‘Atlas Copco-werknemer is het duurst in België'

‘De knowhow van Vlaamse ingenieurs, de centrale ligging en de notionele intrestaftrek maken dat we niet snel uit België zullen vertrekken. Die troeven kunnen voorlopig nog compenseren dat België voor Atlas Copco het duurste land is in arbeidskosten.’ Dat zegt Ronnie Leten, de Belgische CEO van de ’s werelds grootste compressorenbouwer. ‘Maar we zouden een pak meer mensen in België hebben als de arbeidskosten lager lagen.’

Een Belg aan het hoofd van een Zweedse multinational met vestigingen in 20 landen wereldwijd en klanten in 178 landen. Veel beter kan een persoon niet geplaatst zijn om de impact in te schatten van de zware loonkosten die ons land al jaren parten spelen.

We praten met Ronnie Leten per telefoon in het hoofdkwartier van Atlas Copco in Stockholm. Atlas Copco heeft in Wilrijk de grootste onderzoeks- en ontwikkelingsafdeling voor de compressorentak, maar doet er ook productie.

In een vergelijkend onderzoek van Siemens blijkt dat België op de tweede plaats staat voor loonkosten, na Zwitserland. Kunt u dezelfde conclusie trekken?

Ronnie Leten: ‘België is het land met de hoogste arbeidskosten ter wereld, tenminste toch voor Atlas Copco. Over Zuid-Amerika, Azië of zelfs de VS spreken we al lang niet meer, die zitten er ver onder. In Europa hebben we, behalve in België, productievestigingen in Zweden, Duitsland en Italië. Een arbeider in Duitsland kost 10 tot 20 procent minder dan in België. Ook Zweden, dat toch ook een zwaar sociaal model heeft, en vooral Italië doen het beter. In België ontwikkelen we vaak nieuwe technologie, die we vervolgens in Italië laten produceren.’

‘Het argument dat de productiviteit van Belgische arbeiders hoger ligt - vergeet het. Dat compenseert alleszins niet de hoge loonkosten.’

‘Gaat het om de diensten, zoals de installatie van machines en het onderhoud bij klanten, dan spelen de loonkosten hoegenaamd geen rol. Die zijn immers lokaal gebonden aan de bedrijven waar onze machines staan. Daar reken je de loonkosten gewoon door omdat er toch geen alternatief is, noch voor ons, noch voor onze klanten.’

Hoe groot is dan de kans dat Atlas Copco delokaliseert?

Leten: ‘Op langere termijn weet je nooit, maar de komende jaren doen we dat zeker niet. Ik kan de zaak wel omkeren. We hebben in België 1.500 arbeiders aan de slag. Mochten de loonkosten lager liggen, dan zou het aantal arbeiders misschien op 2.200 liggen.’

In welke mate spelen de loonkosten mee bij beslissingen om investeringen in België dan wel elders te doen?

Leten: ‘De impact van loonkosten kan je niet geïsoleerd bekijken. We kijken naar loonkosten in de volledige keten. Ook toeleveraars zoals schoonmaakfirma’s of IT-leveranciers rekenen hun loonkosten door in hun tarieven. Bovendien moet je bekijken met welke andere kosten of baten je in een land te maken krijgt.’

‘Er is geen sprake van dat we in België onze vestiging zouden afbouwen, laat staan sluiten. Dat heeft te maken met drie belangrijke voordelen. Ten eerste de intellectuele verankering. We hebben in Wilrijk het grootste competentiecentrum voor de compressorendivisie. Knowhow, die vervat ligt in onze ingenieurs en onderzoekers, verhuis je niet zomaar.’

‘Ten tweede speelt ook de centrale ligging van Antwerpen een rol. De haven ligt vlakbij, er is redelijke goede wegeninfrastructuur. Om die reden hebben we in, zeg maar, Praag niets te zoeken. Maar daarin ligt een belangrijke boodschap voor het beleid: laat die wegen niet dichtslibben, hou de toegang tot de haven vrij. Voor veel bedrijven is dat van levensbelang.’

‘Een derde element is de notionele intrestaftrek. Die blijft nogal wat multinationals aantrekken. Wat ons wordt ontnomen via hoge loonlasten krijgen we - simpel gesteld - terug via een voordelig belastingregime. Maar dat systeem mogen ze voor mijn part afschaffen ten voordele van lagere loonkosten. Dat zou de zaken veel overzichtelijker en eenvoudiger maken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud