interview

'Wat ik schreef, was compleet oneerlijk en ik hield het 42 jaar vol'

Koen Meulenaere, alias Kaaiman, en Rik Van Cauwelaert.

Is dat nu een leeftijd, 63, om met pensioen te gaan? ‘Ik ben Kaaiman niet beu, ik ben het schrijven beu’, zegt Koen Meulenaere en hij was niet meer te overtuigen. Zelfs niet door Rik Van Cauwelaert, die zijn bovenbuur in de zaterdagkrant zal missen. ‘In De Tijd staat geen onzin, behalve wat wij schrijven.’

Hebt u daar aandelen?’ De mevrouw in de kleine supermarkt draagt een mondmasker, een faceshield én ze staat achter een scherm van plexiglas, maar wat we op maandagavond tussen de twee beurtbalkjes op haar rollende kassaband leggen, heeft ze gezien en valt haar op. Niemand koopt zomaar in één keer vier pakken Amico-cakejes, een doos madeleines en een doos frangipanes van Lotus.

Wij normaal ook niet, maar wat geef je een bijna gepensioneerde als afscheid? Een kaaiman kan veel knabbelen, maar dé Kaaiman is volgens goede bron ‘nen lastigen eter’. Alleen met die Lotus-koekjes lopen we geen risico. Tikt u ‘Amico’ maar eens in de zoekbalk van De Tijd in.

Kaaiman is een typetje, en een vreselijk figuur. Als ik die tegenkom, ga ik een straat om.
Koen Meulenaere



Zijn ergernissen kent wie Koen Meulenaeres columns de jongste acht jaar in deze krant las beter dan zijn liefdes. Misschien houdt hij wel van de muziek van John Prine? Gaat hij graag op vakantie in de provincie Luxemburg? Wie hem op deze redactie ’s morgens zag zitten, weet dat hij het kruiswoordraadsel in deze krant oploste. Wat anderen dan weer verbaast. ‘Koen? Het kruiswoordraadsel oplossen? Dat is zo on-Koens. Volgens mij vindt hij dat een nodeloos tijdverdrijf.’

Het is dinsdagochtend en RWDM-voorzitter Thierry Dailly opent de deur van het Edmond Machtensstadion, de plaats die Rik Van Cauwelaert voorstelde om - met social distance - af te spreken. Een oude club, kampioen in 1975, faillissementen en degradaties, de slogan is goed gekozen: ‘A legend never dies’. Het veld, nu een aardevlakte, wordt heraangelegd. Voor de Tribune Raymond Goethals een foto van de legendarische kampioenenploeg (Johan Boskamp! Nico De Bree! Benny Nielsen! Willy Wellens!) en het Brussels clublied: ‘…gaa doot ketsjes druume/van klaaine ket tot gruute vedette/in ruud, wit en zwet/quel honneur…’

Op een publiciteitsbord een slogan: ‘Oo zit dadee?’ Dat is een goeie vraag. Hoe zit dat hier? Waarom is bij een afscheidsinterview bij het pensioen van Koen Meulenaere ook Rik Van Cauwelaert aanwezig? Het antwoord: omdat Kaaiman niet alleen geïnterviewd wilde worden.
‘Als hij iets in zijn hoofd heeft, krijg je het er niet uit’, zei iemand. Waarom hier, in de tribunes van RWDM? Dat was een voorstel van Van Cauwelaert en Meulenaere zegt nu: ‘Een kilometer verder ligt Anderlecht, maar RWDM is altijd een andere club geweest. Een club die er graag tegenin ging.’ Zoals hij, dus.

In de allereerste Kaaiman, die op 16 november 2012 in De Tijd verscheen, schreef je: ‘Bent u op zoek naar goede manieren, stap dan niet eerst af in een voetbalstadion.’ Kijk waar we zitten.

Meulenaere: (met zijn eerste van tientallen schaterlachen) ‘Voilà. Hier moet je inderdaad de beschaving niet zoeken. Hoewel het in Molenbeek nogal meevalt.’
Rik Van Cauwelaert: ‘Ik ben hier veel geweest. Hierachter lag de sigarettenfabriek van Boule d’Or, aan de andere kant de Rouge et Noir, het café waar oud-bokser Pierre Cossemyns tapte, een beetje verder woonde Burt Blanca, een rocker uit de jaren 50 en nog een beetje verder Louis De Lentdecker. Hier speelde het oude Daring. Het is een speciale plek.’

Waar jullie samen naar het voetbal kwamen kijken?

Meulenaere: ‘Ik ben hier als journalist regelmatig geweest. Ook vijf jaar na die titel in 1975 hadden ze een goede ploeg met Johan Boskamp, Nico Jansen, Morten Olsen en René Desaeyere. De club is een paar keer failliet gegaan, maar keerde altijd terug. Ze zit weer in 1B. Als Anderlecht nog een jaartje zo verder doet, is er weer een derby.’

Maar jullie leerden elkaar niet hier kennen. Dat gebeurde bij Sportmagazine.

Koens sterkte is dat hij geen politici ziet. Toen ik hoofdredacteur was, heeft wat hij schreef maar één keer tot een proces geleid. Rik Van Cauwelaert Columnist De Tijd

Meulenaere: ‘Dinsdag 22 januari 1980, 5 graden buiten, een zacht westenwindje. Die dag heb ik Rik voor het eerst gezien. Hoe ik dat zo goed weet? Geen idee, dat staat zo in mijn geest en in tegenstelling tot in het Paleis der Natie komt het bij mij op de juiste feiten aan. Toen Sport Magazine in opdracht van Rik De Nolf werd opgericht als veertiendaags blad, hadden we een goede fotograaf nodig. In België waren er twee: Aldo Tonnoir en Rik. Hem kenden ze omdat hij al voor Knack had gewerkt, dus werd hij het.’
Van Cauwelaert: ‘Johan Anthierens belde me en mijn contract is zo goed als getekend in de toiletten van de Auberge du Chevalier van Jef Jurion (oud-voetballer, red.), waar ik met Frans Schotte (later Standaard Boekhandel en voorzitter van Cercle Brugge, red.) had afgesproken. Hij was personeelsdirecteur bij Roularta.’
Meulenaere: ‘Frans gaf ook mij mijn eerste contract. Daar wordt hij niet graag aan herinnerd. Na enkele nummers van Sport Magazine wilden we iets over boksen, maar er was niemand om dat te schrijven. Rik had zelf nog gebokst en stelde voor dat stuk te schrijven. Dat verhaal kwam binnen, de kop was ‘Bij het slaan opzij gaan staan’ en ik zei aan Mick Michels (de hoofdredacteur, red.): ‘We hebben een probleem. Dat stuk is tien keer beter dan wat wij schrijven.’ Waarop Mick mij vroeg: ‘Kun jij vanaf nu foto’s maken?’ Rik is toen gestopt met fotograferen. De beste beslissing van zijn leven.’

Wat was het cement tussen jullie beiden?

Meulenaere: ‘We hadden spontaan een hekel aan dezelfde mensen. (lacht) Hij met argumenten en ik zonder.’
Van Cauwelaert: ‘Zelden heb ik zo’n zelfverzekerde jongeman gezien als Koen. Vorige week las ik het interview met de weduwe van Jan Wauters en dat deed me eraan denken. Jan had schrik van Koen. Terwijl Jan niet zo snel onder de indruk van iemand anders was.’
Meulenaere: ‘Had ik dat maar eerder geweten!’
Van Cauwelaert: ‘Wat ook opviel, was zijn encyclopedische kennis van de sport. Hij kan nog altijd de samenstelling van die ploeg van 1975 opnoemen, mij moet je dat niet vragen. Er zijn alleen figuren die een onuitwisbare indruk op mij hebben gemaakt. Boskamp bijvoorbeeld. Hierachter lag het zwembad van Molenbeek en daarrond liepen kleine schoftjes die herrie schopten. Johan lokte die gastjes naar het voetbalveld. Ze kregen een truitje van Arsenal of Inter Milaan, speelden tornooitjes, en mochten op tornooi naar Engeland. Dat was een sociaal project lang voor daar sprake van was: alle problemen aan het zwembad waren opgelost. Een neefje van me, een Vietnamese bootvluchteling die door mijn zus werd opgevangen, mocht ook meespelen. Hij kende alleen Vietnamees, maar na 14 dagen sprak hij Brussels met al die ketten. En hij verstond Boskamp.’

Konden jullie in Sport Magazine al humor en commentaar kwijt?

Meulenaere: ‘Ooit deden we een interview met Fons De Wolf, nog altijd de laatste Belgische winnaar van Milaan-San Remo. Andrei Tchmil (de tot Belg genaturaliseerde Moldaviër die die klassieker in 1999 won, red.) tel ik niet mee. Maar Fons zei nooit veel en in dat interview kwam hij niet verder dan ‘ja’, ‘neen’, ‘misschien’. Ik tikte dat zo uit en Rik schreef in de inleiding dat ‘wie zachtjes meelas, in de keuken moeder De Wolf ‘La Traviata’ kon horen mee neuriën’. In zijn laatste paragraaf schreef hij dat we nadien naar het café van Nico Jansen gingen ‘voor een goed praatje met de flipperkast, wat deugd deed.’ De titel was: ‘De kletsmajoor van Breendonk.’ Fons heeft drie jaar niet meer met mij gesproken. Maar hij sprak sowieso amper, dus dat maakte geen verschil.’

Koen Meulenaere

Koen Meulenaere (1957) studeerde politieke wetenschappen aan het Ufsia en KU Leuven en begon in 1978 als losse medewerker op de sportredactie van Het Nieuwsblad. In 1980 ging hij aan de slag bij Sport Magazine, terwijl hij ook freelance voor de toenmalige BRT-radio ging werken. Van 1984 tot 1991 was Meulenaere in vaste dienst bij de radio, ondertussen schreef hij ook voor Humo. In 1991 begon zijn carrière bij Knack, die tot 2012 duurde. In die tijd was hij nog een jaar hoofdredacteur van Voetbal Magazine en werkte hij in verschillende periodes voor de sportredactie van VTM, voor Belgacom TV en opnieuw voor Sport/Voetbalmagazine. In 2012 kwam hij in dienst bij De Tijd waarvoor hij zijn dagelijkse column Kaaiman schreef.


Bij dit verhaal staan twee korte stukjes met levensdata van beide heren. Niet alles bleef duren, de ene ging voor de radio werken, de andere voor Knack. Meulenaere volgde de Tour de France ‘een keer of zeven’, coverde het voetbal, de Olympische Spelen, basketbal, noem maar op. De avond van het Heizeldrama, exact 35 jaar geleden, was hij niet van dienst. ‘Maar net als andere collega’s ging ik in allerijl naar de radio om de nieuwsbulletins te doen. Het is de enige keer dat ik live door een Amerikaanse radiopresentator werd geïnterviewd. Die kondigde me aan als ‘the famous Belgian sports reporter Koen Moilenere’. Ze mogen veel zeggen van Amerikanen, maar die jongens weten nog wat ontzag is.’

Later kwamen Meulenaere en Van Cauwelaert elkaar weer tegen bij Knack. ‘We bleven contact houden en Koen huurde zelfs mijn huis, toen wij beslisten van Groot-Bijgaarden naar Lombeek terug te keren. Ik zie hem nog aankomen met de fiets. (grijnst) Hij had zich toch een beetje verkeken op de Brabantse heuvels.’

Bij Knack begon jij, Koen, de column Kwaad bloed. Dat was gloednieuw in de Belgische journalistiek.

Rik Van Cauwelaert

Rik Van Cauwelaert (1950) is de zoon van Emiel Van Cauwelaert, oud-hoofdredacteur van de krant Het Volk. Hij werkte in de jaren 70 als fotograaf voor Associated Press en voor het weekblad De Post. In 1980 begon hij als fotograaf voor Sport Magazine, maar al snel werd hij er journalist en stopte professioneel met fotograferen. Enkele jaren later stapte hij over naar het weekblad Knack, waarvan hij in 1997 hoofdredacteur werd. Dat bleef hij tot 2006, toen hij er directeur werd. Hij bleef er tot 2012 ook politiek commentator. Na zijn vertrek bij Knack begon Van Cauwelaert bij De Tijd met zijn wekelijkse Paleis der Natie.

Meulenaere: ‘Zoals de meeste goede ideeën bij Roularta kwam dit idee van Rik De Nolf. Hij wilde iets op de laatste pagina hebben. Jan Mulder deed dat al bij Sportmagazine. Ik had columns geschreven voor Sport Magazine en voor Humo. Vroeger noemde men dat cursiefjes, tot iemand dat te KSA-achtig vond en de titel column uitvond. Maar ik was zeker niet de pionier.’
Van Cauwelaert: ‘Johan Anthierens schreef voor Knack ook al Ooggetuige. Hij is met iets nieuws begonnen.’
Meulenaere: (lacht) ‘Met mensen aan te vallen.’
Van Cauwelaert: ‘Tegelijk verwerkte hij er zijn eigen mislukkingen in. Nu zou men zeggen: hij schreef ze van zich af.’
Meulenaere: ‘Johan deed dat al begin jaren 70. Hem komt veel meer eer toe dan mij.’
Van Cauwelaert: ‘Op den duur kende de lezer zijn hele familie.’
Meulenaere: ‘En vooral: bij Johan was het waar wat hij schreef. Toch wat hij over zijn familie schreef.’

Hoe gemakkelijk kreeg je Kwaad bloed in je vingers? En hoe gemakkelijk was het ermee door te zetten?

Meulenaere: ‘Ik had altijd steun. Altijd. Van de hoofdredacteurs bij Knack en van Rik De Nolf. De mensen kwamen nooit bij mij, ze gingen altijd hogerop. Politici probeerden De Nolf te chanteren, maar no way. Bij De Tijd hetzelfde. Ze belden niet naar mij, maar naar redactiedirecteur Isabel Albers, hoofdredactrice Stephanie De Smedt of CEO Frederik Delaplace. Zij hielden me altijd de hand boven het hoofd. Dat is een machtsstrijd van een politicus tegen een uitgever. Wie is de sterkste? Last heb ik er nooit van gehad, andere mensen hadden er last van.’
Van Cauwelaert: ‘Dat viel nogal mee. Af en toe kreeg je via omwegen iets te horen. Of een woordvoerder belde me dat hij mij ‘ne keer’ moest spreken.’

Wie? De feiten zijn toch verjaard.

Van Cauwelaert: ‘Nee! Sommigen zijn nog altijd actief. Weet je wat de grote sterkte van Koen was? Hij bleef thuis. Anthierens kwam overal, met als gevolg dat sommigen hem rechtstreeks begonnen aan te spreken. Koen ziet niemand, hij gaat niet lunchen met politici. Toch niet dat ik weet.’
Meulenaere: ‘Ge moogt gerust zijn!’
Van Cauwelaert: ‘Zo sta je sterker. Toen ik hoofdredacteur was, heeft wat Koen schreef maar één keer tot een proces geleid. Dat was met Freya Van den Bossche.’

Als een geschiedenis van deze periode geschreven wordt, is Koens werk verplichte kost. De verhoudingen tussen politici die hij beschreef, waren vaak juister dan in de officiële beschrijvingen. Rik Van Cauwelaert Columnist De Tijd


Intermezzo: wie ‘Freya Van den Bossche’ zoekt, krijgt van Google als tweede suggestie nog altijd ‘Freya Van den Bossche thesis’. Dat is het werk van Meulenaere, die er week na week op hamerde dat de toenmalige sp.a-minister haar thesis nooit zelf geschreven had. Nu corrigeert hij Van Cauwelaert.

Meulenaere: ‘Er is nooit een proces van gekomen. Er werd een klacht ingediend, twee rechercheurs van de politie van Leuven verschenen op Knack en stelden een dik dossier samen. Meester Van Steenbrugge, die haar advocaat was, las dat en besliste toen in al zijn wijsheid niet aan te dringen. Dat zal niet uit sympathie voor mij geweest zijn. Uiteindelijk moest Freya Van den Bossche de proceskosten aan mij betalen. 74,45 euro, ik zal het nooit vergeten. Ik heb laten weten dat ze dat mocht afronden op 74 euro. Je moet het onderste niet uit de kan halen.’


Wat was de drijfveer? Verontwaardiging, boosheid, ergernis?

Meulenaere: ‘Broodwinning. Niemand gelooft dat, maar het is zo.’
Van Cauwelaert: ‘Maar er zat toch verontwaardiging in.’
Meulenaere: ‘Als ik echt boos werd, heb ik jou altijd gezegd: gooi het eruit, want dat zijn de slechtste stukken. Als je iemand aanvalt, draai het dan om. Prijs die de hemel in en hij kan niets meer zeggen. Terwijl er exact hetzelfde in staat. Maar verder? Dat was mijn job, zoals iemand anders brood bakt.’
Van Cauwelaert: ‘Er is veel hypocrisie en als dat een beetje te groot wordt, moet hij reageren.’
Meulenaere: ‘Dat klopt. Tegen aanstellers en windverkopers kan ik niet. En aangezien je er genoeg hebt…’

Toen enkele weken geleden iemand tweette dat Kaaiman bij De Tijd zou stoppen, deed Twitter wat Twitter doet: meteen kwamen de theorieën. Koen Meulenaere werd van bovenaf de mond gesnoerd. Complot, ruzie, discussie. Al goed dat we dicht bij de bron zitten: we hebben het gevraagd aan Isabel Albers en Stephanie De Smedt. Ze zijn formeel: niet één keer is een Kaaiman niet verschenen. Elk hebben ze hooguit één keer gevraagd om een korte passage misschien niet te schrijven.
Dat deed Meulenaere zonder morren. ‘Als ik vroeg om iets na te lezen, was het omdat ik dat wilde horen’, zegt hij. ‘Je hebt leiders nodig die zeggen: niet doen. Maar niemand heeft me de mond gesnoerd. Zoals ik al zei: ze hebben me altijd gesteund.’

Iemand die regelmatig in Kwaad bloed opdook, zei me ooit: fijn is het niet, maar ik kan niet zeggen dat wat hij schrijft niet klopt.

Van Cauwelaert: ‘Op een dag werd ik gebeld door Karel De Gucht. Hij zei: ‘Hij schrijft wat hij wil schrijven, maar ik heb een vraag. Ik stond met mijn vrouw in een schoenenwinkel in Antwerpen en nu schrijft Meulenaere exact de dialoog neer die ik daar met mijn vrouw over die schoenen had. Hoe kan dat?’’
Meulenaere: (schatert) ‘De Coccodrillo, ik vergeet het nooit!’
Van Cauwelaert: ‘Ik kon alleen zeggen: ik weet het niet, maar ik zou het hem kunnen vragen.’

En?

Karel De Gucht denkt tot vandaag dat een gigantisch politiek complot zat achter een column van mij. Hij heeft de hele VLD naar zijn bureau laten komen.
Koen Meulenaere Kaaiman

Meulenaere: ‘Karel De Gucht denkt tot vandaag dat er een gigantisch politiek complot achter zat. Hij heeft de hele VLD naar zijn bureau laten komen. Wat was de zaak? Mijn neef stond toevallig ook in de Coccodrillo. Die heeft me dat verteld. Hoe simpeler, hoe beter. Niemand gelooft het en toch is het zo. Als je wil dat de mensen je niet geloven, schrijf dan de waarheid.’
Van Cauwelaert: ‘Zat jouw vader niet ooit eens in een restaurant aan de kust...?’
Meulenaere: ‘Dat was bij een regeringsvorming. Herman Van Rompuy had iedereen in een restaurant in De Haan verzameld, in het geheim, maar mijn vader zat toevallig in hetzelfde restaurant. Echt waar.’
Van Cauwelaert: ‘Ooit zag ik een betalingsbewijs van Guy Verhofstadt op Koens scherm. Verhofstadt had zijn eerste huis in Italië verkocht. Hij kreeg een cheque met een consistent bedrag, maar iets later verloor Verhofstadt zijn portefeuille in Firenze. Een eerlijke Italiaan…’
Meulenaere: ‘Ha, dén eerlijke Italiaan!’
Van Cauwelaert: ‘… bracht die naar het consulaat in Rome en daar dacht iemand: tiens, misschien is dat interessant voor Meulenaere.’ Hij heeft er nooit iets mee gedaan, want het was allemaal correct.’
Meulenaere: ‘Zie je wel. Als ik het niet gedubbelcheckt had, schreef ik het niet!’

Heb jij nooit getwijfeld?

Meulenaere: ‘Dat wel. Vooral achteraf. (lacht) Als het te laat was. Dikwijls was het er ver over. Soms had ik het een tikje anders moeten formuleren. Dan stond het er ook, maar beter. Ik zal het mogen uitleggen bij Sint-Pieter, dat gaat niet zomaar passeren.’
Van Cauwelaert: ‘Toch zal men, als later een geschiedenis van deze periode geschreven wordt, zijn kronieken moeten lezen. Idem met Anthierens. De verhoudingen tussen politici die hij beschreef, waren vaak veel juister dan wat in de officiële beschrijvingen staat.’
Meulenaere: ‘Je mag er niet te diep in zitten en je moet vooral goed kijken. In 10 seconden zie je soms meer dan tijdens uren en uren zoeken in documenten. Uit de reportages van Paul Jambers haal je veel meer dan uit een jaar De Standaard lezen. Ik haalde ook altijd meer uit interviews die Het Laatste Nieuws deed met politici.’

Jambers zit er wel met een camera bij. Jij zit op je bureau.

Ik profiteer van Rik. Als ik iets moet weten, bel ik naar Rik en dan checkt Rik dat.
Koen Meulenaere

Meulenaere: ‘Ik profiteer van Rik. Als ik iets moet weten, bel ik naar Rik en dan checkt Rik dat. Rik heeft 10.000 contacten en ik heb er een: Rik. Dat zijn samen 10.001 contacten.’
Van Cauwelaert: ‘Ook in debatten zie je veel gebeuren. Iedereen is zo geconcentreerd op wat gezegd wordt. Gaat De Wever zeggen dat hij met de PS wil regeren? Terwijl veel meer zit in de manier waarop anderen reageren in dat debat.’

Het lijkt me wel een werk van dag en nacht. Alles wat je leest en ziet, kun je gebruiken.

Meulenaere: ‘Dat is de reden waarom ik stop. Het wordt een dwangneurose. Je moet niet alles volgen, je moet volgen tot je iets hebt. Maar ik kan naar niets meer kijken zonder een Kaaiman te maken en dat ben ik beu.’
Van Cauwelaert: ‘Eén beeld kan een ommezwaai betekenen. De foto van Rik Daems (ex-minister bij de toenmalige VLD, red.) die voor zijn villa ligt en dan voor saneringsmaatregelen pleit…’
Meulenaere: ‘Of die een glas champagne drinkt met die Zwitsers (van Swissair, na een deal over Sabena, red.) en zei: ‘C’est du bon.’ Terwijl je aan het gezicht van die Zwitsers zag dat ze dachten: ‘Je steekt in onze zak, vriend.’ Dat moet je zien. En als het niet waar was, kon ik zeggen dat het humor was.’

Dat was de kritiek. Dat je je altijd kon wegstoppen achter het masker van de kolder.

Meulenaere: ‘Dat is helemaal juist en het is compleet oneerlijk. Heb ik altijd gezegd. Het is een compleet oneerlijke rubriek en ik heb het 42 jaar volgehouden.’

Geldt dat ook voor de privacy van bekende mensen?

Meulenaere: ‘Ze komen zo graag met hun families in de krant als het hen iets kan opbrengen. Dan moet je niet klagen als over je geschreven wordt als het slecht gaat. De privacy van Mark Eyskens heb ik nooit geschonden. Maar wie met zijn gezin pronkt, moet geen scheve schaats rijden.’
Van Cauwelaert: ‘Théo Lefèvre (oud-premier van België, red.): ‘Als de heiligen van hun sokkel stappen, moeten ze niet verbaasd zijn dat ze op hun schouders geklopt worden.’
Meulenaere: ‘Waarom zegt Sophie Wilmès niet eens zoiets?’
Van Cauwelaert: ‘Politici doen zoveel toegevingen om aan het publiek te voldoen. Iemand die geweldig moet oppassen, is die Conner Rousseau. Ze zwaaien nu al met het wierookvat: de nieuwe Stevaert! Even kijken hoe het afgelopen is met Stevaert. Die man is echt het slachtoffer van zichzelf geworden.’

Hoe dun is de lijn tussen kolder en fake news? Op sociale media kun je ze amper nog van elkaar scheiden.

Meulenaere: ‘Je moet er goed mee opletten, maar het lezerspubliek van De Tijd is het hoogst mogelijke. Die snappen dat. Dat merk je aan de reacties. Ze snappen perfect wat kolder is en wat waar is. Dat was bij Knack ook zo.’

Oktober 2012 staat het in alle kranten. Rik Van Cauwelaert stapt op als redactiedirecteur bij Knack en Koen Meulenaere volgt. De oorzaak is de onvrede van beide heren over de aanstelling van Jörgen Oosterwaal als hoofdredacteur. Bijna even snel staat in dezelfde kranten: Van Cauwelaert en Meulenaere gaan aan de slag bij De Tijd.

Van Cauwelaert: ‘Ik was mijn bureau aan het leegmaken, toen Koen binnenkwam. ‘Wat doe je?’, vroeg hij. ‘Ik ben weg’, zei ik. ‘Dan ben ik ook weg’, zei hij. Diezelfde avond belde Isabel Albers me. Hoe ze het wist, weet ik niet. Ik zei: ‘Er gaat nog iemand weg.’ Ik denk dat Koen dezelfde avond in dienst was bij De Tijd.’
Meulenaere: ‘Twintig seconden heeft dat geduurd. ‘Wil je voor De Tijd komen schrijven?’, vroeg Isabel. ‘Ja.’’

Een dagelijkse column had ik nog nooit gedaan en ik vind dat gemakkelijker dan een wekelijkse.


Waarom verbonden jullie jullie lot aan elkaar?

Meulenaere: ‘Ze hebben Rik, die zijn leven gaf voor Knack, in één jaar twee keer een kromzwaard in de rug gestoken. De eerste keer (toen Karl van den Broeck als hoofdredacteur werd ontslagen, red.) losten ze het op door Johan Van Overtveldt aan te stellen. Maar het jaar nadien deden ze het nog eens.’
Van Cauwelaert: ‘Ik had geen enkel bezwaar tegen Oosterwaal, maar tot vlak voordien had hij Patrick gemaakt, een magazine over Patrick Janssens.’
Meulenaere: ‘Dat was net voor de gemeenteraadsverkiezingen, waarbij de focus lag op de strijd tussen Bart De Wever en Patrick Janssens. En de dag na de verkiezingen stelden ze een van de campagneleiders van Janssens aan als hoofdredacteur van Knack…’
Van Cauwelaert: ‘Ik heb Rik De Nolf voorgesteld een ontluizingsperiode in te lassen, maar dat wilde hij niet. Bon, dan was ik weg. Meer was het niet. Ik neem De Nolf niets kwalijk. Het is zijn blad, hij mocht beslissen.’


Jullie waren snel rond met De Tijd, hoor ik.

Van Cauwelaert: ‘Ik dacht met pensioen te gaan, tot dat telefoontje van Isabel. Nog anderen namen contact op, maar dit was de enige krant waarvoor ik wilde werken. Omdat het publiek van De Tijd voor een groot deel aansluit bij dat van Knack. Het is zoals Koen zegt: in die krant staat geen onzin, behalve wat wij schrijven.’
Meulenaere: ‘Twintig seconden dus. Nadien zijn we eens gaan eten, na het voorgerecht had ik het concept van die column en de naam Kaaiman. Een dagelijkse column had ik nog nooit gedaan en ik vind dat gemakkelijker dan een wekelijkse. Rik zit daar een hele week mee in zijn hoofd en altijd bestaat het gevaar dat de actualiteit hem inhaalt. Als ik iets dwaas schrijf, staat er de volgende dag een andere.’

Vandaag verschijnt de allerlaatste Kaaiman in de krant. Nummer 1.815. U leest wel de link met Waterloo. Maar terwijl we praten, weten wij dat nog niet. We hebben alleen veel herlezen. U deze week ook, een selectie Kaaimans werd gretig aangeklikt op de website van De Tijd. U kunt er nog altijd stemmen op uw favorieten. Bij De Tijd boorde Kaaiman, meer nog dan in Knack, het bedrijfsleven aan. Vraag het maar bij het vroegere Thrombogenics, bij Ablynx, bij Uplace en aan Marc Coucke, Jo Cornu of Dominique Leroy. Natuurlijk bleven de politici: John Crombez, Bart De Wever, Gwendolyn Rutten, Wouter Beke.

Was hij in een kamp te duwen? ‘Als ik naar iemand niet heb uitgehaald, is het uit pure vergetelheid’, glimlacht hij. Kris Peeters vergat hij niet. Toen die ‘officieel’ naar Antwerpen verhuisde om de verkiezingsstrijd tegen Bart De Wever op te nemen, gooide Kaaiman zich op de ontmaskering. Het appartement dat Peeters in de Goedehoopstraat huurde, bleek opvallend weinig bewoond. Dat bleek zelfs uit de matjes in de gemeenschappelijke gangen, die de poetsvrouwen opzijzetten. Dat voor de flat van Peeters bleef al eens weken onaangeroerd.

Als ik naar iemand niet heb uitgehaald, is het uit pure vergetelheid.
Koen Meulenaere


Iemand zei dat je niet eens naar de Goedehoopstraat moest gaan, dat de tips en de foto’s zo in je mailbox binnenvielen.

Meulenaere: ‘Ik ben er wel regelmatig geweest. Annemie (Peeters, zijn vriendin, red.) woont vlakbij, dan passeerde ik er. Maar er kwamen zeker brieven en tips binnen. Niet overdreven veel, maar genoeg om heel goed op de hoogte te blijven.’
Van Cauwelaert: ‘Ook de man van Pukkelpop (Chokri Mahassine, red.) vernam in Knack hoeveel belastingen hij maar betaald had. Het is ook gebeurd dat ik iets kreeg met de melding: geef het maar aan Kaaiman.’
Meulenaere: ‘Natuurlijk belden mensen wel eens met de melding dat ze hun abonnement zouden opzeggen. Maar dat doen die niet. Niemand vindt hoe hij dat moet opzeggen en ze willen zich blijven ergeren. Het lezerspubliek van De Tijd staat boven alles. Ze mogen hun handen kussen met zo’n publiek.’

Is Kaaiman Koen Meulenaere? De man die zich ergert aan de trage chauffeur Marcel, aan de gepensioneerde met de Benidormbon of aan de bakkersvrouw met haar praatjes?

Meulenaere: ‘Kaaiman is een typetje, en een vreselijk figuur. Als ik die tegenkom, ga ik een straat om. Al moet ik toegeven dat ik graag heb dat het vooruitgaat bij de bakker.’

Toch stop je. Wat gek is, je bent amper 63 en iedereen heeft je proberen te overtuigen door te gaan. Ben je Kaaiman beu?

Meulenaere: ‘Ik ben Kaaiman niet beu. Ik ben wel het schrijven beu. Nu toch. Hoe ik daar over vijf maanden over denk, weet ik niet. Maar Rik krijgt dus eindelijk een serieuze buur boven zijn Paleis der Natie.’

Jij blijft doorgaan, Rik.

Van Cauwelaert: ‘Natuurlijk heb ik ook al eens aan stoppen gedacht. Maar dan gebeurt weer iets waar je je aan ergert. En in plaats van dan tegen Trees (zijn vrouw, red.) te zagen, doe ik dat dan maar tegen de lezer.’

©Filip Ysenbaert

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud