Advertentie
Advertentie

Uitgelegd | Waarom de Belgische inflatie verschilt van die in de rest van Europa

De steilste inflatieklim ooit jaagt de levensduurte overal in Europa de hoogte in. Schijnbaar oncontroleerbaar klom de Europese inflatie al naar 10 procent. De prijsstijgingen zitten in zowat elk hoekje van de economie. Een blik onder de motorkap van de nooit geziene inflatiespurt.

1. Hoe hoog is de inflatie in Europa?

De inflatie staat op een record sinds de invoering van de euro. Opnieuw. In september klom de inflatie in de eurozone, de verzameling van 19 EU-landen waar met de euro wordt betaald, voor het eerst naar 9,9 procent. Nog hoger dan wat werd verwacht, nog hoger dan het vorige recordpeil van afgelopen zomer.

Advertentie

Aan de basis van de hoogste inflatie sinds de jaren 70 ligt de cocktail van de aanzwengelende economie na de coronapandemie, de sputterende aanvoerketens en de almaar duurder wordende grondstoffen. De Russische inval in Oekraïne deed er sinds begin dit jaar nog een flinke schep bovenop: de energieprijzen ontploften als gevolg van de groeiende onzekerheid en het economische schaak- en sanctiespel tussen de EU en Rusland.

De hoop op een tijdelijke en controleerbare stijging ruimde snel de plaats voor de vrees van een niet te temmen monster. In een poging de controle terug te winnen, schakelen centraal bankiers intussen met de rente. Door die te verhogen proberen ze het investerings- en consumptieritme wat te temperen om de inflatie opnieuw naar beneden te halen.

2. Hoe verhoudt de Belgische inflatie zich tot de rest van Europa?

Het Europese statistiekbureau Eurostat schat het inflatiecijfer voor de eurozone op basis van een geharmoniseerde producten- en dienstenkorf: de Harmonised Index of Consumer Prices, kortweg HICP. Op basis van die Europese index is het mogelijk de lidstaten op een correcte manier met elkaar te vergelijken.

De geharmoniseerde index wijkt wel af van wat de Belgische overheid in onze consumptieprijsindex omvat. Daarom verschilt het nationale inflatiecijfer - 11,3 procent in september - van de 12,1 procent die Eurostat voor ons land naar voor schuift.

Advertentie

Met die 12,1 procent zit België in de kopgroep in de eurozone. Van de West-Europese landen steekt Nederland er met een inflatie van 17,1 procent ver bovenuit. Ook Duitsland worstelt met een historisch hoge inflatie van 10,9 procent. In Frankrijk is de inflatie een pak beter onder controle. De Fransen zien de inflatie zelfs teruglopen.

De twijfelachtige eer van Europees inflatiekampioen gaat naar Turkije. In een jaar tijd is het leven aan de Bosporus meer dan 80 procent duurder geworden, een gevolg van de ongewone monetaire politiek van president Erdogan.

In de Europese Unie kampen vooral de Baltische staten - Estland, Letland en Litouwen - en Oost-Europese landen als Hongarije, Tsjechië en Polen met torenhoge inflatiecijfers van om en bij 20 procent. Die zijn vooral te wijten aan de mate waarin die landen afhankelijk waren van Rusland als energieleverancier en als handelspartner.

3. Wat is de motor van de inflatie?

Simpel gesteld: alles wat vandaag duurder is dan een jaar geleden jaagt het inflatieniveau omhoog. Zaken die goedkoper zijn geworden, halen de algemene inflatie wat naar beneden. Per product of dienst kan je nagaan hoe groot de bijdrage ervan tot het inflatiepeil is. De drijvende krachten van de inflatie fluctueren in de tijd.

De belangrijkste motor van de inflatie in de eurozone zijn de energiekosten. De hogere prijzen voor elektriciteit, gas en andere huishoudelijke brandstoffen tekenden voor bijna 36 procent van de eurozone-inflatie in september.

Ook de mate waarin voeding - van brood, rijst en pasta over groenten en fruit tot vlees en vis - duurder werd, draagt fors bij tot de stijgende levensduurte. Voeding is goed voor ruim 21 procent van de huidige inflatie, het dubbele van een halfjaar geleden.

De aanhoudende problemen in de aanvoer van fiets- en auto-onderdelen stuwen, net als de fluctuerende brandstofprijzen, de inflatie al lange tijd. Sinds de zomer van 2021 schommelt de impact van het gebruik en het onderhoud van privévoertuigen op de Europese inflatie tussen de 10 en 20 procent. De aankoop van wagens, alcohol en tabak, de huur- en onderhoudskosten van woningen, verzekeringen of reizen hebben een beperktere invloed op de algemene inflatie.

4. Hoe verschillen de inflatiemotoren van land tot land?

Een blik onder de motorkap van de eurozone zegt weinig over hoe de inflatie in de verschillende lidstaten wordt aangedreven. Niet alleen het inflatieniveau an sich verschilt van land tot land, ook de mate waarin specifieke producten en diensten bijdragen tot de stijgende levensduurte is niet overal gelijk. 

In 15 van de 33 Europese landen levert energie de grootste bijdrage aan de nationale inflatie. De impact van de stijgende energiefacturen in België en Nederland is bijzonder groot. Bij ons zijn de prijsstijgingen voor elektriciteit en gas goed voor meer dan de helft van de inflatie, in Nederland gaat het zelfs om 65 procent. 

In Frankrijk, waar de inflatie veel lager is, tekent energie voor amper 24 procent van de inflatie. De overheidscontrole op de energieprijzen door de nationalisering van de energiereus Electricité de France werpt vruchten af.

Opvallend is dat in de meerderheid van de landen waarover Eurostat cijfers verzamelt vooral de stijgende voedselprijzen het nationale inflatiecijfer omhoog jagen. Dat is het geval in de Oost-Europese landen Noord-Macedonië, Servië, Bulgarije en Hongarije, maar ook in Portugal, Spanje en Frankrijk.

5. Hoe wijdverspreid is de inflatie?

Hoewel de belangrijkste, zijn energie en voedingsmiddelen lang niet de enige categorieën met een aanzienlijke impact op de inflatie. De jongste maanden stijgen de prijzen van almaar meer producten en diensten. In de laatste 25 jaar lag het aantal categorieën met een noemenswaardige bijdrage aan de inflatie nooit zo hoog als vandaag.

Sinds begin jaren 2000 lag het aantal producten met een bijdrage van minstens 0,05 procentpunt op de eurozone-inflatie nooit hoger dan 16. Nu sijpelden de prijsstijgingen echter door in almaar meer hoeken van de economie.

Van de 94 typeproducten en -diensten die de indexkorf bevat, hebben er nu 31 een bijdrage van 0,05 procentpunt of meer. De idee van een geconcentreerde inflatie waarbij de prijsstijgingen zich tot een beperkt kransje producten beperken, is niet meer aan de orde.

Maar ook hier is het ene Europese land het andere niet. Tegenover de rest van Europa oogt de inflatie bij ons relatief geconcentreerd. In België leveren 31 typeproducten en -diensten een bijdrage van minstens 0,05 procentpunt aan de nationale inflatie, het eurozonegemiddelde dus.

In Duitsland wist de inflatie - hoewel beperkter in hoogte - zich over een pak meer producten te verspreiden. Dat is ook het geval in de Scandinavische landen Noorwegen, Finland en Denemarken en in Oostenrijk.

De Oost-Europese landen zijn opnieuw de landen met het grootste aantal producten en diensten die duurder worden. In Zwitserland, waar de levensduurte het minst van alle Europese landen toeneemt, is de inflatie dan weer beperkt tot slechts een tiental producten. Ook in Griekenland, Italië en Spanje kan je spreken van een geconcentreerde inflatie.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.