‘Zerotolerantie is zo'n goedkope slogan'

Philippe Close, burgemeester van Brussel: 'Criminaliteit is hier niet meer de eerste bekommernis. Brusselaars klagen nu vooral over het verkeer.' ©Debby Termonia

‘Ja, we moeten de vijzen aandraaien bij relschoppers’, zegt Brussels burgemeester Philippe Close (PS). Maar hij gelooft niet dat meer politie de straat opsturen een mirakeloplossing is.

‘Ik sta in de PS bekend als een man die nogal rechts is op het vlak van veiligheid’, laat Philippe Close, de burgemeester van Brussel, zich halfweg het gesprek op het iconische stadhuis van de hoofdstad ontvallen. De Franstalige socialist spreekt onverbloemd over de jongeren die vorige week de stad op stelten zetten. Twee weken geleden braken vlak bij de Beurs in de wijk Anneessens rellen uit na de voetbalmatch tussen Ivoorkust en Marokko. Enkele dagen later kregen die rellen een - weliswaar minder gewelddadig - gevolg op het Muntplein. Het grote verschil: na de voetbalmatch greep de politie niet in, op het Muntplein wel. ‘Ja, er zijn fouten gemaakt. Maar ik ben niet de man die deze of gene de schuld wil geven. Ik ben de burgemeester, ik ben verantwoordelijk’, zegt Close, die enkele maanden geleden zijn partijgenoot Yvan Mayeur opvolgde. Die moest ontslag nemen na het schandaal van zelfbediening bij de armoedevereniging Samusocial.

Philippe Close

Philippe Close (46) volgde in juli Yvan Mayeur op als burgemeester van Brussel. Die moest opstappen in de nasleep van het Samusocial-schandaal, waarbij Brusselse politici zichzelf riante vergoedingen uitbetaalden bij de armoedeorganisatie. Close is al sinds 2006 schepen in Brussel en zetelde tussen 2009 en het begin van zijn burgemeesterschap in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Via de vzw Brussels Expo was hij jarenlang verantwoordelijk voor de organisatie van verschillende Brusselse evenementen, zoals de kerstmarkt Winterpret en Brussel-Bad.

Met een vader die bankier was, een broer die hetzelfde beroep uitoefent en een vrouw die uit New York komt, is de 46-jarige Close allesbehalve een doorsnee PS’er. ‘Ik heb een bourgeoisachtergrond’, glimlacht hij. Maar weinig wijst daar op. Close ziet er door zijn forse figuur uit als een rugbyspeler - hij beoefende de sport ook. En hij houdt van heavymetalmuziek. Op de kast naast zijn bureau staat, naast een foto van het koningspaar, een beeld van Lemmy Kilmister, de frontman van de Britse heavymetalband Motörhead. De Franstalige socialist moet lachen met de combinatie. ‘Dat zijn ze hier niet gewoon.’

Iedereen weet dat Brussel met een veiligheidsprobleem kampt. Waarom loopt het elke keer weer mis, met de rellen als absoluut dieptepunt?
Philippe Close: ‘Dat slechte imago is vooral een erfenis van het verleden. Kijk van waar we komen: tien jaar geleden durfden mensen in bepaalde buurten ’s avonds niet op straat te lopen. De documentaire ‘Femme de la rue’, waarin journaliste Sofie Peeters filmde hoe ze constant werd lastiggevallen in de Anneessenswijk is nog maar vijf jaar geleden opgenomen. Sindsdien is er veel veranderd. Volgens de Veiligheidsbarometer is er nu 37 procent minder criminaliteit dan in 2002. In de Anneessens-wijk zijn er eindelijk weer cafés waar mannen en vrouwen samenzitten en soms zelfs alcohol kunnen drinken. Zeg ik daarmee dat alles nu goed gaat? Natuurlijk niet. In sommige buurten, zoals de Alhambrawijk, blijven de problemen groot. Maar we gaan erop vooruit. Als ik met de politie mijn ronde door Brussel doe, is de criminaliteit niet langer de eerste bekommernis. Mensen klagen nu eerder over het verkeer.’

Na de rellen gelooft niemand dat verhaal. Waar liep het fout?
Close: ‘In eerste instantie doordat de wedstrijd tussen Marokko en Ivoorkust niet als een risicomatch werd bestempeld, waardoor de politie onvoldoende was voorbereid. In Brussel zijn er gemiddeld drie betogingen per dag. We slagen er in 99,8 procent van de gevallen in dat ordentelijk te laten verlopen. In 0,2 procent van de gevallen loopt het verkeerd. We kunnen dan beginnen met de schuldige te zoeken, zoals we dat zo vaak doen in België. Dat wil ik nadrukkelijk niet doen. We moeten dit analyseren en uit onze fouten leren.’

Dat is van het niveau: ‘Zulke dingen gebeuren nu eenmaal in een grootstad’.
Close: ‘Het probleem is dat veel van de gasten die bij de rellen na de voetbalwedstrijd betrokken waren, gekende recidivisten zijn. Ze zagen hun kans schoon om, toen het uit de hand begon te lopen, vernielingen aan te richten. Voor hen zoek ik geen verklaringen of excuses. Ik hoor zeggen dat we te weinig hebben gedaan om die jongeren kansen te geven. Dat is onzin, want on a fait plein. We hebben scholen en jeugdcentra gebouwd en nog nooit gingen zo veel jongeren uit de betrokken Anneessensbuurt naar de universiteit. Daarom moeten we hard optreden tegen de daders van die rellen. Il faut serrer la vise, we moeten de vijs aandraaien. Het is belangrijk dat Justitie kordaat optreedt. Mijn partij had in het begin heel wat twijfels bij het snelrecht, maar het is een goed systeem. Het is beter om mensen snel te veroordelen dan jaren te wachten, waardoor de link tussen de daad en de straf verwatert.’

Het slechte imago van Brussel is vooral een erfenis uit het verleden.

Ondersteunt u de vraag vanuit Vlaanderen en van de Franstalige liberalen om voor zerotolerantie te gaan?
Close: ‘Dat is zo’n goedkope slogan. Wie dat zegt, wil enkel dat de politie harder optreedt. Terwijl er meer nodig is. In moeilijke buurten moeten we zowel meer politie inzetten als een ondersteund socio-economisch beleid voeren, zodat de buurt kan herleven. Dat zijn we vooral verplicht aan de burgers van de buurt zelf, die het eerste slachtoffer van de onveiligheid zijn.’

Kunnen ook bestuurlijke hervormingen helpen, zoals een eengemaakte Brusselse politiezone in plaats van zes vandaag?
Close: ‘Ik heb geen probleem met die discussie. Maar ik ben bang dat we dat institutionele debat niet op een deftige manier kunnen voeren. Ik heb geen zin in slogans zoals ‘vijf minuten politieke moed’ die het debat verzieken. Een jarenlange politieke crisis zoals bij Brussel-Halle-Vilvoorde? Nee, bedankt. Daar is veel tijd in gekropen en het heeft het leven van de mensen niet verbeterd.’

Bij de politiezones gaat het wél over dingen die het leven van mensen verbeteren, zoals een goed functionerende politie.
Close: ‘Ik wil dat die politie ook efficiënter werkt, maar het huidige model functioneert niet zo slecht. Dankzij de PS zijn er vandaag niet 19, maar zes politiezones die groot genoeg zijn om op zichzelf te staan en die relatief goed samenwerken. Dat één politiezone per definitie efficiënter is, is een mythe. Ik sta open voor het debat, zowel voor de politiezones als de gemeentes. Maar vergeet niet dat de Brusselse complexiteit vooral het gevolg is van de bescherming van de Nederlandstalige minderheid in Brussel. Ik heb daar geen problemen mee, maar dan moeten de Vlamingen begrijpen dat snel even Brussel institutioneel hervormen niet lukt.’

De rellen vonden midden in de voetgangerszone plaats. Als Brussel al een aangenamere stad wordt, is dat ‘oord van verderf’ - citaat Theo Francken (N-VA) - toch een voorbeeld van hoe het niet moet?
Close: ‘Ik ben niet tevreden met waar we nu staan. De piétonnier lijkt een scène uit de zombiereeksThe Walking Dead’. De werken zijn na maanden klagen en zagen van mijn kant eindelijk begonnen. Het werd verdorie tijd. In Brussel ligt er tussen het moment van beslissing over een project - van school over crèche tot woonproject - en oplevering zeven jaar. Dat is toch niet normaal? Daarom hebben we voor de voetgangerszone extra geld beschikbaar gesteld om de aannemer extra te betalen zodat hij sneller werkt. Het moet vooruitgaan, want het blijft een formidabel idee. We geven de stad terug aan de Brusselaars.’

Uw partij wordt ervan beschuldigd maatregelen niet te hebben genomen uit schrik bevolkingsgroepen en dus kiezers voor het hoofd te stoten.
Close: ‘Ik vind het best gezond voor een democratie om af en toe schrik te hebben van de kiezers. Ik ben geen aristocraat die vanop zijn hoge stoel bestuurt. Los daarvan: ik verzet me tegen het beeld van de arme Brusselse dutsen die gemanipuleerd worden door de PS. Als Brussel er de voorbije tien jaar op vooruitging, is dat dankzij ons. We hebben in enkele jaren 4.000 extra plaatsen op scholen gecreëerd en 6.000 in crèches. De stadsvlucht ligt achter ons: er komen weer meer mensen in de hoofdstad wonen. Vastgoedprojecten schieten als paddenstoelen uit de grond en er komen almaar meer bezoekers naar de hoofdstad.’

Door de schandalen, de rellen en de problemen met de voetgangerszone heeft Brussel in Vlaanderen meer dan ooit het imago van mislukte stad. Hoe denkt u dat te kunnen keren?
Close: ‘Nederlandstaligen zien Brussel als een soort verloren paradijs. Vroeger was het beter. Maar vroeger is voorbij. Het oude Brussel waar zij heimwee naar hebben bestaat niet meer. Natuurlijk is er nog een Vlaamse invloed in Brussel, maar er is evenzeer een invloed van mensen die uit Amsterdam, New York, Madrid of het Midden-Oosten komen. Het gevolg is dat er in Vlaanderen wordt vanuit gegaan dat Brussel een complexe stad is waar Vlamingen niet welkom zijn. Ik zie het als mijn taak hen er met goed bestuur van te overtuigen dat we ook hun hoofdstad zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud