Staatsveiligheid gebruikt meer ingrijpende inlichtingenmethodes

Luitenant-generaal Claude Van de Voorde, het hoofd van de militaire inlichtingendienst, en Jaak Raes, het hoofd van de Belgische Staatsveiligheid. ©BELGA

Zowel de Staatsveiligheid als onze militaire inlichtingendienst heeft vorig jaar een recordaantal ingrijpende inlichtingenmethodes gebruikt. Dat roept ook vragen op bij de toezichthouder Comité I.

De Belgische inlichtingendiensten mogen nu al bijna tien jaar verregaande methodes gebruiken om inlichtingen te verzamelen, gaande van het afluisteren van telefoongesprekken, het openen van brieven en het plaatsen van camera’s tot het stiekem doorzoeken van huizen. De wet op de ‘bijzondere inlichtingenmethodes’ dateert van februari 2010. Naargelang de privacygevoeligheid spreken we van ‘gewone’, ‘specifieke’ of ‘uitzonderlijke’ inlichtingenmethodes. Een commissie van drie magistraten kijkt daarop toe, net als de toezichthouder op de inlichtingendiensten, het Comité I.

Maar de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst (ADIV) hebben nog nooit zoveel van die inlichtingenmethodes ingezet. Ook het gebruik van de meest verregaande methodes is vorig jaar fors gestegen, en dat roept vragen op. Dat staat in het jongste jaarverslag van het Comité I dat gisteren achter gesloten deuren is besproken in De Kamer.

Journalist illegaal bespied

Het Comité I stelde vorig jaar ‘slechts’ in elf dossiers een onwettig optreden vast. Maar één voorval roept vragen op. Een van onze twee inlichtingendiensten heeft illegaal, zonder toestemming van het diensthoofd, lokalisatie- en identificatiegegevens van een journalist opgevraagd bij een telecomprovider. De inlichtingendienst vertikte het ook het verplichte voorafgaande advies aan de toezichtscommissie met drie magistraten te vragen. De gegevens zijn nu vernietigd.

 

In totaal gebruikten onze twee inlichtingendiensten vorig jaar 2.445 keer ‘specifieke en ‘uitzonderlijke’ methodes. Dat zijn de meest ingrijpende. Dat is een record, met in 2017 1.923 en in 2013 zelfs maar 1.378 toepassingen. Dat gaat van het nagaan wie met wie mailt tot het verzamelen van bankgegevens, het inbreken in computernetwerken, het afluisteren van privécommunicatie en het doorzoeken van (private) plaatsen. De Staatsveiligheid gebruikte 1.971 keer specifieke en zelfs 344 keer uitzonderlijke methodes. Dat laatste aantal is meer dan verdubbeld tegenover 2013 (122).

Het Comité I merkt een even forse stijging bij de iets minder ingrijpende ‘gewone’ methodes. Die gaan vooral over het identificeren wie schuilgaat achter een mail- of IP-adres en in mindere mate over het opvragen van passagiersgegevens. Dat deed de Staatsveiligheid vorig jaar 6.482 keer tegenover 4.327 keer in 2017 en 2.203 keer in 2016. Ook bij de militaire inlichtingendienst verdubbelde dat aantal vorig jaar tot 502.

Intern onderzoek

Het Comité I heeft de Staatsveiligheid gevraagd een intern onderzoek uit te voeren naar de opvallende stijging. Voor welke dreigingen is dat allemaal nodig? Gebeurt dat vaak op vraag van buitenlandse geheime diensten die in ons land info zoeken? Is het omdat de wet is versoepeld? Bij de militaire inlichtingendienst kreeg het Comité I naar eigen zeggen ‘geen’ en bij de Staatsveiligheid ‘geen afdoend’ antwoord.

9.429
bijzondere inlichtingenmethodes
Onze twee inlichtingendiensten gebruikten vorig jaar 9.429 keer ‘bijzondere inlichtingenmethodes’, gaande van het identificeren van IP-adressen tot het doorzoeken van huizen.

Een onderzoek dringt zich op omdat de ‘uitzonderlijke’ methodes dus niet meer zo uitzonderlijk blijken te gebeuren. De Staatsveiligheid heeft vorig jaar al 181 keer privécommunicatie afgeluisterd. De dienst is ook 40 keer binnengedrongen in informaticasystemen en heeft 80 keer de toelating gevraagd om bankrekeningen in te kijken. Er zijn ook 25 keer huizen of andere privéplaatsen doorzocht. En 13 privéplaatsen zijn geobserveerd, al dan niet met technische hulpmiddelen zoals microfoons of camera’s.

De Staatsveiligheid gebruikte de meest verregaande ‘specifieke’ en ‘uitzonderlijke’ methodes vooral voor terrorisme- en radicaliserings-dossiers (1.159 keer). Maar het gaat al bijna even vaak over ‘spionage’ (815 keer) om buitenlandse inlichtingendiensten in de gaten te houden die hier actief zijn. Dat bewijst dat Brussel een spionnennest is.

Slechts vijf keer zijn ze gebruikt om de verspreiding van chemische of andere massavernietigingswapens te observeren. Tegen criminele organisaties werden ze niet ingezet.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud