analyse

Wat de schoolstaking uit 1990 leert over de coronageneratie van nu

Franstalige leerkrachten voeren actie in 1990. ©BELGAIMAGE

Wat betekent een lange schoolonderbreking voor een generatie jongeren op lange termijn? Mogelijk biedt de Franstalige lerarenstaking van 1990 lessen voor wat scholieren nu meemaken. Het beeld oogt niet fraai.

Een selecte groep kinderen en jongeren krijgt weer les waar het hoort: op school. Na de testdag vrijdag staan leerlingen van het eerste, tweede en zesde leerjaar en het zesde middelbaar voor hun eerste, korte, schoolweek sinds begin maart. Daarmee is het gigantische pedagogische experiment dat corona over de schoolgaande jeugd van de wereld heeft afgeroepen nog lang niet ten einde. Voor een grote groep leerlingen ziet het er hoe langer hoe meer naar uit dat ze pas in september weer op de banken mogen plaatsnemen. Dat is een gat van bijna zes maanden. Sommige regio’s in het buitenland schrijven fysiek onderwijs in 2020 al helemaal af, zoals de staatsuniversiteiten van Californië, die hun half miljoen studenten vragen de rest van het jaar thuis te blijven.

De lange pauze is haast ongezien in de moderne geschiedenis. Doorheen andere calamiteiten was de school voor opgroeiende jeugd in de westerse wereld nog een zekerheid, maar corona trok een streep door alles. Volgens Unicef zijn 1,2 miljard scholieren wereldwijd getroffen, 70 procent van het totaal. Bijna 3 miljoen van hen wonen in België. Voor ouders die met de handen in het haar zitten omdat afstandsonderwijs niet wil lukken, biedt het globale plaatje misschien enige troost.

De grote vraag is wat het effect van die leegte is op de lange termijn, op de levensloop van een kind. Er circuleren volop modellen om de verspreiding van het virus te berekenen en de economische schade op te meten, maar hoe moeten we de impact van de gemiste schooltijd, de afwezigheid van structuur en de leerachterstand inschatten op latere prestaties? Het grote nadeel is dat er geen precedenten zijn om mee te vergelijken - op een handvol na. Een ervan deed zich voor in ons land.

Turbulentie

In mei 1990, kort na de regionalisering van het onderwijs, liepen de sociale spanningen in Franstalig België zodanig op dat een staking uitbrak onder leerkrachten. Het onderwijspersoneel eiste meer loon, in lijn met hun Vlaamse collega’s. De rest van dat schooljaar werd getekend door veelvuldige stakingsdagen. Na de zomervakantie was het conflict niet opgelost, integendeel, met meer onderbrekingen tot gevolg. In oktober dat jaar bleven alle secundaire scholen en 90 procent van de lagere scholen zes weken aan een stuk dicht. Pas eind november, na een halfjaar turbulentie, gingen Franstalige kinderen weer normaal naar school.

De gemiddelde student is er niet in geslaagd de opgelopen achterstand te compenseren.
Michèle Belot
Professor economie

'Ik herinner het mij als een lange, geïmproviseerde vakantie. Er was, net als nu, een enorme onzekerheid over hoelang het ging duren. Het was elke dag uitkijken naar nieuws', zegt Michèle Belot. De 44- jarige Henegouwse zat toen in het derde middelbaar. Zij schudde de achterstand in elk geval vlot van zich af. Na haar economiestudies promoveerde Belot in Tilburg en werd ze professor in onder meer Oxford en Edinburgh.

In 2010, twintig jaar na de grote staking, nam ze de langdurige schoolsluiting uit haar jeugdjaren onder de academische loep om te kijken hoe haar generatie de gemiste schooldagen doorheen de jaren met zich meesleepte. De communautaire spreidstand in ons land bood Belot een ideale vergelijkingsbasis, want leerlingen over de taalgrens gingen wel gewoon naar school.

De resultaten van Belot liegen er niet om. 'Alle variabelen in acht genomen betekende de periode een schok. Leerlingen die de staking meemaakten hadden nadien een grotere kans te blijven zitten dan Vlaamse leeftijdsgenoten. De Franstalige scholieren studeerden aan het einde van de rit gemiddeld een halfjaar later af. En de leerlingen die net na de staking de overstap maakten naar de universiteit, hadden een grotere kans op falen. Het lijkt dus dat de gemiddelde student er niet in geslaagd is de achterstand te compenseren.'

Deprimerend

Dat komt overeen met een onderzoek door andere economen naar de gevolgen van stakende leerkrachten in verschillende provincies in Argentinië. Kinderen die tot 88 dagen lager onderwijs misten, zouden de gevolgen daarvan tot na hun 30ste verjaardag voelen op de arbeidsmarkt, met een tot 3 procent lager salaris. Na een langdurige staking in de Canadese provincie Ontario scoorden leerlingen in latere jaren bijna 30 procent lager voor wiskunde.

'Best deprimerend' noemt onderwijsexpert Pedro De Bruyckere van de Arteveldehogeschool Gent en de Universiteit Leiden dat. 'Je ziet dat er zelfs jaren na datum nog gevolgen zijn. Meer kinderen moeten schooljaren opnieuw doen. De algemene resultaten zijn minder. Veel mensen denken nu dat we het volgend jaar zullen inhalen. Maar het onderzoek leert dat die mogelijkheden lang niet zeker zijn.'

'We kunnen zeggen dat er na periodes zonder optimaal onderwijs gedurende langere tijd wel degelijk een negatief effect lijkt te zijn, voor een grote groep'
Pedro De Bruyckere
Onderwijsexpert

Er zijn nog voorbeelden van lange onderbrekingen, bijvoorbeeld na natuurrampen of het jaarlijkse fenomeen van 'summer loss': de achteruitgang van leerlingen na de zomervakantie. Nieuw Amerikaans onderzoek toont aan dat kinderen tot 50 procent van hun wiskundige vaardigheden na de zomermaanden vergeten zijn en in de herfst moeten inhalen. 'We kunnen zeggen dat er na periodes zonder optimaal onderwijs gedurende langere tijd wel degelijk een negatief effect lijkt te zijn, voor een grote groep', zegt De Bruyckere.

'Het grote probleem van dergelijke onderzoeken is wel dat je geen begin- en eindpunt hebt', zegt de pedagoog. 'We hebben geen test afgenomen bij kinderen vlak voor corona toesloeg die we erna kunnen herhalen om het verschil te meten. En we wonen al in een land waar weinig gemeten wordt. We varen gewoon blind. Er zijn wellicht ook kinderen die nu net floreren omdat ze het allemaal op eigen tempo mogen doen.'

De vergelijking tussen Franstalig België in 1990 en de huidige coronaperiode is de beste die we hebben, maar ze is niet perfect. Nu is er voor de meesten bijvoorbeeld wel nog onderwijs van op afstand. Toen was er geen internet. 'Voor zover we konden onderzoeken was er geen vorm van vervangend onderwijs’, zegt Belot. ‘De meeste kinderen zaten gewoon thuis. Maar er was wel sociaal contact. Kinderen mochten zonder problemen bij elkaar zijn.'

'Daar maak ik me het meeste zorgen over', zegt de econome. 'Er is nu een compleet gebrek aan peer-to-peereffect. We weten dat leerlingen heel veel van elkaar leren. Mijn indruk is dat het moeilijk is om dezelfde omgeving te creëren. Ik geef zelf les via het internet, en het is veel lastiger tot interacties tussen studenten te komen. Dat is zorgelijk. Zeker voor wie het minder goed doet. Voor de betere studenten zal dit niet zo’n groot probleem zijn.'

Gemiste trede

Misschien is de belangrijkste les van toen wel dat er meer flexibiliteit moet zijn om de gemiste periode te recupereren. Na november 1990 deed het Franstalige onderwijs geen inspanningen om kinderen bij te spijkeren en de leerstof van de voorgaande maanden in te halen. De leerplannen werden niet aangepast en er werd geen extra herhaling ingebouwd. In haar studie maakt Belot de vergelijking met een ladder: leerlingen die de staking doormaakten, misten allemaal een trede en hadden het dus moeilijker om de stap naar de volgende te zetten.

Het stemt De Bruyckere wel optimistisch dat het er nu op lijkt dat men de gebroken ladder zo goed mogelijk wil herstellen na corona. 'Er is nu veel aandacht voor de impact van de onderbreking. Dat beleidsmensen hard nadenken over manieren om gemiste leerstof in te halen, via zomerscholen bijvoorbeeld of door de komende schooljaren aan te passen, is een goede zaak. We weten totaal nog niet wat het effect gaat zijn, maar dat doet me wel hopen dat het effect nu beperkter blijft.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud