'Auschwitz was een winstgevende onderneming voor de Duitsers'

©Brecht Van Maele

Zonder de belangen van de Duitse industrie was het vernietigingskamp er nooit gekomen, zegt de Nederlandse expert Hans Citroen, bij de herdenking van 75 jaar Auschwitz.

Maandag is het 75 jaar geleden dat Auschwitz werd bevrijd, en dat wordt overal herdacht. ‘Eigenlijk herdenken we constant, daar hebben we geen datum voor nodig. We zouden die verjaardag niet moeten gebruiken om te herdenken, maar om te vieren,’ zegt Citroen als we hem ontmoeten in Kazerne Dossin in Mechelen, waar met ‘Auschwitz.camp’ een tentoonstelling van zijn hand loopt over de industriële context van het vernietigingskamp. Auschwitz vieren? ‘Wel, het toont aan dat we al 75 jaar geen nieuwe grote oorlog hebben gehad en dat er geen nieuw Auschwitz is ontstaan. Dat is reden om te vieren.’

We zouden de 75ste verjaardag van de bevrijding van Auschwitz niet moeten gebruiken om te herdenken, maar om te vieren.

De 73-jarige kunstenaar uit Den Haag neemt geen blad voor de mond. Zijn grootvader was een van de weinige overlevers van Auschwitz en zijn inmiddels overleden echtgenote groeide op in Oswiecim, het Poolse woord voor Auschwitz. ‘Toen ik haar in Nederland ontmoette en ze me vertelde waar ze vandaan kwam, was mijn eerste reactie: ‘Wonen daar mensen?’ Sindsdien ben ik er zo’n vijftig keer geweest. Mijn familie moest daar altijd om lachen: ‘Hans gaat weer op vakantie naar Auschwitz.’’

Op een van zijn ettelijke tochten in de omgeving van het kamp, ontmoette hij op een dag mensen die aan het graven waren. ‘Ze zeiden dat ze naar koper zochten, maar dat geloofde ik niet. Bleek dat sommige inwoners van de stad nog altijd op zoek zijn naar goud en juwelen, die gedeporteerden gauw inslikten voor ze naar de gaskamers werden gebracht.’

Misleid

Citroen vroeg aan een kennis die in een crematorium werkt hoeveel de as weegt van iemand die is verbrand. ‘Dat is gemiddeld 3,5 kilo. De SS moest dus 1,1 miljoen keer 3,5 kilo zien kwijt te raken. Ze strooiden de as uit op besneeuwde wegen of in de fundamenten van bouwwerken. Daarom slaan inwoners van Oswiecim nu nog altijd aan het graven als een gebouw wordt gesloopt.’

Citroen merkte ook dat de inwoners van Oswiecim de geschiedenis van het kamp liever uit de weg gaan, hoewel velen nog in huizen met een pijnlijke herinnering wonen. Het vrouwenkamp en de laboratoria waarin dokter Mengele werkte, werden omgevormd tot een woonwijk. Er staat een voetbalpleintje met doelpalen die door gevangenen werden gemaakt. ‘Ik stel me dan voor hoe daar vroeger SS’ers een partijtje speelden. Hoe de ene beul de andere tackelde en zich dan excuseerde: ‘Sorry Heinrich, ik ging er even te hard in.’

We kunnen Duitsland wel met de vinger wijzen, maar ook België en Nederland hadden boter op het hoofd. Laat dat zien.

Tussen het gras ontwaarde Citroen de oorspronkelijke Judenrampe, het perron waar alle gedeporteerde Joden uit België en Nederland aankwamen. ‘Het perron was afgebroken toen Simone Veil, ex-voorzitter van het Europees Parlement en een overlevende van Auschwitz, het kamp kwam bezoeken. Het moest er wat netjes uitzien, dus bouwden ze maar een nieuwe constructie.’

‘De barakken van het vlakbij gelegen Birkenau die ze nu aan het restaureren zijn, waarbij ze met precisie zelfs afschilferende stukjes verf terug aanbrengen, zijn ook een reconstructie. Het gaat om nagebouwde exemplaren voor een Pools-Russische film vlak na de bevrijding. Je kan dat zien omdat er binnen nergens opschriften van gevangen te vinden zijn. Zolang mensen maar het gevoel hebben dat het echt is, lijkt het goed. Maar ik vind het wel erg dat nazaten van slachtoffers die op zoek gaan naar authentieke herinneringen zo worden misleid.’

Memorabilia

Citroen hekelt de commercie rond het kamp. ‘Poolse gidsen rijden af en aan met busjes en verdienen er goed aan. Er mag geen toegang worden gevraagd, maar je moet wel fors betalen voor het huren van een audiogids. Tot voor enkele jaren kon je zelfs treinwagonnetjes kopen als souvenir. Voor onze tentoonstelling wilden we een van de originele bewakingspalen rond het kamp laten overkomen: als bruikleen vroeg men 16.000 euro, geld dat we niet hadden. Er is een hele business met memorabilia ontstaan.’

De paal was belangrijk voor de expo omdat die de industriële logica achter het vernietigingskamp wil blootleggen. De palen waren daar een onderdeel van: ze werden met precisie ontworpen omdat dan minder bewakers nodig waren. ‘Zo was het met elk onderdeel van de kampen: alles was doordacht en gepland. Een ingenieur die meedeed aan de vergadering over het ontwerp van de afzuiginstallatie voor de ovens moet zich toch hebben afgevraagd waarvoor die dienden?’

3
3
Hans Citroen: ‘De bedrijven die een Auschwitz-gevangene inzetten, betaalden daarvoor 3 rijksmark per uur.’

Samen met medecurator Christophe Busch, die enkele maanden geleden zijn ontslag indiende als directeur van Kazerne Dossin, ging Citroen grondig te werk om de bredere ontstaansgeschiedenis van Auschwitz te schetsen. Hij gaat zelfs terug tot de Nederlandse en de Belgische kolonisatie van Indonesië en Congo. ‘Dat gebeurde uit de redenering dat we andere gebieden kunnen uitbuiten voor ons economisch nut, en daarbij volkeren die we als minderwaardig beschouwen mogen inzetten. Het is dezelfde logica die tot het ontstaan van Auschwitz heeft geleid.’

Omdat Duitsland na de Eerste Wereldoorlog zijn kolonies kwijt was, ontstond vanaf 1940 een rubbertekort dat de oorlogsmachine dreigde te doen haperen. Het Duitse concern IG Farben, toen het op een na grootste chemiebedrijf ter wereld, besliste in 1941 een fabriek voor synthetisch rubber - onder meer nodig voor autobanden en benzine voor vliegtuigen - te bouwen in Auschwitz. De locatie paste in de Duitse plannen om het oosten van het rijk te koloniseren: er was plaats en er waren grondstoffen als kalk en steenkool.

Het enig wat ontbrak, waren arbeidskrachten. En zo kwamen de economische plannen van de industrie en de post-darwinistische ideologie van het nazisme samen. Door massaal Joden en andere gevangen naar de Pools hoogvlakte te deporteren ontstond een toevoer aan werkkrachten. ‘In die zin was Auschwitz een groot uitzendkantoor. De bedrijven betaalden zelfs voor de arbeiders: 3 rijksmark per uur. De bedrijven die hen aanwierven, niet alleen IG Farben maar ook Siemens en Krupp, verhuurden hen soms door aan hun onderaannemers, die vijf of zes mark betaalden. Zo werd Auschwitz dus een winstgevende onderneming voor de SS.’

Woon-werkverkeer

Een maquette in Kazerne Dossin toont de enorme omvang van het industriële complex dat Auschwitz tegen het einde van de oorlog was. ‘De fabriek van IG Farben is doorverkocht en staat er nog. Het kost je bijna een uur om rond de site te rijden’, zegt Citroen. Op het plan toont hij kleinere gevangeniskampen die rond de fabriek werden gebouwd. ‘Het centrale kamp van Auschwitz lag te ver weg en er werd te veel tijd verloren met het heen en weer brengen van de gevangenen. Die kleinere kampen waren dus een soort oplossing voor het woon-werkverkeer.’

Dat aan het einde van de oorlog in enkele weken tijd nog 436.000 Hongaarse Joden naar Auschwitz werden getransporteerd, van wie driekwart bij aankomst werd vergast, heeft niet alleen te maken met de ideologische hardnekkigheid van de nazi’s. ‘Er waren steeds minder arbeidskrachten. De aanvoer was meer dan ooit nodig voor het fabriekscomplex. De Duitse redenering dat die aangevoerde Joden geen goede werkers waren, klopt trouwens niet. Ze wisten heel goed dat werken de enige manier was om te overleven.’

Tienduizenden krijgsgevangenen stierven bij de bouw van het fabriekscomplex, dat pas na de oorlog in gebruik werd genomen. ‘Die fabriek was ook de reden waarom Polen Auschwitz na de oorlog meteen weer bevolkte met nieuwe inwoners, die ook de huizen van de SS’ers innamen. De inmiddels door Tsjechen overgenomen fabriek is trouwens nog altijd een van de grootste werkgevers in de streek.’

IG Farben werd na de oorlog opgesplitst in onder meer Agfa, Bayer en BASF, bedrijven die liever niet met hun oorlogsverleden worden geconfronteerd en de verantwoordelijkheden afschoven naar de nog enige tijd overlevende holding IG Farben. ‘Dat vind ik jammer, ja. Maar het is ook niet onlogisch. Tot voor enkele jaren lag een discussie daarover in Duitsland nog altijd moeilijk. En je mag de context niet vergeten: na de oorlog wilde het Westen snel een sterke macht vormen tegen de Sovjet-Unie. Dan kon je natuurlijk niet alle Duitsers gaan opsluiten. Van de naar schatting 7.000 SS’ers die ooit in het kamp werkten, zijn er uiteindelijk maar 600 berecht.’

Een bedrijf waarover Citroen wel te spreken is, is Evonik. Het chemieconcern bezorgde hem een onthutsend reclamefilmpje voor Zyklon B, het gas waarmee de gedeporteerden werden omgebracht. ‘Toen de oorlog begon, was dat gewoon een efficiënt middel om ongedierte te doden. En dat is het trouwens nog, maar onder een andere naam. Ik vind het moedig dat een bedrijf als Evonik daarmee naar buiten komt, en ook het pijnlijke verleden onder ogen wil zien.’

Nooit zwart-wit

Citroens grootvader was een van de 5.000 Nederlanders die Auschwitz overleefden, op een totaal van 104.000 gedeporteerden uit dat land. ‘Dat is natuurlijk vooral een kwestie van geluk’, zegt Citroen. ‘Maar ook van inschatting. Hij was een ondernemer en had bij aankomst snel door dat hij meer overlevingskansen had in de wasserij dan in de bouw, waar de arbeiders snel stierven van ontbering. In de wasserij kon hij aan kleren komen om zich warm te houden, en om te verhandelen met andere gevangenen.’

©Dieter Telemans

Bij de bevrijding van het kamp kwam zijn grootvader bij Oekraïense troepen terecht. Die schakelden hem in om SS’ers te detecteren die zich onder de bevrijde gevangenen hadden gemengd. Het duurde uiteindelijk driekwart jaar voor hij weer in Nederland was. ‘Hij is uiteindelijk nog een gelukkig man kunnen worden. Wij gingen nooit naar Duitsland op vakantie, maar hij reed later wel met een Duitse auto, had een Duits horloge en verhandelde kantoormateriaal van Adler. Hij was verbitterd, maar roemde Duitsland wel om zijn degelijkheid.’

Citroen zegt het om aan te tonen dat het verleden nooit zwart-wit is. Zo toont hij op de expo een foto van bevrijde gevangenen die lachend het kamp uit stappen. ‘In tegenstelling tot de meeste beelden die je ziet, zijn zij niet uitgemergeld. Op geen enkele manier wil ik de gruwel van het kamp ontkennen. Maar het is belangrijk te weten dat de gruwelbeelden van de bevrijders ook deskundig in beeld zijn gezet in functie van de propaganda.’

Het volledige beeld van de Holocaust schetsen vindt Citroen belangrijk voor een museum als de Dossin-kazerne. Daarom focust de expo op het perspectief van de dader, zegt hij. Al komt daar ook kritiek op, van mensen die vinden dat de focus in het museum alleen mag liggen op de Joden als slachtoffers, wegens het onmetelijke leed dat ze hebben geleden.

‘Laat de hele geschiedenis zien’, zegt Citroen. ‘Laat zien dat het een uitzendbureau was. Dan toon je het ordinaire van de operatie. Laat zien dat mensen zoals u en ik aan een tafel gaan zitten zijn om een afzuiginstallatie voor een te groot crematorium te ontwerpen. Trek de parallel met de manier waarop Nederland en België naar hun kolonies keken. Wie daar wreedheden pleegde, kwam nadien terug en ging gewoon komkommers kweken, net als de SS’ers die nooit zijn gevonden en gestraft. Ook zij werden keurige burgers na de oorlog.’

‘En vergeef me de vergelijking, maar zo zal het ook zijn met de IS-weduwes die terug willen komen uit Syrië. Die gaan gewoon hun boodschappen doen in de Delhaize en sturen hun kinderen naar school, en dan heb je er wellicht niet veel last meer van.’

Nagebouwd perron

Citroen betreurt het dat Christophe Busch ontslag heeft genomen als directeur van de Dossin-kazerne. Aan de basis ligt volgens ingewijden een conflict met de raad van bestuur, die Busch’ ruimere koers met aandacht voor mensenrechten niet genegen is en vindt dat alleen de Holocaust centraal mag staan. ‘Te dom voor woorden’, zegt Citroen. ‘Net de openheid maakte dit instituut zo sterk. Dat je hier politieagenten ontvangt tijdens hun opleiding is fantastisch. Ik wou dat wij in Nederland ook zo’n instelling hadden.’

©Brecht Van Maele

‘Als je ‘Nooit meer Auschwitz’ als principe hanteert, waar ik volledig achter sta, ontkom je er niet aan parallellen met het heden te trekken. Natuurlijk is de Holocaust in zijn uitvoering bijzonder, omdat de staat de gruweldaden organiseerde. Maar er zijn raakvlakken met wat Stalin deed in de Goelag Archipel, en met wat de Turken deden in Armenië. En dat zoveel zwarte Amerikanen in de gevangenis belanden, er moeten werken en zo meedraaien in een economisch model is ook iets om bij stil te staan.’

‘Er wordt gezegd dat je appelen niet met peren kan vergelijken, maar dat kan je wel. Je proeft van de ene en daarna proef je van de andere, en dan zie je welke kenmerken gelijk zijn of niet’, zegt Citroen. Verliest de Holocaust niet zijn uniciteit als je hem vergelijkt met iets anders? Relativeer je de Jodenvervolging dan niet? ‘Als je de Holocaust exclusief voor de Joden houdt, neem je de identificatiemogelijkheid weg. Als ik aan Marokkaanse kinderen lesgeef, hoor ik soms antisemitische opmerkingen. Ik wijs hen er dan op dat zij ook zouden zijn vergast in die tijd. Alles wat bruine ogen had en van een ander ras was, ging eraan.’

Citroen vindt de Holocaust een lakmoesproef voor alle landen. ‘Daarom moet je zo veel mogelijk aanknopingspunten zoeken bij Auschwitz. We kunnen Duitsland wel met de vinger wijzen, maar ook België en Nederland hadden boter op het hoofd. Laat zien dat de Nederlandse Spoorwegen geld hebben verdiend aan de Joden die de trein moesten nemen naar de concentratiekampen. Niet iedereen werd in veewagons vervoerd. Veel mensen die het konden betalen, moesten gewoon een kaartje kopen. Het beeld dat we kennen, klopt niet altijd.’

Daarom vindt Citroen het erg dat bezoekers wat worden belazerd bij een bezoek aan Auschwitz, bijvoorbeeld als ze op een nagebouwd perron staan. ‘Die mensen willen gewoon op de echte plek staan waar hun grootouders de dood werden ingejaagd. Daarom ook moet je die barakken niet restaureren op basis van de resten van een filmdecor. Toon gewoon hoe het was, wat er werkelijk is overgebleven, zonder er een relikwie van te willen maken. Maak de Holocaust niet heilig, maak hem niet uniek.’

‘Auschwitz.camp’ loopt nog tot 25 juni in Kazerne Dossin in Mechelen.

www.kazernedossin.eu

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect