portret

Alexander De Croo: van leerling-tovenaar tot baas boven baas

‘Leerling-tovenaar’. ‘Man zonder woord’. De politieke carrière van Alexander De Croo (Open VLD) was tien jaar geleden nog niet goed begonnen of vriend en vijand hadden er al een kruis over gemaakt. Hoe hij zichzelf daarna heruitvond en zich als een volleerd sprinter aan de deur van de Zestien liet afzetten, toont dat ze hem onderschat hebben.

Wielermetaforen passen goed bij de nieuwe premier van België. Er schuilt een getalenteerde klimmer in de 44-jarige De Croo, die opgroeide aan de voet van de Berendries in Michelbeke en daar nog altijd woont. Maar wie sinds de verkiezingen van 2019 het parcours van de vicepremier van dichtbij volgde, komt eerder bij Peter Sagan uit dan bij Tadej Pogacar. Weg van de camera's deelde de zachtaardige Alexander een paar ongenadige kwakken uit om de hoofdprijs te kunnen grijpen.

Gwendolyn Rutten en Bart Tommelein weten er alles van. De ene leek een jaar geleden goed op weg de eerste vrouwelijke premier van het land te worden en de andere om haar op te volgen als voorzitter van Open VLD. Tot het eeuwige trio Alexander De Croo, Vincent Van Quickenborne en Egbert Lachaert onraad rook en een putsch inzette.

Dit is de regering-De Croo

Met de MR-namen vielen de laatste puzzelstukjes van de Vivaldi-regering. En die bevat toch wel enkele verrassingen. Ontdek via dit interactieve overzicht de regeringsploeg van De Croo.

Eerst werd het paars-groene project van PS-voorzitter Paul Magnette en Rutten getorpedeerd omdat het zogezegd te links was. Vervolgens werd Lachaert in stelling gebracht als voorzitter met een eerder donkerblauw discours. Om finaal zelf naar buiten te komen als de vroedvrouwen van … Vivaldi. Dat het hen de hoon van de N-VA oplevert, deert het trio niet. Hun gok is goed uitgedraaid: alle drie zitten ze waar ze wilden zitten: aan de knoppen van de hoogste macht. In een paars-gele regering was dat een veel minder evidente uitkomst geweest.

Het is bijna niet te geloven hoe Lachaert, Van Quickenborne en Rutten al ruim een decennium een rode draad door de carrière van De Croo vormen. Het is in 2009 niet vader Herman, maar de dan 32-jarige Lachaert die De Croo overtuigt om actief politicus te worden. ‘Mathias De Clercq en ik waren op zoek naar een wissel op de toekomst in Zuid-Oost-Vlaanderen, voor het geval Herman De Croo er mee zou stoppen. We zijn toen met Alexander gaan eten, die tot dan niet van politiek wou weten, omdat hij de indruk had dat er nog maar weinig serieuze mensen mee bezig waren’, aldus Lachaert.

De Croo junior is op dat moment een beginnend ondernemer, na zijn studies handelsingenieur in Brussel en de VS en een carrière bij de Boston Consulting Group, waar zijn vrouw Annik vandaag nog altijd een topfunctie heeft. Maar het klikt met Lachaert en De Croo waagt de sprong. Eerst als onverkiesbare kandidaat op de Europese lijst van Guy Verhofstadt en een paar maanden later als kandidaat-voorzitter van de partij.

‘Alea iacta est’

Tegelijk loopt een toptalent uit Vlaams-Brabant met grote plannen rond. Gwendolyn Rutten wil partijvoorzitter worden en polst bij leeftijdsgenoot De Croo of hij haar wil steunen. De Brakelnaar aanhoort het discours van Rutten, reageert enthousiast, maar zwijgt over zijn eigen ambities. Niet veel later maakt hij wereldkundig dat hij zelf een gooi naar de Melsensstraat doet. Rutten staat erbij en kijkt ernaar hoe De Croo op basis van zijn familienaam haar en Marino Keulen verslaat.

‘Zorg dat ge snel uw eigen voornaam maakt’, is de raad die vader Herman hem meegeeft. Enkele maanden later is het zover, maar niet in positieve zin. Als wilde stieren gooien De Croo en Van Quickenborne zich op het BHV-dossier, dat in april 2010 de tweede regering van Yves Leterme (CD&V) verlamt. Ze dreigen ermee uit de regering te stappen als de kwestie niet snel wordt opgelost, maar niemand neemt de snotneuzen ernstig. Tot Quick via Twitter - ‘alea iacta est’ - de val van Leterme aankondigt.

De rest is geschiedenis: de Vlaamse liberalen, die in 2003 nog een miljoen Vlamingen wisten te overtuigen, krijgen een historische oplawaai. En de N-VA kent haar grote doorbraak. In de politieke handboeken staat de demarche van De Croo en Van Quickenborne - hij wordt gezien als de man die De Croo opjutte - met stip op een als de grootste strategische blunder ooit: je laat nooit een regering vallen op het thema van een ander.

De 34-jarige voorzitter moet door het stof. Jean-Luc Dehaene (CD&V) noemt De Croo een leerling-tovenaar, Bart De Wever (N-VA) ‘een man zonder woord’. Ook in de partij wenden de oude bazen de ogen af bij zoveel naïviteit. De Croo incasseert de ene slag na de andere. In de Antwerpse afdeling breekt de pleuris uit. De populaire schepen Ludo Van Campenhout loopt over naar de N-VA. Jaren later volgen ook Annick De Ridder en Lorin Parys zijn voorbeeld.

Als De Croo zijn partij vervolgens in de regering-Di Rupo loodst en daar een pijnlijke besparing op de bedrijfswagens moet slikken, laat de bedrijfswereld Open VLD vallen. Topondernemers als Luc Bertrand gaan in overdrive. Di Rupo I wordt marxistisch genoemd.

De Croo moet aan de bak. Nog zo'n electorale dreun als in 2010, toen hij de regering-Leterme liet vallen, kan Open VLD niet meer aan.

Dat Van Quickenborne intussen in enkele weken een hervorming van de pensioenen realiseert, krijgt weinig aandacht. Eén beslissing van De Croo is wel een voltreffer: backbencher Maggie De Block - die De Croo als staatssecretaris verkiest boven haar provinciegenote Rutten - groeit op Asiel en Migratie uit tot de hartenkoningin van Vlaanderen. In haar eentje redt ze in 2014 de verkiezingen voor Open VLD. Maar het voorzitterschap van De Croo is dan al eerloos begraven. Het Laatste Nieuws geeft hem in oktober 2012 het finale sein om de uitgang te zoeken. ‘De blauwe Titanic’, doopt editorialist Jan Segers Open VLD.

Frank Vandenbroucke

Van Quickenborne, die in 2010 nog fungeerde als het kwade duiveltje op de schouder van De Croo, biedt hem deze keer een levenslijn. Quicky heeft de macht gegrepen in Kortrijk en De Croo kan zijn plaats innemen als vicepremier. De Oost-Vlaming zal zichzelf daar heel snel heruitvinden. Het werk in de regering blijkt hem beter te liggen dan ideologie en hij kan een paar keer scoren door Laurette Onkelinx (PS) op de kast te jagen en zo veel mogelijk rode belastingen tegen te houden. Niet allemaal echter.

Als pensioenminister legt hij ook de basis voor de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar. De Croo komt met de geniale zet om de sp.a’er Frank Vandenbroucke aan te stellen als hoofd van een pensioencommissie, die een hervorming van het systeem moet uittekenen. De Wever hapt bij de vorming van de regering-Michel handig toe, wanneer Vandenbroucke in zijn rapport een verhoging van de pensioenleeftijd aanreikt. De socialisten in de oppositie staan schaakmat.

Toch eindigt Di Rupo I op een sisser voor De Croo: hij laat zich door Koen Geens in de luren leggen met de hervorming van de liquidatiebonus - een belasting op het bedrijfsvermogen van zelfstandigen. De zelfstandigenorganisatie Unizo reageert woedend.

Intussen is Rutten partijvoorzitter geworden. De twee sluiten een verbond voor de lange termijn: hij de regering en zij de partij. Het duo is uiterst complementair: hij de populaire jongen met de goede teksten, zij de drive en de ideologie. Af en toe te veel drive. Als Rutten tijdens een begrotingsconclaaf in 2013 De Croo weer eens telefonisch aanvuurt de PS af te blokken, schrikt de rest van het kernkabinet op als hij boos zijn gsm wegkeilt.

Het verbond krijgt een eerste echte knauw als De Block bij de vorming van de regering-Michel twee zware portefeuilles opeist. Voor De Croo kan Rutten alleen overheidsbedrijven, digitalisering en ontwikkelingssamenwerking uit de brand slepen. De Croo slaat aan het mokken en verliest zich de eerste jaren van Michel I in geruzie met Kris Peeters (CD&V). Als na de onderhandelingen over de taxshift de zogenaamde shitlist van CD&V uitlekt, wordt De Croo publiekelijk aangewezen als bron. Charles Michel (MR) moet hem de levieten lezen. ‘Alexander zit slecht in zijn vel’, is in die periode te horen.

Medewerkers hoorden De Croo roepen: ‘Als ik geen premier kan worden, dan gij ook niet.'

Maar opnieuw slaagt De Croo erin zichzelf heruit te vinden. Hij herstelt de relaties met de ondernemerswereld, maakt van ontwikkelingssamenwerking zowaar een sexy departement en wanneer de Amerikaanse president Donald Trump een streep trekt door de subsidiëring van ngo’s die vrouwen helpen in onderontwikkelde gebieden, springt De Croo in het gat met het project She Decides.

Het levert hem internationale lof op en op grote festivals in Duitsland en Zuid-Afrika verschijnt hij op het podium als een rockster. Het is op dat moment al duidelijk waar De Croo en zijn trouwe spindoctor Tom Meulenbergs mee bezig zijn: hem een presidentieel imago aanmeten. Voor het geval Charles Michel (MR) niet in België blijft bijvoorbeeld. Datzelfde zien omstaanders gebeuren als De Croo in de begindagen van de coronacrisis de communicatie naar zich toetrekt. ‘Hij overvleugelt Sophie Wilmès. Bewust’, klinkt het in de regering.

Het verbond scheurt

Het toppunt van zijn imagocampagne is het boek ‘De eeuw van de vrouw’, waarmee hij in 2019 maanden op tournee trekt. Wanneer Rutten hem in aanloop naar de verkiezingen op zijn woord pakt en in Het Laatste Nieuws laat uitschijnen dat ze niet zou aarzelen als ze de eerste vrouwelijke premier van België kan worden, barst het heilige verbond. De hele Open VLD is daarna getuige van een koude oorlog, die de partij dreigt te verscheuren. Het spel wordt hard gespeeld. Beide kampen sturen gezanten uit om het andere kamp te besmeuren. Medewerkers horen De Croo roepen: ‘Als ik geen premier kan worden, dan gij ook niet.'

Rutten delft uiteindelijk het onderspit. Hoewel bijna de hele partijtop achter haar staat, wint De Croo door zijn electorale gewicht. Niet veel later wint Lachaert de voorzittersverkiezingen, om zijn vriend af te zetten aan de Zestien. De onwaarschijnlijke bocht van paars-geel naar Vivaldi hoeft niet te verbazen. De Croo heeft nooit geloofd dat het zou lukken om de N-VA, de PS en de MR aan elkaar te lijmen.

Als het erop aankomt, blijft De Croo een twijfelaar en allemansvriend. Voor de vrede in de partij wou hij eerst Tommelein steunen als kandidaat-voorzitter.

Het parcours dat De Croo het jongste jaar aflegde, kan je lezen als dat van een machiavellist die over lijken gaat om de grote droom van zijn vader te verwezenlijken. Maar dat klopt niet helemaal. ‘Als het erop aankomt, blijft Alexander een twijfelaar’, zegt een liberaal. Een allemansvriend. Als Lachaert begin dit jaar overweegt zich als uitdager van kandidaat-voorzitter Tommelein op te werpen, aarzelt De Croo. ‘Jongens, zouden we voor de vrede in de partij niet beter Bart steunen?’, werpt hij op. Net als bij de val van de regering-Leterme tien jaar geleden zet opnieuw de veel minder zachtaardige Van Quickenborne de Brakelnaar aan om door te pakken.

Net als toen is het maar de vraag of dat goed afloopt. Aan het talent van De Croo om iets van de Vivaldi-regering te maken is in de coalitie weinig twijfel. De charismatische veertiger is een uitstekende communicator, is politiek flexibel genoeg om de ene keer naar links en de andere keer naar rechts te draaien en heeft ervaring genoeg om te weten welke fouten je allemaal kunt maken in de Zestien. Bijvoorbeeld: achter elke boom een vijand zien, zoals Leterme en Michel.

Maar zijn grootste uitdaging wordt om vier jaar lang het hoofd erbij te houden en niet alle donkerblauwe principes van Open VLD  in de uitverkoop te zetten. Een partijtje van 13 procent kan zich een herhaling van het Verhofstadt-scenario niet meer permitteren, zeker niet met een beukende N-VA in de nek. Nog zo’n dreun als in 2010 en de kiesdrempel komt in zicht. Premier De Croo moet aan de bak.  

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud