Aantal brugpensioenen daalt

Minister van Werk Monica De Coninck Foto Belga Nicolas Maeterlinck ©BELGA

Het aantal mensen met brugpensioen is vorig jaar met 3,5 procent gedaald tegenover 2011. Ook tijdskrediet wordt minder fors opgenomen dan vroeger. Het beleid van de regering werpt ogenschijnlijk zijn vruchten af.

De regering-Di Rupo heeft in het regeerakkoord van december 2011 het brugpensioen afgeschaft. Althans, de naam brugpensioen is geschrapt. Sindsdien gaat het om ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’. Die aanpassing stond symbool voor het beleid dat de regering wilde voeren. Ze wilde minder mensen met brugpensioen sturen. En dat lijkt te lukken. Vorig jaar keerde de Rijksdienst voor Arbeidsbemiddeling maandelijks aan gemiddeld zo’n 115.000 mensen een brugpensioen uit. Dat is een daling van 3,5 procent tegenover 2011, toen het er meer dan 119.000 waren.

Het is van 2006 geleden dat zo weinig mensen met brugpensioen waren. Ook voor de komende jaren verwacht het kabinet van federaal minister van Werk Monica De Coninck (sp.a) een verdere daling. Op zich is dat opvallend, want door de economische crisis en de vele herstructureringen die daarmee samengaan, zou het tegendeel vermoed kunnen worden. ‘Staar je niet blind op die grote herstructureringen’, waarschuwt Eva De Wolf, de woordvoerster van De Coninck. ‘Alles samen is het aantal mensen dat met brugpensioen gaat inderdaad gedaald.’

Het ‘echte’ brugpensioen - in dat geval moet de bruggepensioneerde zich niet ter beschikking houden voor de arbeidsmarkt - is sinds het Generatiepact van 2005 geleidelijk aan het verdwijnen. In 2011 waren het er meer dan 115.000, vorig jaar net geen 111.000. Dat is een daling van bijna 4 procent.

De meeste nieuwe bruggepensioneerden moeten beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Die groep wordt snel groter. Van nul personen in 2006 tot meer dan 4.000 vorig jaar. Als hen een ‘passende job’ wordt aangeboden, moeten ze die in principe aannemen.

Bij haar aantreden verstrengde de regering-Di Rupo de voorwaarden voor brugpensioen. ‘De leeftijd werd opgetrokken en voor de bedrijven werd het ook duurder om iemand met brugpensioen te sturen’, aldus De Wolf. Ook begin dit jaar volgde nog een verstrenging. Voor werknemers met een beroepsverleden van 38 jaar werd de minimale leeftijd op 1 januari met een jaar opgetrokken, tot 57 jaar. Bij herstructureringen ging de minimale leeftijd van 50 naar 55 jaar. Voor bedrijven in moeilijkheden kan het soms nog vanaf 52,5 jaar.

Tijdskrediet

Het is eveneens opvallend dat het aantal werknemers dat met steun van de RVA hun arbeidstijd aanpast, voor het eerst in jaren slechts beperkt is gegroeid. Het gaat om tijdskrediet, loopbaanonderbreking en thematische verloven. Tussen 2003 en 2010 maakten daar jaar op jaar telkens minstens 5 procent meer mensen gebruik van. Vorig jaar groeide hun aantal met slechts 0,28 procent.

Dat de toename zo beperkt blijft, kan deels verklaard worden doordat de federale regering de toelatingsvoorwaarden verstrengd heeft. Ook werden de termijnen ingekort. Zo werd het gemotiveerd tijdskrediet, bijvoorbeeld voor het opvoeden van kinderen, beperkt tot drie jaar over de hele loopbaan. Het niet-gemotiveerd tijdskrediet, bijvoorbeeld voor het maken van een lange reis, werd beperkt tot één jaar. Wellicht speelt ook de economische crisis een rol. ‘Tijdskrediet is dan wel een recht, voor veel mensen is het ook een investering’, klinkt het bij De Coninck. ‘Minder mensen kunnen het zich permitteren hun loopbaan een tijdlang te onderbreken.’

De lage toename van het tijdskrediet en het minder aantal bruggepensioneerden zorgen er mee voor dat het totale aantal uitkeringen dat de RVA vorig jaar uitreikte, daalde. De dienst gaf maandelijks gemiddeld 1.282.415 mensen een uitkering. Dat zijn er zo’n 10.000 minder dan in 2011, goed voor een daling van 0,76 procent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud