reportage

‘We zouden wat meer onbeleefdheid moeten toepassen'

Hofstade ©Rik Van Puymbroeck

Soms fietste Stijn Parente onder applaus van Gasthuisberg naar huis. Het was 20 uur en in 2020 was dat het uur van de zorg. Stijn is verpleger en dat fietsen doet hij nog. Ook de zorg bleef. Alleen het applaus viel weg. ‘Als we zelf in quarantaine moesten, gingen die dagen van onze vakantie of overuren af.’

God, een Fransman zoals we weten, legde de GR128 zo neer dat wie langs dat pad door Vlaanderen loopt, kan denken dat hij door la France stapt met namen van bij ons. Wormelaar, Stroperspad, Rubenshof, Barebeek, Witloofroute. Het is zondag
18 oktober, herfstdag van de lenteklassieker Ronde van Vlaanderen (wedden dat Mathieu Van der Poel wint?) en we gaan langs de Dijlelinie wandelen.

Eerst dit. Rubenshof is een café, nu nog open. Wielertoeristen gesponsord door dit café en door Bakkerij Perremans drinken er hun laatste pinten voor de nieuwe lockdown. Maar wie op deze zondag in Eppegem een croissant zoekt, zal van honger sterven. Er is geen bakker open. En Perremans dan? Google helpt en zo wordt het op hln.be 26 maart: ‘Bakkerij Perremans sluit dinsdagavond na 63 jaar de deuren: ‘Jammer dat we klanten met cadeaus niet kunnen knuffelen’’, lees je en dan gaat het verder. Over Ronald, Denis en Annie, broers en zus, die in 1985 de bakkerij van vader en moeder overnamen. Over hoe ze nu zelf de pensioenleeftijd bereikten en over hoe geen van hun vijf kinderen interesse had. Die dinsdagavond was 31 maart. De rolluiken van Bakkerij Perremans - ‘gekend om haar boterkoeken’ - sloten en dat was dan het einde.

Dwars door Vlaanderen en een rotjaar: wandeling langs de GR128 van Kemmel naar Voeren.

Altijd zal er een voor en een na maart 2020 zijn. Voor Annie, Denis en Ronald, voor Eppegem, voor de wereld. Dit schrijvend, sla ik de agenda open. 3 maart: Inhaler in Trix. 4 tot 8 maart: reportage Frankrijk. 10 maart: interview Pascy Monette, Sint-Truiden. Die reportage ging over de gemeenteraadsverkiezingen en we reden door plekken als Faches-Thumesnil, Bellenaves en Le Villaret bij Le Pont-de-Montvert. Het interview in Sint-Truiden ging over eenzaamheid. Geen van beide verhalen haalde de papieren krant. Het virus veegde alles van de voorpagina’s en zelfs veel verder weg.

Maar al eerder werd het leven uit veel dorpen weggegomd, want Perremans is niet alleen. Bakkers verdwenen, cafés sloten, buurtwinkels weg. Zo de ziel. Eergisteren zei Jean Van Buggenhout nog dat niemand nog iemand kende. Bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen, zonder opkomstplicht, blijft hij thuis. Gemeenschap klinkt als geschiedenis. Hoe flinker de fusiedrift, hoe flauwer de fijnmazigheid.

’s Namiddags wint Mathieu Van der Poel. We schreven het toch? ’s Avonds, in frituur Jersey in Boortmeerbeek, zegt het radionieuws van 18 uur dat Vlaams minister-president Jan Jambon op Twitter een boodschap heeft verspreid over de nieuwe lockdown van morgenvroeg. ’s Morgens na het ontbijt ligt in Hofstade een dode kat verstijfd langs het kanaal Mechelen-Leuven. Wat verder raken we aan de Dijle in Hever de onderkant van Rijmenam aan en zo dus de ondergrens van Antwerpen. De Vlaanderenroute, zoals de GR128 wordt genoemd, laat die provincie letterlijk links liggen. En avant.

©Mediafin

Lucie Van Vlasselaer zit niet op Twitter. Lucie borstelt de bolsters die haar kastanjeboom in haar voortuin liet vallen samen en vraagt de passant of hij er geen wil. ‘Vorige week bracht ik 80 kilo naar het containerpark’, zegt ze. ‘Dat kostte me 14,40 euro. (lacht) Voor mijn eigen kastanjes!’

Het volgende anderhalf uur zitten we in de zon op haar terras achter haar huis. Eerst hebben we gepraat bij die boom, ze kan precies vertellen dat hij 31 jaar oud is: ‘Hij is geplant toen mijn dochter Fenella geboren werd.’ De eik, enkele meters verder, is een jaar ouder. ‘Die zetten we toen Lorenz, mijn zoon, geboren werd.’ Zo praatten we over namen en zei zij hoe ze heette: Lucie. ‘Met -ie, op z’n Frans, ja.’ Zo ging het hart van deze wandelaar, al 15 dagen op pad, wat harder kloppen. Want Lucie, zo heet zijn eigen jongste dochter en morgen loopt de GR 128 door Leuven. Langs huis en dus thuis. Dan gaan we samen eten.

Maar nu, op haar terras, vertelt deze Lucie dat ze 60 is. Dat ze verpleegster is of moeten we zeggen wàs? In het voorjaar werd ze op non-actief gezet in het ziekenhuis waar ze werkte. ‘Drie jaar geleden had ik een burn-out. Ik zat 19 maanden thuis. Nadien volgde ik een re-integratieproject, ik was ondertussen weer 50 procent aan het werk. Maar toen kwam de uitdrukkelijke vraag om niet meer te komen. Anders zouden ze me fulltime in dienst nemen en ze wisten dat ik zou crashen. Ontslag om medische redenen, heet dat.’ Ze kijkt op en zegt: ‘Ik was het beu om te vechten en heb dat voorstel aanvaard. Nu probeer ik het los te laten.’

Wankel

Proberen is een wankel werkwoord. Er zit moed in, op z’n prachtigst een sterke wil. Maar veel wind is niet nodig om de kracht eruit te blazen. ‘Al een jaar voor zo’n burn-out uitgesproken wordt, leef je op het scherp van het mes. Tegen wil en dank probeer je vol te houden. Met ouder worden verleg je je waarden en volgens mij is de mentaliteit veranderd. Bij jongeren is de theoretische kennis zeker hoger. Maar praktisch? Een van de klachten over mij was dat ik te lang bezig was in de kamers. Ik praatte met mijn patiënten. Echt: ik zou mijn hart vasthouden als ik nu zelf in een ziekenhuis belandde.’

In 2020, het jaar van voor en na, kreeg deze zorgkundige dus te horen dat ze beter thuis kon blijven. Voor Lucie Van Vlasselaer begon zo het na. ‘Vorig jaar in september begon ik een opleiding gidsen en reisbegeleiding. Dat was beeldverruimend. Geschiedenis was vroeger saaie feiten en een denken dat in een bepaald wereldbeeld gekaderd was. Ik ben katholiek opgevoed. Toen ik in 1982 trouwde, vertelde de pastoor dat je als vrouw je man moet volgen. ‘Hou je mond, Lucie’, dacht ik. Die cursus is anders. Sicilië trekt me enorm aan, maar door corona moet die reisbegeleiding wachten.’

Plots klaart haar blik op. Dat gebeurt als ze aan gisteravond denkt. ‘Ik ben gaan dansen. Toen ik niet meer naar de dienst moest, zei ik tegen m’n eigen hoofd: dit opent deuren. Al wist ik nog niet welke. Een tijd geleden ging ik me inschrijven bij dansschool Camby in Herent. Cursus ‘Beginners-singles’. Dat was niet zo evident, want ik heb geen vaste partner. Maar op een dag belden ze me: ‘Er is een man uit Sint-Truiden die een danspartner zoekt.’ Zijn enige vereiste was dat het ‘geen dikke madame’ mocht zijn. (lacht) Die krijgt hij niet rondgedraaid. We dansten tot nu met mondmaskers, de chachacha of de quickstep, voorlopig niet de tango. Dat is te close contact voor corona.’

Lucie besluit: ‘De stress is weggevallen. Ik heb alles om gelukkig te zijn. Alleen, dat schreef ik eind maart al, voelde ik de beperking van vrijheid dit jaar. Ik ben alleen, hoe maak je een bubbel met één contact? Ik mis de knuffels. Maar in de Zoom- en WhatsApp-groep van de gidsengroep post ik, als ik het wat moeilijk heb, soms een liedje. Gisteren was dat ‘Bailando’ van Enrique Iglesias. Alle volumeknoppen open!’

We dansten tot nu met mondmaskers, de chachacha of de quickstep, voorlopig niet de tango. Dat is te close contact voor corona.
Lucie Van Vlasselaer

De soundtrack van deze wandeling, op Spotify te vinden als ‘Langs de GR128 en door 2020’, wordt erg divers. Dolly Parton, Johnny Cash, Fréderic Chopin, Manu Dibango, Enrique Iglesias, wat een bijzondere line-up nu we vlak bij Werchter zijn. Alle volumeknoppen open, zei Lucie, hoe ingetogen het ook begon in Ieper toen de Last Post klonk.

Dat die Grote Oorlog niet alleen in de Westhoek beslecht werd, leerde ‘Oorlog en terpentijn’ van Stefan Hertmans ooit. Je wandelt in het Haachts Broek niet toevallig vlak bij de Antitankgracht. Er zou een agressieve buizerd rondvliegen, zegt een bord: ‘Indien de buizerd naar je toevliegt, beweeg wild met je armen om de aanvallende vogel te verjagen.’ Niemand ziet je als je oefent.

Wakkerzeel ©Rik Van Puymbroeck

In Wespelaar vertelt een bord over 12.000 slachtoffers in deze regio. In Wakkerzeel leer je dat café ’t Schuurke dienstdeed als ‘verbandplaats of geïmproviseerde medische hulppost’. Max Deauville,
pseudoniem voor Maurice Duwez, schreef er later over in ‘Jusqu’à L’Yser’’: ‘In de klokkentoren van Wakkerzeel turen verkenners door verrekijkers naar de horizon. Ze schreeuwen de inschietcijfers en de doelwitten.’

’t Schuurke is er nog, maar is nu dicht. De inschietcijfers waren alarmerend en doelwitten genoeg. Het is corona voor iedereen. Maar de oorlog ging voorbij en in de grote boom aan de kerk van Wakkerzeel zit vanavond de herfst van 2020. Een dag later wandelt een vriend mee van Wakkerzeel via Putkapel en Holsbeek naar Linden. Chartreuzenberg, Honkelberg en Meesberg staat op de kaart en tijdens deze eerste klimkilometers luisteren we naar ons eigen zuchten. Het notitieboekje blijft leeg.

Nog een dag later is het 21 oktober en daar ligt Leuven. Bijna dertig jaar is die stad al ‘thuis’, maar wandelend krijg je andere in- en uitzichten. Naar Linden reed ik al vaak, maar het pad - net over de drukke steenweg - dat tussen twee huizen langs velden en bomen naar de volgende steenweg leidt, merkte ik nooit op en nam ik nog niet. Vlak bij thuis kleeft de rood-witte GR-sticker op een verlichtingspaal. Nooit bij stilgestaan en laat dat dan nu maar dubbelzinnig klinken. Ik sla de straat van de achterburen in.

In die straat, waar een bord van Circus Barones oproept tickets in voorverkoop te kopen (‘Reden beperkt aantal toeschouwers!), klonk in de lente elke avond ‘You’ll never walk alone’ door de saxofoon van een jongen. Aan alle huizen hingen witte lakens. Om 20 uur kwamen de buren buiten applaudisseren. Voor de jongen en zijn saxofoon en voor al die mensengenezers. Ook Koen Peeters, de schrijver, die er woont, klapte mee. Ik bel aan, maar hij is niet thuis. Later mail ik hem en vraag hoe 2020 was en of de pandemie inspireerde of juist blokkeerde. Het antwoord van een schrijver kun je het best letterlijk weergeven. Copy-paste: ‘Het mooie weer in het voorjaar heeft velen gered, denk ik. Afgezien van het ongemak van de weggevallen lezingen heb ik hard kunnen doorwerken. Schrijvers moeten sowieso het talent bezitten om alleen te zijn, om zich in stilte bezig te houden. Geen afleiding. In de zon eindeloos prutsen aan een tekst. Mijn manuscript voor de volgende roman is opgestuurd naar Amsterdam. Corona komt er niet in voor, ook geen flauwe allusies.’

Wat ik nu geleerd heb: langsgaan bij vrienden, maar vooral bij de vage kennissen. Gewoon onaangekondigd.
Koen Peeters
Schrijver

Die roman zal ‘De minzamen’ heten. Verschijnt in juni 2021 en kan als een vervolg gezien worden op ‘De mensengenezer’ waarvoor Peeters in 2017 de ECI Literatuurprijs won. ‘Ik doe voor het avondeten, na de schrijf-werkdag, vaak een tochtje met de fiets in en rond Leuven. Wat ik nu geleerd heb: langsgaan bij vrienden, maar vooral bij de vage kennissen. Gewoon onaangekondigd, ongepast aanbellen om
5 uur, een praatje slaan op de stoep, vragen: ‘En hoe is ‘t?’ Een mens zou meer dat soort onbeleefdheid moeten toepassen. Slechts één iemand mailde me achteraf: ‘Misschien vergis ik mij, maar was er iets waarvoor je me nog wilde spreken?’’

Cheque van 300 euro

De dag begon met ochtendgrijs. Welk weer het op 21 oktober 2019 was, een jaar geleden, ben ik vergeten. Zag ik niet eens. Die dag werd ik voor de tweede keer in vijf dagen aan de rug geopereerd. Weer levend was de journalist snel alert. In de zaal waar je wakker mag worden, stelde ik vragen over het kastje met morfine. Maar verder kon niets. Kabeltjes, draden en sondes zorgden voor zuurstof, pijnbestrijding en in- en uitvoer van wat een mens nodig heeft. Dagen later wankelde ik even uit bed. Tegen de hulpeloosheid gaven ze een rollator.

In Gasthuisberg was Stijn Parente een van de verzorgers op de dienst. Misschien was hij een soort Lucie, zo’n verpleger die praat met zijn patiënten. Hij was zeker niet de enige, maar we hielden contact en dag op dag één jaar later whatsapp ik hem. Stijn woont 300 meter van de wandelroute en die omweg is wat waard. Zijn Jolien bakte pannenkoeken en er is koffie. Stijn haalt zijn gsm boven en toont de foto van een artikel uit Het Nieuwsblad van 11 juli 2003. Hij is het onmiskenbaar, ‘Stijn Parente (15) uit Maleizen’ staat in een kort stukje over een JOKA-kamp waar hij aan deelnam. Een zorgjongerenkamp. ‘Ik wil later iets doen in de sociale sector’, wordt hij geciteerd. ‘Misschien wel bejaardenhelper. Ik doe dit graag, en het contact met de mensen is belangrijk.’

Dit is nu later. Bejaardenhelper werd Stijn niet, maar in januari ruilde hij de afdeling orthopedie van Gasthuisberg voor de geriatrie. Het gebeurde dat hij in de lente, na de dienst, naar huis fietste en om
20 uur het applaus hoorde. ‘Dat gaf wel steun, maar tegelijk was het vreemd. Ik herinner me dat er na de aanslagen in Brussel al veel steun was voor de zorg. Maar blijft dat? Die witte lakens waren schoon. Maar dan lees je dat 26 jongeren feestten aan de Vaartkom. De mondmaskers zijn afgevallen.’

Van de eerste golf herinnert hij zich de focus op die mondmaskers (‘ze zaten achter slot en grendel, er was er een per persoon per dag’), dat hij zelf uit voorzorg twee weken in quarantaine ging en dat er plots op de afdeling geriatrie een patiënt positief was. ‘Dat was chaos.’ Deze tweede golf is zwaarder, vindt hij. ‘Wat ik zot vind, is dat mensen na al die maanden nog altijd niet bijgeleerd hebben. Er zouden artsen in opleiding ingezet worden als zorgbuddy om bezoekers te wijzen op de richtlijnen, handen ontsmetten, maskers dragen. Dat dat nog altijd nodig is…’

Parente, bijna 33 nu, durft zich uit te spreken. Hij mag en wil dat als vakbondsafgevaardigde. Bijvoorbeeld over de tegemoetkomingen aan het zorgpersoneel. ‘In de eerste golf werden we bedolven onder fruit, Pick Up!-koeken en flessen 7Up. Allemaal van externe gevers. Van onze werkgever kregen we een zakje met paaseitjes en later, als dank, een stekje van een olijfboom in een proefbuisje. Volgens onze CEO was dat symbolisch: olijfbomen zijn diepgeworteld en gedijen in moeilijke omstandigheden. Ze kochten die in Spanje, terwijl ze iets hadden kunnen doen waarmee ze onze eigen economie steunden.’ Zijn huis staat vol kamerplanten. ‘Maar dat stekje van die olijfbomen heb ik geweigerd. Dat is echt een kat in een zak.’

Op dreef nu: ‘Op die cheque van 300 euro die we zouden krijgen, mag je je niet blindstaren. Wat kun je daarmee? Ik wil hoopvol blijven, maar de verplichte quarantaine werd van onze overuren en vakantie afgetrokken. Is dat de bedanking aan het zorgpersoneel? Ik denk dat de discussie over de zware beroepen weer mag gevoerd worden. Dit kun je niet tot je 67ste doen. Maak het beroep aantrekkelijker en begeleid studenten goed. Anders hebben ze, als ze in het beroep staan, snel genoeg van de chaos.’

De jonge Stijn Parente (15, uit Maleizen, ‘ik wil later iets doen in de sociale sector’) maakte volgens de oudere Stijn Parente geen verkeerde keuze. ‘Al ben ik graag bezig met interieur en fotografie. Maar ik doe mijn job nog graag en geriatrie is boeiend. (glimlacht) Deze week vertelde een patiënt over de V2-bommen die tijdens de oorlog op Leuven vielen. Interessant, toch?’

Van onze werkgever kregen we, als dank, een stekje van een olijfboom in een proefbuisje. Ik heb dat geweigerd.
Stijn Parente
Verpleger in Leuven

Op bekende paden, eerst via de Abdij van Park - waar ik in april al zo vaak passeerde - en zo binnendoor langs Bierbeek, stap ik naar Neervelp. Er waait zoveel wind dat die troostende zin van Zorg, uit de film ‘37°2 Le Matin’, zoals telkens bij veel wind naar binnen waait: C’est le vent, Betty. De stad ligt in de rug, maar vanavond ga ik er toch slapen en vanuit Neervelp is dat een ritje met de bus. En zo krijgt dit verhaal een ongebruikelijke wending. Na 18 dagen wenkt één nacht in eigen bed. Na 18 avonden wacht een maaltijd met twee dochters. Ieder zijn troost.

We gaan niet wandelen, we gaan zitten. Ella is 23, Lucie 20. Ze vragen naar mijn tocht. Ik vraag naar hun leven.

2020? ‘Dat is zeker het jaar met de grootste impact op mijn leven’, zegt Lucie. ‘Maar het is meer dan corona. Er was al het klimaat, waar onze generatie ging voor spijbelen. Ook Black Lives Matter was 2020. En de lockdown had dit voordeel: er was niets te doen, er was veel minder afleiding, je kon de werkelijkheid niet ontlopen. Je kon niet doen alsof er niets aan de hand was.’ Ze bedoelt dit: ‘Een vriend van me ondervindt al z’n hele leven wat racisme betekent, door zijn huidskleur. Wij wéten dat, jullie hebben ons meegegeven dat ‘judgen’ op basis van geloof of huidskleur niet kan, maar toch besef je je privilege te weinig. Thuis moeten zitten en niet uitgaan, niet gaan dansen, niet met vrienden afspreken, gaf automatisch veel nadenktijd. Waarmee ik niet zeg dat corona positief was en dat ik die lockdown leuk vond. Maar je kon niet meer weglopen van de realiteit.’

Voor haar zus was de realiteit dat ze, na een masterdiploma bedrijfscommunicatie en drie maanden stage in Parijs, in februari aan een voorzichtige zoektocht naar werk begon. Of naar nog wat nieuw leven. ‘De wereld lag voor me open en toen sloot alles’, zegt ze. ‘Maar ik volg Lucie. Ik lig meer wakker van de klimaatcrisis en Black Lives Matter dan van corona. Als ik berichten zie over smeltende ijskappen, vervuilde oceanen, branden in Australië of politiegeweld tegen mensen die niet wit zijn… Dáár word ik echt niet goed van. Het is alleen een feit dat ik, nu dat kon, vrienden wilde bezoeken in het buitenland, dat ik nog wat wilde reizen en wilde kijken hoe ik mijn leven verder zag verlopen. Maar plots zat ik thuis. Enkel geconfronteerd met het feit dat ik geen job had.’

Zo zat iedereen thuis. Online werken, online solliciteren, online studeren. Wandelen natuurlijk. Koken, bakken, eten. Ella stuurde meer dan 40 sollicitatiebrieven. ‘Soms kwam er geen antwoord, soms meteen een ‘neen’ en soms, als ik uitgenodigd werd, viel ik af omdat ik geen ervaring had. Ja, ik heb gewanhoopt. Ik begon me af te vragen of ik de juiste richting gestudeerd had en of ik niet beter elke zomer gewerkt had in plaats van op vakantie te gaan. Ik begon enorm te twijfelen aan mezelf. Ik stond zelfs op het punt een job in een klantendienst in Portugal aan te nemen, gewoon om iets te doen.’ Op 15 september viel dan toch werk uit de bus. Nog wel in Leuven. Communicatie! Haar ogen zeggen wat haar mond uitspreekt: ‘Superblij.’

Lucie studeert nog, criminologie, en dat gebeurt dus online. Dat is geen ramp, zegt ze. ‘Ik had alleen het gevoel dat ik van maart tot augustus in de blok zat. Die online lessen vind ik niet verschrikkelijk, maar misschien zijn ze oppervlakkiger. Ik denk dat docenten redeneren: ‘Het wordt toch opgenomen, jullie kunnen in herhaling nog eens kijken.’ En ik ben ook niet doof of blind. Vandaag hoorde ik op StuBru hoeveel mensen dit jaar zelfmoord pleegden. Laat niemand alstublieft de impact op de mentale gezondheid vergeten.’

Hoksem ©Rik Van Puymbroeck

Ken je aan je dochters jezelf? Lucie, over corona: ‘Het is kwestie van op korte termijn even door te bijten. Ik wil niet pessimistisch zijn over de lange termijn. Niet over virussen die nog op ons afkomen. Dat zou niet leefbaar zijn. Ik had al vroeg accounts op Instagram en Twitter en ik volg wie ik interessant vind. Maar ik weet dat je moet opletten en dat je ook buiten je eigen bubbel moet kijken. Dus ja, ik zie de racistische tweets passeren.’ Ella, over de lockdown: ‘De eerste vond ik heel zwaar en heeft me doen beseffen dat ik niet graag alleen ben. Vroeger dacht ik dat ik introvert was en dat ik vaak op mezelf moest zijn. Dat is helemaal niet zo. Hoe meer ik omringd ben door anderen, hoe beter.’

De pizza’s smaken. Lucie vertelt dat een oud liedje van Tears for Fears (‘neen, jij hebt me dat niet leren kennen’) haar steeds weer vrolijk maakt. ‘Als ik ‘Everybody wants to rule the world’ hoor, krijg ik altijd het gevoel dat ik de wereld aankan.’ Ella haalt een herinnering boven aan 3 maart. Dat was die dinsdag in de agenda. Voor het eerst nam zij haar vader mee naar een concert (we vergeten even The Jonas Brothers in 2009), in Trix zagen we Inhaler. De zanger is de zoon van Bono. ‘Van ‘My Honest Face’ word ik gewoon blij. En het was mijn laatste concert voor de lockdown.’

Bijna uit één mond dan: ‘Dat Harry Styles op 9 maart maar naar het Sportpaleis komt!’

Hippie langkous

Ochtend aan het station in Leuven, wachtend op de bus terug naar Neervelp. Er komt een bericht binnen en de screenshot van een ander bericht. Toen het in Amerika nog 21 oktober was, maar bij ons al vandaag, overleed in 1969 Jack Kerouac. Om hem te herinneren is er deze quote: ‘Because in the end, you won’t remember the time you spent working in the office or mowing your lawn. Climb that goddamn mountain.’

Ik klim de bus op en na Haasrode, waar veel studenten afstappen, is hij leeg tot Neervelp. Vanaf daar tot in Outgaarden volgt het pad vergeten baantjes, brokkelige wegels, soms een smalle asfaltstrook, werkelijk prachtige voetwegen. Je zou dit de achtertuin van Leuven kunnen noemen, maar omdat ik nooit zo’n tuinman was, geraakte ik nooit eerder in Willebringen. Dat is jammer, want De Geestelijke Hoek ligt hier, en Egypte en de Jordaan, gehuchten van Boutersem. Zoals Honsem, waar we nu kijken naar de allermooiste treurwilg.

‘Het mooiste van je tocht komt eraan’, zegt Erik Willems. ‘Straks wandel je over een Romeinse heerweg die 2.000 jaar oud is. Is dat geen heerlijke gedachte? Dat de Romeinen je op die weg voorgingen?’

De eerste lockdown deed me beseffen dat ik niet graag alleen ben. Vroeger dacht ik dat ik introvert was en dat ik vaak op mezelf moest zijn. Dat is helemaal niet zo.
Ella Van Puymbroeck

Hij heeft er al vaak gewandeld. Alleen, met zijn vrouw Bettie of met hun IJslandse paarden. Je mag gewoon ijslanders zeggen. Ze hebben er zestien. ‘We lijden aan ijslanderitis’, glimlacht Bettie. ‘Daar bestaat een grapje over. Wat is het toppunt van zelfbeheersing? Het hebben van één ijslander. Het is het zuiverste ras van de wereld, want in de elfde eeuw vaardigde IJsland een verbod in op de import van andere paarden. Uit vrees voor ziektes.’ Jaja, we lachen allemaal een beetje. Maar zij het meest.

Sinds 1984 wonen Erik en Bettie hier. Hij was een Brusselaar, maar na sportkot in Leuven belandde hij wat verderop in een gemeenschapshuis. Betties familie komt uit West-Vlaanderen, Schuiferskapelle, maar vader was vertegenwoordiger in veevoeders en later gingen ze in Antwerpen wonen. Tot ze een eerste keer bij Erik kwam. Ze baten samen een bed and breakfast uit en een manège. Het Paards Paradijs. Met ijslanders. Erik verbouwde alles zelf. Bettie geeft meditatielessen. Ze vingen mensen op die het moeilijk hadden. Met hun verhaal kun je deze krant vullen.

Een blij verhaal en een droevig. Hun twee kinderen, Klaas en Jolien, zijn allebei mucopatiënten. Klaas woont in Sardinië, is ondanks zijn ziekte een fervent klimmer, El Capitan staat op zijn palmares. Klaas vocht al twee keer tegen kanker. Jolien is er helaas niet meer. Vier jaar geleden, na een leven met veel fysieke pijn, overleed ze in dit huis in Honsem, naast het huis waar ze eerst woonden en waar Jolien geboren werd. ‘Als ze 6 wordt, mag je blij zijn, zeiden de dokters.’ Maar Jolien werd 32. Haar naam kreeg ze van dat liedje van Dolly Parton. Erik haalt haar rouwprentje. Op de foto lacht ze en binnenin schreef haar partner Jan: ‘Dag hippie langkous!’

‘Ze had altijd een enorme verbondenheid met de natuur en het universum. Daar hebben we nog altijd contact mee. Niets gaat verloren. Als we op reis gaan, nemen we wat asse van haar mee.’

Bettie bekijkt 2020 zo: ‘Ik zie dit als het universum dat het evenwicht wilde herstellen. We zijn niet goed bezig met onszelf en met de wereld. De mens moet niet zo hooghartig zijn, want de natuur is sterker. Laat ons maar wat deemoedig zijn.’

2 december. Telefoontje naar Stijn Parente. Hij is thuis. De verpleger die mijn rug verzorgde, zit nu zelf met een geblokkeerde rug. De consumptiecheque van
300 euro zou voor maart zijn. Er is de belofte van een eenmalige bonus van
985 euro bruto bij het loon van november. En er zou 1,1 miljard extra in de zorg gestopt worden. ‘Ik weet het niet. Mensen zien liever die 985 euro op hun rekening dan die belofte. Dat is structurele hulp voor de zorgsector, maar op je eigen rekening voel je dat niet zo goed.’

Haacht ©Rik Van Puymbroeck

De paaseieren, Pick Up!-koeken en flessen 7Up bleven in de tweede golf achterwege. Wel eens een kist met peren. Stilaan is de grootste drukte weg, maar het blijft opletten. ‘Dat ze die koopzondagen laten doorgaan, begrijpt niemand. Natuurlijk is er ook bij ons een tweestrijd. Iedereen wil graag kerst en Nieuwjaar vieren. Ook verpleegkundigen en dokters. Maar als we dan denken aan de gevolgen, is de goesting over.’

Hun plannen om in november drie weken naar Italië te gaan werden uiteindelijk opgeborgen. In de plaats kwamen zeven dagen West-Vlaanderen. Vijf dagen Klein-Leisele en twee dagen Kanegem. ‘Ik kon het niet maken. Naar Italië gaan en dan aan mijn hoofdverpleegkundige moeten zeggen: ik moet in quarantaine. Het was Italië niet. Maar het was ook schoon.’

Dat hij West-Vlaams even moeilijk begrijpt als Italiaans, is een grapje dat hij niet maakt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud