Advertentie
netto

Vier op de tien Belgen niet in staat te sparen

©Bloomberg

Zes op de tien Belgen slagen erin te sparen tijdens een doorsnee maand. Maar er zijn grote regionale verschillen.

40,8 procent van de bevolking of 4.622.000 Belgen konden in 2020 niet sparen tijdens een doorsnee maand. Dat blijkt uit cijfers die het statistiekbureau Statbel donderdag publiceerde naar aanleiding van de internationale dag voor de uitroeiing van armoede. 32,8 procent van de Belgen kon net rondkomen met hun maandelijkse inkomen, 6,1 procent moest een beroep doen op spaargeld en 1,9 procent moest geld lenen. De cijfers komen uit een enquête bij meer dan 7.000 gezinnen over hun schuldenlast en levensstandaard.

Uit de enquête komen sterke regionale verschillen naar voren. In 2020 was 68,1 procent van de Vlamingen in staat te sparen. In Brussel en Wallonië was dat respectievelijk 50,4 en 46,1 procent. Bij Belgen die tot de risicogroep voor armoede of sociale uitsluiting behoren, liggen de percentages nog een stuk lager (22,1%). 

22,1%
sparen
Van de Belgen die tot een risicogroep voor armoede of sociale uitsluiting behoren, kan slechts 22,1 procent sparen.

Spaargeld binnen drie maanden op

Vier op de tien Belgen zijn niet in staat zonder inkomen langer dan drie maanden verder te leven volgens dezelfde levensstandaard. Zowat 21 procent kan drie tot zes maanden dezelfde levensstandaard aanhouden met het spaargeld, 13,1 procent geeft aan zes tot twaalf maanden verder te kunnen en nog eens 25,7 procent kan meer dan een jaar verder.

In Vlaanderen blijft het aandeel mensen dat niet langer dan drie maanden kan teren op spaargeld beperkt (28,6%), tegenover Wallonië (55,6%) en Brussel (57,6%). De marge is het minst breed bij de Belgen die werkloos zijn: 72,8 procent geeft aan niet langer dan drie maanden verder te kunnen. Bij Belgen in een eenoudergezin gaat het om 70,6 procent, bij huurders om 69,2 procent en bij laagopgeleiden om 52,5 procent. 

Uit de enquête blijkt ook dat een op de vijf Belgen een bijkomende lening heeft lopen, naast de lening voor de woning. 4,2 procent heeft twee of meer bijkomende leningen. De extra leningen worden vooral afgesloten voor auto's. Daarnaast worden ook leningen afgesloten voor eigendommen (meubels, apparaten, decoratie - 20,6%), dagelijkse uitgaven (14,8%), vakantie (6,1%), financiering van een eigen bedrijf (2,7%), herfinanciering van een lening (2,3%), gezondheidszorg (1,2%) en onderwijs (0,8%). De bijkomende leningen nemen een hap van gemiddeld 10 procent uit het beschikbare inkomen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud