucces kwam drie maanden geleden, met de Engelse vertaling. Hij werd de hemel in geprezen door Paul Krugman - meer dan een miljoen volgers op Twitter - die Capital ‘het boek van het decennium’ noemde. Sindsdien is het niet meer aan te slepen. Het staat op nummer één bij Amazon, fictie inbegrepen. De uitgever, Harvard University Press, moest het 24 uur per dag op drie continenten laten drukken om aan de vraag te voldoen. Er zijn al meer dan 200.000 exemplaren van verkocht.

Straf voor een economisch werk dat vol staat met data en grafieken. Het boek heeft een cultstatus. Je moet erover kunnen meespreken op feestjes - en gezien nogal wat lezers niet verder geraken dan de voorpagina kunnen de vele lijstjes genre ‘tien dingen die u moet weten over Capital’ helpen. De belangrijkste reden voor dat succes bij niet-economen: de schok die het teweegbrengt. Hij haalt het wezen van het Amerikaanse DNA onderuit: het idee dat elke arme jongen miljonair kan worden.

Geen tegendenker

Niet dat het zo nieuw is wat Piketty formuleert. Ook in de jaren negentig en tweeduizend werd over ongelijkheid gepubliceerd, waarbij vooral technologie en globalisering als sturende vectoren werden gezien. Alleen speelde dat debat zich grotendeels af onder de radar. Economen lieten zich leiden door de curve van de Amerikaans-Russische econoom Simon Kuznets. Die stelde: ‘Als landen ontwikkelen, neemt de ongelijkheid eerst toe om vervolgens weer af te nemen.’ Het heersende mantra was groei. Zolang de koek maar groter werd, profiteerde ook de armsten mee.

En dan kwam de crisis, die diepe wonden sloeg. Na zes jaar wordt de ongelijkheid voelbaar. ‘We are the 99 procent’ van Occupy Wallstreet lijkt zo aan Piketty ontleend. Veel Amerikanen geloven niet meer in hun eigen droom. In een nationale enquête eind vorig jaar antwoordde 64 procent dat de VS niet langer iedereen dezelfde kansen geeft. President Barack Obama noemde ongelijkheid het kernprobleem van deze tijd. Op het Wereld Economisch Forum in Davos ging het de voorbije editie vooral daarover. Terwijl ook in Europa de werkloosheid toeneemt en mensen uit de middenklasse naar beneden tuimelen, leiden verhalen over toplonen tot consternatie.

En dan komt een Franse econoom aanzetten met minutieus opgebouwde datasets en wetmatigheden die verklaren wat we allemaal wel een beetje voelen: dat het de verkeerde kant op gaat. Piketty schreef het juiste boek op het juiste moment.

Een tegendenker is hij niet, zegt Glenn Rayp, docent internationale economie en economische leerstelsels aan de Universiteit Gent. ‘Hij stelt het kapitalistische systeem niet ter discussie, zoals Karl Marx dat wel deed. Maar zijn bevindingen krijgen wel de status van een ‘anomalie’: hij slaagt er voor het eerst in aan te tonen dat het heersende paradigma ‘groei is goed voor iedereen’ niet klopt. De feiten waarop hij die theorie baseert, kan je niet wegwuiven. Hij deed de beste poging ooit om inkomensongelijkheid op grote schaal in kaart te brengen. Daarom is hij een katalysator: door zijn onderzoek worden we allemaal gedwongen anders te kijken.’

Wat nieuw is aan dit werk, zegt Rayp, is dat hij focust op de 1 procent superrijken. ‘De globalisering, de mate van scholing, de technologie: het is allemaal relevant maar niet bepalend om ongelijkheid te verklaren, zegt Piketty. Je moet kijken naar wat bij die top 1 procent gebeurt. Hij toont heel duidelijk aan dat de ‘onderste’ 99 procent er in reële termen amper op vooruit gegaan is sinds de jaren tachtig, terwijl het vermogen van de top 1 procent meer dan verdriedubbelde. De bonus van de groei is volledig naar een select kransje gegaan.’

Clash der economen

Dat Piketty de schijnwerpers op de superrijken richt, doet velen ongemakkelijk heen en weer schuiven. Zijn onomwonden pleidooi voor een vermogenstaks: dat ruikt naar socialisme. Het feit dat Piketty al jaren de huisadviseur van de Franse PS is, maakt hem in de ogen van de rechtse marktkapitalisten alleen maar verdachter.

‘Hiermee kan ‘links’ uit de kast komen’, stelt Rudi Vander Vennet, hoofd van het departement financiële economie aan de Universiteit Gent. ‘Dit empirisch werk geeft hun stellingen fond. Met argumenten voor een ander soort belastingen toe. Dat geeft wind in de zeilen.’

‘Dat werd ook tijd. Linkse denkers of denktanks riepen altijd van alles, maar kwamen met weinig tastbare studies. Of ze kregen de megafoon niet. Ze bleven vooral verongelijkt in een hoekje zitten. Nadat het economische denken jarenlang door rechtse modellen is gedomineerd, heeft ook links nu zijn eigen goeroe.’

De goeroe polariseert. In geen tijden is zo hard gediscussieerd over een economisch boek als over dit. ‘De nieuwe Marx’, noemde The Economist hem, stellend dat Piketty’s werk empirisch briljant is maar rampzalig als basis voor actie.

Sommigen gaan frontaal in de aanval. Zoals Chris Gilles, economieredacteur bij de Britse zakenkrant Financial Times, die de data voor het VK bekeek - Piketty zette al zijn gegevens online - en grove fouten in de reeksen vaststelde. Na correctie, stelde Gilles, blijft van zijn centrale these geen spat over. Ondertussen ligt Gilles zelf onder vuur, waardoor een kamp van believers en disbelievers lijkt te ontstaan.

Het doet denken het excellincident met Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart van enkele jaren geleden. Toen waren het de linkse economen die verwoede pogingen deden om hun ‘Growth in a Time of Debt’ aan flarden te schieten. In dat boek betogen de auteurs dat een hoge staatsschuld nefast is voor de groei, wat door beleidsmakers in Europa werd aangegrepen om hun bezuinigingsbeleid te legitimeren. Toen een rekenfout in een spreadsheet een deel van hun stelling onderuithaalde, konden tegenstanders als Krugman hun leedvermaak amper verbergen.

Maar de echte clash tussen economen over Piketty zit niet in de data, waar zowat iedereen het grootste respect voor opbrengt. Velen haken af bij zijn diagnose en zijn remedie. Is r>g een ijzeren wet? ‘Het is niet omdat het in het verleden zo was, dat het in de toekomst ook zo zal zijn’, zegt Joep Konings. Dat is koffiedik kijken.’

De Indiaas-Amerikaanse econoom Debraj Ray legt in een op sociale media gretig gedeelde paper uit dat de basiswet van Piketty met haken en ogen aaneenhangt. ‘Zijn aanhangers hyperventileren bij die briljant eenvoudige formule, terwijl die helemaal niets verklaart. Piketty vergelijk appelen met citroenen. En gaat te veel voort op assumpties. Wie zegt dat rijken hun kapitaal effectief sparen en doorgeven aan hun kinderen?’

Ray, en met hem vele anderen, ergert zich eraan dat de Fransman alle vormen van kapitaal door elkaar gooit. Wat met menselijk kapitaal? Topinkomens van CEO’s, artsen, topsporters? Wat met de techmiljardairs, die doorgaans niet erf-den maar zich gewoon schatrijk hebben gewérkt? Onderschat Piketty de groei van een land als China ook niet? Zijn berekeningen gaan alleen over westerse landen en Japan. Of nog: brengt Piketty niet vooral de vastgoedzeepbel in kaart? Filter, zoals de Franse econoom Odran Bonnet doet, de huizenprijzen uit de datasets, en het verhaal ziet er al helemaal anders uit.

Doet zijn analyse al veel vragen rijzen, dan is zijn remedie voor velen helemaal onmogelijk. Piketty’s voorstel om vermogens weg te belasten zodat er geen superrijken meer zijn, kan op weinig clementie rekenen. ‘Hij vergeet schromelijk wat elke weldenkende mens weet’, sneert The Economist. ‘Hoge taksen op inkomen en kapitaal knijpen elke prikkel om te ondernemen en risico te nemen dood.’

Aura van onaantastbaarheid

Piketty betreedt daarmee het terrein van de politiek. Meer zelfs, hij levert politieke voorstellen een aura van academische onaantastbaarheid. Voor Ivan Van de Cloot is dat problematisch. De hoofdeconoom bij de denktank Itinera bekijkt de hype rond ‘de Messias’ met de nodige scepsis. ‘Piketty krijgt de allures van een rockster, met groupies en alles. Dan wordt het gevaarlijk, alsof dit de absolute waarheid is. Piketty is God. En dat is niet wat een econoom hoort te zijn.’

De goeroe zelf heeft geen probleem met die status. ‘Ik heb dit niet opgezocht,’ zegt hij, ‘maar ik vind het ook niet erg. Economie ís niet waardenvrij. Ik wil met de energie die ik in mijn werk steek een maatschappelijk probleem oplossen.’ Net voor de vorige Franse verkiezingen bracht hij een pamflet uit: ‘Pour une révolution fiscale.’ In dat ‘rode boekje van de belastingrevolutie’ pleit Piketty voor ‘rijkentaksen’ tot 75 procent. Toen François Hollande dat idee na grote tegenwind in het parlement afvoerde, noemde Piketty de president ‘assez nul’.

Van zijn voorstel voor een universele vermogenstaks beseft Piketty dat het een ‘nuttige utopie’ is. Utopisch omdat hij het niet meteen ziet lukken, nuttig omdat het inspirerend kan zijn voor minder verregaande vormen. Dat is precies hoe beleidsmakers als John Crombez, die het boek met veel aandacht heeft verslonden, het zien. ‘Wij pleiten al jaren voor een vermogenswinstbelasting, geen vermogensbelasting tout court. Omdat je economisch gewoon niet kan uitleggen waarom de productiefactor arbeid zo zwaar belast wordt en kapitaal grotendeels ontsnapt. Dat is wat ook de brede laag van de bevolking wil, en - met uitzondering van de multinationals - ook het gros van de ondernemers: structureel meer lucht. Piketty’s werk geeft dat idee wind in de zeilen.’

Zo’n utopie is het overigens niet, vindt voormalig politicus Frank Vandenbroucke, die zich als academicus op het herverdelingsvraagstuk heeft gestort. ‘Er zijn ondertussen afspraken over internationale uitwisseling van belastinggegevens. De mindset is veranderd.’

‘Je kan het vergelijken met de klimaatdiscussie’, stelt Joep Konings. ‘Het probleem van ongelijkheid valt niet meer te ontkennen, het staat voorgoed op de agenda. Hier kunnen economen en beleidsmakers nog jaren mee voort.’

Als dit boek al één ding heeft bewezen, dan dit: dat economie de meest politieke aller wetenschappen is. Er was een turf van 690 pagina’s nodig om dat opnieuw te beseffen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud