Advertentie
Advertentie
netto

Wat betekenen de pensioenplannen voor u?

Minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) probeert de komende weken haar regeringspartners te overtuigen van haar pensioenplannen. Wat zijn de gevolgen voor u als ze daarin slaagt?

In een gesprek met De Tijd ontvouwde minister van Pensioenen Karine Lalieux vrijdag haar plannen voor een pensioenhervorming. Die worden de komende weken in de regering besproken. Het is dus nog lang niet zeker dat ze realiteit worden, maar we zetten alvast de mogelijke gevolgen op een rij.

Vervroegd pensioen na 42 loopbaanjaren

Wie op 18 jaar begon te werken zou volgens de plannen al op 60 jaar met vervroegd pensioen kunnen.

Volgens het plan zou iedereen die 42 loopbaanjaren achter de rug heeft, vervroegd op pensioen kunnen. Vandaag is dat alleen weggelegd voor wie minstens 63 jaar is. Wie 61 jaar is, kan vandaag pas met vervroegd pensioen na 43 loopbaanjaren, en wie op 60 jaar met vervroegd pensioen wil, moet al 44 loopbaanjaren op de teller hebben. Die regeling is vooral nadelig voor wie vroeg begon te werken. Met de aanpassing wil Lalieux die onrechtvaardigheid wegwerken. Wie op 18 jaar begon te werken zou volgens de plannen al op 60 jaar met vervroegd pensioen kunnen.

Pensioenbonus

Elke dag waarop u werkt na een loopbaan van 42 jaar levert een bonus op. Die komt overeen met 2 euro bruto extra wettelijk pensioen op jaarbasis.

Meer mensen zullen met vervroegd pensioen kunnen, maar tegelijk wil Lalieux mensen ook aanmoedigen toch tot de wettelijke pensioenleeftijd door te werken. Daarvoor werd de pensioenbonus opnieuw van onder het stof gehaald. Die bonus komt er voor wie meer dan 42 loopbaanjaren werkt. Elke dag waarop u werkt na een loopbaan van 42 jaar, levert een bonus op. Die komt overeen met 2 euro bruto extra wettelijk pensioen op jaarbasis. Wie dus drie jaar langer werkt en een loopbaan van 45 jaar afwerkt, heeft 600 extra gewerkte dagen (3 x 200). Dat betekent een pensioenbonus van 1.200 euro bruto per jaar. Als dat bedrag verdeeld wordt over twaalf maanden betekent dat dat drie jaar langer werken resulteert in een wettelijk pensioen dat per maand 100 euro bruto hoger ligt. Langer werken wordt dus beloond.

Deeltijds pensioen

Het deeltijdse pensioen werd al onder de vorige minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine (MR), op de agenda gezet, maar haalde het toen niet. Als het aan Lalieux ligt, komt het er nu wel. Deeltijds pensioen houdt in dat u in uw laatste loopbaanjaren deeltijds werkt en deeltijds pensioen neemt. U kunt beginnen met deeltijds pensioen op het moment dat u met vervroegd pensioen kunt. Het pensioen kan halftijds of met één vijfde. Zo kunt u bijvoorbeeld halftijds werken en halftijds een wettelijk pensioen ontvangen.

Minimumpensioen vanaf 10 jaar werken

De regering-De Croo besliste al eerder dat het minimumpensioen tegen 1 januari 2024 geleidelijk wordt opgetrokken tot 1.585 euro bruto (1.979 euro per maand voor een gezinspensioen). Maar er is nog geen consensus over wie recht heeft op dat minimumpensioen. Vandaag is het minimumpensioen weggelegd voor wie minstens 30 loopbaanjaren op de teller heeft. Onder die loopbaanjaren vallen ook de gelijkgestelde periodes, zoals ziekte en werkloosheid. Wie bijvoorbeeld 5 jaar werkte en vervolgens 26 jaar werkloos was, heeft recht op het minimumpensioen. Wie 29 jaar werkte en niet werkloos was, heeft er geen recht op. De voorbije weken lanceerden enkele politici, onder wie Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert, al het voorstel om naar minstens 20 effectief gewerkte jaren te gaan, maar Lalieux stelt nu een minimum van 10 effectief gewerkte jaren voor. Daarin mogen ook deeltijds gewerkte jaren zitten.

Wat zit niet in het voorstel?

Van enkele verwachte hervormingen is in de plannen van Lalieux geen sprake. Aan het aanvullend pensioen, dat opgebouwd wordt via de werkgever, en het individuele pensioensparen zou niet geraakt worden. Wel zal de bestaande regelgeving, meer bepaald de 80 procentregel, strenger worden gecontroleerd. Die regel houdt in dat de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen niet hoger is dan 80 procent van de laatste brutojaarbezoldiging. Maar de controle op die regel is vandaag niet altijd eenvoudig, waardoor de drempel soms wordt overschreden en meer in het aanvullend pensioenplan wordt gestort dan wettelijk bepaald. Ten slotte wil Lalieux ook niet raken aan de statutaire voordelen van ambtenaren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud