Advertentie

Bedrijven gul met toekenning koopkrachtpremie

Vakbondsprotest tegen de loonnormwet, die de loonstijgingen beperkt. De koopkrachtpremie is een manier om aan de wet te ontsnappen. ©BELGA

Na de coronacheque blijken bedrijven opnieuw gul met de koopkrachtpremie. Dat doet werkgeversorganisaties vrezen dat te veel werknemers de bonus als een jaarlijks terugkerende verworvenheid gaan zien.

Bedrijven hebben in 2023 een half miljard euro gespendeerd om boven op het geïndexeerde loon een koopkrachtpremie aan hun werknemers uit te betalen. Dat leert een onderzoek door de ondernemersorganisatie Unizo. Dat is meer dan de 400 miljoen die werkgevers een jaar eerder aan de coronapremie besteedden, waarmee ze toen de helft van de werknemers bereikten.

De koopkrachtpremie - in de vorm van een consumptiecheque, vergelijkbaar met de maaltijdcheques - was bedoeld als een eenmalige extra van maximaal 500 euro in de bedrijven die ondanks de inflatieschok goed draaiden. De voorwaarde was dat de ondernemingen in kwestie een 'hoge winst' hadden geboekt in 2022. Bij een 'uitzonderlijk hoge winst' kon het bedrag oplopen tot 750 euro.

De essentie
  • De lonen stijgen in België automatisch mee met de inflatie, maar extra loonsverhogingen zijn begrensd door de loonnormwet.
  • Voor de tweede keer op rij werd op dat principe een uitzondering gemaakt via een koopkrachtpremie voor werknemers van winstgevende bedrijven.
  • De ondernemersorganisatie Unizo vreest dat de premie zowel in 2022 als vorig jaar te gul is toegekend.
  • Daardoor groeit de vrees dat de premie als een verworven recht gezien wordt, terwijl de loonkosten in België nog altijd boven die van de buurlanden liggen.

De invulling van die twee begrippen moesten de vakbonden en de werkgevers op sectorniveau afspreken. Volgens Unizo is dat in een op de vijf sectoren verkeerd gelopen. 'Het behalen van 1 euro winst was er al voldoende om de premie toe te kennen', zegt Danny Van Assche, de gedelegeerd bestuurder van de ondernemersorganisatie.

Dat gebeurde onder meer in de petrochemie, de glasindustrie en de papier- en kartonbedrijven. In andere sectoren, zoals de steenbakkerijen, volstond het dat geen cash uit het bedrijf wegstroomde om de premie toe te kennen.

Deze vorm van verloning mag nooit als vanzelfsprekend worden gezien.

Danny Van Assche
Gedelegeerd bestuurder Unizo

Precedent

Over de jaarlijkse premie woedt al enkele jaren een veldslag die deel uitmaakt van het decennialange loopgravengevecht tussen de vakbonden en de werkgevers over de lonen. Die laatste zijn in België in een carcan geduwd.

De lonen stijgen automatisch mee met de inflatie, wat de koopkracht van werknemers beschermt. Dat veroorzaakt echter nervositeit bij bedrijven die niet zomaar meer kunnen aanrekenen voor de producten die ze maken of de diensten die ze leveren. Die extra inkomsten hebben ze nochtans nodig om hun stijgende loonkosten te betalen.

Om de loonkosten onder controle te houden is er daarom de loonnormwet, die zegt dat ze niet sneller mogen stijgen dan het gemiddelde van de buurlanden. Tot ergernis van de vakbonden werd in 2021 op basis daarvan de extra opslag boven op de indexering beperkt tot 0,4 procent. Bij wijze van compromis kwam er een nieuwigheid: een coronapremie van maximaal 500 euro in de bedrijven die de pandemie goed hadden doorstaan.

Het was de uitdrukkelijke bedoeling dat alleen bedrijven die zich comfortabel genoeg voelden de premie zouden uitkeren. Maar de vakbonden duwden de deur wat breder open en de helft van de werknemers in de privésector kreeg de coronacheque, voor een totale kostprijs van 400 miljoen euro.

Ook toen gebeurde dat tot grote ergernis van Unizo, dat niet bij iedere sectoronderhandeling betrokken is. 'De vakbonden hebben het onderste uit de kan gehaald op een moment dat dat niet verstandig was. Het is zelfs gevaarlijk en schadelijk', zei Van Assche toen.

Toen er eind 2022 door de inflatieschok geen enkele ruimte voor opslag boven op de indexering bleek, blies de socialistische vakbond ABVV het loonoverleg met de werkgevers op. De regering zocht daarop opnieuw het compromis in een cheque. De werkgevers dachten hun les geleerd te hebben en drongen aan op een strakkere definitie: alleen bedrijven met een 'hoge winst' of een 'uitzonderlijk hoge winst' mochten de premie uitkeren.

Het verklaart de ergernis in de bedrijfswereld over het feit dat de premie toch opnieuw breed is toegekend. Bovendien leeft de vrees dat de vakbonden in de premie een precedent en een automatisme zien. 'Deze vorm van extra verloning mag nooit als vanzelfsprekend worden gezien', zegt Van Assche.

Critici van de cheque verwijzen ook naar de internationale context. Begin dit jaar becijferde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven dat de Belgische loonkosten nog altijd hoger liggen dan bij sectorgenoten in de buurlanden. Die kennen het systeem van automatische indexering niet, waardoor lonen er maar met vertraging - en soms maar gedeeltelijk - via vakbondsonderhandelingen aan de inflatie worden aangepast.

Belangrijk verkiezingsthema

Het loonconflict zinderde de voorbije jaren niet alleen na in de federale regering, maar is ook in de verkiezingscampagne voor 9 juni een belangrijk thema. Zo is in het 1.200 pagina's tellende programma van de PS de afschaffing van de loonnormwet het allereerste punt.

Aan Vlaamse kant pleiten zowel de PVDA als Vooruit ervoor de wet te herzien. De PVDA wil volledig vrije onderhandelingen over loonstijgingen, maar beschouwt de automatische indexering wel als verworven. Vooruit wil dat de loonnormwet niet bindend maar richtinggevend wordt, waardoor de lonen in sectoren met hoge winsten en productiviteitsgroei sneller kunnen stijgen.

Open VLD, CD&V en de N-VA houden vast aan de loonnorm, die tijdens de regering-Michel nog verstrengd werd, omdat ze die zien als een beschermer van de economische activiteit in ons land tegen ontsporende loonkosten.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.