'Belgische overheidsschuld nadert gevarenzone'

©ANP XTRA

Een stijging van de overheidsschuld boven 120 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zou onveilig zijn. Dat zeggen drie economen in het tijdschrift van de Nationale Bank.

De coronacrisis doet in België en veel andere landen de overheidsschuld fors stijgen. Dat doet de vraag rijzen of de toenemende schuldgraad gevaarlijk is. Sommige economen maken zich zorgen over de hoge schuldgraad. Anderen zien geen probleem, vooral omdat de rente zeer laag is.

©Mediafin

De economen Xavier Debrun, Mariusz Jarmuzek en Anna Shabunina publiceren in het economisch tijdschrift van de Nationale Bank een artikel over de veilige bovengrens voor de overheidsschuld van landen. Zij definiëren die veilige bovengrens als 'de hoogste schuldratio die de overheid enkel via het begrotingsbeleid vermoedelijk kan stabiliseren of verlagen bij aanhoudend ongunstige omstandigheden'.

Een schuld die hoger is dan de veilige bovengrens betekent dat er een kans is van meer dan 5 of 10 procent dat de overheid de controle over de schulddynamiek verliest als negatieve economische schokken of uitzonderlijke gebeurtenissen zoals de financiële crisis of coronacrisis optreden. België werd de jongste decennia nooit geconfronteerd met een echte schuldencrisis, ook niet toen de schuldgraad in 1993 een piek van ruim 135 procent bereikte.

Hoe volatieler de rente en groei, hoe lager de veilige bovengrens van de schuld.

De veilige bovengrens van de overheidsschuld is afhankelijk van meerdere factoren. Hoe groter de volatiliteit van de rente en de economische groei, hoe lager die grens. Ook relevant is het vermogen van de overheid een primair saldo (begrotingssaldo zonder rentelasten) te realiseren dat voldoende groot is om de schuld in de meeste omstandigheden te stabiliseren en te verlagen.

Financiële crisis

Voorts speelt de grootte van de banksector een rol. De financiële crisis heeft aangetoond dat banken redden erg duur kan uitvallen voor de overheid. Hoe groter de activa van de banksector, hoe kwetsbaarder de overheidsfinanciën en hoe lager de veilige bovengrens van de schuld.

De Japanse schuld van 250 procent van het bbp lijkt geen problemen op te leveren.

De veilige bovengrens verschilt dus van land tot land. Japan lijkt zonder problemen te functioneren, hoewel zijn overheidsschuld ongeveer 250 procent van het bbp bedraagt.

In België bedraagt de veilige bovengrens van de overheidsschuld 120 procent van het bbp, zeggen de economen. Volgens de jongste cijfers, die betrekking hebben op de toestand eind maart, bedraagt de overheidsschuld van ons land 104,4 procent van het bbp. Maar de schuldgraad stijgt eind dit jaar naar 117 procent van het bbp, berekende De Tijd op basis van de jongste vooruitzichten van het Federaal Planbureau.

België is middenmoter

De Belgische overheidsschuld flirt binnenkort dus met de veilige bovengrens. Een verdere escalatie van de coronacrisis of een verslechtering van de economische vooruitzichten kunnen de schuld boven die drempel doen stijgen.

De grote banksector vormt een risico voor de Belgische overheidsfinanciën.

Met een veilige bovengrens van 120 procent van het bbp voor de overheidsschuld is België een middenmoter. Ons land heeft zowel sterke als zwakke punten. Enerzijds verhogen de relatief stabiele economische en financiële omstandigheden en het doorgaans stabiliserende begrotingsbeleid de bovengrens. Anderzijds verlaagt het risico van de relatief grote banksector die grens.

Denemarken en de VS hebben met 150 tot 160 procent van het bbp een hoge veilige bovengrens voor de overheidsschuld. Hun schuld is nu veel lager. In Portugal daarentegen bedraagt de veilige bovengrens slechts 80 procent van het bbp. De huidige schuldgraad van dat land is 120 procent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud