OESO vreest voor pensioen op 73 jaar

(foto hollandse hoogte) ©Hilz, Peter/Hollandse Hoogte

De regering Di Rupo heeft flink wat werk op de plank om onze pensioenen betaalbaar te houden of om onze energiefactuur te drukken. Dat is het oordeel van de Parijse denktank OESO.

In een rapport van 34 pagina’s somt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een rist aanbevelingen op voor ons land. Niet geheel verrassend komt de vergrijzingsfactuur daarin als een van de grootste Belgische pijnpunten naar boven. Maandag nog waarschuwde ratingagentschap Fitch dat onze rating in de toekomst op het spel staat als België geen dam optrekt tegen de vergrijzingstsunami.

Het was het weekblad Trends dat het rapport aan het licht bracht op zijn website. Volgens het weekblad zal de OESO het rapport voorleggen aan Belgische beleidsverantwoordelijken. Die gesprekken moeten uitmonden in het finale OESO-rapport later dit jaar.

Sommige aanbevelingen die de OESO doet, zijn niet mals. Zo maant de denktank ons land aan om de effectieve pensioenleeftijd drastisch op te trekken als België zijn financiële huishouden op orde wil houden. De OESO spreekt van een verhoging met bijna 7 jaar tot 66 jaar. Een greep:

1. Verhoog pensioenleeftijd

Door de snel verouderende bevolking zal de vergrijzing hard toeslaan. De OESO schat dat het prijskaartje voor de pensioenen en de gezondheidszorg tegen 2060 met 9,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zal stijgen. Enkel in Zweden en Noorwegen valt de factuur nog hoger uit. Een ­remedie die de OESO voorschrijft, is het optrekken van de werkelijke pensioenleeftijd. Behalve in Luxemburg en Frankrijk verlaten mannen nergens zo snel de arbeidsmarkt als hier. In het licht van het bestaande systeem voor vervroegd pen­sioen, zou de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar naar 73,5 jaar moeten. Een andere bittere pil die de denktank voorschrijft, is het verhogen van de minimumleeftijd voor vervroegd pensioen. De recente verhoging van 60 naar 62 jaar zal niet volstaan.

2. Verlaag energiekosten

In vergelijking met andere landen betaalt de Belg relatief veel voor zijn energie. De OESO wijt dit onder meer aan de dominantie van een speler, zonder Electrabel bij naam te noemen. Pogingen om de energieprijzen te bevriezen lossen dit ‘structureel probleem’ niet op. Een andere kwestie die de OESO aankaart is de koppeling van de prijzen voor gas- en elektriciteit aan de olieprijs. Daardoor weerspiegelen de prijzen niet altijd de productiekost. En laat elke plotse klim van de olieprijs zich ook sneller voelen in onze portefeuille.

3. Schrap loonindexering

De automatische loonindexering stelde de koopkracht van de Belgen veilig. Maar het mechanisme heeft een prijs. Bij de minste inflatieopstoot, bijvoorbeeld door een opflakkering van de olieprijs, stijgen de lonen. Bedrijven rekenen die hogere lonen door in hun prijzen, wat de inflatie verder aanzwengelt: de beruchte loon-prijsspiraal. Op die manier tast het indexmechanisme sluipend de werkgelegenheid aan. In België stegen de loonkosten per uur sinds 1996 4,5 procent sneller dan in onze buurlanden, merkt de OESO op. Tegelijkertijd stegen de arbeidskosten per eenheid meer dan een tiende sneller in vergelijking met de grootste handelspartners. Dat holde op zijn beurt de Belgische concurrentiekracht uit. De OESO stelt voor de lonen synchroon te laten bewegen met de stijging van de productiviteit. De Parijse denktank staat niet alleen: gisteren koppelde ook het rating­bureau Fitch een positieve boodschap - de outlook voor onze kredietscore is niet langer negatief - aan een waarschuwing over de Belgische concurrentiekracht.

4. Activeer werklozen

Werklozen moeten meer prikkels krijgen om aan de slag te gaan, vindt de OESO. Vandaag worden werklozen Belgen pas na 12 maanden aangespoord om werk te zoeken. Dat kan beter al na 6 maanden, wijst onderzoek uit volgens de organisatie. De arbeidsmarkt hield dan wel relatief goed stand, de structurele werkloosheid blijft hoog, terwijl jongeren en ouderen veel te weinig aan de slag zijn. De OESO vindt ook dat het belastingsregime arbeid zoveel mogelijk moet ontzien.

5. Laat regio’s besparen

Niet alleen het federale niveau, ook de regionale overheden moeten de tering naar de nering zetten. Tegelijk moeten ze in de ogen van de denktank ook meer verantwoordelijk zijn voor hun eigen inkomsten.

6. Trek Dexia-schuldeisers in bad

In plaats van kapitaalronde na kapitaalronde zou de overheid beter een ‘haircut’ opdringen aan niet-gegarandeerde schuldeisers van de bad bank. Dat jaagt de belastingbetaler niet verder op kosten, en maakt de Dexia-strop rond de hals van de overheid wat losser, oordeelt de OESO.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud