analyse

Spaargeld mobiliseren botst op obstakels

Werken aan de Oosterweel-verbinding: in Belgiê investeert de overheid weinig in infrastructuur. ©BELGA

Het spaargeld mobiliseren voor investeringen of als risicokapitaal voor bedrijven botst op diepgewortelde spaargewoonten, risicoafkerigheid en fiscale hordes.

‘Richt een herstelfonds op om overheidsinvesteringen te financieren. En geef de beleggers een belastingvoordeel om daarin te investeren. Het is een manier om de economische groei aan te zwengelen.’ Die oproep deed Bart De Smet, de voorzitter van de werkgeversorganisatie VBO en CEO van Ageas, woensdag in deze krant.

De investeringsnoden zijn inderdaad groot. En een versnelling van de investeringen kan de economische groei een impuls geven en de productiviteit opkrikken. De Belgen hebben 283 miljard euro spaargeld op de bank staan, door het coronasparen kom daar nog 20 miljard euro bij. Het levert hen nu haast geen rendement op. Boor die geldbron aan, en investeer ermee.

Dat pleidooi is niet nieuw. Denk aan het idee van de volksleningen dat de sp.a-politicus Johan Van de Lanotte geregeld promootte. De regering-Di Rupo had het ook op haar agenda staan, net als de regering-Michel nadien. Maar het is nooit van de grond gekomen.

Een volkslening is een valse oplossing. De staat leent geld bij de burgers om er investeringen mee te doen. Maar zo’n lening doet de overheidsschuld oplopen. En waarom zou de overheid zo’n lening aantrekkelijk maken voor de spaarders met een hoge coupon en fiscale gunsten, als ze spotgoedkoop geld kan ophalen op de internationale kapitaalmarkten?

Duurder

Een herstelfonds zoals De Smet voorstelt, kan buiten de overheidsschuld worden gehouden. Maar als de overheid er waarborgen en fiscale voordelen aan moet koppelen, blijft het een duurdere manier om investeringen te financieren dan als de overheid het geld ervoor leent op de kapitaalmarkt.

Voor overheidsinvesteringen is België al vele jaren een van de slechtste leerlingen van de Europese klas. Dat heeft niet zozeer met een gebrek aan financiële middelen te maken, wel met politieke keuzes. Jaarlijks roomt de overheid in ons land zowat de helft af van wat burgers en bedrijven verdienen en eigent ze zich zo 200 miljard euro toe. Slechts een miniem deel, 2,5 miljard, gebruikt ze om in infrastructuur te investeren. Andere uitgaven gaan voor.

Is een belastingvoordeel bovendien aangewezen om beleggingen in een herstelfonds aan te moedigen? Nog een belastingkoterij erbij? Een fiscale gunstmaatregel voor het ene spaar- en beleggingsproduct ter compensatie voor de gunstmaatregel voor het andere? Het zou beter zijn tabula rasa te maken met al die gunstregimes, om een gelijk speelveld te creëren.

Onder meer Luc Coene, de vroegere gouverneur van de Nationale Bank, pleitte daarvoor. Maar politici huiveren ervoor te raken aan het spaarboekje, omdat dat bij de bevolking erg gevoelig ligt.

De overheid heeft het sparen bij haar burgers altijd fel aangemoedigd. Tegelijk maakte ze andere, risicovollere beleggingen onaantrekkelijk.

De fiscale gunstregeling voor rente-inkomsten uit het spaarboekje verklaart mee waarom het spaarboekje bij de Belgen zo populair is. Sparen is in dit land altijd sterk aangemoedigd. Voor de vrijmaking van de kapitaalmarkten stuurde de overheid daar zelf op aan, omdat ze het bij banken gedeponeerde spaargeld nodig had om haar begrotingstekort en schuld te financieren.

Het enthousiaste spaargedrag van de Belgen heeft ook te maken met het anticiperen op hogere belastingen, die voortvloeien uit de opeenvolgende begrotingstekorten, en met de karige wettelijke pensioenen. Die laatste zetten burgers ertoe aan zelf te sparen voor de oude dag.

Tegelijk maakt de overheid andere, risicovollere beleggingen onaantrekkelijk via een hoge roerende voorheffing op dividenden, met initiatieven zoals de speculatietaks en effectentaks, en door geregeld het idee van een meerwaardebelasting op aandelen naar voren te schuiven.

Slechte ervaringen

Een aantal slechte ervaringen heeft de gemiddelde kleine spaarder en belegger wantrouwig gemaakt tegenover risicovollere beleggingen: de krach van de bankaandelen – zogenaamde goedehuisvaderaandelen – in 2008, het Arco-fiasco, en het debacle met het ARKimedes-fonds, opgezet door Vlaanderen in 2005 voor investeringen in kmo’s en start-ups. Een spaarboekje mag dan wel weinig opbrengen, er zit tenminste een depositobescherming aan vast.

De risicoappetijt van de Belgen aanscherpen en maken dat ze hun spaarcenten niet gewoon op de bank zetten, doe je niet in een-twee-drie

De verstorende fiscaliteit tussen de verschillende beleggingsvormen wegwerken kan een eerste stap zijn. Laat de markt spelen. Stoppen met het verdacht maken van risicokapitaal en ondernemerschap een tweede. Voort werken aan financiële educatie een derde. Duurzaam gezonde overheidsfinanciën en een kwaliteitsvol bestuur ten slotte zullen de overheid ook helpen makkelijker geld te vinden voor zinvolle investeringen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud