België bestrijdt al twintig jaar kloof tussen arm en rijk

Twintig jaar lang veranderden de premiers, maar niet het beleid ©REUTERS

Of de economie nu boomde of kromp, of de regering nu saneerde of de belastingen verlaagde, de voorbije jaren heeft de overheid via de belastingen almaar harder geprobeerd de ongelijkheid terug te dringen. Dat berekenden KU Leuven-professor André Decoster en zijn team.

Maakt de centrumrechtse federale regering-Michel de rijken nog rijker of niet? Of verkleint ze de kloof tussen arm en rijk? Dat wordt de komende weken de grote politieke vraag in de discussie over de taxshift. Door bijvoorbeeld de hoogste schijf in de personenbelasting af te schaffen geeft men de rijken een cadeau. Door het deel van het inkomen waarop men geen belastingen betaalt te verhogen - de belastingvrije som - geeft men iedereen een cadeau, dat bovendien in het budget van armen relatief zwaarder doorweegt.

De discussie is zonder veel overdrijven historisch te noemen, leert nieuw onderzoek van de Leuvense professor André Decoster en onderzoekers Toon Vanheukelom (KULeuven), Gerlinder Verbist, Dieter Vandelannoote (beiden UAntwerpen) en Sergio Perelman (ULg). Want als de regering-Michel de ongelijkheid wat vergroot, dan breekt ze met een 20 jaar oude traditie. De academici onderzochten het belastingbeleid van vijf premiers: Jean-Luc Dehaene, Guy Verhofstadt, Yves Leterme, Herman Van Rompuy en Elio Di Rupo. De conclusie is opmerkelijk: al die regeringen hebben het reëel beschikbare inkomen van de Belgen nog extra herverdeeld en dus de kloof tussen arm en rijk proberen te dichten.

Personenbelasting

Dehaene 1992-1993: 3 procent extra crisisbelasting. Belastingschalen worden vijf jaar lang niet geïndexeerd, waardoor inflatie een almaar groter deel van inkomen in hogere belastingschijven duwt.
Verhofstadt 2001: Verlaging personenbelasting, vooral om lasten op arbeid te verlagen. Hoogste tarieven van 52,5 en 55 procent verdwijnen. Groter deel van het inkomen valt in de middenste belastingschijven. Meer beroepskosten aftrekbaar. Takskrediet voor lage inkomens.
2005: Kadastraal inkomen vrijgesteld van belastingen.

Btw

Dehaene 1992: Drie van de zeven tarieven - 17%, 25% en 33% - verdwijnen.
1994: Toptarief stijgt van 19,5% naar 20,5% en twee jaar later naar 21%.

Sociale bijdragen

Verhofstadt 2000: Werkbonus voor wie weinig verdient.

Kinderbijslag

Geen grote wijzigingen.

Ziekte en werkloosheid

Verschil in omvang vervangingsinkomens alleenstaanden, samenwonenden en gezinshoofden neemt af tussen 1992 en 2012.

Dat leert dat er een lange Belgische traditie bestaat in de strijd tegen ongelijkheid. Dat mag verbazen, omdat de omstandigheden in die 20 jaar wel veranderden. De regering-Dehaene saneerde zwaar, de regering-Verhofstadt verlaagde de belastingen. Rond 2000 kende de Belgische economie de hoogste groei van de jongste 40 jaar, terwijl ze in 2009 de zwaarste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog kende.

Decoster gebruikte voor zijn berekeningen het economische model van Rekening14, waarmee hij de fiscale verkiezingsvoorstellen van de Vlaamse politieke partijen in vergelijkbare cijfers goot. De oefening komt hier op neer: neem alle Belgische gezinnen en orden ze op basis van hun inkomen in 2010 van arm naar rijk. Verdeel ze vervolgens in tien groepen met telkens evenveel gezinnen. De eerste groep zijn de armste 10 procent, de meest rechtse groep de rijkst 10 procent. Vervolgens simuleer je hoe de belastingmaatregelen van de vorige regeringen het inkomen van die groep hebben beïnvloed.

Telkens blijkt dat de regeringen herverdeelden. In tijden van besparingen werd een lagere inspanning van de arme gezinnen gevraagd. In tijden van belastingverlagingen profiteerden ze er net meest van. De resultaten gaan daarmee in tegen het beeld dat Didier Reynders (MR) als minister van Financiën vooral de rijken nog rijker probeerde te maken.

©Mediafin

Decoster onderzocht ook of de belastinghervormingen de Belgen sterker prikkelden om te werken. Die resultaten zijn ontgoochelend: de ‘werkprikkels’ zijn niet verbeterd. Uiteraard spelen er veel dingen mee in de zoektocht naar een job -zoals de opleiding van mensen en het aanbod van jobs - maar ook de financiële prikkel is een deel van dat verhaal. Het enige dat echt gewerkt heeft, is de werkbonus die de eerste regering-Verhofstadt bij haar aantreden invoerde.

Toch is er een belangrijke kanttekening te maken. Decoster merkt op dat de lonen in de voorbije 20 jaar een heel andere evolutie kenden dan de uitkeringen. In het tijdperk-Dehaene stegen door de inflatie de lonen veel sterker, waardoor de uitkeringen erodeerden. Zeker in die periode maakte het een verschil of men een laag inkomen uit arbeid haalde, dan wel bijvoorbeeld van een werkloosheidsuitkering leefde. In het eerste geval steeg iemands inkomen vrij goed mee met de rest van de economie, in het tweede geval niet. Door de regeringen-Verhofstadt werd die evolutie gecorrigeerd door de uitkeringen ‘welvaartsvast’ te maken en te koppelen aan de inflatie én de groei. Maar dat was dan weer nefast voor de werkprikkel.

Dat een regering de kloof tussen arm en rijk probeert te dichten, wil overigens niet zeggen dat dat ook lukt. Volgens onderzoek van de OESO bleef de ongelijkheid in België gelijk, terwijl ze elders groeide. Maar dat verschil kan ook liggen aan de economische dynamiek of een andere bevolkingssamenstelling.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud