in memoriam

Fons Verplaetse, de man die Belgische economie weer op de sporen zette

Fons Verplaetse is donderdagavond op 90-jarige leeftijd overleden na een korte ziekte en de gevolgen van Covid-19. Als kabinetschef van premier Wilfried Martens en nadien als gouverneur van de Nationale Bank was Verplaetse dé architect van het herstelbeleid dat de Belgische economie uit het moeras trok waarin die in de jaren 70 en 80 was terechtgekomen.

Fons Verplaetse mag zonder overdrijving de architect worden genoemd van het macro-economische herstelbeleid dat de Belgische economie, zwaar beschadigd door de oliecrisis van de jaren 70, weer op de sporen zette en maakte dat België in 1999 voldeed aan de voorwaarden om toe te treden tot de Europese monetaire unie. Als medewerker op de studiedienst van de Nationale Bank en later als kabinetsmedewerker van premier Wilfried Martens (CD&V) bereidde hij mee de devaluatie van de Belgische frank in 1982 voor, die het concurrentievermogen van de Belgische economie opkrikte, en werkte hij begeleidende herstelmaatregelen uit.

Als gouverneur van de Nationale Bank later maakte hij van de frank een sterke munt, door die te koppelen aan de Duitse mark. Het was een manier om de Belgische politici aan te zetten tot een grotere begrotingsdiscipline - Europa keek toen nog niet zo nauwlettend toe op de overheidsfinanciën in de lidstaten - en tot een grotere zorg voor het vrijwaren van het concurrentievermogen van de Belgische bedrijven.

Pientere econoom

Verplaetse kon complexe economische mechanismen op een begrijpelijke manier uitleggen, al was zijn sappige dialecttaalje niet altijd even verstaanbaar.

Verplaetse was een vertrouwenspersoon van de christelijke werknemersbeweging. Daardoor kon hij de christelijke vakbond overtuigen mee te stappen op dat pad. Hij was een pientere econoom, die complexe economische mechanismen op een begrijpelijke manier kon uitleggen, al was zijn sappige dialecttaalje - hij was afkomstig uit het Oost-Vlaamse Zulte, op de grens met West-Vlaanderen - niet altijd even verstaanbaar.

Verplaetse, stafmedewerker op de studiedienst van de Nationale Bank, werd eind 1980 actief in een werkgroep opgericht door enkele tenoren uit de christendemocratische partij en werknemersbeweging om een sociaal aanvaardbaar herstelplan uit te werken voor de Belgische economie. Die was door de oliecrisis danig ontwricht: de inflatie galoppeerde, de werkloosheid was hoog, de overheidsbegroting zat zwaar in het rood, de staatsschuld zwol onrustwekkend aan en Belgische bedrijven kampten met een zwak concurrentievermogen op de internationale markten. Zo leerde CD&V-kopstuk Wilfried Martens Verplaetse kennen. Toen Martens in december 1981 opnieuw premier werd, benoemde hij hem tot adjunct-kabinetschef.

Fons Verplaetse (rechts) was kabinetschef van Wilfried Martens voor hij in 1988 overstapte naar de Nationale Bank ©Isopix/LANNOO

Poupehan

Verplaetse inviteerde in zijn buitenverblijf in Poupehan herhaaldelijk Wilfried Martens, ACV-voorzitter Jef Houthuys en Hubert Detremmerie, voorzitter van de bank BAC, om besparingsmaatregelen voor te bereiden.

Verplaetse begon op het kabinet meteen met de voorbereiding van de devaluatie, hoewel hij wist dat de Nationale Bank zich fel verzette tegen een dergelijke ingreep. In februari 1982 werd de Belgische frank met 8,5 procent gedevalueerd, om de Belgische economie opnieuw concurrerend te maken. Daarna werden de ontspoorde overheidsfinanciën aangepakt. Verplaetse inviteerde in zijn buitenverblijf in Poupehan herhaaldelijk Martens, ACV-voorzitter Jef Houthuys en Hubert Detremmerie, toenmalig voorzitter van de BAC, de bank van de christelijke arbeidersbeweging, om besparingsmaatregelen voor te bereiden. Verplaetse bleef de volgende zes jaar economische kabinetschef van premier Martens, in verschillende regeringen.

Er zijn geen grenzen aan de schaalvoordelen in de financiële sector, argumenteerde Verplaetse, die pleitte voor bankenfusies. De geschiedenis bewees in 2008 zijn ongelijk op dit punt.

In 1988 werd hij benoemd tot directeur van de Nationale Bank. Enkele maanden later werd hij al vicegouverneur. Als nummer twee van de Nationale Bank leidde Verplaetse een werkgroep die een plan opstelde voor de herstructurering van de openbare kredietinstellingen, zoals het Gemeentekrediet - de huidige Belfius Bank - en de ASLK - die later in handen kwam van Fortis en samengevoegd werd met de Generale Bank tot Fortis Bank. De voorstellen werden nooit uitgevoerd, maar sindsdien herhaalde Verplaetse geregeld dat er te veel banken waren in België, niet alleen overheidsbanken maar ook privébanken. Hij was ook een groot pleitbezorger om de Belgische commerciële banken Generale Bank en BBL (nu ING België) te fuseren tot een grote speler. Ook dat project mislukte. ‘Er zijn geen grenzen aan de schaalvoordelen in de financiële sector’, argumenteerde hij. De geschiedenis bewees in 2008 zijn ongelijk op dit punt.

België en de euro

In juli 1989 werd Verplaetse gouverneur van de Nationale Bank. Samen met minister van Financiën Philippe Maystadt (CdH), met wie hij een goede tandem vormde, pleitte hij de volgende jaren voor een ingrijpende hervorming van het financieel landschap. In 1990 overtuigde hij de regering om de Belgische frank te koppelen aan de Duitse mark, om de Belgische munt stabieler en sterker te maken. Die muntkoppeling betekende de facto het einde van de monetaire soevereiniteit van België.

Vanaf 1993 spande hij zich mee in om België klaar te stomen voor deelname aan de Europese monetaire unie en de euro, die in 1999 van start zou gaan. Daarvoor moest België eerst zijn inflatie bedwingen en de overheidsfinanciën verder gezond maken. Verplaetse hielp daarbij een handje: de Nationale Bank verkocht zowat 1.000 ton van haar goudreserves en schonk de meerwaarde van bijna 750 miljoen euro aan de staat om buitenlandse schulden af te betalen.

In januari 2017 sprak De Tijd met Fons Verplaetse voor de reeks 'Terug naar Poupehan'.

Het optreden van Verplaetse als gouverneur was af en toe omstreden. In 1994 stelde hij voor om de parlementsverkiezingen van 1995 met enkele weken te vervroegen om te vermijden dat een weinig ernstige begroting 1996 werd opgesteld. Hij wilde op die manier de kansen voor toetreding tot de Europese muntunie maximaliseren. Premier Jean-Luc Dehaene reageerde prompt en zei dat de Nationale Bank zich niet met de politiek moest bemoeien.

Kritiek

Met kritiek had Verplaetse het lastig. Als een enthousiaste bankeconoom het waagde de stellingen van Verplaetse in twijfel in te trekken, maande hij de top van de bank aan zijn medewerker tot de orde te roepen.

In 1999 - Verplaetse was toen 69 - kwam er een einde aan zijn mandaat als gouverneur van de Nationale Bank. Helemaal afzwaaien deed hij nog niet. Hij kreeg een kantoortje in een bijgebouw van de bank, hij bleef de macro-economische statistieken analyseren en was altijd bereid om als oude wijze man de gang van zaken in de Belgische economie te becommentariëren en zijn adviezen te geven, voor wie er nog geïnteresseerd in was. Dat waren er steeds minder. Verplaetse was uiteindelijk een man van vorige eeuw.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud