Consumentenvertrouwen op hoogste niveau in 20 jaar

Belgische gezinnen schatten hun financiële situatie de komende maanden wat beter in. ©ANP

Het consumentenvertrouwen in België is in juni gestegen naar het hoogste niveau in 20 jaar. Dat blijkt maandag uit de maandelijkse enquête van de Nationale Bank.

De Belgische gezinnen werden in juni optimistischer over de economische situatie de komende twaalf maanden en hun bezorgdheid over een stijging van de werkloosheid nam verder af. Ze schatten ook hun eigen financiële situatie de komende maanden wat beter in, terwijl hun spaarintenties nagenoeg dezelfde zijn gebleven. 

De algemene indicator van het consumentenvertrouwen kwam in juni uit op +8. Dat is het hoogste niveau sinds maart 2001, aldus de Nationale Bank. In april stond de indicator nog op -6, in mei schoot het consumentenvertrouwen met tien punten omhoog. Dat was een van de sterkste stijgingen ooit.

Intussen kwamen er nog meer positieve economische signalen. Zo verwacht de Nationale Bank dat de Belgische economie tegen eind dit jaar al opnieuw op het niveau van voor de coronacrisis zal zitten, ruim een half jaar vroeger dan verwacht.

Die andere indicator, die van het ondernemersvertrouwen, was in mei al gestegen naar het hoogste peil sinds midden 2007.

Belgische koopkracht 17% boven Europees gemiddelde

In 10 van de 27 Europese lidstaten lag de koopkracht vorig jaar hoger dan het Europees gemiddelde, waaronder in België. Dat blijkt uit cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat. In 2019 lag de Belgische koopkracht ook al 17 procent boven het Europees gemiddelde.

Koploper is opnieuw Luxemburg, waar de koopkracht maar liefst 166 procent hoger is dan het Europees gemiddeld. Dat cijfer wordt wel mee veroorzaakt door de vele grensarbeiders in het Groothertogdom: die dragen bij tot het bbp, maar worden niet meegeteld als inwoners, waardoor het gemiddelde bbp per inwoner kunstmatig hoog komt te liggen.

Ierland en Denemarken vervolledigen de top drie, met een koopkracht van respectievelijk 111 en 36 procent boven het Europees gemiddelde. Daarna volgen Nederland, Oostenrijk, Zweden en Duitsland, met telkens tussen de 33 en 21 procent meer koopkracht dan gemiddeld in de EU.

Onderaan het Europese rijtje bengelen Kroatië, Griekenland en Bulgarije. Daar komt de koopkracht respectievelijk maar op 64 procent - voor Kroatië en Griekenland - en 55 procent van het Europees gemiddelde. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud