nieuwsanalyse

Werknemer rest meer dan kruimels

©tim dirven

Met de slogan ‘werk verdient beter dan wat kruimels’ werven de vakbonden voor hun algemene staking van woendsag. Maar macrocijfers tonen aan dat het met de koopkracht van de Belg niet zo slecht gaat, zij het dat niet iedereen op dezelfde manier profiteert.

‘Je werkt iedere dag keihard voor de welvaart in dit land. Dat verdient beter dan kruimels.’ Zo staat het te lezen in een informatiebrochure waarmee de vakbonden werknemers aansporen om morgen het werk neer te leggen. Het ACV, het ABVV en de ACLVB staken tegen de volgens hen te beperkte marge voor hogere lonen.

Volgens het loonkostenrapport van de Centrale Raad van het Bedrijfsleven (CRB) kunnen de lonen in 2019 en 2020 met maximaal 0,8 procent stijgen boven op de automatische loonindexeringen van vermoedelijk 3,8 procent.

©rv

De vakbonden eisen een algemene loonsverhoging van 1,5 procent boven op de index. Daarvoor moet de door de regering-Michel verstrengde loonkostenwet, die bepaalt hoe de maximale marge wordt berekend, opzij worden geschoven. De werkgeversorganisaties zien dat niet zitten, want dat dreigt de concurrentiepositie van onze bedrijven aan te tasten, en zo mislukte het sociaal overleg over hogere lonen.

Volgens de bonden is een loonsverhoging van 1,5 procent nodig omdat meer mensen het moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. ‘Als je alles bij elkaar telt, stellen de mensen vast dat hun inkomen heel traag vooruitgaat en niet in verhouding staat tot de groei, de winsten en de dividenden’, zei ACV-voorzitter Marc Leemans in ‘De zevende dag’.

+75%
Stroomstoot voor koopkrachtdebat
Een belangrijke factor bij het debat over de koopkracht is de elektriciteitsprijs, die deze legislatuur 75 procent duurder is geworden

Het is een veelgehoorde klacht: het leven wordt snel veel duurder en de lonen volgen niet. Maar de inflatiecijfers leren ons over die eerste vaststelling iets anders. Sinds de verkiezingen van mei 2014 is het leven 8 procent duurder geworden, wat in historische termen een relatief beperkte stijging van de inflatie is.

Zo bleef de toename van de huurprijzen (+5%) en van voeding (+8%) binnen de perken. Hetzelfde is misschien wat verrassend het geval voor de dieselprijs, die vandaag slechts 3 procent hoger ligt dan in 2014.

Elektriciteit

Het strookt niet met het gevoel dat bij veel mensen leeft. Wellicht heeft dat te maken met de explosie van de elektriciteitsprijs. Elektriciteit is vandaag 75 procent duurder dan aan het begin van de legislatuur, wat onder meer een gevolg is van de verhoging van de btw door de regering-Michel.

©MEDIAFIN

Door de automatische indexering worden de lonen aangepast aan die prijsevoluties, waardoor werknemers en ambtenaren - weliswaar met ietwat vertraging - geen koopkracht verliezen doordat het leven duurder wordt. Al was dat de afgelopen legislatuur niet altijd het geval, want de regering-Michel voerde een indexsprong van 2 procent door.

De inflatie en de index zijn echter geen goede maatstaf voor de evolutie van de koopkracht. Die is ook afhankelijk van belastingverlagingen, zoals die met de taxshift werd doorgevoerd, en het sociaal beleid.

Het beschikbare inkomen is een betere indicator. Dat is het inkomen dat overblijft na belastingen, aangevuld met sociale uitkeringen. Uit het jaarverslag van de Nationale Bank blijkt dat de gemiddelde Belg zijn inkomen sinds 2013 jaar na jaar is gestegen (zie grafiek). Vorig jaar steeg het beschikbare inkomen met 1,2 procent, dit jaar wordt een toename van 2,1 procent verwacht.

Als indicator voor de evolutie van de koopkracht heeft het beschikbare inkomen enkele gebreken. Het belangrijkste is dat het over een gemiddelde gaat. Als de allerrijksten er fors op vooruitgaan en de rest van de bevolking niet, kan het beschikbare inkomen toch stijgen. Het is het argument dat de vakbonden graag inroepen: de meer gegoede burgers gaan erop vooruit. Wie minder verdient of van een uitkering leeft, zag zijn koopkracht de afgelopen jaren stagneren.

Grote hinder voor pendelaars en reizigers

Wie voor morgen een vlucht boekte, moet zijn plannen mogelijk herzien. De luchthaven van Charleroi is van plan de deuren volledig te sluiten, en in Zaventem is al meer dan de helft van de vluchten geschrapt. Ryanair annuleert bijna alle vluchten.

Ook voor pendelaars dreigt zware hinder. De spoorwegmaatschappij NMBS verwacht dat tijdens de staking, die vandaag om 22 uur begint, ‘gemiddeld bijna de helft van de treinen’ rijdt. Tijdens de ochtend- en de avondspits zouden de meeste IC-treinen wel rijden. Er zullen minder L-treinen en S-treinen rijden, en de piekuurtreinen (P-treinen) rijden helemaal niet.

Bij de Vlaamse openbaarvervoersmaatschappij De Lijn wordt pas morgen duidelijk hoeveel en welke prioritaire lijnen worden bediend. Lijnen met veel passagiers en belangrijke verbindingen, zoals naar scholen, krijgen voorrang.

Ook de Brusselse MIVB verwacht grote hinder voor het tram-, bus- en metroverkeer. Voor meer informatie kunt u vanaf 6 uur morgenochtend bellen naar het contactcentrum op 070/23.20.00.

Het internationale treinverkeer zou niet al te veel hinder ondervinden van de nationale staking.

Er zijn geen recente cijfers per inkomenscategorie die dat kunnen onderschrijven of weerleggen. Een actuele studie van André Decoster en enkele KU Leuven-collega’s biedt wel enig inzicht in de effecten van het regeringsbeleid.

Ze becijferde welke impact de taxshift op de verschillende inkomensgroepen had. Het is een theoretische oefening op basis van een economisch model, maar ze wijst uit dat alle inkomensgroepen er door de taxshift netto op vooruitgaan. Het effect is evenwel groter voor de hogere dan voor de lagere inkomens.

Creatief

De conclusie is dat de koopkracht van de gemiddelde Belg de afgelopen legislatuur is gestegen. Meer dan waarschijnlijk ging wie een hoog inkomen heeft er meer op vooruit dan mensen met een laag inkomen. Voor de vakbonden is dat evenwel niet voldoende. ‘Het gaat ons er niet om een theoretische discussie over de koopkracht te voeren, het gaat ons erom dat mensen meer dan 0,8 procent opslag krijgen’, is bij het ACV te horen.

Het is onduidelijk of de bonden in hun doel zullen slagen. De werkgeversorganisaties blijven benadrukken dat ze niet meer dan de wettelijk toegestane 0,8 procent opslag willen geven.

Ze zijn wel bereid op een creatieve manier uit te zoeken hoe die 0,8 procent bruto de werknemer netto meer kan opleveren. Dat kan onder meer via het verhogen van de maaltijdcheques, die amper worden belast. Maar de bonden staan daar niet voor te springen, omdat zulke nettoverhogingen niet meetellen voor de berekening van het pensioen of een eventuele werkloosheidsuitkering na ontslag.

En zo dreigen de loononderhandelingen tussen de vakbonden en de werkgeversorganisaties ook na de staking muurvast te blijven zitten. Als de sociale partners er niet uit geraken, komt de regering aan zet en moet zij vastleggen hoeveel de lonen maximaal mogen stijgen. Omdat de federale ploeg in lopende zaken niet over een meerderheid beschikt, zal ze steun moeten zoeken bij de oppositie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content