interview

‘Ik wil zo snel mogelijk van het etiket kanker af'

©katrijn van giel

Ze maakte van de VUB de snelst groeiende universiteit van Vlaanderen, en van Brussel een sexy studentenstad. Terwijl ze tegen kanker vecht, begint Caroline Pauwels strijdvaardig aan haar laatste zes maanden als rector. ‘Er is voor mij maar één manier: blijven aanhaken bij het leven.’

Een kwartiertje te laat verschijnt Caroline Pauwels op de afspraak in haar kantoor op de vijfde verdieping van het ‘sigaargebouw’ van de Belgische architect Renaat Braem. ‘Ik kon het niet laten even bij de studenten te gaan kijken’, zegt de VUBrector met een brede lach. Ze opent meteen een raam. Het geklop van de renoveerders vermengt zich met de bonkende beats die de studenten op de campus verwelkomen. Het is onthaalweek.

‘Ik ga jullie geen kussen geven. Dat raden ze mij af’, verontschuldigt Pauwels zich. In het voorjaar voelde de rector, die doorgaans het energiepeil van een stuiterbal heeft, dat er iets mis was tijdens haar vroege baantjes in het zwembad van Watermaal-Bosvoorde. ‘Zwemmers die ik anders inhaalde, kon ik plots niet meer volgen.’ Een reeks medische onderzoeken leidde tot een onwaarschijnlijk verdict: maag- en slokdarmkanker, op haar 55ste. In meer dan 80 procent van de gevallen treft de ziekte mannen, meestal 60-plussers. ‘De dokters konden het zelf amper geloven.’

Op geen enkel moment heeft Pauwels gedacht: ‘Waarom ik?’ Ze dacht: ‘Zovelen krijgen dit te horen. En nu overkomt het mij.’ En ze informeerde bij de organisatie Kom op tegen Kanker hoe ze de communicatie het best aanpakte. ‘Ik heb toch een soort van publieke rol. Daar zeiden ze: ‘Wees duidelijk.’’

Op 24 juni verscheen een bericht online: de rector heeft kanker, ze is in behandeling, en de vicerectoren nemen het even over. Er was ook een addendum: studenten die dat wensten, konden bij de studentenpsycholoog terecht.

Caroline Pauwels is in 1964 geboren in Sint-Niklaas. Ze studeerde filosofie in Antwerpen en communicatiewetenschappen aan de VUB. Ze is hoogleraar communicatiewetenschappen en leidde SMIT, de onderzoeksinstelling naar informatie- en communicatietechnologie aan de VUB. In 2016 werd ze verkozen als rector. Pauwels is bestuurder bij de uitgever Roularta. Ze woont in Watermaal-Bosvoorde en heeft twee kinderen.

Het wijst op een grote betrokkenheid, zeggen we. Pauwels glimlacht. ‘Ik heb altijd dicht bij de universiteit en de studenten gestaan. Als ik vandaag beneden kom, zeggen studenten: ‘Ga door, hou vol.’ Ik heb dat onderschat, wat reacties met je doen. Je omringd voelen geeft veel kracht. En blijkbaar kan je, gewoon door jezelf te zijn, ook iets voor mensen betekenen, hen raken. Ik heb meermaals met tranen in de ogen gesprekken gevoerd.’

Ze trekt zich op aan kleine dingen. ‘Tijdens de vermoeiende momenten in mijn behandeling lukt me niet altijd te gaan zwemmen. Maar als ik erin slaag, doet het deugd dat mensen blij zijn mij te zien. En sinds mijn diagnose ben ik toch één keer in de Noordzee gaan zwemmen. Met een glimlach van oor tot oor.’

Enkele dagen nadat u bekend had gemaakt dat u ziek was, schreef u in uw column in De Tijd over het belang van verwondering. Ook daar is enorm veel reactie op gekomen.
Caroline Pauwels: ‘Als je een beetje negatief denkt, wat ik natuurlijk ook soms doe, zeg ik: ‘Is dat nu mijn testament?’ (lacht) Maar het klopt wat ik schreef: alles begint voor mij bij verwondering. Dit najaar komt mijn essay ‘Ode aan de verwondering’ uit. En ik heb met Pat Donnez en Jean Paul van Bendegem aan een tweede boek gewerkt: ‘Wonderlust.’ Ik wist al dat ik ziek was. En toch. Het is zeker niet zo dat ik doe alsof er niets aan de hand is. Maar ik ben ook levenslustig. En ik heb het geluk dat de ziekte mijn leven tot nu toe niet overheerst. Dus ga ik door.’

‘De diagnose is zwaar, de behandeling soms ook. Er zijn dagen dat ik me ellendig voel. Ik moet mijn eerste balans van de behandelingen nog krijgen. Maar het voelt alsof ik in een genezingsproces zit. Daar ga ik van uit. En de behandeling duurt sowieso nog een paar maanden. Het gaat erom vol te houden.’

Ik ben niet veranderd. Maar ik ben misschien wel verscherpt in mijn visie.

In 2016 werd Pauwels verkozen tot rector van de Vrije Universiteit Brussel, de vierde Nederlandstalige universiteit van het land. Van haar voorganger Paul De Knop erfde ze een universiteit in de steigers. Hij zette ambitieuze bouwplannen in gang en ging de rivaliteit met de ‘groten’ aan, zoals de Katholieke Universiteit Leuven. De Knop ging er prat op dat hij als manager efficiëntie en rendementsdenken aan de VUB had geïntroduceerd.

Pauwels, een geadopteerde Brusselse, liet een andere wind waaien. De communicatiewetenschapster pleitte vurig voor haar stad. Ze maakte van haar diversiteitsbeleid een uithangbord en stortte zich op het publieke debat. Met het succes van het aan de VUB ontsproten biotechbedrijf Ablynx en de waardering van de spin-off Collibra op het magische bedrag van 1 miljard kreeg de universiteit helemáál de wind in de zeilen.

De resultaten bleven niet uit. Vorig jaar steeg het aantal inschrijvingen van studenten die voor het eerst gaan studeren met liefst 18 procent, terwijl het hoger onderwijs in totaal bijna 1 procent minder nieuwkomers inschreef. In de wandelgangen van het rectoraat spreken ze over het Caroline-effect. Dat wuift ze lachend weg. ‘Het klopt dat de VUB te weinig in de kijker kwam. Daar hebben we aan gewerkt. We verwoorden explicieter waar wij voor staan.’

U hebt van de VUB een sterker merk gemaakt.
Pauwels: ‘We hebben er een aantrekkelijker universiteit van gemaakt. Nu moeten we opletten en volhouden. Walk the talk. Onze kleinschaligheid is een troef, iedereen kent elkaar. Studenten en proffen hebben een relatie van gelijkwaardigheid. Dat moet zo blijven. We willen ook de connectie met Brussel behouden, met de rest van de wereld én met Vlaanderen. We verheerlijken deze plek niet.’

‘Ik kan het niet met cijfers staven, maar bij het afnemen van examens heb ik meermaals gehoord dat studenten van een andere universiteit zich aan de VUB inschreven nadat ze op Erasmus waren geweest. Zodra je van internationalisering hebt geproefd, wil je blijkbaar meer. Je vindt hier een omgeving die diverser is dan in Leuven. Als je je daar goed bij voelt, is dit de juiste plek. Blijf je liever lokaal, dan zal ik dat nooit veroordelen. Er zijn ook andere universitaire opties. Belangrijk is dat de juiste student op de juiste plaats is, en daar gelukkig is.’

Als tweede vrouwelijke rector van de VUB veroorzaakte u ophef door quota aan te kondigen om het aantal vrouwelijke proffen in het ongelijke academische milieu op 33 procent te krijgen. Dat is niet gelukt: u voerde de quota onder druk weer af.
Pauwels: ‘Toen ik begon, hadden we 27 procent vrouwelijke proffen. Vandaag 30 procent. Dat is geen 33 procent, voor mij een ondergrens. Maar er is vooruitgang. En het bewustzijn is er. Zelfs de tegenstanders zijn attenter. Maar in mijn nieuwe decanenploeg zit dit jaar geen enkele vrouw. Ze moeten verkozen geraken, natuurlijk. We kampen met een structurele achterstand. Het gaat trouwens niet alleen om een betere vertegenwoordiging van vrouwen. Op de faculteit geneeskunde of de rechtenfaculteit willen we net meer mannen zien.’

De belangrijkste onderzoeksvragen zullen de ethische zijn.

‘Het parcours was heftig, maar niet oninteressant. Ik heb het niet gehaald. Dat is jammer. En ik vind het nog altijd fout. Maar als je merkt dat het niet gaat, moet je je afvragen: wat willen we dan wel? We hebben nu een diversiteitsmanager, die kan het misschien wat zachter aanbrengen. Nu al moet iedereen bij vacatures voor promoties aantonen dat er genoeg inspanningen zijn gedaan om evenveel mannelijke en vrouwelijke kandidaten te vinden. Is de respons te laag, dan wordt de vacature opnieuw uitgeschreven.’

Wat hebt u op de tafel van de Vlaamse onderhandelaars gelegd?
Pauwels: ‘Als je het meent met de internationalisering van het onderwijs, moet je ze omarmen. Vandaag zijn de taalquota te eng. (6 procent van de bachelors en 30 procent van de masters mag in het Engels worden aangeboden, red.) Die vraag om verruiming wordt politiek meteen gepercipieerd alsof je alleen nog opleidingen in het Engels wil aanbieden. Dat klopt niet. Wij zijn ook een Vlaamse universiteit in Brussel. Mensen van over de hele wereld leren hier de Vlaamse cultuur kennen, Nederlandstalige studenten maken op de campus kennis met de wereld. Maar je moet studenten wel kunnen klaarstomen om internationaal te gaan, want velen zullen het sowieso doen. En er zal een internationale instroom komen, of je dat nu fijn vindt of niet.’

‘We hebben ook, zoals enkele andere universiteiten, een Europese alliantie gevormd om in zo’n netwerk te onderzoeken hoe we onderwijs beter kunnen organiseren. De curricula op elkaar afstemmen, van elkaar leren, diploma’s gelijkschakelen. Europa geeft daar geld voor, Frankrijk past bij. In de vorige legislatuur heeft Vlaanderen niet beslist wat het gaat doen. Daar vragen wij subsidies voor.’

‘Als je als universiteit wil overleven, heb je schaal nodig, en diversiteit. We zien een enorme opgang van de Aziatische universiteiten, die heel groot zijn en over een massa data beschikken. Bij ons is alles veel meer gefragmenteerd. Als we niet samenwerken, verliezen we. Daarom hebben we onze samenwerking met de ULB (in 1969 splitste de VUB zich af van de Franstalige ULB, red.) nog versterkt. Samen zetten we middelen efficiënter in. We hebben onder andere een AI Research and Experience Centre opgezet. De ULB heeft zelf al een samenwerking met Montréal, waar ook een belangrijk AI-centrum zit. Wij hebben dan weer onze unicorn Collibra, die mee wil investeren. Zo krijgen we een poot in de VS. Dat is het domino-effect van samenwerking.’

Hoe belangrijk was het succes van de datastroombeheerder Collibra, door studenten aan de VUB bedacht?
Pauwels: ‘Ik vond het bijna ontroerend. Ze moeten het nu nog verder bewijzen, natuurlijk, maar het is heel fijn voor de VUB. In zo’n verhaal speelt altijd de factor toeval, maar je moet ook op het juiste moment de juiste mensen ontmoeten.’

‘Aan deze instelling mag je de dingen bevragen. Dat helpt. De VUB en de ULB hebben samen zes Nobelprijzen, het hoogste aantal in België. Toch klaagt François Englert (de Nobelprijswinnaar fysica in 2013, red.) dat wij meegaan in de utilitaire trend en dat onderzoek meteen moet opleveren. En hij heeft gelijk. Ik weet niet wat de plannen van de Vlaamse regering zijn met wetenschapsbeleid, maar je móét fundamenteel durven te gaan. Daarom richten wij, opnieuw samen met de ULB, het Brussels Institute for Advanced Studies op. Het is geïnspireerd op het Princeton IAS waar Einstein zat, maar dan niet met dezelfde middelen. (lacht) Toch denk ik dat de belangrijkste onderzoeksvragen in de toekomst de ethische zullen zijn.’

Aan welke vragen denkt u?
Pauwels: ‘Welke beslissingen laat je over aan artificiële intelligentie? Als alle cijfers één bepaalde richting uitgaan, kan je ze dan toch nog naast je neerleggen? Met welke landen werk je samen, als je kijkt naar het gevoerde beleid? Werk je nog met de VS, China, Iran? Welke gesprekken laat je toe op de campus?’

U zorgde ervoor dat de N-VApoliticus Theo Francken toch aan de VUB kon spreken. Waarom vond u dat zo belangrijk?
Pauwels: ‘Zijn komst was gewelddadig afgeblokt, al is ons nog altijd niet helemaal duidelijk door wie. Voor de duidelijkheid: de universiteit nodigt niemand uit, de studentenkringen doen dat. Bij het debat met Francken hebben we wel gesteld dat het publiek vragen mocht stellen. Dat was eerder blijkbaar niet het geval. De studenten moeten weerwoord kunnen bieden en het debat moet sereen verlopen. Dat zijn belangrijke voorwaarden. Anders wordt het propaganda. Als de Catalaanse rector van een Madrileense universiteit me vertelt dat bij hen een debat over de Catalaanse kwestie vandaag onmogelijk is, dan vind ik dat erg. Je moet in gesprek blijven gaan.’

©katrijn van giel

‘We hebben aan deze tafel heftig gediscussieerd over een gespreksavond op de campus waarbij iemand van de Nederlandse pedofielenpartij kwam spreken. De avond is doorgegaan, al waren sommige vicerectoren fel tegen. Ik begrijp het delicate karakter, ook voor slachtoffers. Dan neem je een eenzame beslissing. De tegenstanders zijn gaan luisteren, en hebben me gezegd dat het een goed debat was.’

U waarschuwde onlangs voor het gevaar van eenheidsdenken. Is er in de universiteit genoeg variatie in de opinies?
Pauwels: ‘Alsof je alleen een linkse rat of een rechtse zak kan zijn. Ik vind het vreemd dat in die termen over de universiteit wordt gedacht. Ik zie op de campus in elk geval de sprekers die studenten uitnodigen vooral uit de rechtse hoek komen. Onze universiteit heeft het imago links te zijn, maar er is geen gebrek aan rechts debat. Ik ben met islamcriticus Wim Van Rooy in discussie gegaan. Dat was niet evident, maar dat ging goed. Ik kan jammer genoeg geen voorbeelden op extreemlinks geven.’

Volgens sommigen heeft de polarisering in de maatschappij te maken met de kloof tussen hoogopgeleide kosmopolieten en diegenen die niet meekunnen. In welke mate is de unief een bubbel?
Pauwels: ‘Dat is een terechte zorg. N-VA-voorzitter Bart De Wever heeft een punt als hij zegt dat kosmopolitisme iets voor de elite is. Die kloof vind je in Brussel ook, en we moeten die kloof dichten. Ze is een tikkende tijdbom.’

‘Onze studenten komen niet per se uit die elites. Ze kunnen niet altijd op Erasmus, omdat ze er het geld niet voor hebben, ook al is het gesubsidieerd. Maar het feit dát ze hier al zijn, betekent ook dat onze inspanningen vruchten afwerpen.’

U engageerde zich expliciet voor de STEM-richtingen. U wilde graag meer meisjes in de technologische en exacte wetenschappen. Is dat gelukt?
Pauwels: ‘Het blijft lastig. Enkelen van de leiders van de klimaatspijbelaars hebben zich aan de VUB ingeschreven: de jongens in de ingenieurswetenschappen, de meisjes in de sociale wetenschappen. Hoe komt dat? We moeten om te beginnen goed nadenken over wat we tonen. In de brochures van de ingenieurswetenschappen mogen niet alleen foto’s van bruggen staan, maar moet je ook beelden geven van medische of klimatologische toepassingen. En je moet zeker ook meisjes in de rol van ingenieur tonen.’

‘Er loopt een proefproject waarbij we cursussen screenen op diversiteit. We gebruiken bijvoorbeeld weinig Zuid-Amerikaanse literatuur. In de wiskunde komen de Arabische wetenschappers amper aan bod, terwijl ze daar voor een stuk grondlegger zijn geweest. Worden vrouwelijke wetenschappers voldoende genoemd? Dat willen we onderzoeken.’

Dit is uw laatste academiejaar als rector. Wat wilt u nog realiseren?
Pauwels: ‘Ik heb de voorbije maanden veel tijd gehad om de balans op te maken. Ik denk dat we een mooi parcours hebben afgelegd. Maar qua diversiteit kan het nog beter, vooral vóór de aula.’

Onze universiteit heeft het imago links te zijn, maar er is geen gebrek aan rechts debat.

U opent het academiejaar, u gaat spreken voor studenten. Het lijkt wel alsof u toch voltijds aan het werk bent.
Pauwels: ‘Ik heb het niet losgelaten. In de zomer heb ik me teruggeplooid op mijn gezin. Ik had ruimte nodig om te ademen. Maar ik ben de actualiteit niet uit het oog verloren. Voor mij is er maar één manier, en dat is blijven aanhaken bij het leven. Ik heb ook al gedacht: ‘Stel dat dit heel slecht is, hoe ver zal ik dan gaan?’ Kanker is een smerig ding. Maar ik heb het geluk dat mijn energiepeil vaak oké is. Daar kan ik alleen maar blij om zijn. Ik heb me niet geëngageerd dit academiejaar les te geven, omdat ik niet wist of ik het zou volhouden. Maar een gastles, dat moet toch kunnen?’

Hoe is het om patiënt te zijn?
Pauwels: ‘Elke keer als ik naar het ziekenhuis ga, word ik geraakt door de tristesse en de eenzaamheid van sommige patiënten. Mensen die helemaal alleen zijn, ouderen die er met hun rollator binnenstappen. Ik zie ook hoe goed dokters en verpleegkundigen daarmee omgaan. En dan besef ik weer hoe goed ik omringd ben.’

‘Ook voor mij is het soms moeilijk alle informatie te verwerken die je tijdens zo’n behandeling krijgt. Je zit toch een beetje in een andere wereld. Je probeert je te concentreren, en toch kan je niet alles onthouden van wat ze je allemaal vertellen. Ik ben ook al vergeten mijn medicatie te nemen, ik hoor termen waar ik nog nooit van heb gehoord. Maar ik kan bellen, ik kan vragen stellen, ik kan net iets meer. Dat is fijn, maar ook onaangenaam. Want ik weet dat dat voor veel mensen niet het geval is. Ook al wil ik me daar niet schuldig over voelen.’

Kijkt u anders naar het leven?
Pauwels: ‘Ik ben niet veranderd. Verscherpt in mijn visie, dat ben ik misschien wel. Er is ook zoveel positief. Ik weet uit onderzoek dat kanker een chronische ziekte aan het worden is. Ik moet beginnen te leven met kanker, maar dan wil ik ook zo snel mogelijk van dat etiket af. Zo ben ik nu eenmaal. Altijd al geweest. Ik wilde nooit alleen vrouw zijn, of moeder. Als je op één ding wordt vastgepind, vind ik dat niet interessant.’

‘Mijn kinderen zijn mijn eerste zorg. Zij hebben meteen hun vakantieplannen afgezegd, iets wat ik absoluut niet wilde. Uiteindelijk zijn ze toch op reis gegaan, maar ze zijn vroeger teruggekomen. Ik heb erover gediscussieerd met vrienden. Die zeiden: ‘Je mag dat niet zeggen, dat ze moeten gaan.’ Maar ik ga toch nog niet dood? (lacht) Nóóit mag mijn kinderen een schuldgevoel worden aangepraat, alsof ze iets niet voor mij zouden hebben gedaan. Integendeel, ze staan dicht bij mij.’

©katrijn van giel

‘Mijn zoon, die in Canada studeert, heeft beslist een gap year te nemen. Maar hij gaat wellicht wel een landbouwproject in Afrika doen. Dat vind ik goed: dat hij komt, maar ook weer vertrekt. Mijn dochter, die in Parijs kunst zou studeren, heeft haar studie voorlopig afgeblazen. Hun levens staan on hold, mijn leven staat on hold. Toch zeg ik hen voortdurend: ‘Nu is het moment om dingen te doen.’ En als de situatie verandert, zien we wel weer.’

We nemen afscheid, het gesprek is drie kwartier uitgelopen. De volgende gast zit te wachten: de programmator van Theater Aan Zee. Volgende zomer is Pauwels gastcurator van haar geliefde theaterfestival.

Lukt het eigenlijk wel om gas terug te nemen? ‘Mijn omgeving waakt daar mee over. Natuurlijk sluit je compromissen, met de mensen met wie je samenleeft. Maar ik heb dat langetermijnperspectief ook nodig, het lééfperspectief.’

Om te beseffen dat het leven aan een zijden draadje hangt, had ze geen kankerdiagnose nodig, zegt ze. ‘Ik heb dat ook al vaak tegen mijn kinderen gezegd. Hoe je het ook draait of keert, we zijn hier nu eenmaal niet zo lang. Alles wat ik heb kunnen doen, voelt als een cadeau. En ik voel me nog altijd geprivilegieerd. Daarom dat ik ook zo graag leef.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect