nieuwsanalyse

Begroting nauwelijks gezonder onder Michel

Sophie Wilmès, de minister van Begroting. ©Photo News

In het akkoord over de begrotingscontrole zitten geen nieuwe structurele ingrepen om te besparen of te hervormen. Een begrotingsevenwicht op het einde van de legislatuur lijkt stilaan onmogelijk. De regering stevent af op een tekort van 4,5 miljard.

De regering-Michel had voor de begrotingscontrole de opdracht een gat van 1,4 miljard euro te dichten. En dat door ‘correcties’ aan te brengen in het rapport van het monitoringcomité, een groep begrotingsspecialisten. Maar van nieuwe structurele ingrepen is geen sprake, zo blijkt uit het akkoord. Dat heeft alles te maken met de gemeenteraadsverkiezingen in oktober.

Maar de keerzijde van de medaille is dat een begrotingsevenwicht nog altijd ver weg is. Het tekort zal op het einde van de regeerperiode schommelen rond 4,5 miljard euro of 1 procent van het bruto binnenlands product. Want ook volgend jaar is een verkiezingsjaar en dan zal nauwelijks worden bespaard.

Verbetering

In het begin van de regeerperiode daalde het tekort wel fors. Michel en co. erfden van de regering-Di Rupo een begrotingstekort van 3,1 procent van het bbp (12,2 miljard euro). Intussen is dat gezakt tot 4,5 miljard euro, een verbetering met bijna 8 miljard. Minister van Begroting Sophie Wilmès (MR) zegt daar steevast over dat twee derde van de sanering achter de rug is.

Maar die verbetering is voor een groot stuk te danken aan een lagere rente en aan de betere conjunctuur, blijkt uit berekeningen van De Tijd. De rentelasten zakten in vijf jaar met 1 procentpunt of zo’n 4,5 miljard euro. De betere conjunctuur deed het begrotingstekort krimpen met 0,7 procentpunt.

De conclusie is dat de overheidsfinanciën in deze regeerperiode vooral verbeterd zijn door externe factoren en dat nauwelijks voor 0,4 procentpunt verbetering is te danken aan eigen ingrepen. Dat is wel in de veronderstelling dat de regering de rente- en conjunctuurbonus dit en volgend jaar opnieuw opsoupeert. Maar dat is niet onrealistisch omdat verkiezingen in aantocht zijn.

Taxshift

Betekent dat dat de regering-Michel helemaal niet bespaard heeft? Absoluut niet. De overheid zal in de huidige regeerperiode 2,6 procentpunten - rente-uitgaven niet meegerekend - minder uitgeven. Terwijl eind 2014 nog 51,9 procent van het bbp werd uitgegeven, zal dat eind 2019 49,3 procent zijn, een sterke prestatie.

Maar die besparingen zijn grotendeels tenietgedaan door lastenverlagingen. De taxshift - waarbij de personenbelasting en de lasten voor bedrijven verlaagd werden - en de verlaging van de vennootschapsbelasting deden de belastinginkomsten met 2,2 procentpunten zakken. Het primair saldo - het begrotingssaldo zonder rentelasten en een goede graadmeter voor de gezondheid van de overheidsfinanciën - verbetert in deze regeerperiode amper, van 0,2 naar 0,6 procent van het bbp.

Zonder de lastenverlagingen was het wel gelukt uit de rode begrotingscijfers te geraken.

De regering-Michel heeft de verwachtingen dus niet ingelost. Ze beloofde, met de N-VA op kop, de overheidsfinanciën uit het slop te trekken. De begroting zou in 2018 al in evenwicht zijn, later werd dat 2019. En uiteindelijk werd het evenwicht losgelaten. Dat is een gemiste kans.

Doordat we nog altijd met tekorten kampen, zakt de overheidsschuld nauwelijks. De schuldgraad daalt deze legislatuur van 106,8 procent naar 101,2 procent van het bbp. Maar de schuld blijft zo’n 460 miljard euro, waarvoor we elk jaar ruim 11 miljard aan rentelasten betalen.

Zonder de lastenverlagingen was het wel gelukt uit de rode begrotingscijfers te geraken. Maar we moeten daar aan toevoegen dat er zonder die lastenverlagingen veel minder jobs zouden gecreëerd zijn. ‘Jobs, jobs, jobs’, is het recept van deze regering en dat blijkt te werken. Deze regeerperiode komen er 259.000 banen bij. En het is dankzij die jobs dat de economie zich hersteld heeft.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect