Al 70 Syriëstrijders terug in België

©EPA

Er zijn op dit moment al 70 Belgische Syriëstrijders teruggekeerd naar ons land, die net als de dader van de aanslag op het Joodse museum in Brussel hier als ‘tikkende tijdbommen’ rondlopen. En liefst 50 van die 70 teruggekeerde Syriëstrijders moeten intensief worden opgevolgd, vernam De Tijd.

Mehdi Nemmouche, de dader van de drievoudige moordaanslag in het Joodse museum in Brussel, was niet bekend bij de Belgische veiligheidsdiensten. Nochtans verbleef hij net voor zijn vertrek naar Syrië, begin vorig jaar, nog bij kennissen in Kortrijk. En toen Nemmouche in maart dit jaar terugkeerde uit Syrië, na een jaar vechten aan de zijde van de aan Al Qaeda verbonden terreurbeweging ISIL (Islamitische Staat in Irak en de Levant), probeerde de Franse ‘djihadist’ opnieuw in Kortrijk te verblijven, maar dat werd hem deze keer geweigerd. Het belette Nemmouche niet om in België toe te slaan en zelfs enkele dagen na de aanslag in Brussel onder de radar te blijven, terwijl iedereen hem zocht, en pas donderdagavond onopgemerkt de bus richting Marseille te nemen. Een routinecontrole van de Franse douane deed hem vrijdagavond de das om. De aanslag illustreert hoe de naar schatting 2.000 of misschien zelfs 10.000 Europese Syriëstrijders tikkende tijdbommen zijn zodra ze terugkomen binnen onze open Schengenzone.

Alleen in België zijn er al 70 ‘returnees’, teruggekeerde Syriëstrijders. En daarvan zijn er liefst 50 bekend bij het gerecht of de veiligheidsdiensten. Die moeten dus zeer intensief worden opgevolgd. Het verontrustende cijfer is gisteren besproken op een Syrië-vergadering met alle Belgische veiligheidsdiensten en de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, Joëlle Milquet en Annemie Turtelboom.

‘We proberen een zo volledig mogelijk zicht te hebben op alle Syriëstrijders. Maar het blijft zeer moeilijk omdat we ter plaatse, in Syrië, natuurlijk niets kunnen controleren’, stelt André Vandoren, de baas van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (Ocad), in een gesprek met De Tijd. Het Ocad monitort constant alle terrorismedreigingen in ons land.

‘De dader van de aanslag in het Joods museum was - althans onder de identiteit die hij had bij zijn aanhouding - niet gekend bij de Belgische veiligheidsdiensten. Hij zat niet in onze databanken. Onze speurders hebben wel altijd gewerkt op de hypothese dat de dader een Syriëstrijder kon zijn.’

‘We moeten het gerechtelijk onderzoek afwachten, maar dit was in mijn ogen niet het werk van een ‘lone wolf’: een terrorist die alles op z’n eentje doet. Hij reisde naar Syrië en andere landen. Het onderzoek moet zijn volledig parcours in kaart brengen. Hoe is hij opgeleid? Hoe kon hij na de aanslag nog dagenlang onder de rader blijven? Dat zijn belangrijke vragen.’

De 29-jarige Nemmouche heeft alvast een soortgelijk profiel als het 200-tal Belgische Syriëstrijders waar onze diensten weet van hebben. Het gros is tussen 23 en 28 jaar oud. De meeste hebben de Belgische nationaliteit. Slechts 10 à 15 procent van de strijders die ons land vertrokken, is geen Belg. En de meeste zijn gevaarlijk als ze terugkeren. Slechts een beperkt aantal is vertrokken om ‘idealitsische redenen’: om de Syrische burgers te beschermen of om het regime omver te werpen en een democratische staat in te voeren.

Het federaal parket trok zondag aan de alarmbel dat bijna al zijn capaiciteit in de strijd tegen het terrorisme gaat naar de Syriëstrijders. ‘Tja, in terrorismezaken heb je eigenlijk nooit voldoende capaciteit. Maar ik kan u gerust stellen: er wordt wel gesleuteld om voldoende capaciteit vrij te maken. Wij moeten trouwens aandachtig blijven voor alle vormen van Al Qaeda-gerelateerd terrorisme, niet alleen de Syriëstrijders. Ook voor wat er kan gebeuren tijdens de G7-top die woensdag en donderdag plaatsvindt hier in Brussel. Daarvoor zijn ook al maatregelen genomen.’

‘Maar België was bij de eersten in Europa om het gevaar van de Syriëstrijders in te zien. Al midden 2012 (bij de opstart van het terrorismeonderzoek tegen Sharia4Belgium, red.) zaten wij allemaal - het federaal parket, de federale politie, de Staatsveiligheid, de militaire inlichtingendienst en Ocad - samen om een zicht te krijgen op het probleem. Ook de ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken en de premier steunden een ‘grondige aanpak’. Zo kon het Belgische gerecht al in april vorig jaar optreden tegen verschillende netwerken van Syriëstrijders. Opnieuw was ons land bij de eersten die zo actief optrad. En er zijn ook heel wat initiatieven genomen met de lokale besturen. Die zijn van zeer groot belang om preventief in te grijpen.’

Het Ocad bepaalt het alarmniveau voor elke terreurdreiging in België. Dat gebeurt op basis van alle nuttige gegevens die de politiediensten, parketten en inlichtingendiensten aan het centrale antiterreurorgaan bezorgen. Ondanks de aanhouding van Nemmouche houdt Ocad het hoogste dreigingsniveau aan voor alle Joodse ontmoetingsplaatsen in ons land. ‘Dat blijft voorlopig zo. We moesten in onze analyse nu eenmaal rekening houden met het oorspronkelijke target. Maar we volgen de situatie in real time op om eventueel het dreigingsniveau te verlagen. Er zijn trouwens al ‘nuances’ aangebracht sinds de aanslag plaatsvond. En we hebben voor alle duidelijkheid op dit moment geen pertinente informatie van onze steundiensten of van buitenlandse correspondenten over andere, potentiële targets.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud