De economie die beleidsmakers op eigen risico negeren

Het vluchtelingenkamp Zaatari is een onvermoed start-upwalhalla. ©BELGAIMAGE

Een reis langs ‘extreme economieën’ zoals een vluchtelingenkamp, het weggekwijnde Glasgow of het plantrekkende Kinshasa toont het cruciale belang van informele handel en sociale netwerken. Beleidsmakers negeren dat belang op eigen risico, waarschuwt auteur Richard Davies.

De veerkracht van mensen en hun drang om handel te drijven komt nergens beter tot uiting dan in ’s werelds grootste vluchtelingenkamp, Zaatari. In dat Jordaanse kamp schuilen tot 200.000 Syrische vluchtelingen voor de burgeroorlog in hun land. Het kamp is tegelijk een onvermoed start-upwalhalla, met ruim 3.000 winkeltjes, kappers en eetzaken die vluchtelingen op hun wenken bedienen en zo de schijn van een normaal leven intact houden.

Dat bloeiende ecosysteem kwam er in weerwil van de internationale hulporganisatie die het kamp runt, met twee officiële supermarkten die producten verkopen die niemand wil. Voor die producten moet bovendien betaald worden met elektronische kaarten waarop donorgeld staat, wat van Zaatari een cashloze economie zou maken.

De ondernemende vluchtelingen zien dat anders. Ze kopen verfoeide poedermelk in de supermarkt, verkopen die met een kleine korting aan een smokkelaar, die de melk daarop buiten het kamp verkoopt voor cash. Ongewenste melk wordt zo omgezet in broodnodige cash waarmee binnengesmokkelde shampoo, de laatste kledingmode en ander gewilde producten gekocht kunnen worden.

Zelfrespect

De inventieve, informele chaos waarmee de vluchtelingen de artificiële kampeconomie omzeilen, wilden hulporganisaties tegen elke prijs vermijden in het nieuwere kamp Azraq, dat strikt gereguleerd is. Maar wat een voorbeeldkamp heet te zijn met betere gebouwen en een betrouwbare stroomvoorziening, beschouwen de vluchtelingen als een verstikkend strafkamp. Er is geen mogelijkheid om als zelfstandige handelaar zinvol werk te doen en zelfrespect te winnen. Een bloeiende markt gaat dan ook om meer dan vraag en aanbod matchen: ze beantwoordt aan diepere menselijke behoeften.

‘Als mensen na een extreme gebeurtenis niets meer overhebben, zie je de drang om te handelen en markten te creëren heel snel weer opduiken. Het is iets fundamenteel menselijks’, vertelt Richard Davies, die voor zijn boek ‘Extreme Economies’ onder meer Zaatari en Azraq bezocht. Davies, ex-journalist van The Economist en vandaag verbonden aan de London School of Economics, reisde naar negen extreme economieën - van een Amerikaanse gevangenis tot de meest vergrijsde Japanse stad - om er lessen te leren voor onze mainstreameconomie.

Als mensen na een extreme gebeurtenis niets meer overhebben, zie je de drang om te handelen en markten te creëren heel snel weer opduiken.
Richard Davies
Auteur ‘Extreme Economies’

Een van die lessen is toepasbaar op de huidige economie, die met de coronapandemie haar eigen extreme gebeurtenis ondergaat. Ze gaat over het cruciale belang van ‘sociaal kapitaal’ - normen, tradities, wederzijds vertrouwen, mensen die samen lokale problemen bespreken én oplossen - dat een niet-gemeten en onderschatte sokkel van de informele, verborgen economie vormt. Dat weefsel wordt nu bedreigd. ‘Het coronavirus maakt het moeilijker om als mensen samen te komen, te praten en lokale markten te vormen. Als er geen vaccin komt, verwacht ik langdurige effecten’, waarschuwt Davies in een gesprek.

Gesofisticeerd

Effecten die onderschat worden, want een van de belangrijkste lessen in Davies’ boek is hoe de informele economie niet gemeten en dus genegeerd wordt door economen en beleidsmakers. En dat terwijl het om innovatieve en uiterst gesofisticeerde handelssystemen gaat die gefaalde steden als Kinshasa onderstutten. ‘Ik was verrast te zien hoe belangrijk én gesofisticeerd de informele, kleinschalige economie is, ook als een bron van veerkracht. De bloeiende handel in Zaatari leert dat mensen in extreme omstandigheden ook maar normale mensen willen zijn. Ze willen de nieuwste mode volgen, die wordt voorzien door ondernemers die zichzelf heruitvinden.’

Hoewel het bezoek aan beide vluchtelingenkampen het verschil tussen een vrijemarkteconomie (Zaatari) en een gecentraliseerde planeconomie (Azraq) op scherp stelt, maakt Davies graag duidelijk dat de markt zeker niet zaligmakend is. Soms levert de markt slechte resultaten op, zoals in de Panamese Darien Gap, waar de bevolking de bijzondere natuur boom na boom wegkapt als inkomstenbron omdat iedereen er uitsluitend aan zichzelf denkt. Maar vaak is de informele economie iets om te koesteren, ‘iets wat spontaan ontstaat en waarbij je moet oppassen dat je het niet onbedoeld kapotmaakt’, zegt Davies.

Tragisch voorbeeld

Glasgow, ooit het wereldcentrum van de scheepsbouw en een stad die in haar hoogdagen rivaliseerde met Londen, biedt een tragisch voorbeeld van de fragiliteit van een stadseconomie. Geen enkele andere stad kende zo’n spectaculaire neergang in de 20ste eeuw, schrijft Davies.

De drie elkaar versterkende factoren die Glasgow tot een imposante scheepswerf maakten - een getraind arbeidsreservoir, een kruisbestuiving van technologie en een ecosysteem van allerhande leveranciers - versterkten omgekeerd ook de neergang toen de concurrentie van nieuwere scheepswerven in Japan en Duitsland te sterk werd. De tragiek schuilt erin dat niemand zich verantwoordelijk voelt voor die positieve factoren, waar iedereen van profiteert en die schijnbaar zomaar in de lucht hangen - ‘externaliteiten’ in jargon. Totdat ze razendsnel beginnen te verdampen bij elke werf die de boeken dichtdoet.

Tenements

Hetzelfde gebeurde met het sociaal kapitaal dat vervat zat in de ‘tenement’- woningen van Glasgow, dichtbevolkte arbeiderswoningen met meerdere verdiepingen waar iedereen bij elkaar binnenliep en collectieve regelingen ontstonden voor hulpfinanciering of het elkaar bijstaan bij geboortes. De tenements deden tegelijk dienst als informeel arbeidsbureau, waarbij buren van elkaar vernamen op welke werf werk was.

Overheden en centraal bankiers kijken enkel naar wat ze meten. Zo riskeer je het kostbare sociale kapitaal te vertrappelen waarop informele economieën draaien.
Richard Davies

Toen de overheid besloot de huizen tegen de vlakte te gooien en te vervangen door modernere hoogbouw, verdwenen ook de sociale netwerken die een onzichtbaar fundament vormden voor de lokale economie. ‘Overheden en centraal bankiers kijken enkel naar wat ze meten’, zegt Davies. ‘Ze gaan niet praten met de mensen in zulke gemeenschappen. Zo riskeer je het kostbare sociale kapitaal te vertrappelen waarop informele economieën draaien.’

Vitaliteit

In Kinshasa, met zijn gigantische werkloosheid, extreme armoede en ongebreidelde corruptie, is dat een kwestie van overleven. De vitaliteit van de stad is ‘onvergetelijk’, zegt Davies, met iedereen die op zijn manier de touwtjes aan elkaar probeert te knopen. ‘Trek je plan’ is het motto, want de parasitaire staat zal je niet helpen. De informele economie is hier opgestaan als antwoord op de tegenwerkende staat, die diep gewantrouwd wordt. Een wantrouwen dat Davies terugvoert naar de kleptocratische dictator Mobutu en de gruwelijke hebzucht van koning Leopold II.

Vandaag is Kinshasa een grote piratenmarkt waar miljoenen informele handelaars een kat-en-muisspel spelen met de politie. Waar ondernemende valutahandelaars in een dubbel muntsysteem voorzien - dollar en hyperinflatoire frank - zodat iedereen kan sparen in dollars en consumeren in frank. Waar universiteitsdocenten bijklussen als chauffeur of vertaler als hun loon weer eens niet betaald wordt en zo in hun eigen vangnet voorzien. En waar burgers de publieke sector uit noodzaak informeel privatiseren, zoals wanneer ze samenleggen om onderbetaalde leraars extra loon te geven en zo het onderwijs intact te houden.

Zulke extra uitgaven voor overheidsdiensten vergroten de aversie voor het betalen van belastingen aan corrupte ambtenaars, wat een vicieuze cirkel creëert waarin de staat te weinig inkomsten heeft om in infrastructuur en diensten te voorzien en om het vertrouwen van zijn burgers te herwinnen. Intussen weerhoudt de lamlendige infrastructuur Kinshasa ervan zijn enorme potentieel te realiseren. Dat toont de limieten van de informele economie, die ondanks al haar plantrekkerij moeilijk kan zonder een goed werkende overheid.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud