analyse

Belgische economie overleeft op politiek kerkhof

'Als we de Belgische woningen voldoende willen isoleren, kost dat zowat 200 miljard euro. Wie zal dat betalen? De overheid of de gezinnen?', vraagt de Nationale Bank zich af.

De Belgische economie heeft een vrij goed jaar achter de rug, hoewel ons land al meer dan een jaar worstelt met een politieke impasse. Maar steeds meer knipperlichten staan op oranje, waarschuwt de Nationale Bank in haar jaarverslag.

België heeft al 14 maanden geen volwaardige federale regering, maar de negatieve gevolgen voor de Belgische economie lijken voorlopig beperkt. De economische groei is hoger dan het Europese gemiddelde en de koopkracht en werkgelegenheid stijgen fors. Daardoor is er weinig druk op politici om snel een regering te vormen.

De Nationale Bank beklemtoont dat ons land moet ingrijpen om een ontsporing van de economie te voorkomen. Het begrotingstekort groeit snel en de klimaatverandering vormt een enorme uitdaging. Wat is de stand van het land? 

Groei houdt stand

De Belgische economie was het voorbije jaar veel veerkrachtiger dan andere Europese economieën. De groei in ons land daalde slechts heel lichtjes, van 1,5 procent in 2018 naar 1,4 procent in 2019. In de eurozone zakte de groei van 1,9 naar 1,2 procent.

'De groei bleef ongeveer stabiel omdat de industrie maar 14 procent van de economische activiteit vertegenwoordigt, tegenover 23 procent in Duitsland', zei gouverneur Pierre Wunsch bij de voorstelling van het jaarverslag. De industrie is veel conjunctuurgevoeliger dan de dienstensector en had daardoor het meest last van de wereldwijde groeivertraging.

Wunsch merkte op dat België wel een grote farmaceutische en chemische industrie heeft, maar die sectoren zijn minder conjunctuurgevoelig dan de autosector. Voorts produceren de Belgische autofabrieken van Audi en Volvo elektrische wagens. De vraag naar elektrische auto's stijgt, terwijl de verkoop van Duitse dieselwagens klappen krijgt.

Ook het relatief soepele begrotingsbeleid ondersteunde de economische groei. De overheid nam geen maatregelen om het begrotingstekort te beperken, omdat er verkiezingen plaatsvonden en er geen volwaardige federale regering was.   

De relatief hoge economische groei is wellicht niet houdbaar. De ervaring leert dat de Belgische groei doorgaans hoger is dan gemiddeld als de Europese economie slabakt en lager dan gemiddeld als de Europese economie sterk groeit. De groei in België is relatief stabiel omdat de hoge overheidsuitgaven de schommelingen van de conjunctuur afvlakken. 

Veel extra banen

De gouden medaille is opnieuw voor de arbeidsmarkt.
Pierre Wunsch
Gouverneur van de Nationale Bank

Het aantal jobs groeide in 2019 met 74.000 of 1,5 procent. De stijging van de werkgelegenheid was dus groter dan de toename van de economische activiteit en dat is erg uitzonderlijk. 'De gouden medaille is opnieuw voor de arbeidsmarkt', zei Wunsch. 'Mijn buikgevoel zegt dat het beleid een positieve invloed had op de jobcreatie.' De gouverneur verwijst naar de matiging van de loonkosten, de verhoging van de effectieve pensioenleeftijd en de sterkere activering van werklozen. De werkloosheidsgraad zakte naar 5,4 procent, het laagste peil in zowat 40 jaar.

De enige belangrijke sector waar het aantal banen daalde, was de financiële sector. Daar zijn sinds de financiële crisis meer dan 20.000 arbeidsplaatsen verdwenen, vooral bij de banken.

Koopkracht stijgt meest in 18 jaar

De koopkracht van alle gezinnen samen steeg met 2,5 procent. Dat is de grootste toename sinds 2007. Maar omdat de bevolking groeit, is het beschikbaar inkomen per inwoner een betere maatstaf voor de welvaart. De koopkracht van de gemiddelde Belg groeide met 2,1 procent. Het is van 2001 geleden dat het beschikbaar inkomen per inwoner zo sterk groeide.

De extra koopkracht is te danken aan drie factoren: de werkgelegenheid groeide fors, de reële lonen stegen en de taxshift verminderde de personenbelasting. De sterke toename van het beschikbaar inkomen per inwoner betekent niet dat iedereen erop vooruitgaat, maar wel een groot deel van de bevolking.

Het hogere inkomen en de lage hypothecaire rente zetten veel gezinnen ertoe aan meer te investeren in vastgoed. De Belgen verhoogden de uitgaven voor nieuwbouw en renovatie met 5,9 procent, al blijven die uitgaven lager dan voor de financiële crisis van 2008. De investeringen in vastgoed kregen in het vierde kwartaal een extra duw in de rug omdat de nieuwe Vlaamse regering toen aankondigde dat ze de woonbonus begin 2020 zou afschaffen. 

Productiviteit groeit niet meer

Zonder stijging van de productiviteit is er geen duurzame economische groei.
Pierre Wunsch
Gouverneur van de Nationale Bank

De stijging van de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur is nagenoeg stilgevallen, onder meer omdat de technologische vooruitgang te weinig doorsijpelt naar alle ondernemingen. De productiviteit wordt ook gedrukt door de dalende kwaliteit van de infrastructuur, omdat de overheid onvoldoende investeert in autowegen en spoorwegen. 'Zonder stijging van de productiviteit is er geen duurzame economische groei en geen ruimte voor hogere reële lonen', zegt Wunsch.

Verontrustend is dat de productiviteit in de eurozone en de VS wel blijft stijgen. Daardoor krimpt onze voorsprong en dreigt een verslechtering van de concurrentiekracht. De loonkosten per uur zijn hoger dan die in de buurlanden en die handicap wordt maar gedeeltelijk gecompenseerd door de hogere productiviteit.

Begrotingstekort stijgt fors

Het begrotingstekort steeg met 1 procentpunt naar 1,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De ontvangsten vielen sterk terug omdat de vennootschapsbelasting minder opbracht en de taxshift de opbrengst van de personenbelasting drukte. Bovendien stegen de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg. Het structureel begrotingstekort, dat geen rekening houdt met eenmalige maatregelen en de invloed van de conjunctuur, groeide tot 2,4 procent van het bbp. Er is ook een beetje goed nieuws, want de overheidsschuld daalde voor het eerst sinds 2008 onder 100 procent van het bbp. 

Maar de vooruitzichten zijn verontrustend. 'De beleidsruimte die is gecreëerd door de lage rente is al opgebruikt', waarschuwde Wunsch. 'Bij ongewijzigd beleid stijgt het tekort over enkele jaren naar 3 procent van het bbp en zal de schuldgraad niet meer dalen. We moeten ons voorbereiden op slecht nieuws in de toekomst, want vroeg of laat zal de rente stijgen en komt er een nieuwe recessie. We moeten tegen dan beleidsruimte creëren.' 

Factuur klimaatneutraliteit enorm hoog

De overgang naar een klimaatneutrale economie tegen 2050 is een enorme uitdaging, beklemtoonde Wunsch. 'Dat betekent dat we dan geen steenkool meer mogen gebruiken en bijna geen olie en aardgas. Het gevolg is dat de prijs van die grondstoffen fors moet stijgen en over 30 jaar bijna oneindig hoog moet zijn. Dat is een soort nieuwe olieschok.'

Als we de woningen voldoende willen isoleren kost dat 200 miljard euro.
Pierre Wunsch
Gouverneur van de Nationale Bank

Een belangrijke vraag is wie de kosten van de overgang naar een klimaatneutrale economie zal betalen. 'De isolatie van een woning kost 40.000 tot 60.000 euro', zegt Wunsch. 'Als we de Belgische woningen voldoende willen isoleren, kost dat zowat 200 miljard euro. Wie zal dat betalen? De overheid of de gezinnen? Er zijn gezinnen die niet voldoende middelen hebben.' 

Groeiende kloof Vlaanderen-Wallonië

Vlaanderen boekt sinds 2010 bijna elk jaar een hogere economische groei dan Wallonië en Brussel. 'De kloof blijft groeien', signaleerde Wunsch. 'De regionale verschillen zijn niet groter dan die in Frankrijk of Italië, maar we zouden toch graag een begin van convergentie zien.' Het beschikbaar inkomen van de gemiddelde Vlaming is 17 procent hoger dan het inkomen van de doorsnee-Waal en 16 procent hoger dan het inkomen van de gemiddelde Brusselaar.

Een inhaalbeweging van de Waalse en Brusselse economieën zou ook voor Vlaanderen positief zijn, omdat de twee regio's onze grootste exportmarkten zijn. Als Vlaamse ondernemingen goederen en diensten verkopen in andere regio's of landen gaat gemiddeld 15 procent van die export naar Brussel en 14 procent naar Wallonië. Slechts 10 procent gaat naar Duitsland en telkens 9 procent naar Nederland en Frankrijk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud