interview

‘Brussel krijgt zijn groene golf'

Er komen in heel het gewest circulatieplannen, zoals in Gent. Elke Van den Brandt ©Saskia Vanderstichele

Met Elke Van den Brandt is er een nieuwe Vlaamse sheriff in Brussel. Als minister van Mobiliteit beheert de leading lady van Groen een kwart van het Brusselse budget. En haar zelfvertrouwen is groot, zoals haar spierballengerol rond de stadstol bewijst. ‘We gaan massief investeren.’

Elke Van den Brandt is het nieuwe zwaargewicht in het Nederlandstalige politieke spectrum in Brussel. Groen is er sinds 26 mei met dik 20 procent veruit de grootste Vlaamse partij, nadat Guy Vanhengel en Open VLD jaren de plak zwaaiden. Het soortgelijk gewicht van de Vlaamse partijen stelt in Brussel niet zo veel voor, maar Groen heeft ook het voordeel van de nauwe samenwerking met grote zus Ecolo. Die moest bij de verkiezingen nipt de duimen leggen voor de PS in de strijd om de grootste partij te worden. Maar samen zijn Groen en Ecolo de grootste politieke familie in de hoofdstad.

Bij Van den Brandt is niets te merken van de malaise op het nationale niveau, met kibbelende kopstukken na de overwinningsnederlaag bij de verkiezingen. ‘Ik laat me niet aanpraten dat we een partij in crisis zijn’, zegt de Antwerpse, die op haar 18de naar Brussel verhuisde voor haar studies aan de VUB.

We zullen met Vlaanderen praten, maar het is een illusie dat er nog meer auto’s Brussel in kunnen.
Elke Van den Brandt
Brussels minister van Mobiliteit

‘Groen en Ecolo kwamen als grootste uit de gemeenteraadsverkiezingen, een trend die doorzette op 26 mei. De groene golf strandt op vruchtbare grond. We hebben de helft meer parlementsleden. En we gaan het nu waarmaken. Minder auto’s, veel meer openbaar vervoer, fietsers en wandelaars, net als veel meer groene en openbare ruimte in de stad. We bewijzen verkiezing na verkiezing dat ons verhaal de Brusselaars het meest aanspreekt’, zegt de minister van Mobiliteit, die een budget van 1,2 miljard euro bestiert.

U duwt meteen door met de invoering van rekeningrijden op Brussels grondgebied. Waarom niet wachten op overleg met Vlaanderen, zoals in het regeerakkoord staat?  

Elke Van den Brandt: ‘Ik hoop dat de Vlaamse regeringsonderhandelaars nog van gedacht veranderen en toch gaan voor rekeningrijden. Dat blijft het ideale instrument. We willen dat het liefst met de andere gewesten invoeren. Maar we doen het zonder hen als het moet. Er wordt al veel te lang gepalaverd. De filedruk is gewoon te hoog, de luchtkwaliteit te slecht. Dat heeft een negatieve impact op zowel de Brusselaars als de pendelaars.’

De kritiek is dat een stadstol niet sociaal is en discrimineert. De Vlaamse pendelaar betaalt meer.

Van den Brandt: ‘Er zullen wellicht Brusselaars zijn die hun kosten zien stijgen als ze straks evenveel met de wagen rijden als nu. Maar wie voor alternatieven kiest, zoals het openbaar vervoer of de fiets, betaalt minder. Dat is waar het om gaat. Brussel is geen eiland, wij zijn er ook voor de Vlamingen die hier komen werken. Maar het moet toch ook voor hen enorm frustrerend zijn dat ze uren in de file staan om op hun werk te geraken? Sommigen hebben vandaag geen andere keuze. Terwijl het simpel is: slagen we erin 20 procent van de mensen die nu met de auto naar het werk rijden aan een alternatief te helpen, dan zijn de files opgelost. Door de files komt ruim een kwart van onze uitstoot van het wegverkeer. Ze kosten ons miljarden en bedreigen de gezondheid van de Brusselaars. Bovendien is er de verkeersveiligheid, een Brusselse prioriteit na een aantal tragische dodelijke ongevallen. De urgentie was nooit groter.’

Zijn er genoeg alternatieven? 

Van den Brandt: ‘Er is nog veel werk. Ten eerste in Brussel zelf. Twee derde van de verplaatsingen met de auto door de inwoners gaat over trajecten van minder dan vijf kilometer. We moeten ervoor zorgen dat de fiets een waardig alternatief wordt. Ook voor wie niet heel sportief is, of zich onveilig voelt. Onze maatstaf is dat het zo veilig wordt dat kinderen van 12 jaar in principe alleen naar school kunnen fietsen. We moeten echte fietsnetwerken creëren, tot in de Rand, zodat ook pendelaars veilig naar de hoofdstad kunnen peddelen. Onze eerste prioriteit is een vastgelegde lijst met zwarte punten wegwerken. En we willen veel meer fietsparkeerplekken, ook om het risico op diefstal te verkleinen.’

U bent ook de baas van de openbaarvervoersmaatschappij MIVB. Raakt iedereen vlot genoeg op het werk vanuit de andere regio’s? 

Van den Brandt: ‘Het plan is massief te investeren in het openbaar vervoer. De tramlijn onder de Noord-zuidas wordt een echte metro. Die komt er tegen 2024, na een kwarteeuw van gepalaver. In een project met de federale regering wordt tegen 2030 ook de metro verlengd tot in Schaarbeek en Evere. Dat zijn natuurlijk langetermijnprojecten. Daarom gaan we nu al investeren in extra tramlijnen, wat ook iets goedkoper is. Eén voorbeeld: de lang aangekondigde metro naar Tour & Taxis moet er eindelijk komen. We zullen trams in eigen bedding leggen, met dynamische verkeerslichten die voorrang geven op het autoverkeer. De afspraak in de regering is voorts 30 procent meer bussen te laten rijden tegen 2030, waarvan een groot deel elektrisch.’

Hoeveel moet dat allemaal kosten? 

Van den Brandt: ‘De precieze bedragen moet de regering de komende tijd nog afkloppen. Maar er is duidelijk afgesproken dat significant geïnvesteerd wordt. De investeringsbudgetten van de MIVB gaan omhoog. Het is ook moeilijk er meteen één bedrag op te plakken. Sommige investeringen lopen al. Het wordt ook een kwestie van op de juiste plekken extra geld toe te steken. Ik denk aan de heraanleg van wegen, de herinrichting van wijken en de creatie van groene zones in de stad. Dat kost geld, maar de return op korte tijd is enorm.

U plant ook een zone 30 in heel Brussel. Is dat echt nodig? 

Van den Brandt: ‘Op de grote assen kan het wat sneller. Maar zo’n zone is cruciaal voor de leefbaarheid in de wijken. Met handhaving, via controles en sancties. Overal in Brussel rijzen schoolstraten - die bij het begin en einde van een schooldag een tijd afgesloten worden voor het autoverkeer - als paddenstoelen uit de grond. Dat gebeurt op initiatief van de ouders en scholen. Het bewijst nog maar eens de enorme mindshift die is gebeurd in Brussel. De zone 30 is trouwens gekoppeld aan circulatieplannen (hoofdassen met een sturing van het autoverkeer en verkeersluwe straten, red.) in het hele gewest. Het Gentse circulatieplan van onze groene schepen Filip Watteeuw heeft de les geleerd dat de luchtkwaliteit in Gent gemiddeld met 18 procent verbeterd is.’

Bonne chance met de invoering ervan, met de 19 lokale baronieën op uw grondgebied. 

Van den Brandt: ‘Met ons Good Move-toekomstplan is er een routemap voor de Brusselse mobiliteit op het hele grondgebied. Niet zomaar van bovenaf opgelegd, maar na grondig overleg met de inwoners, de pendelaars, de handelaars en de bedrijven. Het plan gaat voor minder parkingplekken in de openbare ruimte, meer fietsassen, overal een zone 30 en circulatieplannen. De gemeenten hebben niet de optie te kiezen voor een totaal ander mobiliteitsbeleid. Dat zullen ze ook niet doen. Iedereen denkt in dezelfde richting. Bovendien besturen groenen flink mee op lokaal vlak. Dat neemt niet weg dat het nog een serieuze uitdaging wordt iedereen aan boord te krijgen.’

Brussel-stad heeft een voetgangerszone. Wat is dan het nut van een extra circulatieplan? 

Van den Brandt: ‘Dat zijn twee verschillende dingen. Het heeft geen zin wijken verkeersvrij te maken door zomaar een aantal straten dicht te gooien. Je moet autoluwe wijken omkaderen met een plan om doorgaand en lokaal verkeer goed te scheiden. Ook in het centrum moet die oefening eigenlijk nog gebeuren. Schepen Bart Dhondt en zijn collega’s zijn ermee bezig. De bedoeling is dat het overal in Brussel wijk per wijk gebeurt, met als resultaat het autoverkeer op de grote assen, veel minder in de lokale straten en veel meer groene ruimte.’

Brussel en Vlaanderen bleken de voorbije vijf jaar elkaars vijanden op het vlak van mobiliteit. De Ring, de randparkings, de Vlaamse trambus naar de luchthaven. Het hield niet op.

Van den Brandt: ‘We zullen met Vlaanderen praten, maar het is een illusie dat er nog meer auto’s Brussel in kunnen. Die suggestie wordt gewekt door in te zetten op een verbreding van de ring. Ik zie wel dat Vlaanderen ook investeert in het openbaar vervoer rond en naar Brussel, net als in fietssnelwegen. Brussel heeft Vlaanderen nodig, net als het federale niveau om meer treinen in de spits te doen rijden. Ik reik de hand. Voor alle Brusselaars en pendelaars.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n