Advertentie
analyse

‘We zijn vergeten hoe we moeten samenleven met water’

©Photo News

Tegen de waterbom die vorige week dood en vernieling zaaide in Wallonië valt weinig te beginnen, zeggen experts. Maar we kunnen onze uiterst kwetsbare streek wel sterker wapenen tegen toenemend extreem weer. ‘We moeten dijken afbreken waar het kan en verhogen waar het moet.’

De voorbije zomers was het voornamelijk de droogte, dit jaar is - voorlopig - de vreselijke wateroverlast het weerfenomeen dat het nieuws domineert. In de provincie Luik werd de voorbije dagen met het wegtrekken van het water de ware menselijke en materiële schade duidelijk van de neerslagexplosie en de vloedgolf die de wijde omgeving vorige week hebben getroffen. De ravage is enorm, met in ons land 37 doden, nog 6 vermisten en honderden verwoeste huizen.

Watertekort en massale overstromingen: het lijken elkaars tegengestelden, maar het zijn twee extreme uitingen van hetzelfde probleem. Door de klimaatverandering worden zowel de periodes van intense regenval als die van lange droogte talrijker. Warmere lucht kan meer waterdamp vasthouden, waardoor het langer duurt tot de atmosfeer verzadigd is en er neerslag valt. Als het dan toch zover is, zijn de buien vaker intenser. Tegelijk is het temperatuurverschil tussen hier en de Noordpool verkleind, waardoor de straalstromen meer dan vroeger kronkels maken en weertypes langer op dezelfde plaats houden.

Het resultaat: meer extremen. Gert Verstraeten, geograaf aan de KU Leuven, verwijst naar een nieuwe internationale studie die met een sinister gevoel voor timing vorige week uitkwam en die voorspelt dat situaties als die in Wallonië en Duitsland, met drie à vier dagen van heel intense regen, elf keer vaker kunnen voorvallen in West-Europa. Rampen die vroeger eenmaal in de 500 jaar passeerden, kunnen voortaan met andere worden elke generatie gebeuren.

Waarover gaat het?

De extreme wateroverlast dwingt ons, net als de droogte van de voorbije jaren, na te denken over hoe we ons waterbeheer aanpassen aan een veranderend klimaat. Die adaptatie is, samen met de aanpak van de oorzaken, een noodzakelijk antwoord op de opwarming van de aarde, zeggen experts.

Wat is het probleem?

Ons water stroomt door onder andere verharding, bevolkingsdichtheid en onze ruimtelijke ordening te snel af. Bij intense regenval kunnen de waterlopen die hoeveelheden niet slikken. Tegelijk leggen we te weinig reserve aan tegen droogte.

Wat zijn de oplossingen?

We moeten water de plaats geven die het nodig heeft, door rivieren waar mogelijk te laten overstromen en waar nodig kwetsbare plekken extra te beschermen, zeggen specialisten.

De situatie dwingt ons opnieuw na te denken over onze waterhuishouding. Dat is hoognodig, zeggen experts, want onze contreien zijn door de bevolkingsdichtheid en de hoge graad van verharding extra gevoelig voor overlast in de vorm van te veel of te weinig water. ‘We zijn bij de kwetsbaarste regio’s van Europa’, zegt hydroloog Patrick Willems van de KU Leuven. ‘We zijn met veel mensen op een kleine oppervlakte en hebben weinig regenwater beschikbaar per persoon. En het water dat valt, laten we te snel wegstromen naar waterlopen. Dat verhoogt de kwetsbaarheid voor droogte en voor overstromingen.’

Het goede nieuws is dat niet alleen de oorzaken dezelfde zijn, maar dat ook dezelfde oplossingen zowel voor droogte als voor overstromingen helpen, zegt Marijke Huysmans, grondwaterspecialiste aan de VUB. ‘Het is in zekere zin een geluk bij een ongeluk dat we geen tegenstrijdige maatregelen moeten treffen.’ Zo is de Blue Deal, het waterplan dat minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) een jaar geleden presenteerde en waarvoor Huysmans, Willems en professor ecosysteembeheer Patrick Meire van de Universiteit Antwerpen de wetenschappelijke omkadering leverden, een rechtstreeks antwoord op de droogte dat moet leiden tot minder verharding en meer vernatting. Die inspanningen zijn ook een aanzet om ons weerbaarder te maken tegen overlast, zegt Huysmans.

De experts zien er een stap in de goede richting in en een signaal dat het waterbeleid, dat is geregionaliseerd, de realiteit volgt. Maar het mag meer zijn, luidt het. En de uitvoering gebeurt beter vandaag dan morgen. ‘Vlaanderen is er vorige week goed vanaf gekomen in vergelijking met Wallonië en Duitsland’, zegt Meire. ‘De investeringen die al zijn gebeurd langs de Maas en in de Demervallei hebben hun nut bewezen, maar we zijn er absoluut nog niet. Er is veel nodig om ons watersysteem robuuster te maken. Als de regenzone van vorige week iets noordelijker had gehangen, was de situatie in Vlaanderen heel anders geweest.’

De perceptie is erin geslopen dat de omgeving perfect controleerbaar is, wat natuurlijk niet zo is.
Patrick Meire
Professor ecosysteembeheer (UAntwerpen)

De sleutel om ons beter te wapenen is water langer bij te houden. Ons watersysteem is er te veel op gericht water zo snel mogelijk te laten afstromen naar riolering, waterlopen en uiteindelijk de zee, zeggen de specialisten. Een voorbijgestreefd adagium dat er ooit kwam door de grote bevolkingsgroei. ‘De perceptie is erin geslopen dat de omgeving perfect controleerbaar is, wat natuurlijk niet zo is’, zegt Meire. Door de verharding, intussen meer dan 16 procent van de Vlaamse oppervlakte, krijgt water te weinig kans om in de bodem te sijpelen. Vandaar de lage grondwaterstanden en de snelle verzadiging van rioleringen bij zware zomeronweders. Tegelijk is door de beperkte openbare ruimte veel land gedraineerd voor woonwijken, industrie of landbouw, wat de capaciteit om overstromingen op te vangen heeft verminderd.

16
procent
Meer dan 16 procent van de Vlaamse oppervlakte is verhard, waardoor water te weinig kans krijgt om in de bodem te sijpelen.

Bufferplaatsen

Daarom pleit Willems voor de aanleg van veel meer bufferplaatsen die regenwater kunnen opvangen in laaggelegen natuurgebied. Dat kan ook in dorps- en stadskernen in zogenaamde wadi’s: voorzieningen om tijdelijk hemelwater te stockeren, zodat het in de bodem kan sijpelen. ‘Dat kan je mooi verwerken in groene zones.’ De burger kan ook zijn werk doen door te ontharden en regenwater op te slaan. ‘Vele regenputten samen maken een enorm reservoir.’

Veel ingrijpender zijn de vereiste aanpassingen op grotere schaal en als bescherming tegen zware overstromingen. Veel rivieren in Vlaanderen, zoals de Nete of de Demer, zijn over lange afstanden ingedijkt, vaak op plaatsen waar dat eigenlijk niet nodig is. Waar ze door natuur- of landbouwgebied stromen, houdt het meer steek de dijken te verwijderen zodat de rivier er kan overstromen als het nodig is en zo gebieden stroomafwaarts kan ontlasten. ‘We moeten dijken afbreken waar het kan en verhogen waar het moet’, zegt Willems. ‘Dat is ook wat men gedaan heeft vorige week langs de Demer in Zichem: een bres geslagen om natuurgebied te laten overstromen. Het is een werk van vele jaren, maar men zou het in veel meer riviervalleien kunnen doen.’

Er gebeurt lang niks, tot het plots heel erg is. En daar is men niet meer op voorbereid. Mensen zijn niet meer gewoon met water samen te leven
Patrick Willems
Hydroloog KU Leuven

‘Om extra ruimte te kunnen innemen zijn de meanders van veel waterlopen rechtgetrokken via dijken. De rivier werd ingesnoerd om land beschikbaar te maken. Dijken beschermen ons tot op zeker niveau, maar door extreem weer stromen die sneller over en overstromen woonwijken in de buurt. Vroeger wisten mensen dat dit af en toe kon voorvallen. Nu waant men zich veilig achter de dijken. Er gebeurt lang niks, tot het plots heel erg is. En daar is men niet meer op voorbereid. Mensen zijn niet meer gewoon met water samen te leven.’

Voor geograaf Gert Verstraeten hebben de monsterdebieten van vorige week laten zien dat we rivieren weer de ruimte moeten geven die ze nodig hebben. ‘Er is volop geïnvesteerd in gecontroleerd overstromingsgebied en wachtbekkens langs waterlopen, maar er is nog veel meer onbenut potentieel om water op te bergen.’ Voor hem is het essentieel dat valleien niet worden opgedeeld in stukjes bebouwing met daartussen ruimte voor overstroming, maar dat valleien over lange afstand kunnen overstromen.

‘In valleigebieden ligt 3 tot 5 meter sediment, afgezet door overstromingen over duizenden jaren heen. Dat toont aan dat rivieren met hoge frequentie overstromen en dat ze dat altijd gedaan hebben. Je kan er niet op rekenen dat je alles gaat opvangen en zorgen dat het niet stroomafwaarts komt’, zegt Verstraeten. ‘Dat vergt een radicale omslag in het denken, want je hebt decennialang tegen water gevochten door dijken te bouwen. De reflex bij lokale besturen is meestal: we moeten eigendommen beschermen door rivieren te controleren. Terwijl je omgekeerd moet denken: geef de rivier plaats en bescherm de woonkernen die toch in de vallei liggen. Het is goed dat de geesten in het beleid rijpen voor het vernatten van valleien. De uitvoering is geen onbegonnen werk.’

©BELGIAN_FREELANCE

Verstraeten zegt er wel bij dat dit principe tegen de pieken van de Ardense vloedgolf van vorige week niet had geholpen, of je moet in elke vallei permanent een leeg stuwmeer klaar houden. Door de geografie is er ook amper ruimte om water op te vangen. ‘Maar in Vlaanderen is die ruimte er wel, en die moeten we gebruiken.’ Een goed voorbeeld is de vallei van de Dijle, die grotendeels haar natuurlijke karakter heeft behouden. In het natuurgebied de Doode Bemde bijvoorbeeld, tussen Waver en Leuven, kan de rivier haar gang gaan, waardoor gebieden stroomafwaarts gespaard worden. ‘Dat model is toepasbaar op veel andere valleien. Je moet dan overeenkomsten sluiten met boeren om eventueel oogsten te compenseren, maar dat is veel goedkoper dan andere maatregelen.’

Slimme technologie

Professor Willems ziet ook ruimte voor meer slimme technologie die kan anticiperen op weersvoorspellingen en automatisch extra capaciteit creëert door het peil van stuwmeren preventief te laten zakken. En voor een uitbreiding van de waarschuwingssystemen. Het blijft wel een grote moeilijkheid om de hoeveelheid en de precieze locatie van neerslag accuraat te voorspellen. Op die modellen zit altijd een grote foutenmarge. In tegenstelling tot stormtij op zee, waartegen onze kusten beschermd worden, bijvoorbeeld met de bouw van de stormvloedkering in de monding van de IJzer in Nieuwpoort. Verstraeten: ‘Op de impact van klimaatverandering op het zeeniveau kunnen we goed anticiperen. Langs rivieren is dat veel moeilijker.’

Er blijven ook altijd kwetsbare bebouwde plekken over waar we het risico op overstromingen moeten accepteren. ‘Daar moet je rekening houden met overmacht en aanvaarden dat de straten soms blank staan’, zegt Willems. ‘Je kan ze bijvoorbeeld inrichten met muurtjes of met een bol wegdek. Zolang het water niet in de huizen stroomt, kan het niet zoveel kwaad.’

Het complexe aan de waterhuishouding is dat de ene, allesomvattende oplossing niet bestaat. De verantwoordelijkheden liggen heel verspreid. ‘Waterbeheer is ruimtelijke ordening, stedenbouwkunde, landbouwbeleid, landgebruik, inrichting van de buitenruimte, keuze voor gewassen, enzovoort’, zegt Meire. ‘Alles dat de gang van water van boven naar beneden kan afremmen helpt. Soms is de afstand van het Vlaamse niveau tot de lokale besturen die het beleid moeten implementeren wat groot. En uiteraard stoppen rivieren niet aan grenzen. Er zijn internationale commissies voor de Schelde en de Maas, maar helaas is het beleid te vaak een collage van individuele maatregelen waarbij te weinig gekeken wordt naar het hele stroombekken.’

Naast de zogenaamde mitigatie - het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen om de oorzaak van klimaatverandering aan te pakken - is die adaptatie - het aanpassen aan de nieuwe realiteit - onvermijdelijk, klinkt het. ‘De grootste fout zou zijn niets te doen. Het is ingrijpend, maar je kan de positieve kant ervan benadrukken om draagvlak te creëren’, zegt Meire. ‘We creëren er een aangenamer leefmilieu mee voor ons allemaal. En dat mag meer naar waarde worden geschat. De economische belangen van het beheer van de omgeving worden onderschat. Het is ook niet voor de hand liggend, want de winsten komen op lange termijn.’

We weten waar het naartoe gaat, we kennen de oplossingen. Laten we ze toepassen.
Patrick Willems
Professor hydrologie (KU Leuven)

Willems: ‘De modellen voorspellen al jaren wat er gaat gebeuren, maar nu beginnen we het pas te merken. Je kan er niet meer naast kijken, we ondervinden het aan den lijve. We weten waar het naartoe gaat, we kennen de oplossingen. Laten we ze toepassen. En we zouden onze kwetsbaarheid kunnen omdraaien in een sterkte. Zoals de Nederlanders hebben gedaan, die nu internationaal beroemd zijn voor hun expertise in kustbescherming. Laten wij dat worden voor onze problematiek.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud